Wetenschap - 22 oktober 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Apotheker houdt vast aan bezuiniging op LUW
Minister Hayo Apotheker van LNV is niet overtuigd door de argumenten die de LUW tegen de voorgestelde bezuiniging heeft ingebracht. Hij blijft bij zijn voornemen om 22 miljoen te bezuinigen op de LUW. Dat bleek op 8 oktober tijdens de discussie over de landbouwbegroting in de Tweede Kamer
Volgens Apotheker is het aantal studenten van de LUW de laatste acht jaar sterker gedaald dan bij de andere universiteiten: 38 procent versus zes procent. Hij vindt het daarom niet meer dan logisch dat de LUW moet inleveren
De raad van bestuur heeft de minister gevraagd duidelijkheid te geven over de toekomst van de LUW. Bestuursvoorzitter prof. dr Cees Veerman: We willen een financieel meerjarenkader en niet voortdurend worden geconfronteerd met aanslagen op het budget. Soms worden redeneringen die dienden om kortingen door te voeren, gewoon een jaar later herhaald om weer te korten. Wij willen weten wat de minister wil met de universiteit, anders heeft het geen zin om aan een saneringsoperatie te beginnen. De raad van bestuur heeft, in omzichtige termen, gewaarschuwd het bijltje erbij neer te gooien als de aanslagen op het universitaire budget voortduren
Veerman: Wij willen eindelijk eens een einde maken aan sommige discussies. Daarom komt er een speciale commissie, met leden van ons en van het ministerie, die de financieringsgrondslag van de universiteit gaat vaststellen. De LUW zet in op volstrekte vergelijkbaarheid met de andere universiteiten. De bezuinigingen van komend jaar aanvechten heeft geen zin, meent Veerman, maar hij wil wel dat de bezuinigingen in de daaropvolgende jaren worden heroverwogen op basis van het onderzoek van de commissie
Rector prof. dr Cees Karssen heeft de minister erop gewezen dat voor Nederland unieke studierichtingen in hun voortbestaan kunnen worden bedreigd bij het implementeren van de bezuinigingen. Voordat daarover een besluit valt, wil Apotheker van dergelijke plannen op de hoogte worden gesteld
De Tweede Kamer maakte het Apotheker niet moeilijk in het debat over de LUW. Tijdens de tweede termijn besteedde de Kamer nauwelijks aandacht aan de bezuinigingen. CDA'er Agnes van Aardenne vroeg de minister nog wel te onderzoeken of er gezien de driehonderd buitenlandse studenten van de LUW een mogelijkheid was voor financiering uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. (KVe/SVk)
Opslag pinda's veroorzaakt wellicht leverkanker
Een betere opslag van pinda's kan mogelijk het aantal gevallen van leverkanker in Soedan terugdringen. Tot deze voorzichtige conclusie komt de inmiddels afgestudeerde student Voeding en gezondheid ir Mirjam Bakker in een scriptie over de relatie tussen de consumptie van pinda's en het voorkomen van leverkanker in Soedan
Bakker heeft over haar bevindingen een artikel geschreven, dat is geaccepteerd door het tijdschrift Nutrition and Cancer. Haar afstudeeronderzoek was onderdeel van een voorstudie voor het promotieonderzoek van de Soedenese PhD-student Ragaa Omer. Bakker is niet zelf in Soedan geweest, maar heeft daar verzamelde gegevens geanalyseerd
Pinda's zijn een belangrijke eiwitbron voor veel Soedanezen. Bij een slechte bewaarmethode produceren schimmels op de pinda's echter het uiterst giftige aflatoxine. Dit stofje kan leverkanker veroorzaken, een ziekte die relatief veel voorkomt in Soedan
Voor het onderzoek werden pindakaas en pinda's verzameld op verschillende markten in Soedan. De monsters zijn onderzocht op het aflatoxinegehalte. Vooral pinda's die opgeslagen waren geweest in vochtige lemen hutten bleken veel aflatoxine te bevatten. Verder werd bij een groep van 24 leverkankerpatienten en een controlegroep van 34 personen gevraagd naar de voedingsgewoonten, de pindaconsumptie en de bewaarmethode van de pinda's
