Wetenschap - 7 mei 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
DLO hanteert rampenscenario
Het financiele perspectief van een zelfstandig DLO is de komende jaren uiterst zorgwekkend. Dat stelt de ondernemingsraad van het ministerie van LNV in een advies over het DLO-ondernemingsplan. De organisatie is niet in staat in de komende drie jaren van haar verzelfstandigd bestaan tot een positief exploitatieresultaat te komen, schrijft de raad. Er is slechts een conclusie mogelijk: een rampenscenario.
Het ondernemingsplan van DLO is te veel van binnen uit geformuleerd en niet vanuit de schoenen van de klant, meent de ondernemingsraad van LNV. Het marktonderzoek is er bij ingeschoten en de concurrentie-analyse is zelfs zwak te noemen. Volgens de raad maakt DLO niet duidelijk hoe de dienst overheid en bedrijfsleven gaat bewerken om nieuwe onderzoeksopdrachten in de wacht te slepen en hoe hij zich onderscheidt van zijn concurrenten. Voorts heeft DLO te weinig gekeken naar de wijze van aansturing die nodig is voor een marktgerichte organisatie.
De ondernemingsraad vreest dat de omzet van DLO de komende jaren terugloopt, omdat een nieuwe zelfstandige organisatie noodgedwongen enige tijd meer met zichzelf bezig is dan met de klant. De raad schat dit omzetverlies op zeven tot tien procent in de eerste twee tot drie jaar. Hij vindt dit ervaringsfeit niet te rijmen met de optimistische prognose in het ondernemingsplan dat de omzet van DLO de komende jaren met 75 miljoen gulden stijgt
Ook de rendementseis voor DLO, die zou leiden tot een positief resultaat van 6,5 miljoen gulden in de komende jaren, vindt de ondernemingsraad niet reeel. Financiele prognoses wijzen volgens de raad uit dat DLO de komende drie jaar een verlies draait van veertig miljoen gulden. Als gevolg zijn de liquide middelen van DLO, 33 miljoen, snel verdwenen en moet de organisatie gaan lenen op de kapitaalmarkt, vreest de raad. Dat leidt tot een verdere verslechtering van de uitkomsten
De ondernemingsraad snapt niet waarom bestuursvoorzitter Cees Veerman van DLO genoegen heeft genomen met een reorganisatiebedrag van 64 miljoen gulden van het ministerie, terwijl hij daarvoor een bad will van 105 miljoen had geponeerd. De raad spreekt zijn verontrusting uit over het feit dat de nieuwe organisatie niet de kans krijgt om schoon aan de startstreep te verschijnen, met acceptabele, door het ministerie van LNV betaalde regelingen.
Als gevolg adviseert de ondernemingsraad van het ministerie negatief over de verzelfstandiging van DLO. (ASi)
Ontwikkelingswerker van de toekomst is organisatietalent
De ontwikkelingswerker in 2008 kan vooral goed organiseren. In ieder geval als hij bij Novib aan de slag gaat. Volgens Novib-medewerker Sylvia Borren moeten ontwikkelingsdeskundigen minder worden geselecteerd op landenkennis en meer op organisatorische en communicatieve vaardigheden. Borren zei dit 23 april op een thema-avond over de toekomst van de ontwikkelingswerker, georganiseerd door Uitzicht, een organisatie van ontwikkelingswerkers
Borren vindt dat een ontwikkelingsdeskundige onder meer goed moeten kunnen onderhandelen, in staat moet zijn om slechtnieuwsgesprekken te voeren en uiteraard sterk moet zijn in het overbruggen van cultuurverschillen. Die vaardigheden krijgen echter bij de selectie nog te weinig aandacht
Borren denkt dat er ook in de toekomst westerse ontwikkelingsdeskundigen nodig zijn voor armoedebestrijding in de derde wereld. Het is echter zeer de vraag of die bij Novib aan de slag gaan. Novib werkt vooral met professionele lokale organisaties, die geen expatriates nodig hebben
Borren denkt dat andere organisaties wel behoefte houden aan westerse deskundigen. Paul Snelder van de Vereniging voor Personele Samenwerking met Ontwikkelingslanden (PSO) ondersteunt die mening. Volgens Snelder is er bij de minder kapitaalkrachtige, lokale ngo's nog steeds een tekort aan deskundigen. Lokale deskundigen die echt iets te bieden hebben, trekken naar de betere jobs.
