Wetenschap - 17 september 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Achteruitgang natuur zet door
In het afgelopen jaar is de biodiversiteit in Nederland verder afgenomen. Met name de planten- en diersoorten in vochtige milieus, zoals broedvogels en zoetwatervissen, gaan achteruit. De belangrijkste oorzaak is de voortdurende verzuring en verdroging. De overheid ligt achter op schema bij het begrenzen en uitbreiden van natuurgebieden. Dit blijkt uit de Natuurbalans 1998 van het RIVM en het Staring-Centrum
De gebieden waar de verdroging en verzuring het hardste toeslaat, zijn heide- en duingebieden, veengronden, moerassen en kwelders. De verdroging wordt in de duinen voornamelijk veroorzaakt door de onttrekking van grondwater voor drinkwaterwinning, waardoor moerassen opdrogen en vele vogels hier niet kunnen overleven. Onder de zoogdieren zijn de otter en diverse muizensoorten het slachtoffer geworden van waterverontreiniging en het afsterven van waterplanten. Ook het verdwijnen van bijna dertig procent van het aantal zoetwatervissen is hieraan gerelateerd
De verzuring wordt vooral veroorzaakt door de aanvoer van stikstof uit het verkeer en de landbouw. Ondanks allerlei milieumaatregelen is de stikstofdepositie nagenoeg constant gebleven, op een niveau dat vier keer hoger ligt dan het kritische niveau voor de meeste vegetatiesoorten
Met name de pogingen van de overheid om de stikstofemissie door de landbouw te verminderen, zijn het afgelopen jaar spaak gelopen. Veel boeren hebben de taak gekregen de emissie van ammoniak uit mest te beperken door middel van allerlei technische maatregelen, zoals mestinjectie en het onderploegen van mest. Volgens Ir Joop Steenvoorden van het Staring-Centrum zijn in meer dan de helft van de gevallen de maatregelen niet goed uitgevoerd. Veel boeren wachten een of twee dagen totdat ze de mest onderploegen in de bodem. Dan is echter de helft van de ammoniak al de lucht in gegaan. Ook gebeurt de injectie van mest in de bodem niet netjes genoeg.
Het belangrijkste onderdeel van het natuurbeleid is het realiseren van een ecologische hoofdstructuur (EHS), een aaneengesloten netwerk van natuurgebieden. De bedoeling is dat een uitgebreid en minder versnipperd natuurgebied een betere basis vormt om problemen als verdroging en verzuring aan te pakken en zodoende de natuurkwaliteit te verbeteren. Veel van de taakstellingen die de overheid in dit verband heeft geformuleerd, worden echter niet gehaald. De begrenzing van de EHS, die eind 1998 gereed zou moeten komen, loopt waarschijnlijk een vertraging op van drie tot vijf jaar
Eind 1997 was zeventig procent van de EHS begrensd. Vier provincies hebben de begrenzing van de EHS stopgezet als gevolg van de onzekerheid die is ontstaan door de voorstellen tot reconstructie van de varkenshouderij. Van de voorgestelde samenhang van natuurgebieden is nog weinig terechtgekomen: veel natuurgebieden zijn iets uitgebreid, maar er zijn geen natuurgebieden groter dan tweeduizend hectare bijgekomen
Een groot probleem in de komende jaren is de verwerving van nieuwe gronden. Bij de huidige grondprijzen heeft de overheid een tekort van 1,8 miljard gulden voor grondverwerving. Met name in de provincies Utrecht en Limburg is er weinig grond beschikbaar. Daar komt bij dat een kwart van de reeds verworven gronden op dit moment niet bijdraagt aan natuurontwikkeling, omdat ze niet aansluiten bij een bestaand natuurgebied
Ook de uitbreiding van de bossen ligt achter op schema. In 1997 werd slechts twintig procent van de taakstelling gehaald. De doelstelling om multifunctioneel bos te creeren is wel gehaald: tachtig procent van het bos heeft nu de functies recreatie, houtproductie, landschap en natuur en het overige deel heeft een hoofdfunctie natuur gekregen. (HBou)
Speelman vraagt om uitstel onderwijsfusies
Onderwijsdirecteur prof. dr ir Bert Speelman wil een jaar extra tijd voor het bedenken van een nieuw opleidingenaanbod voor de LUW. Hij heeft de vereniging van universiteiten (VSNU) om uitstel gevraagd, zodat de onderwijsinstituten Omgevingswetenschappen en Technologie en voeding hun plannen voor brede basisopleidingen kunnen uitwerken
De VSNU stelde in juni voor het aantal opleidingen van de LUW terug te brengen van achttien naar twaalf. Dat voorstel paste in een plan om het aantal opleidingen aan de Nederlandse universiteiten met de helft terug te brengen
Het instituut Technologie en voeding denkt na over een brede BSc-opleiding waarin de vier studierichtingen Voeding en gezondheid, Levensmiddelentechnologie, Bioprocestechnologie en Moleculaire wetenschappen samenwerken. Volgens secretaris drs Bert van den Ende van het instituut zou een snelle fusie de plannen van het instituut doorkruisen Het zou uitermate onwenselijk zijn om nu inderhaast richtingen te fuseren om dan later met een heel nieuw plan te komen.