Met behulp van de pindaconsumptie en de bewaarmethode heeft Bakker een index opgesteld om de vermoedelijke inname van aflatoxine weer te geven. Het lukte haar echter niet een verband te vinden tussen deze index en het voorkomen van leverkanker. Wel vond ze een overeenkomst tussen leverkanker en de bewaarmethode van pinda's. Vooral het opslaan van pinda's in vochtige lemen hutten leek riskant. Omer hoopt binnen een jaar te promoveren. (LKe)
Fusie onderzoekscholen M&T en Wimek van de baan
Bestuursleden van Milieuchemie en Toxicologie (M&T) en het Wagenings instituut voor milieu- en klimaatstudies (Wimek) hebben besloten af te zien van een fusie. In plaats daarvan gaan M&T en Wimek hechter samenwerken. De vorming van een Wageningse onderzoekschool Milieuwetenschappen kan nadelig uitwerken op de samenwerking met niet-Wageningse partners, oordelen de besturen
In M&T werken Wageningse, Nijmeegse en Utrechtse onderzoekers samen, terwijl Wimek in de onderzoekschool Sense ondermeer samenwerkt met de Amsterdamse universiteiten. Ook het voorstel om M&T en Sense te laten fuseren, is terzijde gelegd, omdat dit het evenwicht tussen het gamma- en beta-deel van Sense zou verstoren. Bovendien zou deze onderzoekschool zo groot worden dat het management spaak loopt en de integratie van onderzoeksactiviteiten in beide scholen wordt verstoord, oordeelden de bestuurders
Het samenwerkingsverband tussen M&T en Wimek, waarin ook de DLO-instituten deelnemen, zal volgens het bestuur een juiste basis zijn om het milieuprofiel van Wageningen UR uit te dragen. Het stelt vijf onderzoeksterreinen voor die de kern moeten vormen voor het samenwerkingsverband: klimaat, biodegradatie en biosynthese, ecotoxicologie, duurzame energieopwekking en milieutechnologie. Verder zijn M&T en Sense van plan om samen EU- en NWO-subsidies aan te vragen voor ecotoxicologisch onderzoek. (HBou)
Rietjens kandidaat M&T-directie

Biochemicus prof. dr Ivonne Rietjens is door de LUW voorgedragen als directeur van de onderzoekschool Milieuchemie en toxicologie (M&T). Zij volgt per 1 januari waarschijnlijk prof. dr Sjoerd Wendelaar Bonga op. Hij wordt decaan van de faculteit Natuurwetenschappen in Nijmegen
Rietjens is momenteel programmacoordinator binnen de onderzoekschool en deelt het directeurschap sinds september reeds met Wendelaar Bonga. De Wageningse voordracht moet nog worden goedgekeurd door de partners in de onderzoekschool, de universiteiten in Utrecht en Nijmegen. (ASi)
Verwelkingsziekte nog niet biologisch te bestrijden
Biologische bestrijding van verwelkingsziekte in gewassen als aardappel, aardbei, roos, tomaat en aubergine is nog niet mogelijk. Een op papier goede bestrijder levert in het veld nog te wisselende resultaten op. Dat concludeert dr Mario Nagtzaam, die 14 oktober promoveerde bij prof. dr Mike Jeger
De schade door verwelkingsziekte, veroorzaakt door Verticillium dahliae, is de laatste tien jaar toegenomen. Nagtzaam wijst verschillende oorzaken aan. Zo komen er steeds meer gevoelige gewassen in het vruchtwisselingsschema, zijn er veel waardplanten en kan de schimmel vele jaren in de grond overleven. Verwelkingsziekte wordt bestreden door chemische grondontsmetting en een andere vruchtwisseling; bovendien kennen enkele gewassen resistente rassen
Biologische bestrijding zou een goed alternatief zijn. De schimmel Talaromyces flavus leek goede papieren te hebben om de pathogene schimmel te bestrijden. Hij heeft een hoge weerstand onder ongunstige omstandigheden, leeft het liefst vlakbij de wortels en in de Verenigde Staten lijkt het een goede bestrijder te zijn van V. dahliae