Volgens Evelien van der Grift van SNV zijn er in de toekomst vooral economen en organisatiedeskundigen nodig. Die groep is niet gewend te letten op vacatures bij SNV. Daarom zijn deze deskundigen lastiger binnen te halen, vooral ook omdat SNV liefst ervaren krachten werft. Om de gewenste deskundigen binnen te krijgen probeert SNV nu meer economen en organisatiedeskundigen te plaatsen op ervaringsplaatsen, tijdelijke banen waarin afgestudeerden ervaring kunnen opdoen. (LKe)
Zinktekort belemmert rijstteelt in Ebro-delta
De groei van rijst in de Ebro-delta in noordoostelijk Spanje wordt vooral belemmerd door zinktekorten in de bodem en niet door stikstoftekorten, wat veelal werd aangenomen. Dit zegt David Casanova, die voor zijn proefschrift de effecten van natuurlijke condities op de groei van rijst in zijn geboortestreek bestudeerde. Dat deed hij op basis van remote sensing-gegevens en veldonderzoek gedurende twee groeiseizoenen. Hij promoveerde op 6 mei bij bodemkundige prof. dr Johan Bouma
Het zinktekort ontstaat volgens Casanova door de geregelde aanvoer van zout water vanuit de Middellandse Zee, dat de gecultiveerde gebieden bereikt via de Ebro-rivier en het grondwatersysteem. Uit eerder onderzoek bleek dat zink in de bodemoplossing zich bindt met de in het zoute water aanwezige carbonaten en sulfaten. Hierdoor is minder zink beschikbaar voor de gewassen
De ontdekking dat zinktekort een grote negatieve invloed heeft op de rijstproductie, moet volgens Casanova veel aandacht krijgen, aangezien bemesting met zinkhoudende stoffen zeer ongebruikelijk is onder de boeren in de Ebro-delta. De meeste boeren voegen alleen extra stikstof toe aan hun land, en dan ook nog vaak met overmatige hoeveelheden. Verbazingwekkend vindt Casanova zijn vondst echter niet, daar in andere, vergelijkbare kustgebieden hetzelfde probleem is waargenomen. (HBou)
Nieuwsfoto, Toosten op KCW
Aaltjes piercen plantenwortels met hulp enzym
Parasitaire aaltjes kunnen cellulose, het belangrijkste bestanddeel van plantencelwanden, afbreken. Hun speeksel bevat een cellulose-afbrekend enzym, wat tot nu toe alleen bij micro-organismen is gevonden. Dit blijkt uit een publicatie van aio ir Geert Smant en postdoc dr Jack Stokkermans van het Laboratorium van Nematologie in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences
Samen met Amerikaanse onderzoekers isoleerden Smant en Stokkermans de celwandafbrekende enzymen uit speeksel van het aardappelcystenaaltje en het sojabonencystenaaltje. Vervolgens isoleerden ze een viertal genen uit deze aaltjes, waarmee ze konden aantonen dat de diertjes het enzym zelf maken. Het voorkomen van cellulose-afbrekende enzymen is niet eerder bij een diergroep aangetoond. Wel zijn er vermoedens dat kakkerlakken, regenwormen en graskarpers cellulose kunnen afbreken zonder de hulp van micro-organismen
De aaltjes migreren waarschijnlijk door de wortels via een combinatie van mechanische kracht en enzymatische afbraak van de plantencelwanden. Tot nu werd gedacht dat alleen de spierkracht van de larven de reis door de celwanden mogelijk maakt
