Wetenschap - 6 augustus 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Bestuur wil plantenstudies laten fuseren
De raad van bestuur wil de studierichtingen Plantenteeltwetenschappen en Plantenveredeling en gewasbescherming fuseren tot een nieuwe opleiding, Toegepaste plant- en gewaswetenschappen
De nieuwe opleiding zou vijfjarig moeten zijn en de specialisaties plantenteelt, plantenveredeling en gewasbescherming moeten bevatten. Dat zegt het bestuur in zijn reactie op het rapport van de werkgroep Inrichting onderzoek plantaardige sector, die zich in opdracht van de raad van bestuur buigt over de toekomst van de plantensector van WUR
De fusie past volgens het bestuur in het streven van de Nederlandse universiteiten en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om het aantal opleidingen aan Nederlandse universiteiten terug te dringen. De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse universiteiten (VSNU) wil vanaf het studiejaar 2000-2001 het opleidingenaanbod van de universiteiten verkleinen. Begin juli overlegden de directeuren van de onderwijsinstituten met het college van bestuur over een voorstel van de VSNU om de achttien Wageningse opleidingen terug te brengen tot twaalf. Onderwijsdirecteur Bert Speelman is wegens vakantie niet bereikbaar voor commentaar op deze plannen. (KVe)
Plantonderzoekschool let beter op promovendi
De graduate school Experimental Plant Sciences (EPS) gaat vanaf september de voortgang van promovendi beter in de gaten houden. Dan start de onderzoekschool met een monitoringsysteem. Promovendi krijgen elk half jaar een formulier waarop zij hun voortgang en de problemen die ze tegenkomen aangeven. Het systeem is ontwikkeld door de aio-raad van EPS. Dat vertelde drs Theo van der Lee 16 juli tijdens het aioradenoverleg
Volgens onderzoekschoolsecretaris ir Wim De Leijster dwingt het systeem promovendi en promotoren om regelmatig de vordering van het project te bekijken en om nog eens terug te kijken naar de oorspronkelijke doelstelling. Het formulier wordt besproken tijdens de cursus Projectmatig werken voor aio's
Promovendi bij EPS doen nu gemiddeld 64 maanden over hun promotieonderzoek. Dat is aan de hoge kant, terwijl het in het belang van de promovendi is om zo snel mogelijk in een beter betaalde functie aan hun reguliere carriere te beginnen, zegt De Leijster. Wat verder opvalt, zonder nadere statische analyse, is dat bij bepaalde leerstoelgroepen het gemiddelde veel hoger ligt en bij sommige veel lager. Het maximum is een gemiddelde van 74 maanden en het minimum een gemiddelde van 54. Het is nu de vraag of dat aan het vakgebied ligt, aan de promotor of bijvoorbeeld aan het feit dat veel mensen al een nieuwe baan hebben en hun boekje in de weekenden afmaken. Daar hopen we met de formulieren meer inzicht in te krijgen.