Het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen besprak het plan voor een brede opleiding op 14 september met de voorzitters van de betrokken studierichtingscommissies. Ook zij waren slecht te spreken over de haastige fusieplannen. Het zou belachelijk zijn om binnen een maand met een nieuw opleidingenaanbod te komen. Dat zou onze plannen voor onderwijsvernieuwing lelijk in de wielen rijden, zegt secretaris Liesbeth van der Linden. Het onderwijsinstituut adviseert het college van bestuur om niet akkoord te gaan met het VSNU-voorstel voor het opleidingenaanbod. Dat is duidelijk opgesteld door iemand die geen verstand had van de Wageningse opleidingen. Wij vragen het college om op basis van bestaande overlap in de propedeuses en de studenteninstroom een nieuw schema op te stellen.
De VSNU neemt over een paar weken een besluit over het opleidingenaanbod van de universiteiten. Speelman is na gesprekken met ambtenaren van de VSNU hoopvol dat het verzoek om uitstel wordt ingewilligd. (KVe)
Nieuwsfoto, Veluweloop
Gammasamenwerking krijgt handen en voeten
De experimenten met samenwerking binnen de gammawetenschappen vorderen. De WUR-directieraad Gammawetenschappen, die onder leiding staat van prof. dr ir Vinus Zachariasse, heeft ingestemd met de instelling van een centrum voor Techniek en Technologie Assessment, waarin dr Bart Gremmen van de leerstoelgroep Toegepaste filosofie en dr Freek de Meere van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO) zullen samenwerken. Het centrum richt zich op de wisselwerking tussen maatschappelijke vraagstukken en technische en technologische wetenschappen
Andere concrete plannen zijn de fusie van het Centrum voor Ketenstudies van LUW met het Coordinatiepunt voor Ketenvraagstukken van het LEI-DLO, en de inrichting van een elektronische conferentieruimte in het LEI-DLO en de LUW. Zachariasse: Nu huren we ruimte bij TNO en de PTT. De electronic meetingroom zal gebruikt worden voor onderzoek, maar ook voor de onderlinge communicatie.
Zachariasse wil de komende tijd ideeen van medewerkers horen. We willen kijken welke organisatievorm een goed vehikel is om de samenwerking naar buiten toe vorm te geven. We willen duidelijk voor de individuele medewerker. Er komt een lijstje met criteria waaraan experimenten moeten voldoen en we gaan een enquete houden onder alle gammawetenschappers binnen WUR. Daarnaast willen we vijf workshops houden met medewerkers van LUW, LEI-DLO en andere kenniseenheden.
De bezuinigingen die LUW treffen, zullen geen gevolgen hebben voor de plannen, verwacht Zachariasse. We hebben het over een kernactiviteit binnen WUR. De gelden zijn toegezegd. Hij moet zorgdragen dat het geld niet te snel wordt uitgegeven. Twee miljoen lijkt een heleboel, maar we hebben een voorstel voor een experiment dat zeven ton kost, dus dan gaat het snel. (MWo)
Betere houdbaarheid van koffiezaden
Bij kieming van zaad wordt eerst het DNA verdubbeld de cellen gedeeld; pas daarna gaat de kiem groeien. Dus nog voordat we met het oog kunnen zien dat een zaad kiemt, zijn er allerlei processen in het zaad actief. Met biochemische en immunocytochemische technieken is het mogelijk om deze processen zichtbaar te maken en daarmee zijn goede indicatoren gevonden voor het op gang komen van de kieming. Dat blijkt uit het proefschrift van Renato de Castro, die 11 september bij prof. dr Cees Karssen promoveerde. De Castro verrichte zijn onderzoek op het veredelingsinstituut CPRO-DLO, in samenwerking met de Agricultural University of Lavras in Brazilie
De Castro concludeert in zijn proefschrift dat het mogelijk is om zaden die al bezig zijn met DNA-synthese voorafgaand aan de kieming, weer in kiemrust te brengen door ze te behandelen met ver-rood licht. Het kunstmatig opleggen van kiemrust biedt mogelijkheden om zaden die normaal na de oogst slechts kort levensvatbaar blijven, alsnog houdbaar te maken. Verder kiemen zaden die allemaal op hetzelfde moment in kiemrust zijn gegaan, waarschijnlijk gelijktijdiger
Een van de plantensoorten waarbij de korte levensduur van zaden een probleem is, is koffie. Op dit moment wordt voor koffie vaak nog gebruik gemaakt van dure opkweekmethodes. De komende jaren hoopt De Castro de in Wageningen ontwikkelde technieken te gebruiken om in Brazilie de zaadkwaliteit van koffie te verbeteren. (MS)
Financiering onderzoek buiten onderzoekscholen loopt af
Er komt geen opvolger van de vaste commissie wetenschappen die over onderzoeksbeleid en -financiering adviseerde aan het college van bestuur. Dr Dick van Zaane, directeur Onderzoek van Wageningen UR, wil de adviestaken elders neerleggen. Vooral de onderzoekscholen, geadviseerd door hun internationale wetenschappelijke adviesraden, gaan een sterke stempel drukken het onderzoeksbeleid en de financiering. Deze scholen gaan de aio-projecten beoordelen, iets wat de vcw vroeger deed