De vrouwelijke larven nestelen zich in de wortelcellen, waar zij de plant aanzetten tot de vorming van voedingscellen. Met hun stiletten nemen ze de inhoud van de plantencellen tot zich zonder de cellen te doden. Hierdoor kunnen de aanvankelijk smalle, buisvormige aaltjes snel doorgroeien en worden ze uiteindelijk tonnetjerond, gevuld met duizenden eitjes
De plant ondervindt hier grote schade van, ondermeer omdat de voedingscellen in de plantenwortels het watertransport remmen. Het aardappelcystenaaltje veroorzaakt zo bijvoorbeeld de ziekte aardappelmoeheid, die grote schade kan veroorzaken in de aardappelteelt. Als cellulose-afbrekende enzymen essentieel blijken te zijn voor migratie door de wortels, kunnen nieuwe resistentiemechanismen ontwikkeld worden tegen deze plaagorganismen. Een plant kan door genetische modificatie aangezet worden tot de productie van antilichamen die de celwandafbrekende enzymen remmen. Mede-auteur dr ir Arjen Schots acht dit mogelijk, maar ziet de maatschappelijk acceptatie van genetisch gemodificeerde planten als grootste probleem. (MS)
Kampioenschappen studenten volgend jaar in Wageningen

De Grote Nederlandse Studentenkampioenschappen worden volgend jaar in Wageningen gehouden. Dit is op 29 april door de gezamenlijke studentensportstichtingen besloten. De andere kandidaat, Tilburg, viel af. Door dit besluit zullen op 17, 18 en 19 mei volgend jaar 1000 tot 1500 sporters naar Wageningen komen. De kampioenschappen bestaan uit tien sporten. (ERi)
Minder vooraanmeldingen

Het aantal vooraanmeldingen voor Wageningse studies blijft tegenvallen. Eind april hadden zich ruim achttien procent minder studenten aangemeld dan vorig jaar
  • KOP = 19971998
  • = BBiologie8962
  • = L10Bos- en natuurbeheer2942
  • = L20Agrosysteemkunde10 9
  • = L30Landinrichtingswet.5834
  • = L50Bodem, water, atm.5537
  • = L60Landbouwtechniek1517
  • = M10Economie2529
  • = M30Huishoud- cons.wet.2915
  • = O10Tropisch landgebruik3629
  • = O20Rurale ontw.studies2822
  • = T15Plantenveredeling2715
  • = T16Plantenteeltwetensch.2517
  • = T20Zootechniek2036
  • = T30Levensmiddelentechn.3736
  • = T31Voeding en gezondheid5541
  • = T32Milieuhygiene3328
  • = T33Moleculaire wetensch.3126
  • = T34Bioprocestechnologie3928
  • = Totaal641523
    De daling is het sterkst bij de richting Huishoud- en consumentenwetenschappen die bijna de helft minder studenten trekt. Ook Landinrichtingswetenschappen en de plantenrichtingen doen het slecht. Opvallende stijger is de richting Bos- en natuurbeheer, die profijt lijkt te hebben van de toevoeging van natuurbeheer aan de naam van de richting. Verder trekken alleen Zootechniek en Landbouwtechniek meer studenten dan vorig jaar. (KVe)
    Van Aartsen: Ministerie zonder onderwijs onvoorstelbaar
    Het landbouwonderwijs blijft in de komende kabinetsperiode deel uitmaken van het ministerie van LNV. Tenminste, als het aan minister Jozias van Aartsen ligt. Een ministerie van LNV zonder onderwijs is niet voor te stellen.
    Tijdens de vorige kabinetsformatie was er sprake van dat het landbouwonderwijs zou worden overgeheveld van LNV naar Onderwijs. De formateur heeft me toen gevraagd of ik in deze regeerperiode naar de overheveling wilde kijken, maar ik heb toen gezegd: daar begin ik niet aan. Of deze kwestie in de komende kabinetsformatie weer aan de orde komt, weet Van Aartsen niet. Ik hoor in elk geval niets van een discussie over dit onderwerp.
