Wetenschap - 6 november 1997

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina
Hermans: universiteit en student moeten onderhandelen over beurs
Studenten moeten in de toekomst met hun universiteit of hogeschool onderhandelen over hun basisbeurs. Ze kunnen afspraken maken over hoeveel studiepunten ze willen halen, hoeveel beursgeld ze daarvoor krijgen, of ze naast hun studie gaan werken en hoe lang ze over hun studie doen. Dat stelt de commissie-Hermans, die minister Ritzen advies moest geven over de toekomst van de studiefinanciering
In het rapport De kost gaat voor de kennis uit verhoogt de commissie het inkomen van studenten met honderd gulden per maand. Ouders worden verplicht om mee te betalen aan de studie van hun kinderen en de drempels om te gaan lenen worden verlaagd
Studenten leven nu te veel in onzekerheid over hun inkomen, vindt de commissie. Dat komt vooral door de prestatiebeurs die vorig jaar is ingevoerd. Daardoor weten studenten pas aan het eind van hun studie of zij hun basisbeurs moeten terugbetalen of niet. De commissie vindt die onzekerheid buitensporig. De prestatienorm mag geen gevolgen met terugwerkende kracht hebben, zegt de commissie. Hoe de eisen aan studieprestaties dan vorm moeten krijgen, laat Hermans in het midden. Hij wil de uitwerking overlaten aan de student en universiteit, die onderwijsafspraken gaan maken
In zo'n afspraak staat ook welk onderwijs een student wil volgen, of hij wil werken naast zijn studie, en hoe lang hij over zijn studie wil doen. Een student mag een vierjarige studie over tien jaar uitsmeren. Ook de uitbetaling van het beursbedrag waarop hij recht heeft - net als nu maximaal 20.400 gulden - wordt dan gespreid. Studenten moeten voor hun 25ste jaar aan een studie beginnen om hun rechten te mogen verzilveren
Een andere bron van onzekerheid die de commissie-Hermans wil wegwerken, is de ouderlijke bijdrage. De regels daarover zijn vrijblijvend, waardoor studenten vaak niet krijgen waar ze recht op hebben. De commissie wil de ouders daarom verplichten hun studerende kinderen financieel te steunen tot die 21 jaar zijn. Kinderen moeten 6500 gulden van hun ouders krijgen. Studenten met ouders die hun bijdrage niet kunnen opbrengen, krijgen een aanvullende beurs. Als ouders niet willen betalen, kunnen studenten het bedrag via de overheid op hen verhalen
Ten slotte wil Hermans dat studenten meer gaan lenen. Nu vermijden studenten dat vaak, omdat ze het risico van hoge studieschulden niet aandurven. De commissie wil die angst wegnemen door gedeelten van de schuld sneller kwijt te schelden als een afgestudeerde weinig verdient. Daarnaast wil de commissie de rente op studieschulden verlagen. Ook dat kan geregeld worden in de onderwijsafspraak: wie snel studeert, komt in aanmerking voor een lagere rente
Het inkomen van de studenten moet omhoog, vindt de commissie. Een student heeft honderd gulden per maand meer nodig dan hij volgens de geldende studiefinancieringsnormen krijgt. De totale kosten van de studiefinanciering stijgen door deze budgetverhoging van 6,8 naar 7,4 miljard gulden. De helft daarvan wordt nu door de overheid betaald, ouders betalen ongeveer 2,3 miljard, de rest brengen de studenten op via leningen of een baantje. De commissie zegt niet wie moet opdraaien voor de kostenstijging
Ook de invoering van een nieuw stelsel kost veel geld. Eenmalig is een kleine drie miljard gulden nodig. Bij de invoering van de prestatiebeurs zette minister Ritzen op papier alle beurzen om in een lening. Deze boekhoudtruc van drie miljard was nuttig voor Ritzen's begroting, maar de commissie wil terug naar de oude situatie. (HOP)
Organische mest stimuleert schimmeleters en onderdrukt plaag
Organische bemesting van de bodem in het jaar voorafgaande aan het teeltseizoen kan schimmeletende organismen zo stimuleren dat de stengelaantasting door de bodemschimmel Rhizoctonia solani bij aardappels wordt onderdrukt. Dat ontdekte ir Metske Lootsma, die 7 november promoveert bij prof. dr ir Paul Struik, hoogleraar in de gewas- en graslandkunde
Lootsma zocht naar niet-chemische teeltmaatregelen die kunnen leiden tot een betere beheersing van schimmelinfecties in de bodem. Uit veldproeven bleek dat organische bemesting in de vorm van stalmest of groenbemesters de populatie schimmeletende bodemorganismen zoals springstaarten en aaltjes sterk doet groeien. Deze fungivore organismen voeden zich met de schimmeldraden van R. solani, die daardoor minder schade in het aardappelgewas kan toebrengen
Ook onderzocht Lootsma methoden om de besmetting van de bodem door R. solani te verkleinen. Hij vond dat verschillende oogstmethoden een verschillend effect hebben op de bodembesmetting in het volgend seizoen. Vooral groenrooien, waarbij de knollen gelijktijdig met het trekken van het loof worden geoogst, kan de bodembesmetting verminderen. Voorwaarde is wel dat de knollen nog niet of slechts in zeer beperkte mate zijn besmet en dat de gewasresten direct na oogsten in de grond worden gewerkt. (WRe)
Van Aartsen: AB-locatie Haren gaat dicht

Minister Van Aartsen houdt vast aan zijn voornemen de vestiging in Haren van AB-DLO te sluiten. Hij geeft geen uitvoering aan de motie van de Tweede Kamer om de vestiging langer open te houden, schrijft hij aan het parlement. Dat legt zich neer bij de beslissing van Van Aartsen
Gevolg is dat DLO nu snel de voorgenomen reorganisatie bij het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek kan uitvoeren. Het plan voorziet in reorganisatie van het onderzoek in vier afdelingen en een reductie met vijftig a zestig arbeidsplaatsen. De medewerkers van de Harense vestiging, waar zo'n honderd onderzoekers werken, moeten verhuizen naar Wageningen of raken hun baan kwijt. DLO heeft inmiddels een formatieplan voor de nieuwe organisatie klaarliggen, maar de functieomschrijvingen bij dat plan zijn nog geheim. De reorganisatie zal zo'n anderhalf jaar in beslag nemen, verwacht AB-DLO
Mogelijk kunnen de Harense AB-medewerkers nog profiteren van de oprichting van een agrarisch kenniscentrum voor praktijkgericht plantaardig onderzoek in Groningen. Volgens Van Aartsen moet de haalbaarheid van dit centrum op zijn eigen merites beoordeeld worden, maar het Kamerlid Eisso Woltjer leest de brief van de minister zo dat er het komende jaar tijd is om de reorganisatie bij het AB en de ontwikkeling van dit Groningse kenniscentrum nog op elkaar af te stemmen. Woltjer legt zich daarom neer bij het kabinetsstandpunt om de motie van PvdA, VVD en CDA terzijde te leggen
Directeur ir Kees van Ast van DLO heeft verheugd gereageerd op de beslissing van de minister, de enige juiste voor het instituut en DLO. Hij belooft de medewerkers van het instituut een sociaal verantwoorde vormgeving van het herstructureringsproces. (ASi)

Re:ageer