Wetenschap - 9 april 1998

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina
DLO moet voor omzetstijging van KCW zorgen
De nagestreefde omzetverhoging van 75 miljoen, beschreven in het strategisch plan van Kenniscentrum Wageningen, moet vooral door DLO worden opgebracht. In het ondernemingsplan van DLO staat dat de omzet volgend jaar van 425 miljoen naar 450 miljoen moet zijn gestegen en dat in 2000 een omzet van vijfhonderd miljoen wordt nagestreefd. Dit zei bestuursvoorzitter prof. dr Cees Veerman op 2 april tegen de ondernemingsraad van de LUW
Veerman stelde verder dat hij geen werkgelegenheidsgarantie wil geven, zoals dr Bram Peper in zijn nota had voorgesteld. Zo'n garantie kun je bij dit soort processen nooit geven. We nemen wel een inspanningsverplichting op ons om gedwongen ontslagen te voorkomen.
De ondernemingsraad vroeg het bestuur verder hoe het een goede informatievoorziening naar het personeel waarborgt. Veerman: De hoogleraar-directeuren moeten de mensen goed informeren. Als daar klachten over zijn, horen we dat graag.
Veerman was het met de ondernemingsraad eens dat het internationale onderwijs in de strategische nota niet goed uit de verf komt. Daarom is nu een task force Internationaal onderwijs ingesteld. Ook ziet Veerman wel wat in het voorstel van de ondernemingsraad om expliciet een groeidoelstelling voor het aantal studenten op te nemen
De voorzitter legde ook uit dat hij het strategisch plan ziet als een orientatiepunt, een achtergronddocument voor alle nieuwe plannen. De ondernemingsraad heeft over allerlei delen van de uitwerking nog advies- of instemmingsrecht. Veerman nam daarmee de angst van de ondernemingsraad weg dat het bestuur na instemming van de ondernemingsraad alle uitwerkingen van het plan als beleidsuitvoering zou zien, waar de ondernemingsraad dan niets meer over te vertellen heeft. (MS)
Meteorologie ontwikkelt meetmethode voor natheid van bladeren
Op bladeren ontwikkelen veel schimmelziektes zich het best als ze lang nat zijn. Er is namelijk vocht nodig voor het kiemen van de sporen. Om de natheid van bladeren nauwkeurig te kunnen meten, ontwikkelde ing. Bert Heusinkveld, derdejaars onderzoeker in opleiding bij de sectie Meteorologie en luchtkwaliteit, een bladnatsensor. Hierop is inmiddels een octrooi aangevraagd
Met de sensor zijn enkele molecuullagen water al te detecteren. De sensor heeft geen direct contact met het bladoppervlak en verstoort zo het evenwicht tussen dauwvorming en verdamping niet. Bovendien hoeft het blad niet in een vaste positie gebracht te worden; onder veldomstandigheden kan het blad vrij in de wind bewegen
De sensor is gebaseerd op het feit dat de aanwezigheid van water de reflectie van blauw licht sterker beinvloedt dan de reflectie van nabij-infrarood licht. De sensor kan nu nog slechts enkele bladeren tegelijk meten, maar Heusinkveld ontwikkelt een systeem waarmee enkele planten tegelijk bestudeerd kunnen worden
Het meten van het aantal nachten dat een blad nat is geweest, is vooral voor de aardappelteelt interessant. Dit is namelijk een belangrijke parameter in modellen die voorspellen wanneer de schimmel fytoftora toeslaat. Als deze modellen de uitbraak van fytoftora goed kunnen voorspellen, hoeven boeren minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken. Het testen van de modellen gebeurt momenteel met kunstbladeren. Maar een kunstblad heeft andere fysische eigenschappen, vertelt Heusinkveld. Ook is met de sensor te onderzoeken of er echt een waterlaag op het blad nodig is voor het kiemen van de sporen of dat een hoge luchtvochtigheid genoeg is
Deze zomer doet Heusinkveld met zijn sensor mee in een project van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO), waarin onderzoekers het effect van het microklimaat op de uitbraak van fytoftora bij biologisch geteelde aardappels bestuderen. In dit project gaan de onderzoekers de aardappelen minder dicht op elkaar telen. Ze hopen dat er dan een beter microklimaat ontstaat en dat fytoftora daardoor later toeslaat
Behalve de natheid van bladeren is ook de bodemnatheid met de sensor te meten. Heusinkveld en zijn begeleider dr Adrie Jacobs vertrokken daarvoor in september 1997 naar een woestijn in Israel bij de grens met Egypte. Korstvorming op de bodem is daar biologisch belangrijk omdat het een voedingsbodem levert voor hogere planten. Biologische korstvorming, een symbiose van algen en bacterien, vindt op bodems echter alleen plaats als er water aanwezig is. En het was de vraag waar dat water in de woestijn vandaan komt
Heusinkveld en Jacobs ontdekten dat op het woestijnzand 's nacht gemiddeld zo'n 0,2 millimeter dauw ontstaat. Dat is zo'n zeventig millimeter per jaar. In vergelijking met de tachtig millimeter regen die in de regentijd valt is dat vrij veel en de dauw levert het hele jaar water. (MS)
Nieuwsfoto, stagefotowedstrijd

Re:ageer