Wetenschap - 23 april 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Vlag moet interdisciplinair werken en lesgeven
De samenwerking binnen de programma's van de onderzoekschool Vlag is sterk toegenomen, maar de samenwerking tussen de programma's is voor verbetering vatbaar. Dat stelt een internationale evaluatiecommissie, op bezoek bij Vlag
De commissie vindt het aio-onderwijs internationaal gezien van hoge kwaliteit en interessant voor aio's van buitenlandse universiteiten, maar zou ook hier meer uitwisseling willen zien tussen de programma's Voeding en gezondheid, Levensmiddelentechnologie en Agrobiotechnologie
Aan het eind van een driedaags bezoek presenteerde prof. dr Niels Asp van de Universiteit van Lund in Zweden op 9 april de bevindingen van de commissie. Deze bestond verder uit onderzoekers van Nestle, Danone, Unilever, de Universiteit Utrecht en de Erasmus Universiteit. De evaluatie geldt als voorbereiding op de nieuwe aanvraag bij de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW), die Vlag eind 1998 zal indienen
Asp stelde verder dat een aantal onderzoeksgroepen van de onderzoekschool zich sterker moet focussen op een kleiner aantal onderwerpen. Om dat in het extern gefinancierde onderzoek te bewerkstelligen, zou Vlag zich sterk moeten richten op participatie binnen grote nationale onderzoeksprogramma's
Om de missie van de school waar te maken, moet deze meer aandacht besteden aan de uiteinden van de voedselketen: de primaire productie en het consumentengedrag. Secretaris van de onderzoekschool dr ir Fre Pepping is het hiermee eens. Zo zullen bij de nieuwe erkenningsaanvraag ook marktkundigen meedoen en lopen er al samenwerkingprojecten met plantenveredelaars. Ook wil de onderzoekschool in de toekomst meer interdisciplinaire aio-cursussen een verplichtend karakter geven, aldus Pepping
Ten behoeve van de externe evaluatie voerde Vlag een interne evaluatie uit. Daaruit blijkt dat het aantal publicaties van de Vlag-onderzoekers varieert van twee tot zeventig publicaties in internationaal gerefereerde tijdschriften over de afgelopen vier jaar. Een klein aantal onderzoekers haalde het minimum van twee publicaties per jaar in deze tijdschriften niet. Of die mensen kunnen meedoen aan Vlag-2 hangt af van hoeveel ze in 1998 publiceren en het aantal aio's dat ze begeleiden bij de start van Vlag-2. Dat moeten er minimaal twee zijn
In Vlag-2 vallen niet alleen onderzoekers af, er komen ook een aantal toxicologen en marktkundigen van de LUW bij. En het Nutrition and Toxicology Research Institute Maastricht (NUTRIM) wordt onderdeel van Vlag. Daarmee herbergt de onderzoekschool straks 180 aio's, veertig postdocs en 130 wetenschappelijke stafmedewerkers. (MS)
Benefietfeest Unitas voor school in India

Jongerenvereniging Unitas hoopt 25 april met een benefietfeest voldoende geld binnen te halen om het jaarsalaris van een leraar te betalen op een school voor Srilankaanse vluchtelingen in Tamil Nadu in India. Op het benefietfeest spelen twee bands: D'Upyoghurted en Bark like a baby
Op de school in Tamil Nadu volgen zo'n driehonderd kinderen uit Sri Lanka onderwijs in hun eigen taal. De ouders van de kinderen wonen in vluchtelingenkampen. De school heeft gebrek aan geld, materiaal en docenten en heeft daarom dringend sponsors nodig. Eerder al organiseerden Nijmeegse studenten een benefietfeest. Van de opbrengst werd een wiskundeleraar aangesteld
Zaterdagavond hoopt Unitas tenminste negenhonderd gulden aan entreegeld op te halen, genoeg voor de aanstelling van een docent. Bij de deur wordt daarom ook Unitas-leden, die eigenlijk gratis naar binnen mogen, gevraagd bij uitzondering vijf gulden te betalen
Volgens Onno Klinkenberg, een van de organisatoren van het feest, is het inzamelen van geld nodig omdat de Indiase overheid alleen Indiaas onderwijs voor de kinderen wil betalen. De vluchtelingen hopen echter ooit weer naar huis te gaan en dan is het handig als ze hun eigen taal spreken. (LKe)
Studenten kunnen kosten labjas terugvragen

Studenten die dit jaar een labjas hebben gekocht en het bonnetje hebben bewaard, kunnen hun geld voor de jas terugkrijgen bij hun departement van de universiteit