Als er problemen zijn met de begeleiding kan een promovendus op het formulier ook aangeven dat hij graag bemiddeling wil van de onderzoekschooldirecteur, vertelt Van der Lee. Directeur prof. dr ir Evert Jacobsen zal vervolgens het soort problemen waar hij mee te maken krijgt rapporteren aan de onderwijscommissie
Op de langere termijn wordt informatie die via de formulieren binnenkomt ook weer teruggespeeld naar de promovendi, in de vorm van tips. Promovendi krijgen zo een beeld van hoe lang de gemiddelde promovendus zich bijvoorbeeld heeft ingelezen. (MS)
Vooraanmeldingen trekken licht aan
Het aantal vooraanmeldingen van Nederlandse eerstejaars studenten is iets aangetrokken. Hadden zich eind juni nog vijftien procent minder eerstejaars aangemeld in vergelijking met een jaar ervoor, eind juli was de daling twaalf procent. De LUW blijft daarmee de sterkste daler. Het aantal studenten dat zich heeft ingeschreven voor een opleiding aan een van de Nederlandse universiteiten is dit jaar gelijk gebleven
  • KOP = Studierichting22-722-7
  • KOP = 19971998
  • = Biologie9273
  • = Bos- en natuurbeheer3159
  • = Agrosysteemkunde89
  • = Landinrichtingswetensch.6947
  • = Bodem, water en atmosfeer6551
  • = Landbouwtechniek1718
  • = Economie van landbouw en milieu3534
  • = Huishoud- en consumentenwetenschappen3220
  • = Tropisch landgebruik4242
  • = Rurale ontwikkelingsstudies3033
  • = Plantenveredeling en gewasbescherming3115
  • = Plantenteeltwetensch.3018
  • = Zootechniek2545
  • = Levensmiddelentechnologie4444
  • = Voeding en gezondheid6755
  • = Milieuhygiene4836
  • = Moleculaire wetensch.3730
  • = Bioprocestechnologie4428
  • = Totaal747657
    Bronnen: Informatie Beheer Groep, Centrale Studentenbalie Landbouwuniversiteit
    Vorig jaar hadden zich op 22 juli 747 studenten gemeld voor een studie aan de Landbouwuniversiteit, dit jaar zijn het er 657. De afdeling Voorlichting van de LUW verwacht op basis van de ervaring van de afgelopen jaren dat de LUW de komende weken nog een deel van de achterstand zal inlopen. Ook vorig jaar stond de LUW er lange tijd slecht voor in de vooraanmeldingscijfers. Bij een telling van het aantal studenten in september 1997 bleek echter dat het aantal studenten dat zich had ingeschreven gelijk was gebleven. (KVe)
    Forse daling aantal buitenlandse studenten

    Niet alleen de vooraanmeldingen voor de reguliere Nederlandstalige opleidingen nemen flink af, ook het aantal studenten dat zich ingeschreven heeft voor een MSc-opleiding blijft fors achter bij vorig jaar. De Dean's office voor internationale studenten heeft nog geen compleet overzicht van alle richtingen, maar denkt dat er dit jaar bijna een kwart minder buitenlandse studenten naar Wageningen zullen komen. Voor de richtingen waarvan een overzicht beschikbaar is, kwamen vorig jaar 180 studenten, dit jaar zijn er 140. Evert Kamphuis van de Dean's office denkt dat de daling te wijten is aan de economische crisis in Azie en politieke onrust in een aantal Afrikaanse landen. Het bestuur van Wageningen UR noemde het internationale onderwijs in het recente strategisch plan nog als potentiele groeimarkt en wil over een aantal jaar het aantal MSc-studenten verdubbelen. (KVe)
    Nieuwsfoto, CAID

    Colijn-Hooymans directeur plantaardig praktijkonderzoek
    Dr Tini Colijn-Hooymans wordt per 15 september directeur van het nieuw te vormen instituut voor plantaardig praktijkonderzoek. Op dit moment zijn er zeven instellingen voor plantaardig praktijkonderzoek: voor akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt, bloembollen en bolbloemen, bloemisterij en glasgroente, boomkwekerij, fruitteelt, champignons, en bijen. Samengevoegd wordt het nieuwe instituut een onderdeel van het Wageningen Universiteit en Researchcentrum