    De minister denkt dat de positie van het landbouwonderwijs en -onderzoek de afgelopen vier jaar is versterkt. Een typerende kracht van het ministerie is dat we het Kenniscentrum Wageningen hebben neergezet. We hebben daarbij niet uit angst gehandeld, dat past de sector niet. De opbouw van Kenniscentrum Wageningen is uniek. De andere universiteiten en het ministerie van Onderwijs kijken er verlekkerd naar en met een zekere afgunst. (ASi)
    Energieverbruik glastuinbouw neemt af
    Het energieverbruik in de glastuinbouw is in 1997 verder afgenomen. Het verbruik per eenheid product was vijf procent lager dan in het jaar daarvoor. Ook het totale energieverbruik per vierkante meter nam af, met ruim zeven procent. Dit blijkt uit de voorlopige cijfers van de jaarlijkse monitoring van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO)
    De glastuinbouw moet in het jaar 2000 vijftig procent minder energie verbruiken per eenheid product dan in 1980. In 2010 moet daar nog eens vijftien procent van af. In 1995 was de tussendoelstelling, veertig procent minder, keurig gehaald. Het jaar daarop ging het energieverbruik echter weer omhoog. Hoe dat kwam is niet bekend. Toch gaat de Stuurgroep Meerjarenafspraak Energie Glastuinbouw ervan uit dat de daling in 1997 trendmatig is
    De laatste jaren werkt de sector aan energiebesparende maatregelen. Individuele tuinders slagen erin minder energie te verbruiken doordat ze onder andere anders omgaan met klimaat en vocht in de kassen en nog meer gebruik maken van klimaatcomputers
    Ook alternatieve vormen van energievoorziening nemen toe. Inmiddels slaat zeventien procent van vooral de glasgroentebedrijven warmte op. De tuinder produceert overdag met zijn eigen ketel CO2. De warmte die de ketel produceert wordt opgeslagen en 's nachts benut. Daarnaast is het aantal aansluitingen op restwarmte en warmte/krachtinstallaties de laatste twee jaar verdubbeld, tot twaalf procent van de bedrijven
    In theorie kan de tuinder met restwarmte van de industrie tachtig procent van zijn energiebehoefte dekken. Hij hoeft zijn eigen warmteketel dan nog maar voor twintig procent van de warmtebehoefte in te zetten. Dit lukt alleen als de aansluiting perfect is en als er ook CO2 wordt meegeleverd. Dat gebeurt in de B-driehoek, het gebied tussen Berkel-Rodenrijs, Bleiswijk en Bergschenhoek. Wordt er geen CO2 meegeleverd, zoals in Drenthe het geval is, dan is de efficientie wat minder. De tuinder moet dan zijn ketel gebruiken om CO2 te produceren, waarbij ook warmte ontstaat. Die warmte concurreert dan als het ware met de restwarmte van de industrie
    De Stuurgroep werkt de komende jaren verder aan energiebesparende maatregelen om de doelstellingen voor 2000 en 2010 te halen. Hoewel die geformuleerd zijn per eenheid product wil de stuurgroep ook de nadruk leggen op energiebesparing per vierkante meter. Daarom is ze deze maand gestart met gratis voorlichting aan 5.500 tuinders. Daarnaast is herstructurering van de glastuinbouw een belangrijke optie. Zeker in nieuwe gebieden is het gebruik van restwarmte goed in te passen. (LeNo)
    Vijfde jaar voor Moleculaire wetenschappen
    Moleculaire wetenschappen mag waarschijnlijk net als de scheikundige opleidingen van de andere universiteiten het studieprogramma met een jaar verlengen tot vijf jaar. Biologie krijgt geen vijfde jaar
    Moleculaire wetenschappen leek buiten het convenant te vallen dat de minister en de algemene universiteiten op 1 mei sloten over de betastudies, omdat het convenant alleen de algemene universiteiten zou betreffen. Daardoor dreigde Moleculaire wetenschappen de enige scheikundige opleiding te worden met een vierjarig programma. Het ministerie van LNV heeft daarop bij minister Ritzen met succes gepleit voor een vijfde jaar. Moleculaire wetenschappen wordt weliswaar nog niet genoemd in het akkoord, maar het ministerie van Onderwijs heeft toegezegd de richting wel op te nemen in nieuwe wetgeving over de vijfjarige opleidingen. Eerst moet echter een onafhankelijke commissie de noodzaak aantonen. Voor de algemene universiteiten heeft de commissie-Van der Kruit al een dergelijk rapport opgesteld