Onderzoeksgroepen die nu nog onderzoeksgeld uit de voorwaardelijke financiering krijgen en niet in een erkende onderzoekschool zitten, moeten daar zo snel mogelijk aansluiting bij zoeken, volgens Van Zaane. Hun financiering loopt per 1 januari af en vanaf dan financiert de universiteit alleen nog maar onderzoekscholen. De raad van bestuur heeft besloten deze onderzoekers, zo'n tien procent van alle LUW-onderzoekers, volgend jaar nog wat extra tijd en financiering te geven om aansluiting bij een school te zoeken
Binnenkort stelt de raad van bestuur voorwaarden vast voor aansluiting bij onderzoekscholen buiten de LUW. We moeten voorkomen dat er te veel versnippering optreedt, dat de LUW voor enkele tienden van een formatieplaats in een onderzoekschool komt. Verder willen we de samenwerking toetsen aan onze strategische visie, vertelt Van Zaane
Hij wil ook de voorzitters van de onderwijsinstituten en de hoogleraar-directeuren van de departementen regelmatig om advies vragen, evenals de strategie-werkgroep van de raad van bestuur. Van Zaane gaat ervan uit dat de directeuren hun voorstellen met medewerkers en studenten gaan bespreken, waardoor er toch breed in de organisatie kan worden meegedacht over de keuzes in het onderzoeksbeleid. Voor advies over ethische zaken komt er binnenkort een ethische commissie, die volgens de wet moet worden ingesteld
Ook wil de onderzoeksdirecteur de directeuren van de onderzoekscholen laten adviseren over het flexibele deel van hun financiering. Onderzoekscholen krijgen na afloop van hun eerste KNAW-erkenning namelijk maar 75 procent van hun onderzoek gegarandeerd. De rest kunnen ze verwerven in onderlinge competitie. Van Zaane gaat proberen of de directeuren adviezen kunnen maken die in het belang van de hele instelling zijn. Of dit echt werkt zal afhangen van hoe sterk iedereen naast zijn eigen belang het algemeen WUR-belang voorop zet.
Ik ben benauwd om nog meer adviesgroepen in het leven te roepen. We gaan kijken hoe het werkt met deze gremia. Pas als er problemen ontstaan, wil Van Zaane nadenken over andere adviesgroepen. (MS)
LUW gebruikt minder proefdieren

De Landbouwuniversiteit heeft vorig jaar 37 procent minder proefdieren gebruikt dan in 1996. Het aantal is gedaald van 21.628 naar 13.508. Dat blijkt uit het jaaroverzicht van de sectie dierproeven van de Veterinaire Inspectie
Vissen vormen met ruim 6600 exemplaren de grootste groep onder de proefdieren, gevolgd door kippen (2053), muizen (2006), varkens (1531) en ratten (1267). Volgens het hoofd van de proefdieraccomodatie van Zodiac, ing. Peter Mekking, is de daling van het aantal proefdieren waarschijnlijk incidenteel. Door de varkenspest viel Wageningen enkele maanden onder een vervoersverbod voor varkens. Er konden toen geen nieuwe varkens worden aangevoerd
Jo Haas van het centrum voor kleine proefdieren ziet het aantal gebruikte ratten en muizen wel structureel afnemen. De dieren worden intensiever gebruikt, we doen meer analyses per dier. De onderzoekers die ratten en muizen gebruiken, leggen steeds vaker een canule aan, een buisje waardoor zij zonder operatie in staat zijn inwendig bloed of ander lichaamsvocht af te tappen. Daardoor kunnen onderzoekers vaker meten; dieren hoeven niet elke keer onder narcose. Door canules in te brengen, wordt het gebruik van controledieren vaak ook overbodig. Door over langere tijd te meten, kan het dier als zijn eigen controle worden gebruikt
Landelijk nam het aantal gebruikte proefdieren in 1997 af met 3,8 procent tot ruim zevenhonderdduizend. Het aantal gebruikte ratten, apen en katten nam af. Muizen, cavia's, konijnen en geiten werden vaker gebruikt voor dierproeven. (KVe)
Nieuwsfoto, Koningin opent nieuwe gebouwen
LUW levert eenderde dissertaties ontwikkelingssamenwerking
De Landbouwuniversiteit Wageningen levert een derde deel van de dissertaties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, ontwikkelingslanden en ontwikkelingsbeleid. Eenderde deel van dat LUW-aandeel wordt door buitenlandse studenten geproduceerd. Dat blijkt uit een overzicht dat de Stafeenheid Strategische Beleidsorientatie (BSO/OC) van het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft samengesteld
Op de lijst staan de ontwikkelingsdissertaties van de laatste tien jaar. De LUW is koploper en staat met 224 van de in totaal 670 titels ver voor op de Universiteit van Amsterdam, runner up met 90 titels. De lijst maakt onderdeel uit van een nieuw beleid van het ministerie, dat is gericht op meer gebruik van onderzoeksresultaten
Beleidsmedewerker drs Tjarda Muller van BSO/OC is huiverig om te reageren op de ranglijst. Bij het maken van de lijst ging het ons niet om het opstellen van een ranglijst, maar om het toegankelijk maken van promotieonderzoek. BSO/OC zocht zelf naar dissertaties en schreef promotoren en bibliotheken aan
  • 2 = Landbouwuniversiteit 224
  • 2 = Universiteit van Amsterdam 90
  • 2 = Rijksuniversiteit Leiden 78
  • 2 = Universiteit Utrecht 67
  • 2 = Vrije Universiteit 63
  • 2 = Kath. Universiteit Nijmegen 59
