Wetenschap - 11 juni 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Plantwetenschappen opnieuw erkend
De onderzoekschool Experimentele Plantwetenschappen (EPW) heeft een vervolgerkenning gekregen van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW). De erkenningscommissie was enthousiast over de kwaliteit van ons onderzoek, onze interne kwaliteitsbewaking en onze productiviteit, vertelt ir Wim de Leijster, secretaris van de onderzoekschool
EPW is de eerste onderzoekschool van de LUW die voor een tweede periode van vijf jaar is erkend. In de school zitten plantenonderzoekers uit Wageningen, Nijmegen en Utrecht. Over een jaar komen daar ruim zeventig plantenonderzoekers uit Leiden bij. De KNAW heeft deze toevoeging in haar erkenningsbrief toegejuicht, vertelt De Leijster. De Leidse onderzoekers kunnen niet nu al overstappen naar EPW, omdat ze nog verplichtingen hebben bij hun huidige onderzoekschool Biotechnological Sciences Delft Leiden (BSDL), waarvan de erkenning pas over een jaar afloopt
EPW diende een aanvraag in bij de KNAW waarin stond dat ze een deel van het geld dat ze van het college van bestuur krijgt alleen in competitie met anderen kan verwerven. Het bestuur van de LUW garandeert namelijk slechts 75 procent van het opgegeven aantal eerstegeldstroomaio's en -postdocs. Volgens De Leijster had de KNAW geen enkel probleem met dit principe. De KNAW hanteert de norm dat er minimaal tien aio's per jaar moeten instromen. Bij ons is dat gemiddeld veertig. Zo'n dertig van hen worden niet door de LUW betaald, maar door het bedrijfsleven, de Europese Unie of NWO. Als Leiden erbij komt, wordt het aantal promovendi nog hoger, aldus De Leijster. (MS)
De Jong nieuwe hoogleraar remote sensing
Steven de Jong (36) is door het college van bestuur benoemd tot halftijdhoogleraar Geoinformatiekunde met bijzondere aandacht voor remote sensing
De Jong is momenteel universitair docent op het gebied van remote sensing bij de Utrechtse faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. In 1994 promoveerde hij daar op onderzoek naar de mogelijkheden van geografische informatiesystemen en remote sensing voor landdegradatie-onderzoek in mediterrane gebieden
Voor zijn promotieonderzoek werkte hij bij een ingenieursbureau voor bodemsanering, waar hij verontreinigingen in kaart bracht en saneringen voorbereidde. In 1995 kreeg hij een talentstipendium van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De Jong deelt de leerstoel met dr ir Arnold Brecht, die recent werd benoemd tot halftijdhoogleraar Geoinformatiekunde met bijzonder aandacht voor geoinformatiesystemen. (MS)
Ontwikkelingswerkers na terugkeer vaak werkloos
Ontwikkelingswerkers vinden bij terugkomst in Nederland moeilijk een nieuwe baan. Dat blijkt uit een enquete die de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging (KLV) hield onder 160 teruggekeerde ontwikkelingswerkers. Bij terugkomst had maar zestien procent van hen een baan. Drie jaar later had twintig procent nog steeds geen betaalde functie gevonden en was 49 procent van de teruggekeerde ontwikkelingswerkers op zoek naar een andere baan. Van de mensen die wel een baan vinden, heeft de meerderheid een tijdelijk contract
De werkervaring van de ontwikkelingswerkers sluit slecht aan bij de Nederlandse arbeidsmarkt. 69 Procent van de ondervraagden zegt last te hebben gehad van hun werkervaring. De helft van de ondervraagden heeft zich na terugkomst dan ook laten om- of bijscholen. (KVe)
Uitstoot ammoniak bij kippen te verminderen
Welzijn van dieren en milieu gaan niet altijd samen. Zo is er voor kippen begin jaren negentig een iets welzijnsvriendelijker huisvestingssysteem ontwikkeld, het volieresysteem. In zo'n systeem is de ammoniakuitstoot echter drie tot vier maal groter dan bij de traditionele legbatterijkooien. Die uitstoot valt te verminderen, blijkt uit onderzoek van Peter Groot Koerkamp, maar met dezelfde methode is ook bij in de legbatterij de uitstoot verder te verminderen. Groot Koerkamp is 5 juni gepromoveerd bij prof. dr ir Bert Speelman, hoogleraar in de Agrarische bedrijfstechnologie