    Biologie is de enige betarichting die geen vijfde jaar krijgt. Ritzen vindt dat er genoeg biologen afstuderen om aan de vraag van de arbeidsmarkt te voldoen. Een stimulans in de vorm van een vijfde jaar is daarom niet nodig. In het jaar 2000 zal de minister nagaan of die beslissing moet worden herzien
    De universiteiten hebben Ritzen in ruil voor de vijfjarige betaopleidingen moeten beloven nieuwe lerarenopleidingen op te zetten, ook in de alfa- en gammasector. Op 1 mei ondertekenden minister en universiteiten twee convenanten, een over de lerarenopleidingen en een over het vijfde betajaar
    De vijfjarige betastudies mogen volgens het eerste convenant in het studiejaar 1999/2000 beginnen. De universiteiten moeten dan wel zorgen voor een vernieuwde opzet van die studies. Ze moeten een brede basis krijgen, eventueel afgerond met een kandidaatsexamen. Daarnaast moeten er verschillende afstudeerprofielen komen, gericht op onderzoek of beroep
    De universiteiten hebben toegezegd ervoor te zorgen dat zeventig procent van de studenten van de nieuwe betaprogramma's hun propedeuse in een jaar halen. Negentig procent van de studenten moeten binnen de cursusduur van vijf jaar hun diploma halen
    De universiteiten krijgen geen geld voor het extra jaar, de studenten wel: die hebben voortaan recht op vijf jaar beurs in plaats van vier. Ritzen wil dat de werkgevers meebetalen aan de kosten, zo'n tien miljoen per jaar. Daarover moeten echter nog afspraken worden gemaakt. (HOP/KVe)
    Effectiviteit fytase neemt af tijdens groei varkens
    Varkens scheiden een groot deel van de fosfor die ze via het voer binnen krijgen, onverteerd uit. Gevolg hiervan is het bekende fosfaatoverschot in de varkenshouderij. Enige jaren geleden kwam fytase op de markt, dat ervoor zorgt dat de varkens de fosfor beter benutten. Nu blijkt fytase niet altijd even effectief te zijn. Daarom moet de hoeveelheid fytase worden afgestemd op het soort varken. Dit blijkt uit het onderzoek van Paul Kemme, die op 23 april promoveerde aan de Universiteit Utrecht. Hij voerde het onderzoek uit op het DLO-Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid in Lelystad, waar hij momenteel werkzaam is
    Om de effectiviteit van fytase te meten, gebruikte Kemme 112 biggen, 32 vleesvarkens en 12 fokzeugen tijdens dracht en tijdens lactatie. De varkens kregen voer dat was samengesteld uit dezelfde grondstoffen, met of zonder toevoeging van microbieel fytase. Zat er geen fytase in het voer, dan had de verteerbaarheid van fosfor te maken met het lichaamsgewicht. Hoe zwaarder de biggen werden, hoe beter ze fosfor konden verteren. Dit ging op tot een gewicht van 60 kilo. Daarna bleef de vertering van fosfor gelijk tot een gewicht van 100 kilo. Drachtige zeugen konden nog minder goed fosfor verteren dan biggen
    De effectiviteit van fytase bleek ongeveer eenzelfde patroon te volgen als de verteerbaarheid van fosfor zonder fytase in het voer. De effectiviteit is het hoogst bij lacterende zeugen, daarna bij vleesvarkens. Tijdens de dracht neemt de effectiviteit verder af
    Uit het onderzoek komt verder naar voren dat fytase niet alleen invloed heeft op de verteerbaarheid van fosfor. Ook bij andere mineralen gaat de verteerbaarheid omhoog. Door toevoeging van fytase aan het voer verloopt de vertering van aminozuren, calcium en magnesium beter. (LeNo)
    Van Aartsen opent Wageningen Centre for Food Sciences