  • 2 = Erasmus Universiteit Rotterdam 24
  • 2 = Institute of Social Sciences 16
  • 2 = Rijksuniversiteit Groningen 14
  • 2 = Universiteit Twente 13
  • 2 = Technische Universiteit Delft 11
  • 2 = Katholieke Universiteit Brabant 8
  • 2 = Universiteit van Maastricht 2
  • 2 = IHE-Delft 1
  • 2 = Totaal 670
    De lijst is opgesteld ter voorbereiding van twee studiedagen die het ministerie in maart en juni hield om zicht te krijgen op promotieonderzoek met mogelijke beleidsrelevantie op het terrein van ontwikkeling. Met de informatie hieruit wil het ministerie de communicatie met onderzoekers bevorderen. Muller hoopt dat eind dit jaar het verslag van de twee studiedagen en de definitieve lijst met dissertaties en samenvattingen gereed is. (MWo)
    Tantes hebben veel macht in Zimbabwe
    Vrouwen in Zimbabwe hebben veel meer macht dan de conventionele gendertheorieen, die vrouwen vaak afschilderen als slachtoffer van patriarchale familiestructuren, doen vermoeden. Dit blijkt uit het proefschrift van dr ir Carin Vijfhuizen, die op 29 september promoveert bij prof. dr Norman Long
    Vijfhuizen woonde twee jaar tussen de Ndau in het dorpje Manesa in het Chipinge-district in Zimbabwe. Ze ontdekte dat vooral de zogenaamde tantes zeer invloedrijk zijn. Tantes worden geraadpleegd bij allerlei conflicten en spelen dan een belangrijke bemiddelende rol. Volgens Vijfhuizen is de heersende opvatting in de literatuur dat de Ndau-mannen de belangrijkste onderhandelaars zijn binnen de sociale structuren. Ten onrechte, vindt Vijfhuizen, want in de praktijk is de onderhandelaar vaak een vrouw
    Bijna iedere vrouw in de Ndau-samenleving beschikt over de status van tante, doordat haar broer of zijn kinderen zijn getrouwd. Een tante ondersteunt over het algemeen haar broers, bijvoorbeeld bij conflicten over de betaling van de bruidsprijs of bij een echtscheiding. Op haar beurt kan een tante rekenen op de hulp van haar broers
    Vrouwen in Zimbabwe beschikken bovendien over de nodige financiele middelen. De opbrengst van gewassen als pinda's en groenten die zij op kleine veldjes telen, kunnen ze volgens Vijfhuizen naar eigen goeddunken besteden. Over de opbrengst van de grootschalige gewassen beslissen de vrouwen meestal samen met hun echtgenoot. Dat geld wordt volgens de promovenda vaak besteed aan collectieve gezinsuitgaven zoals het schoolgeld of de huur van een veld in een irrigatiestelsel. (LKe)
    Voorlichting LUW moet onder de loep
    Wageningen UR heeft wel degelijk een gezamenlijk streven: het aantrekken van zoveel mogelijk geinteresseerde eerstejaars en daarnaast het geven van goede voorlichting aan deze potentiele eerstejaars. Dat zegt onderwijsdirecteur Bert Speelman in reactie op de uitspraak van ir Robert Blom dat de onderwijstak van Wageningen UR een gezamenlijke doelstelling mist. Blom, tot voor kort directeur Infrastructurele voorzieningen, deed deze uitspraak in een interview met het Gelders Dagblad naar aanleiding van zijn vertrek bij de LUW
    Speelman is het wel eens met Blom dat de LUW en de stad Wageningen moeten streven naar meer eerstejaars. De universiteit heeft weliswaar een redelijk stabiel aantal eerstejaars, maar het aantal inschrijvingen aan de LUW gaat relatief achteruit ten opzichte van de andere universiteiten in Nederland. Dat stemt Speelman ontevreden. Hij meent dan ook dat de huidige manier van voorlichten eens goed geevalueerd moet worden. De voorlichting verloopt nu al een flink aantal jaar prima, maar met de veranderende tijden doet de LUW er goed aan te bekijken of het niet anders kan. Daarbij denk ik niet alleen aan een andere wijze van voorlichten, maar ook aan een ander tijdstip en een andere plaats.
    Zo meent Speelman dat de voorlichtingsdagen misschien niet meer als vanouds op De Dreijen gehouden moeten worden en niet meer in november, maar op een tijdstip dat de terrasjes in Wageningen vol zitten. Daarnaast vindt hij dat de voorlichting voor middelbare scholieren meer aandacht moet geven aan de mogelijkheden binnen Wageningen op het gebied van teleleren met behulp van Internet en multimedia. We moeten ook niet vergeten dat Wageningen niet alleen een goede universiteit heeft, maar dat er ook een groot instituut zoals DLO gevestigd is.
    Speelman zit vol ideeen over een andere voorlichting. We zouden studenten en alumni bij de voorlichting kunnen betrekken. Zij kunnen een beeld schetsen van het studentenleven en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. De directeur schat dat de huidige voorlichting in het najaar onder de loep wordt genomen
    Piet Aben, hoofd van de afdeling Voorlichting, is het niet eens met Blom dat er meer eerstejaars moeten komen. We hebben momenteel een marktaandeel van drie procent van het totaal aantal Nederlandse studenten. Dat is genoeg om aan de maatschappelijke vraag naar specialisten te voldoen. Dat evenwicht moet je niet verstoren door te streven naar zoveel mogelijk eerstejaars.