    Colijn is nu nog directeur van het Rijkskwaliteitsinstituut voor Land- en Tuinbouwprodukten (Rikilt-DLO). Hier heeft zij volgens een woordvoerder aanzienlijke reorganisaties doorgevoerd. Met name heeft ze het managementteam aangepast. Ook heeft ze nieuwe afdelingen gevormd, zoals ketenzorg, en andere afdelingen samengevoegd
    Als directeur van het nieuwe instituut moet ze onder andere duidelijkheid scheppen over de vraag wat gecentraliseerd moet worden en wat niet. De instituten zelf, die verspreid liggen over het hele land, zijn beducht voor te lange lijnen. We moeten ons blijven profileren als praktijkonderzoek. Het kan niet dat een opdrachtgever eerst bij bijvoorbeeld Veerman terecht komt, verduidelijkt ir Piet Spoorenberg, adjunct-directeur van het Praktijkonderzoek Akkerbouw en Vollegrondsteelten. Daarnaast vindt de ondernemingsraad het van belang dat eerst iedere afzonderlijke instelling financieel orde op zaken stelt. (LeNo)
    Geen verkiezingen voor onderdeelcommissies
    Er komen geen verkiezingen voor de negen onderdeelcommissies van de LUW. Voor geen van de commissies werden meer kandidaten gevonden dan het beschikbare aantal zetels. De deadline voor het inleveren van kandidatenlijsten verstreek op 27 juli
    Alleen de commissie van Dierwetenschappen is volledig gevuld. Er zijn daar zeven kandidaten voor de zeven beschikbare zetels. Bij de andere departementen hebben zich te weinig kandidaten beschikbaar gesteld. Het departement Agro-, Milieu- en Systeemtechnologie vond slechts twee kandidaten voor de vijf beschikbare plaatsen. Bij Levensmiddelentechnologie en Voeding is het tekort het grootst, daar werd slechts een kandidaat gevonden terwijl er zeven plaatsen beschikbaar waren. De onderdeelcommissies zijn commissies van de ondernemingsraad en vervangen in het nieuwe bestuursmodel de oude dienstcommissies. Dit jaar zouden voor de eerste keer verkiezingen worden gehouden voor de commissies
    De ondernemingsraad zal in zijn volgende vergadering het gebrek aan kandidaten bespreken. De raad heeft het recht leden te benoemen die zich nog niet hebben gekandideerd. Werner van Kempen van de verkiezingscommissie wil de raad dan ook voorstellen opnieuw op zoek te gaan naar belangstellenden. (KVe)
    OR en SR akkoord met leerstoelenplan Dier- en Plantenteelt
    De gezamenlijke vergadering van de ondernemingsraad en de studentenraad van de LUW is 14 juli akkoord gegaan met de leerstoelplannen van Dierwetenschappen en Plantenteelt
    De gezamenlijke vergadering had veel waardering voor het leerstoelenplan van het departement Dierwetenschappen, opgesteld door hoogleraar-directeur prof. dr ir Pim Brascamp en prof. dr Cees Wensing, directeur van het dierkundig instituut ID-DLO. Het plan werd unaniem aangenomen. Er was alleen twijfel over de constructie van een wisselleerstoel. Of het lukt om iemand te krijgen voor een wisselleerstoel, is een avontuur dat we de komende tijd aan gaan, zei rector prof. dr Cees Karssen. Voor de komende vijf jaar wordt er voor de wisselleerstoel een hoogleraar Moleculaire zoologie gezocht. Ook gaf Karssen nog een wijziging door voor de naam van een van de leerstoelen: Fokkerij en genetica wordt Fokkerij en toegepaste genetica
    Na de zomervakantie gaan er benoemingsadviescommissies aan de slag met het opstellen van de profielen en de advertentieteksten voor vier vacante leerstoelen: Adaptiefysiologie, Dierlijke productiesystemen, Ethologie en de wisselleerstoel. Voor Kwantitatieve epidemiologie gaat het departement iemand van het ID-DLO benaderen