    Het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS) is op 28 april officieel geopend door minister Jozias van Aartsen. Hij onthulde een plaquette in het gebouwtje van de WCFS aan de Diedenweg
    De minister stelde in een lezing dat de sterke internationale positie van levensmiddelenbedrijven alleen is te behouden als ze sectoroverstijgend samenwerken aan fundamenteel onderzoek. Met de subsidie aan het WCFS van 11,5 miljoen gulden per jaar stimuleert de overheid deze samenwerking. Het bedrijfsleven legt 9,5 miljoen gulden op tafel
    Van Aartsen vindt dat het bedrijfsleven meer moet uitgeven aan onderzoek. In andere westerse landen financiert de overheid slechts een derde van al het onderzoek en in Nederland is dat de helft, aldus de minister
    WCFS is de nieuwe naam voor het technologisch topinstituut Voedselwetenschappen. Op dit moment werken er zo'n dertig senior-onderzoekers en aio's onder deze vlag. Zij voeren hun werk uit bij de deelnemende kennisinstellingen TNO-Voeding, ATO-DLO, NIZO en LUW. Vanuit de universiteit zijn inmiddels zo'n tien onderzoekers gedetacheerd bij het centrum. (MS)
    LUW zoekt toparchitect voor onderwijsgebouw
    De dienst Gebouwen en Terreinen wil het nieuwe onderwijsgebouw op De Dreijen door een Europese toparchitect laten ontwerpen. De directeur van de dienst, ir Ad van der Have, heeft samen met de Rijksbouwmeester een lijstje van vijf toparchitecten opgesteld. Van der Have gaat hen vragen hun ideeen over het onderwijsgebouw op te schrijven. Het nieuwe gebouw moet geschikt zijn voor het onderwijs van de toekomst en zo duurzaam mogelijk worden gebouwd
    Van der Have wacht nog op het definitieve jawoord van de raad van bestuur voor de bouwplannen, voordat hij de architecten benadert. Op basis van hun ideeen hoopt hij begin juni te kunnen zeggen wie het gebouw mag ontwerpen. (KVe)
    Weghalen kalf heeft weinig effect op koe
    Het is niet zo erg om kalfjes bij hun moeder weg te halen. Het effect op het hartritme van de koe is klein en duurt niet langer dan een halve minuut. Ook loeien ze maar heel kort. Dit is op te maken uit het onderzoek van Hans Hopster, die op 8 mei hoopt te promoveren bij emeritushoogleraar dr Piet Wiepkema. Hopster voerde zijn onderzoek uit bij het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO) in Lelystad
    Hopster zocht naar manieren om stress op te roepen bij koeien. Er is heel weinig bekend over hoe koeien reageren op een stressvolle gebeurtenis en of er verschillen zijn tussen koeien. Inzicht hierin maakt het mogelijk de omstandigheden in de melkveehouderij beter af te stemmen op het welzijn van de individuele koeien, zo verwacht Hopster
    Weghalen van het kalf bij zijn moeder leek in theorie een goede mogelijkheid om stress op te roepen bij koeien. Daarom zette Hopster acht koeien een week voor het afkalven apart. De kalveren bleven twee tot drie dagen bij hun moeder, waar ze konden zuigen. Op de derde dag na het afkalven werden de kalveren weggehaald en naar een kalverhok gebracht, terwijl de koeien terugkeerden naar de andere melkkoeien
    Na het weghalen van de kalveren loeiden de moeders een beetje en de helft liep naar het voederhek, de enige plek waar ze zicht hadden op de buitenwereld. Heel snel gingen de koeien over op wat ze gewend waren: eten. In de eerste minuut ging de hartslag wel iets omhoog, maar na twee minuten was die alweer gezakt. Of de verhoogde hartslag een gevolg is van het weghalen van het kalf, is de vraag. Hij ging namelijk al omhoog op het moment dat de onderzoeker kwam aanlopen. Ook het zachte en kortdurende loeien is mogelijk geen teken van stress bij de koe. Omdat het zo kort duurt, gaat Hopster ervan uit dat het een herkenningsteken is voor het kalf, zodat het zijn moeder kan terugvinden. (LeNo)
    Verkiezingen bij departementen