In vitro en in klimaatkamers leek de bestrijder goed te werken. T. flavus verminderde de vitaliteit van de ziekteverwekker op afgestorven aardappelstengels. Bij toediening aan de grond verminderde de dichtheid van de ziekteverwekker met meer dan negentig procent. Ook in het veld werd de dichtheid aan V. dahliae in de plant minder door toediening van T. flavus. Bij een heel hoge dichtheid van de ziekteverwekker was echter geen afname waar te nemen. En al vond er minder kolonisatie door V. dahliae plaats, dat ging niet gepaard aan een hogere knolopbrengst. Deze wisselende resultaten brengen Nagtzaam tot de conclusie dat vervolgonderzoek eerst gericht moet zijn op de vraag onder welke omstandigheden de potentiele biologische bestrijder de ziekteverwekker wel tegenhoudt. (LeNo)
Fonds Wetenschapswinkel kan aanvragen niet aan
Het fonds Wetenschapswinkel van de LUW is door personeelstekort niet in staat het gestegen aantal onderzoeksvragen te bemiddelen. Hierdoor ontstaat een wachtlijst van aanvragen. De onlangs afgekondigde vacaturestop verhindert de Wetenschapswinkel iemand aan te trekken
Vorig jaar werd het personeel van de winkel met een kwart gereduceerd, als gevolg van een interne reorganisatie. Hierdoor zit de Wetenschapswinkel met een capaciteitstekort en komen aanvragen op een wachtlijst te staan
Voordat de raad van bestuur een vacaturestop afkondigde, was de Wetenschapswinkel extern op zoek naar een tijdelijke kracht. Sollicitatierondes binnen de universiteit en DLO leverden niemand op. Nu moet dit zoekproces worden stopgezet, hoewel de Wetenschapswinkel zelf de financiele middelen heeft om iemand aan te trekken. In de afgelopen drie jaar wist de winkel het jaarlijkse onderzoeksbudget voor minder draagkrachtige organisaties te verdubbelen door actieve fondsenwerving
De winkel vroeg om een ontheffing van de vacaturestop, maar deze aanvraag werd negatief beoordeeld. Volgens drs Hans van Kamp, hoofd Personeelszaken, voldoet de aanvraag niet aan de gestelde spelregels. De bedrijfsvoering komt niet in gevaar en er is geen sprake van een externe afspraak die de universiteit moet nakomen. Dit is een intern probleem van de directie Onderzoek, Onderwijs en Studentenzaken, waartoe Kennisbemiddeling behoort. Zij hebben meer personeel dan financiele middelen. Dat is door het tekort van de LUW onhoudbaar, dus de vacaturestop geldt ook voor hen, stelt Van Kamp. (PvdW)
We weten niet of biodiversiteit goed is voor ecosystemen
Wat is het belang van biodiversiteit voor de ecosystemen op aarde? Momenteel houden veel ecologen zich met die vraag bezig, vooral onder druk van politici, die willen zien of de wereldwijde noodkreet om het behoud van biodiversiteit gerechtvaardigd is. En ze zijn er nog niet uit, bleek op 12 oktober op een symposium van het Wageningse Centrum voor Ecologie
Verschillende sprekers toonden op basis van onderzoek aan dat biodiversiteit een positief effect heeft op essentiele processen in het ecosysteem, zoals plantengroei en afbraak van organisch materiaal. Maar de laatste spreker, de Brit David Hooper van Bellingham University, relativeerde deze vondsten. Het is prematuur om te zeggen dat biodiversiteit niet belangrijk is, maar we weten ook niet of biodiversiteit de motor is voor ecosystemen.
Volgens Hooper staan veel ecologen nog steeds met hun mond vol tanden wanneer gevraagd wordt naar de gezondheid van ecosystemen. We weten veel over specifieke kenmerken van het ecosysteem, zoals productiviteit, maar we kunnen niet zeggen: een grotere productiviteit of biodiversiteit maakt het ecosysteem gezonder.