    Aben meent ook dat de voorlichting genoeg aandacht schenkt aan de Wageningse mogelijkheden op het gebied van Internet en multimedia. Het is niet nodig om daar extreem veel aandacht aan te besteden, want we hebben niet veel meer mogelijkheden dan andere studentensteden. (PvdW)
    Hoogendoorn hoofd onderzoekstrategie DLO

    Dr ir Coosje Hoogendoorn is met ingang van 1 december 1998 benoemd tot hoofd van de stafafdeling Onderzoekstrategie van centraal DLO. Zij volgt dr ir Peter Booman op, die momenteel verandermanager van het stafbureau van Wageningen UR is
    Hoogendoorn is hoofd van de onderzoeksafdeling Akkerbouw- en voedergewassen van het Centrum voor plantenveredelings- en reproduktieonderzoek (CPRO-DLO) en geeft leiding in diverse afdelings- en instituutsoverschrijdende onderzoeksprojecten. Daarnaast heeft zij brede ervaring in internationale onderzoeksprojecten en met acquisitie van onderzoeksopdrachten. (MS)
    DLO krijgt negentien miljoen meer, maar moet bezuinigen
    De Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) ontvangt de komende jaren negentien miljoen gulden meer in vergelijking met de begroting van vorig jaar. De extra inkomsten hebben te maken met de verzelfstandiging en compenseren kosten. Vanaf 2000 krijgt DLO een korting van vijf miljoen, vanwege het regeerakkoord. Zo'n korting betekent dat het ministerie zijn onderzoeksvraag ter waarde van vijf miljoen moet beperken, verklaart financieel directeur drs Peter van der Jagt van DLO
    Komend jaar ontvangt DLO maar liefst 713 miljoen gulden van LNV, maar dit bedrag wordt vertekend door de lening van het ministerie aan DLO voor de aankoop van de gebouwen (298 miljoen) en de eenmalige gebouwensubsidie van bijna tachtig miljoen. Vanwege de BTW-problematiek - DLO dient BTW af te dragen over de onderzoeksopdrachten van het ministerie - ontvangt de dienst de komende jaren 38 miljoen per jaar meer. Daar staat echter een korting tegenover van dezelfde grootte vanwege een andere rekenmethode van het ministerie in verband met de verzelfstandiging
    Voorts verhoogt het ministerie het onderzoeksbudget van DLO de komende jaren met 13,2 miljoen gulden, zodat de dienst de tarieven niet hoeft te verhogen om de lening voor de gebouwen af te betalen. En het ministerie verhoogt het DLO-budget eenmalig met 7,5 miljoen en structureel met vijf miljoen om de reorganisaties bij DLO te bekostigen. Tot slot ontvangt de dienst een miljoen gulden meer voor vaste lasten. Per saldo neemt de begroting van DLO daarmee tot 2002 met zo'n negentien miljoen gulden toe
  • KOP3 = DLO-onderzoeksprogramma Bedrag 1999Verschil met 1998
  • 3 = Gewasbescherming10,0+0,1
  • 3 = Plantenveredeling12,5+0,8
  • 3 = Diergezondheid33,0+2,4
  • 3 = Fokkerij2,1-1,9
  • 3 = Veevoeding5,4+0,2
  • 3 = Bodembeheer9,9-0,7
  • 3 = Milieu11,6-0,5
  • 3 = Inr. landelijk gebied12,8+1,9
  • 3 = Natuurontwikkeling23,7+0,3
  • 3 = Toerisme2,3-0,8
  • 3 = Productveiligheid15,8+0,7
  • 3 = Kwaliteit plantaardig14,4+0,2
  • 3 = Kwaliteit dierlijk3,2+0,1
  • 3 = Sociaal-economisch21,5+1,7
  • 3 = Techniek6,7-0,5
  • 3 = Arbeidsomstandigh.1,2-0,1
  • 3 = Tweede/derde wereld5,9+0,7
  • 3 = Overig visserij4,0+0,3
  • 3 = Overige projectfin.12,5+8,3
  • 3 = Totaal208,6+14,6
    LNV trekt volgend jaar 208 miljoen uit voor de onderzoeksprogramma's van de instituten, ruim veertien miljoen meer dan dit jaar. (ASi)
    Minder geld voor technologische topinstituten
    Er komt minder geld voor technologische topinstituten, blijkt uit de begroting van het ministerie van Economische Zaken. EZ verlaagt het budget voor de topinstituten, 55 miljoen per jaar, in 2000 en 2001 met 2,5 miljoen en in 2002 met vijf miljoen. Dit heeft geen consequenties voor de vier bestaande topinstituten, waaronder het Wageningen Centre for Food Sciences. Zij krijgen nog steeds de beloofde elf miljoen per jaar
    Volgens een woordvoerder van EZ is de korting op het budget mogelijk, omdat slechts vier in plaats van vijf tti's zijn opgericht. Nu in 2002 vijftig miljoen overblijft, is er nog steeds ruimte om na evaluatie bestaande technologische topinstituten meer financiering te geven of nieuwe initiatieven te subsidieren, aldus de woordvoerder. Volgend jaar wordt nog niet bezuinigd op het budget voor de technologische topinstituten, omdat EZ reeds geld heeft toegezegd aan een centrum voor verkeer en vervoer en voor duurzame energie
    Uit de begroting van Economische Zaken blijkt verder dat minister Jorritsma tot 2002 tachtig miljoen gulden uittrekt voor onderzoek naar duurzame energie. In de periode van 2003 tot 2010 heeft ze nog eens 320 miljoen begroot. Voor milieutechnologie staat voor de periode tot 2010 in totaal driehonderd miljoen op de rol. Het kabinet moet ook wel, want Nederland heeft in Kyoto beloofd dat in 2020 tien procent van de energie groen is. (HOP/MS)
    Universiteiten moeten 300 miljoen inleveren

    De universiteiten krijgen het zwaar voor de kiezen. Zij moeten de komende jaren zo'n driehonderd miljoen gulden bezuinigen. Dat blijkt uit de eerste onderwijsbegroting van minister Hermans