    De ondernemingsraad van de LUW wil per 1 juli bij alle departementen, bij de bibliotheek en bij het bureau van de LUW een onderdeelcommissie van de ondernemingsraad instellen. Voor de ondersteunende diensten blijft de ondernemingsraad voorlopig de gesprekspartner. Dat besloot de raad op 4 mei
    De ondernemingsraad wil zoveel mogelijk van zijn bevoegdheden overdragen aan onderdeelcommissies om een sluitend stelsel van medezeggenschap voor de gehele LUW te realiseren en daarmee de medezeggenschap op het niveau van departementen te waarborgen, aldus een nota van de ondernemingsraad
    Voor de onderdeelcommissies bij de departementen Agro-, milieu- en systeemtechnologie, Biomoleculaire wetenschappen, Levensmiddelentechnologie en voedingswetenschappen, Economie en management en Sociale wetenschappen zal de ondernemingsraad op korte termijn verkiezingen organiseren. De onderdeelcommissies van de andere departementen, de bibliotheek en het bureau van de LUW waren al tijdelijk ingesteld en zullen hun werkzaamheden vervolgen. De bibliotheek houdt verkiezingen in maart 1999, gelijktijdig met Pudoc-DLO
    Volgens de ondernemingsraad moet de directeur van de departementen twee maal per jaar algemene gegevens over de werkzaamheden en de resultaten verstrekken aan de onderdeelcommissie. Ook moet hij een meerjarenplan of begroting overleggen en eenmaal per jaar het personeelsbeleid en het sociaal beleid met de onderdeelcommissie bespreken. Die commissie heeft ook het recht voorstellen aan de directeur voor te leggen. Over alle andere mogelijke advies- en informatierechten moeten directeur en onderdeelcommissie onderhandelen. (MS)
    Phytolab meet stress bij intacte planten
    Het onlangs geopende Wageningen Phytolab maakt het mogelijk planten op allerlei manieren te testen op stress zonder de planten te strippen. Zo kunnen planten meermalen onder verschillen condities worden bekeken
    Het Phytolab zit fysiek bij het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO), maar ook het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO) en de sectie Plantenfysiologie van de LUW nemen eraan deel. Het lab wordt een onderdeel van het Wageningen Plant Diagnostics Centre
    Belangrijke toepassing van het lab is het testen van genetisch veranderde planten, om te achterhalen of ze nog wel als gewone plant functioneren. Zo bleek bij genetisch veranderde planten afkomstig uit Amerika de fotosynthese niet goed te lopen. De planten leken normaal en groen, maar bij een tekort aan stikstof vielen ze door de mand. Normaliter doet een plant dan aan herverdeling van stikstof. Ze haalt de stikstof uit de oudere bladeren en brengt die naar de nieuwe. Bij deze planten vond die herverdeling niet plaats. Omdat dit doormeten al bij jonge planten kan gebeuren, is een snelle screening van het materiaal mogelijk. Veldproeven zijn in vergelijking veel duurder en duren vaak te lang. Bovendien is het de vraag of de overheid toestemming geeft voor proeven in de buitenlucht als er gevaar is dat genen op andere planten overgaan
    Ook voor gewone planten is het Phytolab interessant. Hoe beter een plant tegen stress kan, hoe kleiner de kans op opbrengst- of kwaliteitsverlies. De stressbestendigheid is te meten door klimaat, lichtintensiteit, beschikbaarheid van voedingsstoffen en water of zelfs luchtverontreiniging te varieren. De metingen aan enkele planten worden gevolgd door computersimulaties. Daardoor kunnen de onderzoekers uitspraken doen over de stressbestendigheid van het gewas op het veld of in de kas. (LeNo)
    Amerikaanse universiteiten zijn miljardair
    Het vermogen van de Amerikaanse universiteiten is vorig jaar gestegen naar meer dan 150 miljard dollar. Het aantal Amerikaanse universiteiten met een vermogen van een miljard dollar of meer is gestegen van 21 naar 25. De universiteiten maken enorme winsten - hun rendement bedraagt gemiddeld 22 procent - omdat hun aandelen van bedrijven sterk zijn gestegen op de beurs. Dit blijkt uit een overzicht in The Chronicle of Higher Education
