Wetenschap - 23 februari 1997

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina

Nieuws Voorpagina
Gepromoveerden LUW relatief vaak werkloos
Tien procent van de aio's en oio's van de LUW zijn na het afronden van hun proefschrift werkloos, tegen zes procent van de gepromoveerden op andere universiteiten. Dat blijkt uit een onderzoek van het Instituut voor onderwijskundige dienstverlening (IOWO) uit Nijmegen, in opdracht van minister Ritzen
Onderzoeker Marian Hulshof deed een arbeidsmarktonderzoek onder Nederlandse promovendi, onder wie 109 Wageningse. Driekwart van hen is man, een kwart is vrouw. De aio's zijn vaker werkloos dan hun collega's in andere steden, maar de oio's (met extern geld betaalde tijdelijk onderzoekers) zijn juist minder vaak werkloos dan het landelijk gemiddelde. In totaal is tien procent van de gepromoveerden in de sector landbouw werkloos. Deze omvat de deelgebieden landgebruik, maatschappelijk, teeltkunde en bio(techno)logie. De werkloosheid in de sector natuur onder promovendi is eveneens tien procent
Hulshof heeft ook gekeken naar de werkloosheid onder studenten die tussen 1990 en 1995 afstudeerden. Die bedraagt volgens haar 28 procent in de landbouwsector, tegen veertien procent landelijk. In de sector natuur bedraagt de werkloosheid onder afgestudeerden 21 procent
De onderzoeker kan niet exact aangeven waarom de werkloosheid in de landbouwsector zo hoog is. Uit haar studie komen drie belangrijke knelpunten naar voren bij het vinden van een baan: het grote aantal sollicitanten, het gebrek aan relevante werkervaring en een te specifieke opleiding. De eerste twee knelpunten komen vooral voor bij afgestudeerden, het laatste punt vooral bij gepromoveerden
In de landbouwsector komt slecht een kwart van de gepromoveerden in een baan buiten het onderzoek terecht, tegen eenderde van de promovendi in andere sectoren, merkt Hulshof op. Misschien zijn er weinig banen buiten het onderzoek, maar we moeten ook niet uitsluiten dat de landbouwonderzoekers deze banen niet opzoeken. Misschien kunnen ze de functionaliteit van hun kwaliteiten niet voldoende duidelijk maken aan werkgevers. (ASi)
Maassen benoemd tot hoogleraar Huishoudeconomie

De universiteitsraad heeft ingestemd met de komst van Henriette Maassen- Van den Brink als de nieuwe hoogleraar Economie van het huishouden. De 44-jarige econoom studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam, kreeg in 1993 een postdoc-positie van NWO aan deze instelling en is lid van de Amsterdamse universiteitsraad. Als visiting fellow was Maassen van den Brink verbonden aan de universiteiten van Stanford, Cornell en Florence. Haar laatste publicaties betroffen de economische waarde van kinderopvang en de relatie tussen emancipatie en economie. (ASi)
Wisseling zuurstofconditie verbetert bodemreiniging