Volgens het studentenstatuut dat vanaf september van kracht is, moet de universiteit veiligheidskleding ter beschikking stellen aan de studenten. Onduidelijk was of de labjassen daar ook onder vallen. Het college van bestuur heeft nu besloten dat leerstoelgroepen verantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van voldoende labjassen. (KVe)
Leids bestuurskundige wil studenten politiek bijbrengen

Ambtenaren moeten initiatieven durven nemen en niet bang zijn om iets te regelen met bijvoorbeeld leden van de Tweede Kamer. Daarmee voorkomen ze dat ze jarenlang bezig zijn met het maken van beleid dat op het laatste moment wordt afgeschoten. Deze mening wil dr Jouke de Vries, universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Leiden, de komende weken verkondigen in zijn colleges aan de LUW
De Vries is, op verzoek van het ministerie van Landbouw, drie dinsdagmorgens te gast als docent bij Agrarische economie. Hier wil hij de Wageningse studenten gevoelig maken voor politiek-bestuurlijke verhoudingen. De Wageningse student is uitstekend opgeleid maar is slechts deskundig op een deelterrein. Over politiek bestuurlijke vraagstukken weet hij niets.
Zelf heeft De Vries de nodige ervaring in het analyseren van beleidsprocessen. De studenten wil hij cases laten analyseren, bijvoorbeeld de herstructureringswet voor de varkenshouderij. (LeNo)
Samenwerking agrarische hogescholen vastgelopen
De stichting Samenwerking Hoger Agrarisch onderwijs (SHAO) en de Hogere Agrarische Studenten Unie (HASU) zijn ongerust over de voortgang van de consortiumvorming bij de agrarische hogescholen. De SHAO vreest dat het agrarische onderwijs daardoor in een kwetsbare situatie komt
De vijf agrarische hogescholen kampen met teruglopende studentenaantallen en financiele tekorten en onderhandelen sinds juni 1997 over een nauwer samenwerkingsverband. Er is echt verschil van inzicht over de intensiteit van de samenwerking. De meerderheid van de scholen wil een concern vormen, maar de scholen uit Delft en Den Bosch hechten meer waarde aan samenwerking met het hbo in de regio en hebben bedenkingen om hun onderwijsaanbod af te stemmen op de andere agrarische hogescholen
In een brief aan de besturen van de scholen zegt de studentenbond HASU dat de instellingen zich te veel laten leiden door eigenbelang. (KVe)
KCW-bestuur sust kritiek van ecologische landbouw
Het college van bestuur betreurt dat er in de pers twijfel is ontstaan over zijn plannen om de biologische landbouw aan de LUW te versterken en wil dat dit vakgebied een kwalitatief hoog wetenschappelijk niveau en de noodzakelijke omvang zal krijgen, gelet op de maatschappelijke ontwikkeling en belangstelling van studenten. Dit schrijft het bestuur aan de maatschappelijke organisaties van de biologische landbouw. Deze organisaties worden bovendien op adequate wijze betrokken bij de nadere formulering van de profielen en de invulling van de leerstoelen
De brief van het bestuur volgt op de grote ongerustheid en boosheid van de ecologische organisaties in Nederland, naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van 11 april, onder de kop De biologische landbouw wordt opgerekt. Daarin licht rector prof. dr Cees Karssen het beleid ten aanzien van de ecologische landbouw toe. Hij stelt dat de ecologische landbouw meer moet samenwerken met andere vakgebieden aan de universiteit en niet moet beunhazen
De irritatie van de ecologische organisaties werd tijdens de Wageningse Kennisdagen verwoord door Ria Beckers, naast voorzitter van de stichting Natuur en Milieu lid van de Raad van Toezicht van Kenniscentrum Wageningen. De samenleving verwacht van Wageningen een open oog, een open mind, een open debat. De eerste testcase ligt op tafel: de biologische landbouw. Er is geen enkele reden voor zo'n defensieve opstelling als in De Volkskrant. Wat we nodig hebben is de spirit van een leidend kenniscentrum, de spirit van zelfkritiek in plaats van arrogantie, de spirit van een lerende organisatie, de wil dus om te veranderen.