Eind jaren tachtig werd een nieuw huisvestingssysteem bedacht, het volieresysteem. Hierin kan de kip naar boven en beneden gaan, naar de scharrel- en stofbadruimte, de voer- en drinketage, de rustetage en de legnesten. De totale leefruimte per kip is een vierkante meter. Doordat de kip zich vrij kan bewegen, komen de uitwerpselen ook overal terecht, onder de banden van de drink-, voer- en rustetages en in het strooimengsel in de scharrel- en stofbadruimte. Dit levert twee types mest op, bandmest en strooisel. In beide soorten mest vindt microbiele afbraak plaats van urinezuur en onverteerde eiwitten, waardoor ammoniak ontstaat
De ammoniakuitstoot is te verminderen door de bandmest regelmatig te verwijderen en door het strooisel te drogen. Zo vermindert de uitstoot tot het niveau van een batterijkooi: 35 gram ammoniak per dierplaats per jaar. Maar ook bij de traditionele stal is een vermindering van de uitstoot te realiseren door de bandmest beter te drogen en sneller te verwijderen. Dan is een uitstoot van tien gram per dierplaats per jaar te halen
Groot Koerkamp gaat ervan uit dat de verlaging van de uitstoot in het volieresysteem voldoende is om de toepassing van het systeem in de praktijk te bevorderen. (LeNo)
Nieuwsfoto, Fruit Volley Festival

CPRO verkoopt appel en peer
Het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) gaat de markt op met een appel en een peer. Het instituut was niet tevreden over de vermarkting van zijn producten tot nu toe en heeft een contract afgesloten met The Greenery, de grootste organisatie van telers van groenten en fruit in Nederland
The Greenery zal ervoor zorgen dat bij de introductie van de appel Red Delight en de peer Sweet Blush de hele keten samenwerkt. Van de opkweek van nieuwe fruitbomen tot de afzet van de appels en peren moeten alle partijen zich houden aan onderlinge afspraken op het gebied van kwaliteit
Bij Red Delight heeft het CPRO al eerder pogingen gedaan de markt te interesseren voor de appel met zijn bijzondere rode kleur en frisse smaak. Groenteboeren kregen een folder en de consumenten werden via de pers ingelicht over de appel, die toen nog de CPRO-naam Elise droeg. De resultaten waren minimaal. Acht jaar na de marktintroductie teelt slechts een aantal telers deze appel
Aan Sweet Blush, die pas een jaar of drie gereed is onder de naam Verdi, heeft het veredelingsinstituut vrijwel geen bekendheid gegeven. Marktonderzoek laat zien dat consumenten deze peren veel lekkerder vinden dan de peren die nu in de schappen liggen
Het is de tweede keer dat het CPRO zich zo intensief bemoeit met de afzet van zijn producten. Een aantal jaren terug bracht het instituut een nieuw aardbeienras, Lambada, op de markt. Het instituut benaderde groenteboeren en nodigde damesbladen uit om smaakproeven bij te wonen. Uiteindelijk sloeg dit ras niet zo aan, omdat het voor de telers te weinig opbracht. (LeNo)
Kropff directeur Productie Ecologie

Hoogleraar Gewas- en onkruidtechnologie prof. dr ir Martin Kropff wordt per 1 september wetenschappelijk directeur van de onderzoekschool Productie Ecologie. Kropff volgt prof. dr Johan Bouma op, die in december werd benoemd tot lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Entomoloog prof. dr Joop van Lenteren wordt voorzitter van het bestuur van de onderzoekschool. Hij volgt prof. dr Rudy Rabbinge op, die op dit moment tijdelijk ook fungeert als wetenschappelijk directeur. (KVe)
Wageningse student gekozen in landelijke studentenbond
Wido Potters, LUW-student Tropisch landgebruik, wordt volgend studiejaar bestuurslid van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO)
Het is voor het eerst dat een Wageningse student in het bestuur van een van de landelijke studentenbonden komt. Potters zit dit jaar in de Wageningse studentenraad voor de Christen Studenten Fractie (CSF)
Potters wil zich vooral richten op de kwaliteitszorg in het onderwijs, individuele leerwegen en studiefinanciering. Hij wil meer flexibiliteit voor studenten in het hoger onderwijs. Studenten die sneller willen studeren, moeten daarvoor de mogelijkheid krijgen, net als studenten die wat langer over hun studie willen doen, omdat ze bijvoorbeeld willen werken. Dat zijn dingen die je op plaatselijk niveau niet kunt verwezenlijken, omdat het om landelijke regels gaat.