    In een vertrouwelijk deel van de gezamenlijke vergadering over het leerstoelenplan Plantenteelt stemden na een lange discussie dertien leden voor dit plan. De leden van de Progressieve Studentenfraktie onthielden zich van stemming. De PSF deed dit niet vanwege de inhoud van het plan, maar vanwege de slechte en tegenstrijdige informatievoorziening erover door de raad van bestuur, licht voorzitter drs Jan Steen na de vergadering toe
    Drie hoogleraren bij Plantenteelt hebben een deel van hun leerstoel moeten inleveren ten gunste van andere of nieuw te benoemen hoogleraren en zijn dus deeltijdhoogleraren geworden. Volgens Steen had Karssen in de discussie sterk benadrukt dat er geen sprake is van een onderschikking van de deeltijdhoogleraren aan de voltijdshoogleraren, iets wat de OR- en SR-leden in het geruchtencircuit hadden gehoord en waar ze grote bezwaren tegen hadden. Volgens Karssen is het heel gebruikelijk dat meerdere leerstoelen een groep vormen waarin afspraken worden gemaakt over de gang van zaken. Dat voorkomt atomisering en dat juichen wij toe, zei Karssen later
    Het enige inhoudelijke commentaar op het leerstoelenplan Plantenteelt kwam van de aio-fractie PromoV. Ir Patrick Jansen vond de leerstoelomschrijvingen te veel nadruk leggen op strategisch en te weinig op fundamenteel onderzoek. Voor DLO zou je precies dezelfde soort omschrijvingen kunnen gebruiken, terwijl in de strategische visie juist staat dat de LUW het meer fundamentele onderzoek voor haar rekening neemt, lichte hij na de vergadering toe. Karssen vindt deze kritiek niet terecht. De rector vindt het plan dat er nu ligt fundamenteler dan het vroegere plantenteeltonderzoek en je moet volgens hem dit type onderzoek ook niet vergelijken met dat van bijvoorbeeld biomoleculaire wetenschappers. (MS)
    Capelle hoogleraar Non-food use of agricultural products

    Dr Anthony Capelle, stafdirecteur Onderzoek en ontwikkeling van Cebeco-Handelsraad, is door de raad van bestuur per 1 september benoemd tot hoogleraar Non-food use of agricultural products
    Het onderzoek van Capelle zal zich vooral richten op plantaardige olien en secundaire metabolieten, zoals plantaardige kleurstoffen. De hoogleraar krijgt een standplaats bij de leerstoelgroep van organisch-chemicus prof. dr Aede de Groot
    Voor de financiering zorgen zeven grote boerencooperaties, waaronder Cebeco-Handelsraad, Caf Grains uit Frankrijk, Aveve uit Belgie en RWA Raiffeisen Ware uit Oostenrijk. De cooperaties hebben zich verenigd in een stichting die zich tot doel stelt het industriele gebruik van primaire landbouwproducten en halffabrikaten op te sporen, in kaart te brengen, uit te werken en te bevorderen.
    Capelle studeerde Fysische en colloidchemie aan de Universiteit Utrecht en promoveerde in Twente in de vaste-stoffysica. Hij werkte als procestechnoloog bij de Koninklijke Nederlandse Springstoffabrieken, bij Chemische fabriek Servo en bij Norit. Bij Avebe, producent van aardappelzetmeel en derivaten voor voedings- en non-foodtoepassingen, was hij lid van de algemene directie
    Sinds 1990 werkt Capelle bij Cebeco-Handelsraad. Daar is hij verantwoordelijk voor de interne onderzoekscoordinatie en externe contacten met overheid, universiteiten, instituten en industrieen. Daarnaast is hij lid van allerlei werkgroepen op het gebied van agrificatie. Zo zit hij in de adviescommissie agrificatie van ATO-DLO en is hij lid van de Association for the Advancement of Industrial Crops. (MS)
    PSF'er Schut tijdelijk voorzitter studentenraad

    Vincent Schut is door de studentenraad tijdelijk benoemd tot voorzitter. Schut, het afgelopen jaar raadslid voor de Progressieve Studenten Fraktie, vervangt Edmelia Hessels, die ziek is. In januari wil de raad een nieuwe voorzitter aanstellen. (KVe)