De rector stelt dat zijn uitspraken uit hun verband zijn gerukt door de Volkskrant-journalist, die veel algemene observaties van hem over de plant- en gewaswetenschappen heeft toegeschreven aan de ecologische landbouw. (ASi)
E. coli kan hittebestendige enzymen produceren
Hittebestendige enzymen zijn interessant voor de industrie als biokatalysator van processen die bij hoge temperatuur plaatsvinden. Hyperthermofiele micro-organismen, die van nature de hittebestendige enzymen produceren, groeien bij temperaturen rond het kookpunt van water. Er zijn nu nog dure fermentatieprocessen nodig om met hyperthermofiele micro-organismen de hittebestendige eiwitten te kweken. Maar dat is in de toekomst niet meer nodig. Dezelfde hittebestendige eiwitten zijn ook in grotere hoeveelheden te produceren met genetische gemodificeerde Escherichia coli-bacterien, die optimaal groeien bij een temperatuur van 37 graden. Dat blijkt uit het proefschrift van ir Wilfried Voorhorst, die 24 april hoopt te promoveren bij microbioloog prof. dr Willem de Vos
Voorhorst beschrijft in zijn proefschrift de productie van een aantal hittebestendige enzymen van Pyrococcus furiosus in de gastheer E. coli. Hij bestudeerde enzymen die zijn betrokken bij het afbreken van suikerketens of eiwitten. Voorhorst ontrafelde de voor de productie van deze enzymen belangrijke genen en plaatste deze in E. coli. Het enzym beta-glucosidase dat in de gastheer E. coli werd geproduceerd bleek qua structuur en functie identiek aan het van nature in het hyperthermofiele micro-organisme voorkomende enzym
Het hoge productieniveau van de enzymen in de genetisch goed toegankelijke gastheer E. coli maakte het mogelijk om door middel van verandering in het gen te onderzoeken welke structuureigenschappen van de hittebestendige enzymen ervoor zorgen dat ze zo stabiel blijven bij hoge temperaturen. Bij enzymen die betrokken zijn bij het afbreken van eiwitten vond Voorhorst een duidelijke toename in het aantal aromatische ringen. Deze aromatische aminozuren zitten graag bij elkaar in de buurt en zijn daarom waarschijnlijk belangrijk voor de stabiele structuur van het hittebestendige eiwit. Ook een groter aantal zoutbruggen, waar een positief geladen gebied van een enzym een negatief geladen gebied aantrekt, zorgde voor een betere stabiliteit. (MS)
Bestrijd vergrijzing in biologie met jonge hoogleraren
Psychologie, biologie en werktuigbouwkunde moeten de komende jaren extra jonge hoogleraren krijgen met geld van minister Ritzen. Zo kan de vergrijzing in deze vakgebieden bestreden worden. Dat is het voorstel van onderzoeksorganisatie NWO aan minister Ritzen. De universiteiten weten nog niet of zij het voorstel steunen. Uiteindelijk neemt de minister zelf de beslissing over deze zogeheten Van der Leeuw-hoogleraren
De jonge hoogleraren, hooguit 45 jaar oud, kunnen aangesteld worden op plaatsen waar over een paar jaar een hoogleraar met emeritaat gaat. Een tijdelijke dubbele bezetting van een leerstoel voorkomt dat er geen geschikte wetenschappers voorradig zijn op het ogenblik dat de oude hoogleraar vertrekt