Over de samenwerking met de andere landelijke studentenbond, de LSVb, is Potters voorzichtig. Het ISO is volgens hem wat pragmatischer dan grotere broer LSVb. Vorige week bijvoorbeeld stapte de LSVb uit het overleg tussen VSNU, HBO-raad en studentenbonden. Samen wilden ze een nota schrijven over de toekomst van de studiefinanciering. Ik heb het idee dat de LSVb de zaak bewust heeft laten ploffen, omdat hij niet op alle punten zijn zin kreeg. Wij zijn wat pragmatischer. Als we met vier partijen zo'n nota kunnen schrijven, staan we sterker.
Tijdens de vergadering van de studentenraad op 9 juni stemde Potters als enige tegen het nieuwe onderwijs- en examenreglement van het bestuur. Hij was boos op rector Karssen. Potters wilde vastleggen dat studenten recht hebben op regelmatig overleg met hun studiecoordinator. Sommige studiecoordinatoren zijn volgens hem slecht bereikbaar. Karssen wilde daar niet aan. Ik heb het idee dat hij het best met me eens was, maar hij wilde gewoon niet luisteren. (KVe, foto GyA.)
Douane Servie betrapt smokkelende WSO
Het ging jarenlang goed, maar nu zijn we alle spullen kwijtgeraakt. Norbert Degenhardt van WSO was een van de vier mensen die vorige week op weg gingen naar Servie met een bus vol computerapparatuur, samen met de vereniging Tilburg Zamir die al jaren spullen inzamelt voor humanitaire hulp in Servie
Honderd modems, acht computers, een telefooncentrale, papier en inkt kwamen tot aan de Hongaars-Servische grens. De douane ontdekte de buit en nam alles in beslag, omdat de studenten geen officiele invoerpapieren konden laten zien. Dat kon ook niet, want de spullen waren bedoeld voor Servische studentenvakbonden en die erkent de regering niet. Dan krijg je geen toestemming om het via de officiele weg in te voeren.
De spullen lagen verborgen onder humanitaire spullen waar geen invoerpapieren voor nodig zijn. Zo doet Tilburg Zamir dat al jaren. Maar nu ontdekte de douane in de cabine een aantal artikelen over Kosovo. Toen konden we alles uitpakken. We moesten ons ook volledig uitkleden. Na twee dagen wachten werden de smokkelaars onverrichter zake huiswaarts gestuurd. Of ze nog een poging wagen, weet Degenhardt niet. Met deze bus hoeven we ons daar niet meer te laten zien. Maar we kunnen het nog wel proberen via een andere grensovergang en met een andere auto. (MBe)
Prijsvraag voor ontwerp landschap met energiegewassen
De Nederlandse onderneming voor energie en milieu (Novem) wil de teelt van energiegewassen bevorderen. Daarom schrijft ze een prijsvraag uit voor een ontwerp van een landschap waar gewassen die geteeld worden voor de productie van elektriciteit of warmte goed in passen
Overheid en energiebedrijven willen in de eerste decennia van de volgende eeuw tien procent van de benodigde energie halen uit duurzame bronnen. Zonne-, wind- en bio-energie moeten de fossiele brandstoffen vervangen en zo de uitstoot van kooldioxide verminderen. De teelt van energiegewassen als olifantsgras en populier is een vorm van bio-energie
De Novem verwacht dat de teelt van energiegewassen nogal wat gevolgen heeft voor het uiterlijk van het landelijk gebied. De gewassen groeien snel en worden minder vaak geoogst dan traditionele landbouwgewassen. Daarnaast is het mogelijk energieteelt te combineren met andere functies op het platteland, zoals recreatie, natuur en waterbeheer
Naast initiatiefnemer Novem zijn het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek (IBN-DLO) en het Nederlands instituut voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting (Nirov) bij de prijsvraag betrokken. (LeNo)
Gemengd bedrijf levert meer op

Een gemengd landbouwbedrijf kan een hoger inkomen halen dan een gespecialiseerd akkerbouw- of melkveebedrijf, zonder dat dit ten koste gaat van het milieu. Dit liet ir Jules Bos van het DLO-Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek weten op een symposium over gemengde bedrijfssystemen dat eind mei is gehouden
Bos vergeleek de bedrijfsgegevens van twee gespecialiseerde bedrijven met die van een gemengd bedrijf in Flevoland. Het gemengde bedrijf bestaat uit twee bedrijven die intensief samenwerken. Zo'n gemengd bedrijf opereert dus op een grotere schaal dan een traditioneel gemengd bedrijf dat akkerbouw en melkveehouderij combineert. Het realiseert een ruimere vruchtwisseling, door het totale maisareaal en een deel van het grasland te integreren in de gewasrotatie van het akkerbouwbedrijf. Gevolg is dat elk jaar een deel van het grasland in november wordt ondergeploegd en dat ieder jaar gras wordt ingezaaid na een vroeg geoogst gewas