    D66'er Apotheker nieuwe landbouwminister
    Hayo Apotheker is als eerste D66'er benoemd tot minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De 48-jarige Apotheker was sinds zijn dertigste burgemeester van verschillende noordelijke gemeentes. Na zijn studie sociologie aan de universiteit van Groningen was hij eerst een paar jaar wetenschappelijk onderzoeker bij de vakgroep Planologie. Vervolgens werkte hij drie jaar als adviseur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, tot hij in 1980 werd benoemd tot burgemeester van Muntendam. Na een burgemeesterschap van Veendam werd hij in 1993 benoemd tot burgemeester van de Friese hoofdstad Leeuwarden. Op voorspraak van commissaris van de koningin Hans Wiegel passeerde de toenmalig minister van Binnenlandse zaken, Ien Dales, bij die benoeming de vertrouwenscommissie van de Leeuwarder gemeenteraad, die een voorkeur had voor een PvdA-burgemeester
    Apotheker probeerde van Leeuwarden de landbouwstad van het noorden te maken. Zonder veel succes; in 1994 bijvoorbeeld besloot landbouwminister Piet Bukman de noordelijke LNV-regiodirectie niet in Leeuwarden te vestigen maar in Groningen
    PvdA'er Geke Faber wordt de nieuwe staatssecretaris op het departement LNV. De oud-burgemeester van Zeewolde krijgt natuurbeheer in haar portefeuille. Faber werd in 1978 lid van Provinciale Staten van Friesland. Daar was ze lid van de landbouwcommissie en voorzitter van de commissie natuur, ruimtelijke ordening en milieubeheer. In de jaren tachtig was ze voorzitter van de Rooie Vrouwen
    WUR-bestuurder Kees van Ast maakte onlangs kennis met de nieuwe bewindslieden. Het lijken mij heel benaderbare, open persoonlijkheden. We moeten afwachten of ze het beleid van Van Aartsen ten opzichte van het kenniscentrum zullen voortzetten. (KVe)
    Nieuw kabinet investeert onvoldoende in hoger onderwijs
    De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) vindt dat de politiek verzuimt te investeren in modern hoger onderwijs. In een gemeenschappelijke verklaring met de HBO-raad stelt de VSNU dat er in 2002 driehonderdduizend hoger opgeleiden te weinig zullen zijn om aan de maatschappelijke vraag te voldoen
    Hoewel het regeerakkoord spreekt van een extra investering in onderwijs en kennisinfrastructuur, lijkt het hoger onderwijs niet van die financiele injectie te gaan profiteren. Integendeel, zo vrezen VSNU en HBO-raad, er dreigt een korting van tenminste honderd miljoen gulden. Beide organisaties vrezen dan ook dat er geen einde komt aan de verlaging van het bedrag dat per afstuderend student beschikbaar is. Dit is, zo beweren ze, de afgelopen jaren al met 25 procent gedaald
    Daarmee wordt de positie van Nederland als kennisland ondergraven. De VSNU pleit dan ook voor investeringen in onderwijsvernieuwing, zodat op grotere schaal gebruik gemaakt kan worden van informatie- en communicatietechnologie. Ook moeten er meer faciliteiten komen om jong en gevestigd wetenschappelijk talent te kunnen aantrekken
    De beide overkoepelende organisaties vinden dat het studiefinancieringsstelsel onder Paars II star dreigt te blijven. Er is behoefte aan een flexibeler stelsel, maar ook dat vergt extra investeringen. (SVk)
    Katan aangesteld als themaleider bij Wageningen Centre for Food Sciences
    Prof. dr Martijn Katan is per begin juli benoemd tot themaleider Voeding en gezondheid bij het vorig jaar opgerichte Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS), voorheen technologisch topinstituut Voedselwetenschappen genoemd. Hij is daarmee de opvolger van interim-themaleider prof. dr Jo Hautvast. Katan gaat zich bezighouden met de invloed van voeding op de gezondheid en met onderzoek naar gezondheidsbevorderende levensmiddelen