Zo'n gebrek aan kandidaten kan zich voordoen in vergrijsde vakgebieden. Daar zal over enkele jaren binnen korte tijd een groot aantal hoogleraren vertrekken. Eerder waren scheikunde en letteren al aangewezen als vakgebieden waar dat gevaar dreigt. De eerste Van der Leeuw-hoogleraren zijn daar inmiddels aan het werk
Ook de drie nu aangewezen disciplines zijn sterk vergrijsd. Zo'n 45 procent van de hoogleraren in deze vakken is ouder dan 55 jaar. Van de biologiehoogleraren is een derde zelfs zestig jaar of ouder
Er is twintig miljoen gulden per jaar beschikbaar voor de Van der Leeuw-hoogleraren. De helft daarvan komt van Ritzen, de andere helft van NWO en de universiteiten die zo'n prof krijgen. Met het geld kunnen in het vakgebied psychologie en pedagogie en het vakgebied biologie negen a tien hoogleraren aangesteld worden. In de werktuigbouwkunde is er geld voor ongeveer vijf jonge hoogleraren. (HOP)
Ondernemingsraad DLO bezorgd over structuur KCW
De ondernemingsraad van DLO is bezorgd dat de afstemming en financiering van onderzoek binnen KCW te veel top-down gaat plaatsvinden. De raad reageert hiermee op de strategische visie, waarin gewag wordt gemaakt van geintegreerde kenniseenheden van LUW en DLO, waarbij directieraden de interne onderzoeksmarkt moeten organiseren
De analyse van hoogleraar Van der Ploeg over de structuur van KCW (WUB nr. 12 van 26 maart, red.) bevat een grote kern van waarheid, verklaart voorzitter dr Herbert Diemont van de ondernemingsraad. We delen zijn zorgen. De vraag is of je de integratie van onderzoek binnen KCW van bovenaf moet opleggen of dat je een meer organisch proces moet laten plaatsvinden. Een soepeler constructie is ook bedrijfseconomisch van belang; je kunt dan beter aan risicospreiding doen.
De ondernemingsraad heeft deze week uitgebreid met de raad van bestuur en de DLO-directeuren gesproken over de onderzoeksstructuur van KCW. De ondernemingsraad heeft de structuur als knelpunt naar voren gebracht, nadat de externe adviseurs prof. dr Arie van der Zwan en mr Lou Sprengers de raad van advies hadden voorzien. Die heeft nu een voorlopig advies over de KCW-structuur opgesteld en wil komende week van bestuursvoorzitter prof. dr Cees Veerman weten of hij de structuur wil aanpassen. Daarna volgt het definitieve advies van de ondernemingsraad
Een ander knelpunt voor de ondernemingsraad is de financiele basis van een zelfstandig DLO. Het ondernemingsplan van DLO maakt volgens Diemont duidelijk dat we op dun ijs lopen. Het ondernemingsplan gaat uit van een rendement van een procent. Dat is heel weinig en zal de komende jaren zelfs niet lukken. Zes DLO-instituten, vooral in de groene hoek, hebben het eerste deel van dit jaar negatief gedraaid. Van der Zwan heeft besprekingen gevoerd met de directeuren van DLO over de marktverwachtingen. Onze grote zorg is wat kleiner geworden, maar bedrijfsmatig blijft het dun ijs. (ASi)
Voorlichtingskunde kiest nieuwe naam
De leerstoelgroep Voorlichtingskunde heet vanaf 1 mei Communicatie- en innovatiestudies. Volgens prof. dr Cees van Woerkum is de naamsverandering ingegeven door de veranderingen binnen het vakgebied. Het idee wekte wel verzet. Mensen zeiden we hebben een goede naam, een merk, en dat gooi je zomaar weg. Maar uiteindelijk ga je steeds meer dingen doen die niet meer onder het woord voorlichting passen.