    De nieuwe minister gaat de afspraken uit het regeerakkoord zonder mankeren uitvoeren. Dat betekent voor de universiteiten dat zij moeten meebetalen aan bezuinigingen die de gehele overheid zijn opgelegd. In 1999 kost hen dat al zo'n 25 miljoen gulden. In het jaar 2002 is dat bedrag opgelopen tot ruim honderd miljoen. Deze bedragen komen bovenop een bezuiniging van tweehonderd miljoen die het vorige kabinet de universiteiten al had opgelegd
    Daarnaast hangt de universiteiten een korting boven het hoofd op het gebied van de ziektekosten. Het kabinet wil namelijk dat de overheidssector, waaronder de universiteiten, minder gaat meebetalen aan de ziektekostenverzekering van haar werknemers. Een bedrag daarvoor is nog niet in de begroting opgenomen. Volgens Hermans' voorganger Ritzen zou dat de universiteiten zo'n twintig miljoen kosten, zelf rekenen ze op een lager bedrag
    De universiteiten kunnen dat bedrag weliswaar terughalen door hun personeel inderdaad minder voor ziektekosten te betalen. Maar daarover moeten ze het dan eerst eens worden met de vakbonden. En de kans dat die daarmee instemmen, is erg klein
    Begroting LNV voor Wageningen UR
  • KOP4 = 19981999200020012002
  • 4 = LUW255250248246243
  • 4 = DLO326713*)320320319
  • 4 = Praktijkond.5660605555
    Cijfers in miljoenen guldens
    *) incidenteel verhoogd met 378 miljoen vanwege aankoop gebouwen
    De vereniging van universiteiten, de VSNU, vindt het nauwelijks de moeite te reageren op de begroting. Er staat erg weinig nieuws in, zegt een woordvoerder. Er worden wel mooie woorden gewijd aan het belang van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Maar daar blijft het bij. De bezuinigingen gaan gewoon door. (HOP)
    Hermans speelt quitte met studiebeurzen
    Minister Loek Hermans gaat de komende jaren 73 miljoen gulden extra uitgeven aan studiefinanciering. Maar tegelijk haalt hij net zo'n bedrag binnen door het collegegeld met zo'n vijftig gulden per jaar te verhogen. Dat blijkt uit de onderwijsbegroting die minister Hermans op Prinsjesdag openbaar maakte. Nieuwe plannen staan er niet in die begroting: alles was al aangekondigd in het regeerakkoord
    Wel is nu duidelijk hoeveel die maatregels gaan kosten. Het duurst is het versoepelen van de leeftijdsgrens voor de studiefinanciering. Nu verliest een student het recht op een beurs of lening als hij 27 jaar wordt. Straks behoudt hij dat recht, op voorwaarde dat hij voor zijn 25ste aan de studie begonnen is. De kosten van die verandering lopen op tot 35 miljoen gulden in het jaar 2003
    De verhoging van de prestatienorm in het eerste jaar gaat niet door, en dat kost Hermans 28 miljoen gulden. Daardoor houdt een student die in zijn eerste jaar tenminste 21 studiepunten haalt zijn beurs. Hermans' voorganger Ritzen had die norm willen verhogen naar 28 punten
    Nog eens tien miljoen gulden is Hermans kwijt aan mildere regels voor eerstejaars met een aanvullende beurs. Als die niet genoeg punten halen, hoeven ze voortaan alleen hun basisbeurs, en niet ook nog hun aanvullende beurs, terug te betalen
    Daar staat tegenover dat Hermans 68 miljoen extra binnenhaalt door de collegegelden te verhogen. Die gaan voortaan net zo hard stijgen als het algemene prijspeil. Dat komt neer op een verhoging van zo'n vijftig gulden per jaar. Studenten met een aanvullende beurs krijgen dat bedrag vergoed, anderen kunnen het extra lenen
    Hoeveel Hermans per saldo voor de OV-studentenkaart kwijt is, staat nog niet vast. Dat studenten de keus houden tussen een week- of een weekendkaart, kost hem 170 miljoen gulden meer dan er vorig jaar voor de kaart was uitgetrokken. Ritzen ging er destijds nog van uit dat hij een goedkoop contract met de openbaarvervoerbedrijven kon sluiten, zonder vrije keus
    Een deel van de extra uitgaven komt ooit terug in de kas van het ministerie. Studenten die niet genoeg punten halen, moeten in de toekomst namelijk niet alleen hun basisbeurs, maar ook de kosten van hun OV-studentenkaart terugbetalen. Dat gaat hen ongeveer 85 gulden per maand kosten. Maar het ministerie kan de opbrengst van deze maatregel pas ver na het jaar 2000 boeken
    De studentenbonden zijn over de begroting al net zo weinig te spreken als over het regeerakkoord. Het ISO noemt de begroting bijzonder teleurstellend. De LSVb schreef een brief aan koningin Beatrix met het verzoek in de troonrede aandacht te besteden aan studenten. Het wordt hen steeds moeilijker gemaakt te voldoen aan de hoge eisen die de kennismaatschappij aan hen stelt, aldus de bond. De koningin verkoos zich te houden aan de eerder vastgestelde tekst van de troonrede. (HOP)
    Meer geld voor ecologische hoofdstructuur
    Het ministerie van LNV trekt de komende vier jaar 380 miljoen gulden extra uit voor natuurontwikkeling. Het geld is nodig voor de aankoop van gronden voor de ecologische hoofdstructuur in Nederland, voor de ontwikkeling van natte natuur en voor agrarisch natuurbeheer, aldus minister Hayo Apotheker. De aankoop van gronden voor de ecologische hoofdstructuur stagneert ondermeer door de hoge grondprijzen
    Voorts stimuleert het ministerie de herstructurering van de varkenshouderij en de glastuinbouw met extra geld. Voor de reconstructie van concentratiegebieden in de varkenshouderij investeert LNV 320 miljoen extra, de glastuinbouw krijgt 45 miljoen meer. Apotheker kondigt een intensief overleg aan met de landbouwsector en de provincies om tot een gebiedsgerichte aanpak te komen