Volgens een geneticus in de zaal stelden de symposiumgangers een vraag die onmogelijk kan worden beantwoord. Mijn vakgenoten vroegen zich tien jaar geleden af of grote genetische diversiteit gunstig is voor organismen. We kunnen niet stellen dat het altijd gunstig is. In sommige gevallen wel, in andere niet. Hooper: Ook in een ecosysteem is een toenemende diversiteit aan soorten niet altijd positief. Er zijn genoeg voorbeelden van invasies van soorten, waardoor de gezondheid van het ecosysteem achteruitgaat. Hooper pleit ervoor dat ecologen gaan werken aan een methode om de gezondheid van een ecosysteem te bepalen. Hier is grote behoefte aan. Omwonenden van Chesapeake Bay vragen bijvoorbeeld vaak aan biologen: hoe gaat het met de baai? Daarop willen ze een eenvoudig antwoord, net zoals de Dow Jones-index iets zegt over de economie. De Chesapeake Bay-index bestaat uit een hele reeks elementen, zoals het aantal oesters en krabben en de helderheid van het water. Die krijgen punten waarvan het gemiddelde de gezondheid van de baai weergeeft. De methode is simplistisch, maar het geeft ons een point of departure. Er bestaat nu eenmaal geen objectieve methode om de gezondheid van de natuur te bepalen. (HBou)
LUW-student wint prijs Unilever
Tien studenten krijgen op 23 oktober een prijs van vijfduizend gulden van Unilever Research in Vlaardingen. Een van hen is Jasper van der Gucht, student Moleculaire wetenschappen. Hij krijgt de prijs voor zijn studieprestaties bij het afstudeervak Fysische- en kolloidchemie
Unilever reikt de prijs sinds 1957 jaarlijks uit aan een tiental studenten in de chemie, biologie en werktuigbouwkunde. Op deze manier wil Unilever de technische wetenschappen stimuleren en het contact met de universiteiten onderhouden. Professoren van de verschillende universiteiten dragen een student voor
Volgens de hoogleraren Martien Cohen Stuart en Gerard Fleer van Fysische chemie en kolloidkunde heeft Van der Gucht de prijs verdiend omdat hij ondanks zijn onervarenheid op onderzoeksgebied zeer snel zelfstandig werkte. Hij onderzocht tussen september 1997 en maart 1998 de binding van zeepmicellen aan polymeerborstels, een volgens de literatuur nagenoeg onbetreden terrein. Hij boekte al snel goede resultaten en ontwikkelde zich tot een waardige gesprekspartner. De vijfduizend gulden bewaart Van der Gucht voor zijn stage naar Australie. In januari gaat hij in Adelaide onderzoek doen aan metaaloxiden. (PvdW)
Onderzoek naar snelle realisatie MINAS-eindnormen
Nieuw onderzoek moet aantonen hoe melkveehouders binnen drie jaar de einddoelstellingen voor verlies aan stikstof en fosfaat kunnen halen. Het onderzoek zal plaatsvinden op twaalf melkveebedrijven. Ze krijgen intensieve begeleiding. Mest, grond en gewassen worden geanalyseerd en ook de economische kant wordt in de gaten gehouden. Diverse onderzoekinstellingen werken mee aan het onderzoek, waaronder heAB-DLO, het LEI-DLO en het Proefstation voor de Rundveehouderij. Financiele ondersteuning komt van VROM, LNV, landbouworganisaties en provincies
De landbouw worstelt met de maximaal toegestane verliezen aan stikstof en fosfaat. Deze normen, die gelden bij het mineralenaangiftesysteem (MINAS), worden tot 2008 of 2010 steeds strenger. Velen denken dat de normen niet te halen zijn zonder een groot verlies aan inkomen of een grote achteruitgang in bodemvruchtbaarheid. Er loopt een aantal projecten in Nederland waarbij bedrijven kijken hoe ver ze de verliezen kunnen terugdringen zonder grote problemen. Vaak willen de bedrijven zo aantonen dat de eindnormen die de overheid stelt niet haalbaar zijn
Het nieuwe onderzoek kiest voor een radicaal andere aanpak. Onderzoeker Frans Aarts van het AB-DLO: Wij kiezen voor een positieve insteek. We kijken niet hoever we kunnen komen, we realiseren het gewoon.
