Wetenschap - 16 februari 1995

Onderzoek naar gewasvariaties en risicospreiding

Onderzoek naar gewasvariaties en risicospreiding

Gewasopbrengsten kunnen sterk verschillen binnen een agro-ecosysteem. De factoren die deze variaties veroorzaken verschillen bovendien per gewas. Belangrijke factoren zijn: de ligging van de velden, de mate van mechanisatie, etniciteit en de vraag of boeren of boerinnen de teelt verzorgen. Dit concludeert dr ir C.B. de Steenhuijsen Piters in zijn studie Diversity of fields and Farmers waarop hij 15 februari promoveerde bij prof. dr ir L.O Fresco van de vakgroep Agronomie.

Piters verzamelde deed in de periode 1990 tot juni 1993 veldwerk in het dorp Gaban in Noord-Kameroen en concentreerde zich op de opbrengsten van katoen en sorghum bij de Toupouri en Moundang bevolking. Met statistische berekeningen bewees hij dat de variaties bij sorghum in het droge seizoen het kleinst waren en dat deze teelt vooral is aangepast op het vochtvasthoudend vermogen van de bodem. Verder constateerde hij een absoluut verschil in katoenproduktie tussen beide etnien. De meer collectief opererende Toupouri's beschouwen katoen als een individueel gewas en geven daarom de voorkeur aan de sorghumteelt.

Opponent prof. dr ir E.A. Goewie van de vakgroep Ecologische landbouw vroeg De Steenhuijsen Piters of hij geen open deuren intrapte bij het aantonen van dergelijke verbanden, waarop de promovendus meldde dat onderzoek naar variaties geen gemeengoed is binnen de agronomie. Onderzoekers benadrukten altijd de uniformiteit van een gewas en gebruikten statistische methoden om gesignaleerde afwijkingen te elimineren. Boeren daarentegen - vooral in semi-aride gebieden - maken gebruik van variaties in klimaat, landschap en gewas en weten zo hun risico's te spreiden. Hier zouden de voorlichtingsdiensten ook rekening mee moeten houden, meent Piters, maar zij baseren zich veelal op het gestandaardiseerde onderzoek.

Re:ageer