Wetenschap - 20 februari 1997

Ondernemingsraad DLO wil snel verzelfstandigen

Ondernemingsraad DLO wil snel verzelfstandigen

Ondernemingsraad DLO wil snel verzelfstandigen
De LUW kan niet met het ministerie van LNV fuseren
Het ministerie van LNV moet vaart maken met de verzelfstandiging van DLO, zodat die op 1 januari 1998 een feit is. Dat vindt de ondernemingsraad van DLO. Met het ministerie op grotere afstand kunnen zakelijke afspraken het hap-snap beleid van weleer vervangen
Voordat LUW en DLO daadwerkelijk kunnen fuseren onder een bestuur moet de Dienst Landbouwkundig Onderzoek eerst verzelfstandigen. De LUW kan niet met het ministerie van LNV fuseren, verklaart dr ir Herbert Diemont, voorzitter van de groepsondernemingsraad van DLO. De raad is voorstander van de verzelfstandiging, die zich nu al acht jaar voortsleept. Zijn collega Henk Keukens, secretaris van de ondernemingsraad: Al vier keer heeft het ministerie de afgelopen jaren gezegd dat DLO zou verzelfstandigen, maar de vertaling van dit voornemen naar de praktische uitwerking stagneert. Er ligt een wetstekst met de spelregels voor de verzelfstandiging, maar die moet dan eerst langs andere ministeries voor akkoord, en dan verzandt het.
De groepsondernemingsraad overkoepelt de afzonderlijke raden van de twaalf DLO-instituten. Hij bestaat sinds april vorig jaar en is de opvolger van de op het ministerie gangbare dienstencommissie. We hebben nu de beschikking over het recht van initiatief, zo legt Diemont het verschil uit. Als wij een afwijkende mening verkondigen, dan moet het bestuur op schrift aangeven waarom het daarvan af wil wijken. We hebben meer te zeggen gekregen. Keukens: We worden minder overruled.
Als concrete activiteit noemt het tweetal de gang naar het politiek cafe in Den Haag, waar minister Van Aartsen hen toezegde dat hij de verwachte efficiency-winst in Wageningen niet wil realiseren met gedwongen ontslagen en de winst opnieuw wil investeren in het kenniscentrum. Dan praat je de volgende dag met het DLO-bestuur en neem je zo'n uitspraak mee, verklaart Diemont. Volgens ons impliceert deze uitspraak dat er ook tijdens de verzelfstandiging geen gedwongen ontslagen zullen vallen bij DLO.
Brieven
Daarnaast stuurde de ondernemingsraad brieven aan de Tweede Kamer om aan te dringen op de verzelfstandiging. Daarbij zitten we op een lijn met onze bestuursvoorzitter Kees van Ast. Alleen kan hij zich niet direct richten tot de minister en de Tweede Kamer, omdat hij onder het ministerie valt. De groepsondernemingsraad heeft nu met het DLO-bestuur afgesproken dat de privatisering op 1 januari volgend jaar rond moet zijn. We hebben Van Ast gevraagd om dit proces concreet uit te werken in een stappenplan.
Diemont en Keukens zijn het eens met de zienswijze van het ministerie dat DLO marktgericht en vraaggestuurd moet opereren. Maar dan moet de onderzoeksvraag van het ministerie en het onderzoeksaanbod van DLO duidelijk worden gescheiden. Het ministerie moet van te voren de onderzoeksopdracht aangeven en de uitvoering daarvan controleren. De commissie-In 't Veld heeft dat vorig jaar in een advies geschreven. De Directie Wetenschap en Kennisontwikkeling (DWK) moet de account manager zijn. Vroeger ging het hap-snap op het ministerie; dan belden ze dat je de volgende dag de onderzoekslijn moest veranderen. Programma's boven de paar miljoen gulden vielen weer onder een hogere laag in het management. Dat kan niet meer, dat is niet te verkopen aan onze klanten.
Op zijn beurt moet ook DLO bedrijfseconomisch gaan werken. Maar daar zijn we al mee bezig. Beoordelingscommissies gaan na of het onderzoek maatschappelijk relevant is. Verder krijgen de instituten wetenschappelijke visitatiecommissies over de vloer, die de productiviteit beoordelen. Die rapporten over de instituten gaan naar de centrale directie van DLO.
De dertienkoppige centrale ondernemingsraad is er niet alleen om de belangen van het personeel op de instituten te verdedigen, maar is ook medeverantwoordelijk voor de toekomst van het concern DLO, stellen Diemont en Keukens. Tijdens de meningsvorming in de groepsondernemingsraad moet je je eigen instituut wel eens wegdenken om het algemene belang van DLO in beeld te houden, verklaart Keukens, die bij het Rijkskwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwprodukten (Rikilt-DLO) werkt. Diemont werkt bij het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO)
Bureaucratisering
Een belangrijke beleidsvraag is bijvoorbeeld wat in de toekomst de kernactiviteiten van DLO worden. Het ministerie van LNV heeft geopperd dat zeven a acht instituten genoeg is in de toekomst. Dat heeft niet onze voorkeur. Wij voelen meer voor het versterken van de synergie tussen de huidige instituten: wat voor diensten kun je samen meer aanbieden dan ieder apart? Het gevaar dat nu bij DLO en LUW ontstaat is dat het bestuur tegen onderzoekers zegt: u bent uitstekend, maar uw onderzoek past toevallig niet binnen onze missie. Dan krijg je te maken met een vorm van bureaucratisering die de normale DLOer niet meer begrijpt. We moeten oppassen dat de besturen de kortetermijnvisie niet tot core business bestempelen. Je moet geen wezenlijke expertise de deur uit doen.
Een ander belangrijk punt dat in de ondernemingsraad aan de orde is geweest, is de tweedeling onder het DLO-personeel. Het onderscheid tussen vast en tijdelijk personeel is verouderd; zij dienen een gelijkwaardige positie te hebben. Dat betekent dat iemand die vier jaar op contract werkt, dezelfde pensioenopbouw en verzekeringen moet hebben als iemand die vier jaar in vaste dienst werkt. Die visie is door de directie van DLO onderschreven.

Re:ageer