Wetenschap - 25 september 1997

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina
Rekenkamer: oprichting KCW bij wet regelen
Minister Van Aartsen moet een wetsvoorstel indienen bij de Tweede Kamer over de oprichting van het Kenniscentrum Wageningen. Dat adviseert de Algemene Rekenkamer in een brief aan de minister en de Tweede Kamer. De verzelfstandiging van DLO is dermate omvangrijk dat deze niet kan worden afgedaan met de door Van Aartsen gebruikte voorhangprocedure, meent de Rekenkamer
Bovendien vindt de Rekenkamer dat de minister te veel verantwoordelijkheden uit handen geeft bij de privatisering van DLO. Het huidige besturingsmodel staat op gespannen voet met uw verantwoordelijkheid voor het fundamenteel onderzoek, de lange-termijn kennisontwikkeling en de LNV-kennisinfrastructuur als geheel, schrijft de Rekenkamer. Ook vraagt de kamer zich af of de minister bij calamiteiten als de varkenspest en BSE straks DLO nog kan opdragen om onderzoekcapaciteit vrij te maken
De brief van de Rekenkamer komt volgende week aan de orde in de Tweede Kamer. Als de Kamer instemt met dit advies, loopt de vorming van het Kenniscentrum Wageningen (KCW) ernstige vertraging op. De minister moet dan een wetsvoorstel maken, dat voorleggen aan de Raad van State, diens commentaar verwerken en het wetsvoorstel ter besluitvorming voorleggen aan de Kamer. Zo'n procedure kost al gauw anderhalf jaar
De minister heeft echter haast bij de vorming van KCW, zoals hem is geadviseerd door Bram Peper. Een woordvoerder van LNV verwacht daarom dat Van Aartsen het advies zal verwerpen. De minister zal aangeven dat er een kabinetsstandpunt ligt over de verzelfstandiging van DLO en de vorming van KCW. De Tweede Kamer heeft daarmee ingestemd en daarom hoeft de minister de uitwerking van zijn beleid niet opnieuw via een zware procedure aan het parlement voor te leggen, redeneert het ministerie
De andere kwestie die de Rekenkamer opvoert, de mate van zelfstandigheid van DLO, ligt wat lastiger. Het ministerie heeft gekozen voor een verzelfstandiging waarbij het ministerie zijn invloed zo min mogelijk via de statuten van de stichting KCW regelt en zoveel mogelijk aanstuurt via subsidievoorwaarden. Voor deze vorm koos het ministerie van LNV in juli, nadat het ministerie van Binnenlandse Zaken had aangegeven dat de nieuwe stichtingsvorm voor DLO op gespannen voet staat met een zware aansturing door het departement. De Rekenkamer reageert nu op die discussie met een pleidooi om die zware aansturing wel vast te houden
Minister Van Aartsen kondigde de vorming van de stichtingen DLO en KCW aan in een voorhangbrief die hij deze zomer naar de Tweede Kamer stuurde. In zo'n voorhangbrief maakt de minister zijn voornemens kenbaar. Daarna krijgen de Kamerleden een maand de tijd om de kwestie te bestuderen. Zonder tegenbericht van de Kamer voert de minister zijn voornemen uit. Als de Kamer de brief onvoldoende acht en veel vragen heeft, kan alsnog worden besloten tot een zware procedure, waarbij de minister een wetsontwerp opstelt. Beide procedures staan vermeld in de Comptabiliteitswet, die ook de Rekenkamer vraagt om een oordeel. Volgens de Rekenkamer is de voorhangprocedure alleen geschikt om de verzelfstandiging van niet-gevoelige en doorgaans kleinere uitvoerende onderdelen van een overheidsorganisatie te versoepelen. Deze categorie is niet van toepassing op de DLO.
Daarmee suggereert de Rekenkamer dat KCW een zelfstandig bestuursorgaan moet worden, aldus het VVD-Kamerlid Clemens Cornielje. De VVD is daar niet voor. Ik zou niet willen dat de vorming van KCW wordt vertraagd. Wel lijkt het mij wenselijk dat het kenniscentrum uiteindelijk een wettelijk kader krijgt. Ik wil de minister vragen of hij de komende jaren een kader kan ontwikkelen, zodat de sturing van het landbouwkundig onderzoek deugdelijk wordt vastgelegd. (ASi)
Geen duistere praktijken met doornhaaien
De vakgroep Experimentele diermorfologie en celbiologie ontkent dat zij studenten verkeerd heeft voorgelicht over het gebruik van doornhaaien bij het snijpracticum van Algemene dierkunde. Die klacht uitte student Jobbe Wijnen in het WUB van 11 september. Volgens Wijnen heeft de vakgroep ten onrechte gesuggereerd dat de doornhaaien bijvangst waren en dat ze zouden worden weggegooid als ze niet bij het practicum werden gebruikt
Wat mij in het verkeerde keelgat is geschoten is dat Jobbe Wijnen het heeft over duistere praktijken, klaagt practicumbegeleider Arie Terlouw. Daar is geen sprake van. Wij beleggen elk jaar een voorlichtingsbijeenkomst waarin we ook tegenstanders van dierproeven uitnodigen. We proberen studenten dan zo objectief mogelijk voor te lichten over het practicum.
Terlouw kan zich niet voorstellen dat bij die bijeenkomst gesuggereerd is dat de haaien toch weggegooid zouden worden. Doornhaaien worden gewoon geveild. Je kunt ze in elke viskraam kopen onder de naam zeepaling. Een visser zal nooit iets weggooien dat groter is dan een spierinkje. Maar geen enkele visser zal speciaal op doornhaai gaan vissen. Ze leveren weinig op en zijn ook nog eens moeilijk te vangen omdat ze niet in scholen zwemmen. De doornhaai komt volgens de vakgroep veel voor in de Noordzee. Het aantal haaien dat voor het onderwijs wordt gebruikt is verwaarloosbaar klein vergeleken met de totale haaienvangst
Wijnen blijft het oneens met de vakgroep. Ik heb van verschillende studenten gehoord dat tijdens de voorlichtingsbijeenkomst is gezegd dat de haaien toch weggegooid zouden worden. (KVe)

Re:ageer