De voorbereidingen voor het onderzoek zijn in mei begonnen. Onlangs riepen de organisatoren in een advertentie melkveehouders op zich aan te melden. Het Centrum voor Landbouw en Milieu, ook bij het project betrokken, maakt een profielschets van de bedrijven. De bedrijven die uiteindelijk geselecteerd worden, moeten representatief zijn voor een grote groep bedrijven. (LeNo)
EU-desk gaat subsidiepotten in de gaten houden
Een EU-desk met zes parttime medewerkers gaat de onderzoekers van Wageningen UR op de hoogte houden van EU-programma's. Het wordt een virtuele desk; de medewerkers, die verspreid over DLO en de Landbouwuniversiteit werken, houden hun eigen werkplek
De EU-desk moet onderzoekers zo vroeg mogelijk informeren over mogelijkheden om onderzoeksvoorstellen in te dienen. Dit wordt in de toekomst belangrijker omdat de EU vaker werkt met ad hoc calls: wanneer ergens een probleem speelt, volgt een oproep om voorstellen in te dienen. De tijd die onderzoekers dan nog hebben om contacten te leggen met andere instellingen is vaak erg kort. Daarom is het belangrijk dat wij zo vroeg mogelijk weten dat er een call komt, vertelt deskmedewerker Baukje Stol
De EU-desk functioneert in de praktijk al, alleen is de bezetting nog niet compleet. Het is de bedoeling dat de medewerkers zich specialiseren in een van de thema's van het vijfde kaderprogramma. Vroeger was er een speciaal landbouwprogramma. Nu is het minder duidelijk waar onderzoekers van Wageningen UR terecht kunnen met hun onderzoeksvoorstellen. (LKe)
Waterverdeling is politiek spel in Indiaas irrigatiestelsel
Een politiek spelletje. Zo is de waterverdeling in het Tungabhadrea Left Bank Canal-irrigatiesysteem in het Indiase district Raichur het beste te omschrijven. Dat blijkt uit het onderzoek waarop dr ir Peter Mollinga 16 oktober promoveerde
Mollinga, universitair docent bij de leerstoelgroep Tropische cultuurtechniek, beschrijft in zijn proefschrift On the Waterfront hoe het irrigatiesysteem de landbouw in de regio heeft veranderd. Hij besteedt veel aandacht aan de manier waarop de waterverdeling tot stand komt. Die verdeling is oneerlijk. Zo profiteren grote boeren, die dicht bij het irrigatiekanaal zitten, onevenredig veel van het water. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, speelt corruptie hierbij nauwelijks een rol. Er is niet zoiets als een informele watermarkt, zegt Mollinga. Corruptie is er wel, maar dan bijvoorbeeld bij het onderhoud van het kanaal.
Belangrijk is wel de rol van politici bij de verdeling van het water. Voor herverkiezing hebben politici de steun van grote boeren nodig. Niet in het minst omdat die boeren veel invloed hebben op het stemgedrag van kleine boeren, die van hen afhankelijk zijn voor werk en krediet
Donoren houden zich graag verre van de politiek, weet Mollinga. Onterecht. Wil je bereiken dat het water eerlijker wordt verdeeld, dan moet je het spelletje weten te spelen. (LKe)
Nieuwsfoto, Doctor Jazz
Geen extraatje voor kopzorgen over morgen

De LUW gaat geen extra geld uittrekken om studenten te stimuleren mee te doen aan de prijsvraag Geen kopzorgen over morgen. De technische universiteit in Delft beloont elke student met een serieus plan met duizend gulden en ook de universiteiten in Utrecht en Twente hebben geld uitgetrokken om hun studenten te stimuleren deel te nemen aan de prijsvraag. Rector prof. dr Cees Karssen had graag gezien dat er flink wat Wageningse studenten aan de prijsvraag meedoen, maar wil zich vlak voor de deadline van de prijsvraag (31 oktober) niet meer mengen in de ratrace tussen de universiteiten
De prijsvraag is uitgeschreven door het rectorencollege, dat dit jaar honderd jaar bestaat. Studenten kunnen een beurs van twintigduizend gulden winnen om te gaan studeren in het buitenland. Vooral de Delftse stimulans heeft succes: tachtig procent van de inzenders komt uit Delft. (KVe)
HAO snijdt in opleidingenaanbod