De naam Communicatie- en innovatiestudies is wel wat breed, vindt ook Van Woerkum. Er is qua hanteerbaarheid niets wat in de buurt komt van Voorlichtingskunde, maar de wereld van de voorlichting is niet meer dezelfde als tien jaar geleden. We merken bijvoorbeeld dat steeds meer mensen die in de voorlichting werken zich niet meer voorlichter willen laten noemen, maar communicatie-adviseur of medewerker interne of externe betrekkingen. Zelfs de Dienst Landbouwvoorlichting wil niet meer voluit Dienst Landbouwvoorlichting heten maar DLV, zoals in VPRO.
Van Woerkum merkt bij het traditioneel sterk beleidsgerichte onderzoek van de leerstoelgroep dat de term voorlichting te veel het idee geeft van het eenzijdig zenden van informatie. Dat past niet bij het huidige op interactie en integratie gerichte beleid, waarbij voorlichting vaak een procesmatig karakter heeft. Bij het maken van een streekplan of een ruilverkaveling moet er een overleg- en onderhandelingsproces plaatsvinden tussen groepen. Binnen dat proces vindt wel voorlichting plaats, maar voor het hele proces is die term niet meer voldoende.
De nieuwe naam tekent ook de veranderde verhoudingen van voorlichters met hun technische collega-wetenschappers. Vroeger kwam de communicatie na de technische innovatie. Nu komt eerst een communicatieproces en daarna de innovatie. Ook de technische wetenschappers moeten in dat hele proces meedoen. Daarnaast lost de naamsverandering de problemen op die ontstaan bij het vertalen van Voorlichtingskunde. Extension bijvoorbeeld, daar kan je in de landbouw nog mee uit de voeten, maar in de gezondheids- en milieusector weer niet. (MWo)
Houtwallen wijzen vleermuizen de weg
Vleermuizen gebruiken lijnvormige landschapselementen als houtwallen, kanalen en boomrijen om zich te orienteren in het landschap. Dat stelt de ecoloog dr Ben Verboom in zijn proefschrift, waarop hij 21 april promoveerde bij prof. dr Herbert Prins
De verblijfplaatsen van Nederlandse vleermuizen liggen vaak kilometers van hun favoriete jachtgebieden. Vleermuizen overbruggen die afstanden via vaste vliegroutes langs lijnvormige landschapselementen. Ze houden met hun sonar contact met de boomrijen en kanalen, blijkt uit geluidsopnamen van meervleermuizen. Die passen hun sonargeluiden aan aan de afstand tot een kanaaloever. Waarschijnlijk gebruiken de vleermuizen de landschapselementen om in hun geheugen een kaart van het gebied te maken
Vleermuizen hebben ook andere voordelen van boomrijen. Ze bieden bescherming tegen wind en predatoren als de uil. Bovendien is de insectendichtheid vaak groter in de buurt van lijnvormige landschapselementen. Uit het onderzoek van Verboom blijkt dat kleinere vleermuizen sterker gebonden zijn aan de heggen en boomrijen
Door schaalvergroting in de landbouw is tussen 1900 en 1990 bijna zestig procent van de houtwallen, heggen en bomenrijen uit het Nederlandse landschap verdwenen. Die ontwikkeling heeft Nederland minder aantrekkelijk gemaakt voor vleermuizen. Verboom hoopt dat zijn bevindingen en de verspreiding van vleermuizen een rol spelen bij een decision support system voor landschapsinrichters. (KVe)
Nieuwsfoto, Open dag

De zevenhonderd studenten waren vergezeld van veel ouderen, naast ouders ook decanen, vakdocenten van middelbare scholen en alumni van de universiteit, aldus drs Godelieve Nieuwendijk van de afdeling Voorlichting. De Open Dag is een soort familiedag, waarbij de bezoekers in een ontspannen sfeer gesprekken voeren met de docenten.