    Naast de korting op de Landbouwuniversiteit (zeventien miljoen) snijdt het ministerie in eigen vlees: in 2002 moeten de apparaatsuitgaven van het ministerie met dertig miljoen zijn verlaagd. Voorts is 25 miljoen minder uitgetrokken voor het stimuleringskader, waardoor minder geld beschikbaar is voor de vernieuwing van het landelijk gebied en voor de post Markt en concurrentiekracht. Er blijft echter minimaal honderd miljoen per jaar beschikbaar voor dit stimuleringskader, verzekerde de minister
    Tegenover meer geld voor de ecologische hoofdstructuur staat minder geld voor het aankopen van natuurgebieden buiten deze structuur. Het ministerie wil een uitbreiding van het particuliere natuurbeheer, waarbij bijvoorbeeld boeren vergoedingen krijgen, zodat in 2002 dertig miljoen op de uitvoeringskosten van het natuurbeheer is bespaard. Tot slot moet de landinrichting doelmatiger (25 miljoen minder in 2002) en vertraagt het ministerie de investeringen in het Groene Hart, wat tien miljoen oplevert. (ASi)
    WSO houdt handtekeningenactie

    De Wageningse Studenten Organisatie is een handtekeningenactie begonnen onder hoogleraren, ander personeel en studenten van de Landbouwuniversiteit. Met het zetten van hun handtekening betuigen zij hun steun aan een brief die de WSO naar minister Hayo Apotheker stuurt. In deze brief uit de WSO haar bezorgdheid over de twintig miljoen aan bezuinigingen die de nieuwe regering oplegt aan de LUW
    WSO-bestuurslid Gijs Spoor vreest dat de bezuinigingen ten koste zullen gaan van niet-winstgevende zaken zoals studentenvoorzieningen en de interdisciplinariteit van de universiteit
    Inmiddels plaatsten 750 mensen hun handtekening onder de brief, onder wie zestig hoogleraren en andere medewerkers. De actie duurt uiterlijk tot vrijdag, dan moet de brief verstuurd worden. Als de minister niet reageert, doet de WSO een beroep op de Tweede Kamer. (PvdW)
    Universiteiten maken geen haast om aan de vrouw te komen
    Als er niks verandert, duurt het 51 jaar voor er evenveel vrouwelijk als mannelijk wetenschappelijk personeel is. Dat duurt te lang, vindt het ministerie van Onderwijs. En dus moeten de universiteiten voortaan elke vier jaar een plan opstellen om meer vrouwen in hogere functies te krijgen. Het eerste had er een half jaar geleden al moeten liggen
    Met name het aantal vrouwen in schaal 13 en hoger (universitair hoofddocenten en hoogleraren) is ontstellend laag. Om precies te zijn: zeven procent. Als er niks verandert, zo blijkt uit onderzoek, wordt het alleen maar erger. Want de afgelopen vijf jaar stroomden vrouwen bij de universiteiten minder vaak dan hun mannelijke collega's door naar een hogere functie. Ze namen ook eerder ontslag
    Om schot in de zaak te brengen, riep minister Ritzen de Wet Evenredige Vertegenwoordiging (WEV) in het leven. Die bepaalt dat universiteiten elke vier jaar een emancipatieplan moeten opstellen. Er moet in staan hoeveel vrouwen een universiteit over een bepaalde tijd in schaal 13 of hoger wil hebben - en vooral ook hoe ze dat denkt te bereiken
    De eerste plannen hadden in maart 1998 klaar moeten zijn, precies een jaar na de inwerkingtreding van de wet. Maar bijna geen universiteit heeft de deadline gehaald. Deze week krijgen de universiteiten een brief van de Inspectie van het Onderwijs. Die wil controleren hoe het ermee staat en wil half oktober een kopietje van de plannen binnen hebben
    Zes universiteiten kunnen hier intussen aan voldoen: Groningen, Rotterdam, Maastricht, Delft, Twente en de VU in Amsterdam. Zij hebben hun plannen af. De overige zeven ontkennen met klem dat ze niet willen dat er meer vrouwen in de hoogste schalen komen. (HOP)
    Lucht in Nederland blijft gevaarlijk voor gezondheid
    Uit de Milieubalans 1998 van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat in Nederland zoveel stikstofoxide, ozon en fijn stof in de lucht voorkomt dat de gezondheid van een groot deel van de bevolking in gevaar is. Wageningse onderzoekers op het gebied van luchtkwaliteit en gezondheidsleer betwijfelen of het huidige milieubeleid krachtig genoeg is om hierin verandering te brengen
    De overheid is erin geslaagd de emissies van stikstofoxide en fijn stof door personenauto's met enkele procenten te verminderen, onder meer door de invoering van katalysators. De concentraties in de lucht zijn echter stabiel gebleven en liggen vooral in steden boven de Nederlandse norm en de richtwaarde van de World Health Organization (WHO)
    Als de economische groei doorzet, is het de vraag of de emissiereductie die wordt gerealiseerd door technologische vernieuwingen zoals katalysators, opweegt tegen de emissietoename die het gevolg is van het toenemende aantal auto's op de weg, zegt dr ir Hendrik Harssema van de sectie Luchtkwaliteit. Ook zet het stimuleren van alternatieve vervoerswijzen nog geen zoden aan de dijk, aldus Harssema
    Prof. dr ir Bert Brunekreef van de leerstoelgroep Gezondheidsleer: Om de concentratie van stikstofoxiden in de lucht beneden de norm te krijgen, moet de emissie in de komende twintig jaar zo'n negentig procent afnemen. Dat zie ik nog niet gebeuren.