Gechloreerde pesticiden en industriele chemicalien in de bodem zijn vaak moeilijk afbreekbaar. De bacterien die daarvoor kunnen zorgen zijn wel in de grond aanwezig maar doen hun werk nauwelijks. Ze kunnen niet bij de giftige stof komen of de milieuomstandigheden - temperatuur of aanwezigheid van zuurstof - zijn niet optimaal. Dr. P. Middeldorp, die op 20 januari promoveerde bij prof. dr A.J.B. Zehnder, voormalig hoogleraar bij de vakgroep Microbiologie, bestudeerde hoe de afbreekbaarheid van de stoffen verbeterd kan worden. Volgens Middeldorp gaat de afbraak beter als zuurstofrijke omstandigheden worden afgewisseld met zuurstofarme
Tot nu toe richtte het onderzoek naar biologische afbraak zich voornamelijk op bacterien die gedijen onder aerobe omstandigheden. Maar ook anaerobe bacterien bezitten capaciteiten voor het afbreken van verontreinigingen. Middeldorp bewees dat beta-hexachloorcyclohexaan (beta-HCH) - een afvalproduct van het pesticide lindaan - in een mengcultuur van anaerobe bacterien kan worden afgebroken tot benzeen en chloorbenzeen. Deze giftige stoffen worden vervolgens weer afgebroken onder zuurstofrijke omstandigheden. Een dergelijke opeenvolging van anaerobe en aerobe condities is ook geschikt voor hooggechloreerde benzenen en bifenylen, bewees Middeldorp. Daarom zou een bodemreinigsmethode ontwikkeld moeten worden waarin anaerobe en aerobe condities zijn af te wisselen
Toch wordt de grond op deze manier niet altijd volledig schoon. Soms kunnen de bacterien er niet bij of zijn de giftige deeltjes te sterk gehecht aan bodemdeeltjes. De Nederlandse wetgeving stelt dat die laatste restjes uit de bodem moeten worden verwijderd. Lukt dat niet op een biologische manier, dan wordt de grond afgegraven en verbrand of chemisch behandeld. Dit levert dode grond op, die slechts geschikt is als bouwmateriaal. Middeldorp vraagt zich af of die laatste restjes verontreiniging nog wel kwaad kunnen als zelfs de bacterien er niet meer bij kunnen. Volgens hem is deze grond best bruikbaar voor relatief risicoloze toepassingen als golfbanen en industrieterreinen. (ASm)
Commotie over niveau IO-hoogleraren

Minister Ritzen heeft een commissie ingesteld die zich gaat buigen over de benoemingen van professoren van internationale onderwijsinstituten (IO) aan universiteiten als 0,0-hoogleraar. De Wetenschappelijke adviesraad (WAR) van Sail, het samenwerkingsverband van vijf IO-instituten en de LUW, had hiervoor procedures en benoemingscommissies gecreeerd, samen met universiteiten. Bij de beoordeling van de eerste lichting kandidaten bleek echter dat twee profs te licht zouden worden bevonden. Daarop drongen ITC Enschede (het International Institute for Aerospace Survey and Earth Sciences) en IHE Delft (het International Institute for Infrastructural Hydraulic and Environmental Engineering) aan op opschorting van alle benoemingswerkzaamheden. De commissie, onder voorzitterschap van Rinnooy Kan, moet onderzoeken hoe de impasse kan worden doorbroken
Sail bestaat pas kort, maar timmert stevig aan de weg. Het samenwerkingsverband heeft zijn MSc-opleidingen via de WAR extern laten beoordelen en is sinds 1 januari belast met het beheer van jaarlijks twintig miljoen gulden uit de internationale onderwijspot van Pronk. Sail heeft meer ambities en daarbij speelt het promotierecht een cruciale rol. De internationale onderwijsinstellingen - vooral ITC en IHE - hebben naast hun MSc- ook een PhD-programma. Ze ontberen echter de wettelijke bevoegdheid om doctorstitels te verstrekken. Dat recht is voorbehouden aan universiteiten en het Institute for Social Studies, dat ook tot Sail behoort. Na veel geharrewar had het ministerie van Onderwijs de 0,0-procedure ontworpen. Die moest ertoe leiden dat IO-hoogleraren na kwalificatie een 0,0-aanstelling konden krijgen bij universiteiten, met het wettelijke recht om eigen PhD-studenten te laten promoveren. Nu dreigen er echter direct twee kandidaten door het ijs te zakken
Volgens IHE-rector prof. ir W.A. Segeren is opschorting van de benoemingsprocedures noodzakelijk omdat vroege afwijzingen een zware wissel trekken op toekomstige benoemingen. Ook leiden de afwijzingen tot nodeloze verscherping van de tegenstellingen tussen internationale onderwijsinstituten en universiteiten. Segeren acht het daarom beter dat een onafhankelijke partij de gehanteerde criteria en procedures door loopt. Het woord is nu aan de commissie-Rinnooy Kan. (LVo)

Re:ageer