Het Hoger Agrarisch Onderwijs heeft het aantal opleidingen teruggebracht van 26 naar 14. Het nieuwe aanbod is van kracht vanaf het studiejaar 2000-2001. Dan zullen bijvoorbeeld de huidige zeven lerarenopleidingen fuseren tot een opleiding kennisoverdracht. Zeven typische landbouwopleidingen gaan op in drie nieuwe richtingen: plantaardige productie, dierlijke productie en rurale ontwikkeling. De economische opleidingen agrarische bedrijfskunde, internationale agrarische handel en agro-logistiek zullen fuseren tot de nieuwe opleiding agro-bedrijfskunde
De reductie is onderdeel van een plan om het aantal opleidingen in het gehele hbo terug te dringen. Door een mislukte discussie over consortiumvorming tussen de zes agrarisch hbo-instellingen liep het onderwijsplan een jaar vertraging op. (KVe)
Prijs voor model duurzame bollenteelt
Een team van vier onderzoekers van de voormalige vakgroep Theoretisch Productie Ecologie (TPE) en het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) heeft de publicatieprijs 1997 gekregen van de C.T. de Wit Onderzoekschool voor Productie Ecologie. Het winnende artikel beschreef een model voor een duurzame bollenteelt en is gepubliceerd in het European Journal of Plant Pathology. De prijs bestaat uit duizend gulden, te besteden aan PE-onderzoek. We weten het nog niet precies. Misschien software of een boek, vertelt dr ir Walter Rossing, een van de auteurs
Het bijzondere van dit onderzoek is dat theorie en praktijk samenvallen. De Wetenschapswinkel had de vraag gekregen of en hoe het mogelijk is de bollenteelt milieuvriendelijker te krijgen. Bollentelers en milieufederaties konden het daarover niet eens worden. TPE had juist op dat moment een model gereed dat ze op deze vraag kon loslaten. Alle belangrijke zaken van de bedrijfsvoering pasten daarin: inkomen, stikstofoverschot, pesticidegebruik, arbeid en hoeveelheid beschikbaar land. Vervolgens werden doelen vastgesteld, zoals het maximale pesticidegebruik en de maximale hoogte van het stikstofoverschot. Daaruit is af te leiden hoe hoog het inkomen dan wordt. Het belangrijkste vindt Rossing echter dat het model de perceptie veranderde over wat de mogelijkheden zijn voor een milieuvriendelijker bedrijfsvoering. Zo was iedereen verbaasd dat een verruiming van de rotatie met een extra gewas de bodemgezondheid sterk bevorderde zonder dat dat ten koste ging van het inkomen
Het theoretische model had zo'n succes dat geselecteerde bollentelers nu in de praktijk gaan proberen milieuvriendelijker te werken. (LeNo)
Werkgelegenheid in landbouw neemt weer toe
In april 1998 werkten tienduizend mensen meer in de land- en tuinbouw dan een jaar eerder. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De toename van arbeidskrachten is vooral groot in de tuinbouwbedrijven. In de veehouderij daalt het aantal werknemers
De afgelopen decennia daalde het aantal werkenden in de land- en tuinbouw van 340 duizend in 1970 tot 276 duizend in 1995. In 1996 was voor het eerst een lichte stijging te zien tot 282 duizend arbeidskrachten. In 1997 bleef het aantal gelijk
Volgens ing. Cornelis Pierik van het CBS is de stijging in de tuinbouw toe te schrijven aan schaalvergroting: er is 250 hectare glastuinbouw bijgekomen. Ook is het aantal werkenden in deeltijd sterk toegenomen. Je hebt niet zo veel opleiding nodig om tomaten te kunnen plukken, aldus Pierik
De daling van het aantal werknemers in de veehouderij is sinds 1970 significant, omdat het aantal bedrijven afneemt. Nog steeds stoppen per dag ongeveer acht bedrijven met hun werkzaamheden, stelt Pierik. Voor de pluimveesector verwacht hij volgend jaar een toename in werk, omdat dit jaar veel bouwvergunningen werden afgegeven voor deze sector. De varkenshouderij zou de groei in de veehouderij weer eens teniet kunnen doen, omdat veel bedrijven zullen sluiten als gevolg van de problematiek rond de varkenspest, verwacht Pierik
Op dit moment komt 29 procent van de 292 duizend arbeidskrachten in de land- en tuinbouw van buiten het gezin. In 1975 was dit nog 12 procent. Deze ontwikkeling is inherent aan de groei van de tuinbouwbedrijven, legt Pierik uit. De bedrijven worden steeds groter, gezinnen steeds kleiner. (MBe)

Re:ageer