    Katan is per 1 juli ook benoemd tot persoonlijk hoogleraar Humane voeding aan de Landbouwuniversiteit. Zijn huidige bijzonder hoogleraarschap Voedingsleer van de mens, in deeltijd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN), geeft hij per 1 oktober op
    Katan studeerde chemie en biochemie aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde er op een moleculair-biologisch onderwerp bij prof. dr Piet Borst. Katan werkt sinds 1976 bij Humane voeding in Wageningen en is sinds 1985 deeltijdhoogleraar aan de KUN
    Katan richt zich met name op humaan-experimenteel, dierexperimenteel en cellulair onderzoek naar bioactieve stoffen, hun gezondheidseffecten en hun werkingsmechanismen. Ook onderzoekt hij interacties tussen voeding en erfelijke aanleg en tussen voeding en darmfuncties. (MS)
    Nieuwsfoto, reactie op feromonen

    Van der Zee, De Vries, Van Arendonk en Visser benoemd tot persoonlijk hoogleraar
    De raad van bestuur heeft per 1 juli 1998 vier universitaire hoofddocenten benoemd tot persoonlijke hoogleraar, vanwege hun bijzondere onderwijs- en onderzoeksprestaties. Ze zijn voorgedragen door hun hoogleraar, met steun van een andere hoogleraar
    Dr ir Sjoerd van der Zee (sectie Bodemkunde en plantenvoeding) is benoemd tot persoonlijk hoogleraar Bodemhygiene en bodemverontreiniging. Van der Zee verwierf internationale faam met het modelleren van het transport van verontreinigen in verschillend samengestelde bodems. Hij werkte ondermeer bij het Laboratorium voor Grondmechanica in Delft en is sinds 1987 verbonden aan de LUW. Van der Zee studeerde in Wageningen Bodemkunde en bemestingsleer, waar hij ook promoveerde
    Dr Sacco de Vries (laboratorium voor Moleculaire biologie) is benoemd tot persoonlijk hoogleraar Moleculaire biologie. De Vries verwierf nationaal en internationaal grote bekendheid op het gebied van de plantenembryogenese, de ontwikkeling van plantenzaden. Hij is initiatiefnemer en coordinator van het European Plant Embryogenesis Network, een verband van zes grote EU-projecten waarin 56 laboratoria en bedrijven samenwerken. De Vries studeerde biochemie en microbiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij ook promoveerde. Sinds 1983 werkt hij bij de LUW
    Dr ir Jan van Arendonk (leerstoelgroep Fokkerij en toegepaste genetica) is benoemd tot persoonlijk hoogleraar Fokkerij en toegepaste genetica. Van Arendonk doet vooral onderzoek naar het gebruik van moleculaire genetica bij fokprogramma's. Binnen de onderzoekschool Wageningen Institute for Animal Sciences coordineert hij het onderzoek rond het thema genetica en ontwikkeling. Van Arendonk studeerde Zootechniek in Wageningen en promoveerde daar op het proefschrift Studies on the replacement policies in dairy cattle. Hij is sinds 1985 verbonden aan de Landbouwuniversiteit
    Dr Richard Visser (laboratorium voor Plantenveredeling) is benoemd tot persoonlijk hoogleraar Genetische variatie en reproductie. Visser trok de aandacht met zijn cel- en moleculair-biologisch onderzoek naar het genetisch modificeren van cassave. Ook droeg hij aanzienlijk bij aan het ontwikkelen van de zogenaamde cDNA/AFLP fingerprint-techniek. Deze techniek is van groot belang bij het functional genomics-onderzoek, waarin gezocht wordt naar relaties tussen de ligging van genen ten opzichte van elkaar op het genoom en hun functionele relatie. Visser ontwikkelde de techniek samen met Keygene. Hij paste de techniek zelf vooral toe op het ontrafelen van processen die betrokken zijn bij knolvorming van aardappelen. Visser studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en promoveerde in Wageningen, waar hij sinds 1989 werkt. (MS)

  • Re:ageer