    De effecten van de hoge concentraties stikstofoxide, ozon en fijn stof op de gezondheid zijn behoorlijk ernstig. Volgens Brunekreef kan inademing gedurende een dag leiden tot acute luchtwegaandoeningen zoals longontsteking. Langdurige blootstelling vergroot de kans op chronische luchtwegaandoeningen en verkort de levensduur gemiddeld met een jaar. Ter vergelijking: roken verkort de levensduur met acht jaar. (HBou)
    CO2-emissie neemt af
    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kwam deze week met het nieuws dat de CO2-emissie in Nederland in 1997 met twee procent is gedaald. Dit is verrassend, omdat het RIVM in de Milieubalans 1998 spreekt over een toename van de CO2-emissie van twee procent. De discrepantie is ontstaan doordat het CBS en RIVM de emissie op twee verschillende wijzen berekenen
    Het RIVM gebruikt de methode van de Intergovernmental Panel of Climate Change (IPCC). Hierbij wordt gecorrigeerd voor veranderingen in de CO2-emissie door het opwekken van warmte, zoals het stoken van houtkachels. Dit betekent dat de extra CO2 die vrijkomt door intensiever te stoken tijdens een koude winter, niet wordt meegenomen in de berekening. Het cijfer van het CBS, waarbij geen correctie aan te pas komt, is de daadwerkelijke verandering in CO2-emissie van het afgelopen jaar. Door een relatief warme winter is vorig jaar weinig gestookt en dus minder CO2 uitgestoten. Dit verklaart de afname van twee procent
    Naast deze niet-structurele veranderingen in de CO2-emissie is door een efficienter energieverbruik de CO2-emissie met anderhalf procent gedaald. Prof. dr Leen Hordijk van het Centrum voor Milieu- en Klimaatstudies meent wel dat Nederland zonder drastische veranderingen in het energieverbruik de in Kyoto toegezegde reductie van zes procent in uiterlijk 2012 ten opzichte van 1990 lang niet zal halen. (HBou)
    ATO onderzoekt palmolie in Indonesie

    Het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) gaat onderzoek doen naar het winnen van palmolie uit palmvruchten in Indonesie. Het onderzoek maakt deel uit van het PalmPlus project, een tweejarig onderzoeksprogramma dat is gericht op een verbetering van het productieproces, zodat een hogere opbrengst wordt verkregen uit de palmvruchten en de kwaliteit van de olie verbetert
    Het ATO kijkt hoe het sterilisatieproces van de palmvruchten na de oogst kan worden verbeterd. Dat is nodig omdat zich bij de verwerking van de vruchten vrije vetzuren ontwikkelen, waardoor de kwaliteit van de olie achteruit gaat. Ook gaat het ATO kwaliteitsmeters ontwikkelen om het productieproces beter te controleren. De kwaliteitsmeters moeten de olieopbrengst, die nu sterk fluctueert, vergroten. (LKe)
    Hongaars eredoctoraat voor Tamminga

    Professor Seerp Tamminga heeft deze week een eredoctoraat gekregen van de Pannon University of Agricultural Sciences in Kaposvar, Hongarije. Tamminga is sinds 1985 hoogleraar veevoeding
    Hij krijgt zijn onderscheiding op grond van zijn wetenschappelijke bijdragen op het gebied van de dierlijke productie en zijn inzet bij het opzetten van PhD-programma's aan de Hongaarse universiteit. Van 1970 tot 1989 deed hij bij het voormalige Instituut voor Veevoedingsonderzoek onderzoek naar de eiwithuishouding bij herkauwers. In 1981 promoveerde hij aan de LUW op onderzoek naar de stikstof- en aminozuurstofwisseling. Sinds 1995 is Tamminga voorzitter van de onderzoeksschool Wageningen Institute of Animal Sciences. (LeNo)

  • Re:ageer