    De rijkste Amerikaanse universiteit is Harvard, die haar vermogen vorig jaar met twee miljard zag stijgen naar meer dan tien miljard dollar. Yale, Princeton, Stanford en de universiteit van Texas volgen met een kapitaal van rond de vijf miljard dollar. Deze universiteiten ontvangen veel giften van uiterst rijke afgestudeerden, maar hun vermogensgroei houdt vooral verband met het hoge dividend op hun effecten
    Tot de miljardairs behoren vijf publieke universiteiten. De universiteit van Virginia ziet het bereiken van de miljardgrens als een milestone. Hierdoor kunnen we investeren om een topinstelling te blijven, stelt de financiele bestuurder van Virginia. De universiteiten gebruiken de winsten om het onderwijsprogramma te verbeteren, de studiefinanciering uit te breiden en te investeren in contractonderwijs met big shots. Ze moeten zich echter niet al te rijk rekenen, waarschuwt de vice-president van de National Association of College and University Business Officers, die het onderzoek uitvoerde: het rendement van de aandelen zal dit jaar wat lager uitvallen. (ASi)
    Nieuwsfoto, Oranje-Groen toernooi
    ISO: Collegegeld in strijd met verdrag Verenigde Naties

    De Nederlandse collegegelden zijn in strijd met een verdrag van de Verenigde Naties. Met die klacht is studentenorganisatie ISO naar het comite gestapt dat de naleving van dat verdrag moet controleren
    Het ISO beroept zich op het VN-verdrag voor economische, sociale en culturele rechten. Het verdrag bepaalt onder meer dat er geleidelijk kosteloos hoger onderwijs moet worden ingevoerd
    Nederland doet het tegendeel, voert het ISO aan. Alleen al het collegegeld is de afgelopen jaren immers met duizend gulden omhoog gegaan. Bestuurders van het ISO trokken deze week naar Geneve om hun standpunt toe te lichten tijdens een hoorzitting van het VN-comite dat zich met het verdrag bezighoudt
    De studentenorganisatie voelt zich gesteund door het Nederlands Juristencomite voor de Mensenrechten. Dat wijst erop dat niet alleen de collegegelden zijn gestegen, maar dat ook de basisbeurs is verlaagd. Het gevaar bestaat dat hoger onderwijs niet langer toegankelijk is voor alle inkomensgroepen.
    ISO-voorzitter Erik van Buiten heeft de indruk dat het VN- comite zijn bezwaren serieus neemt. We zaten tijdens de hoorzitting tussen mensen uit Nigeria en Sri Lanka, zegt hij. Die hebben natuurlijk problemen van een andere orde van grootte. Maar ons werd verzekerd dat we bij het comite aan het goede adres waren.
    Volgende week krijgt de Nederlandse regering de gelegenheid om zich te verdedigen. Minister Ritzen ziet daar niet tegenop. Zijn beleid is niet in strijd met het verdrag, laat hij weten. De uitdrukking kosteloos hoger onderwijs betekent dat er geen financiele belemmeringen mogen zijn voor het volgen van een studie, zegt een woordvoerder. En die zijn er in Nederland niet. (HOP)
    LUW-student wordt kampioen vijfkamp

    De twintigjarige student Agrosysteemkunde Martijn Rabbering is Nederlands kampioen moderne vijfkamp bij de junioren geworden. Het kampioenschap werd op 25 en 26 april in Sint-Oedenrode gehouden. De internationale sport moderne vijfkamp bestaat uit de onderdelen zwemmen, lopen, schieten, schermen en paardrijden. Vorige maand kwalificeerde Rabbering zich in Egypte al voor de wereldkampioenschappen junioren in Rome, die eind augustus worden gehouden. (ERi)
    Rectificatie

    Door een fout op de redactie is een uitspraak van studentenraadslid Sandra Veerman over het gewenste aantal zetels in die raad (WUB 15, pagina 1, Geen verkiezingen voor studentenraad) toegeschreven aan prof. dr Cees Veerman. (ASi)

  • Re:ageer