Wetenschap - 29 oktober 1998

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina
Wageningse onderzoekers ontwikkelen betere CO2-monitor
Ir Richard Sikkema van de Stichting Bos en Hout en ir Gert-Jan Nabuurs van het IBN-DLO pleiten in het rapport Harvested Wood voor meer realistische rekenmethoden om de CO2-emissie te bepalen. De uitkomsten van het rapport worden gebruikt tijdens de wereldklimaatconferentie in Buenos Aires, die begin november van start gaat
Tijdens de klimaatconferentie in Kyoto zijn de lidstaten overeengekomen dat ze regelmatig verslag doen van hun totale CO2-emissies. Om die te berekenen, wordt een methode van de Intergovernmental Panel on Climate Change gebruikt. Die gaat ervan uit dat een van de koolstofbronnen, hout uit plantagebossen, direct oxideert na de oogst, waardoor de koolstof vrijkomt in de atmosfeer. De opslag van koolstof in houtproducten wordt zo genegeerd. De methoden van Sikkema en Nabuurs houden daar wel rekening mee
Een van de voorgestelde methoden is de flow consumption-methode. Die gaat ervan uit dat houtproducten een bepaalde levensduur hebben, waardoor de koolstof vertraagd vrijkomt in de atmosfeer. De consequentie is dat landen die hout importeren tegelijkertijd CO2-emissies importeren. Voor Nederland betekent dit dat het land verandert van een koolstofopslagplaats in een zogenaamde koolstofbron, een land dat juist bijdraagt aan de toename van CO2 in de atmosfeer
Voor houtexporterende landen zoals Zweden pakt de rekenmethode van Sikkema en Nabuurs goed uit: de netto opslag van CO2 in hout verdubbelt. Door hout te exporteren, doet Zweden afstand van grote hoeveelheden koolstof die kunnen vrijkomen in de atmosfeer. De flow consumption-methode is volgens de onderzoekers complexer dan de IPCC-methode, maar brengt de koolstofstromen nauwkeuriger in kaart. De benodigde informatie over de handel in hout is voorhanden, maar gegevens over de levensduur van houtproducten is beperkt
Een wat eenvoudiger rekenmethode die in het rapport wordt beschreven is de stock change method. Deze is vergelijkbaar met de IPCC-methode, met het verschil dat de opgeslagen koolstof in houtproducten met een lange levensduur bijdraagt aan de totale voorraad opgeslagen koolstof van het land. De onderzoekers verwachten dat het gebruik van deze methode een stimulans is voor het produceren van houtproducten met een lange levensduur en voor het recyclen van hout. Omdat ze ervan uitgaan dat biomassa, bedoeld voor het opwekken van energie, CO2-neutraal is in plaats van CO2-bevorderend, is de methode volgens de onderzoekers ook een stimulans voor het ontwikkelen van schone energiebronnen. (HBou)
Basisbeurs met 120 gulden omhoog

Voor het eerst sinds jaren wordt de basisbeurs weer verhoogd. Studenten krijgen er vanaf 1 januari 1999 zo'n 120 gulden per jaar bij, een tientje per maand
Met de verhoging lost minister Hermans een oude belofte in, die begin jaren negentig al is vastgelegd in de wet. Toen werd er flink bezuinigd op de basisbeurs. Tegelijkertijd werd de hoogte van de basisbeurs tot 1 januari 1999 bevroren. Daarna, zo luidde de afspraak, zou de minister weer rekening houden met de inflatie
Voortaan loopt de hoogte van de basisbeurs weer mee met jaarlijkse indexering. Bedraagt de inflatie bijvoorbeeld twee procent, dan wordt de basisbeurs als compensatie voor deze geldontwaarding met twee procent verhoogd
De maatregel kost minister Hermans 38 miljoen gulden. Een uitwonende student krijgt na de jaarwisseling 435 gulden per maand. Toch is dat nog altijd geen vetpot in vergelijking met 1991. Toen kregen uitwonenden nog 570 gulden per maand. (HOP)
Universiteiten sluiten zich aan bij VNO-NCW
De vereniging van universiteiten VSNU gaat zich aansluiten bij werkgeversverbond VNO-NCW. Daarmee hoopt zij haar eigen rol als werkgeversorganisatie te versterken
De stap van de universiteiten hangt samen met hun nieuwe rol als werkgever. Vanaf 1 januari gaan zij zelf met de vakbonden onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden van hun personeel. Tot nu toe deed de minister van Onderwijs dat, althans voor zover het om lonen ging. De universiteiten denken de kennis van het werkgeversverbond goed te kunnen gebruiken nu zij zelf volwaardig werkgever worden
Echt lid van de VNO-NCW kunnen de universiteiten echter niet worden, omdat ze geen private onderneming zijn. Daarom krijgt de VSNU nu een zogeheten service-aansluiting. Dat houdt in dat zij geen stemrecht heeft. Ze krijgt wel alle informatie die de gewone leden krijgen en kan deelnemen in commissies en werkgroepen. Dit B-lidmaatschap kost de VSNU zo'n vijftigduizend gulden contributie per jaar. (HOP)

Re:ageer