Voor het milieu maakt het niet uit hoe er geboerd wordt. Het totale overschot aan stikstof bij alle drie de bedrijven, namelijk 179 kilogram per hectare. Datzelfde geldt voor het fosforoverschot, dat elf kilo bedraagt
Het arbeidsinkomen is bij het gemengde bedrijf wel hoger, ongeveer vijfhonderd gulden per hectare. Ook wordt de beschikbare arbeid op het gemengde bedrijf beter benut. (LeNo)
Kleine kans op overdracht van BSE via voer
Er bestaat nog steeds een kans dat koeien in Nederland via het voer besmet raken met BSE. Slechts ongeveer eenderde van de fabrieken heeft een gescheiden lijn voor voer voor herkauwers en voor voer waarin vlees en beendermeel is verwerkt. Dat betekent dat bij de tweederde van de veevoerfabrieken overdracht van infectueus materiaal kan plaatsvinden van de ene voerlijn naar de andere en dus zijn weg kan vinden naar de koeien. Overigens is dit risico wel erg klein geworden door de introductie van aanvullende eisen aan de verwerking van veevoer voor koeien in 1993 en de verplichting om erg risicovol materiaal te verwijderen. Dit is een van de conclusies die dr. Bram Schreuder, werkzaam aan BSE en scrapie bij het DLO-Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid, trekt in zijn proefschrift. Hij is op 4 juni in Utrecht gepromoveerd
De kans dat in Nederland BSE voorkomt als gevolg van een verkeerde destructiemethode is erg klein. Bij het huidige destructieprocede overleeft hooguit 0,5 procent van de virulentie van het prion. Om ook die laatste kans op overdracht van BSE te verkleinen wordt materiaal met een hoog besmettingsgevaar, zoals hersenen en ruggenmerg, niet langer gedestrueerd maar verbrand
Schreuder kwam tot zijn bevindingen door op laboratoriumschaal het gevoeligste onderdeel van het destructieproces na te doen. Het gaat hier om het verhitten van het materiaal gedurende twintig minuten bij een temperatuur van 133 graden. Dit is ook het procede dat een EU-richtlijn uit 1996 voorschrijft. Andere onderdelen van het procede, die ook relevant kunnen zijn, liet Schreuder buiten beschouwing
Hoe groot het risico van BSE-overdracht in werkelijkheid is, is nog niet duidelijk. Een besmette koe die in het verwerkingsproces terecht komt, kan in theorie in de voedselketen terecht komen. Schreuder pleit ervoor de studie uit te breiden naar het hele productieproces. Daarbij moeten ook andere belangrijke factoren worden meegenomen, zoals verdunningseffecten, mogelijke inactivering door andere stappen in het verwerkingsproces, de verwijdering van het hoog-infectueuze materiaal en de overdracht tussen voerlijnen. Misschien blijkt dan dat die stappen de kans op overdracht verder verkleinen of zelfs helemaal tenietdoen. (LeNo)
Dijkhuizen gaat naar Nutreco
Prof. dr ir Aalt Dijkhuizen gaat per 1 september werken bij Nutreco, een over vijftien landen verspreide holding van veevoederbedrijven, slachthuizen en fokkerijen voor de veehouderij en visteelt
De hoogleraar Economie van de diergezondheidszorg wordt Manager Corporate Strategy and Development en zal zich bezighouden met het strategisch management van het hele bedrijf. Hij zal nagaan in welke landen en in welke sectoren Nutreco moet uitbreiden en hij zal overnames van bedrijven begeleiden
Voor Dijkhuizen kwam het aanbod van Nutreco als een verrassing. Negen weken geleden had ik dit niet voorzien, reageert hij. Het is ook niet zo dat ik uit onvrede weg ga, want ik heb nog nooit zulke mooie jaren gehad als bij de universiteit. Hij werd tijdens de woekering van de varkenspest in de nationale pers bekend als landbouweconomisch expert op het gebied van de diergezondheid
Dijkhuizen verlaat de LUW na veertien jaar, omdat hij nu de mogelijkheid krijgt om iets nieuws te beginnen, een mogelijkheid die zich later wellicht niet meer aandient. En mensen die te lang bij de universiteit blijven zitten, kunnen meer problemen veroorzaken dan de mensen die te vroeg weggaan. Daarnaast biedt Nutreco veel toekomstperspectief. Het is een groot bedrijf, waar je alle kanten op kunt. (MWo)

Re:ageer