Nieuw dit jaar waren de minicolleges over de Wageningse opleidingen. Daar hebben veel scholieren behoefte aan, bleek uit een enquete. Docenten hielden praatjes van een half uur over de opleidingen. Die zijn inderdaad goed bezocht door de scholieren. In totaal telde de universiteit op de vier locaties - Biotechnion, Agronomie, de Nieuwlanden en Zodiac - zo'n 3100 bezoekers, maar Nieuwendijk tekent aan dat een deel van de bezoekers natuurlijk meerdere locaties heeft bezocht. (ASi)
Lichte toename landbouwexport

De Nederlandse landbouwexport is in 1997 iets toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. Het aandeel van de landbouwexport in de totale export is echter licht gedaald, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
De export van alle producten naar alle landen buiten Nederland bedroeg vorig jaar 378 miljard gulden, tegen 344 miljard in 1996. Dat is een toename van 34 miljard. Bij de landbouwproducten bedroeg de toename 1,5 miljard gulden, van 57,3 miljard in 1996 tot 58,8 miljard in 1997. De grotere toename van de totale export betekent een daling van het aandeel landbouwexport van 16,6 procent naar 15,5 procent
Hetzelfde beeld is te zien bij de export binnen de EU. De export van alle producten nam toe van 273 tot 297 miljard in 1997. Bij de landbouwproducten nam het toe van 48,7 miljard tot 49,3 miljard. Dat betekent ook hier een daling voor het aandeel van de landbouwexport in de totale export. Overigens is die daling voornamelijk toe te schrijven aan een lagere export van levende dieren vanwege de varkenspest vorig jaar. Daarom verwacht het CBS dat het aandeel weer toe zal namen
Het aandeel van de landbouwproducten in het handelsoverschot is onveranderd hoog. Het verschil tussen in- en uitvoer bedroeg vorig jaar 32,4 miljard gulden. Hiervan kwam 29,6 miljard voor rekening van de landbouw. (LeNo)
Afrikaanse buffel weerstond grote runderpestepidemie
De runderpest trof de Afrikaanse buffel zwaar. Eind vorige eeuw stierf meer dan negentig procent van de ongeveer drie miljoen buffels. Dat gebeurde nadat de runderpest via de import van vee naar Afrika was gebracht. Ook in de twintigste eeuw woedden er regelmatig runderpestepidemieen door Afrika. Verwacht werd dat de genetische diversiteit in de buffelpopulaties hierdoor sterk afgenomen was, maar onderzoekers van de leerstoelgroep Fokkerij en genetica laten zien dat er nauwelijks een afname heeft plaatsgevonden. Ze voerden hun onderzoek uit binnen het NWO-prioriteitsprogramma Biodiversiteit en verstoorde ecosystemen
Postdoc dr Paul Wenink onderzocht de diversiteit in een gen dat belangrijk is voor het afweersysteem. Als er weinig variatie in dit gen is, zouden de runderen waarschijnlijk kwetsbaarder zijn voor allerlei ziektes. Tot zijn verbazing bleek in vier nationale parken in oost- en zuidelijk Afrika de diversiteit hoog te zijn
Onderzoeker in opleiding drs Pim van Hooft bekeek het voorkomen van merkergenen uit westerse runderen in de Afrikaanse buffels. Deze merkergenen hebben in westerse runderen veel varianten en komen verspreid over verschillende chromosomen voor. Van deze merkers komen er 24 ook in buffels voor. Binnen een kudde was er veel diversiteit te vinden in deze merkergenen. Daarnaast was er weinig verschil in diversiteit tussen kuddes in verschillende Afrikaanse regio's
Wenink heeft meerdere verklaring voor de onverwacht hoge diversiteit. De mannetjes, die hun kudde verlaten als ze volwassen zijn, leggen waarschijnlijk grote afstanden af naar kuddes in andere regio's. Via de mannetjes wisselen verschillende kuddes dan genen uit en daardoor verschilt de genetische diversiteit tussen de kuddes niet veel. Daarnaast is misschien de reductie in populatie overschat en mogelijk paren de buffels niet met verre familieleden. Ook dit bevordert de genetische diversiteit
Volgens Wenink zijn er ook onderzoeken bekend waaruit bleek dat grote sterfte in een populatie wel tot verarming van de genetische diversiteit leidde. Bij de kust van Californie zijn bijvoorbeeld veel zee-olifanten doodgeknuppeld. In deze populatie is door inteelt veel minder genetische diversiteit dan in populaties op Antarctica, vertelt Wenink
Dat de buffels genetisch niet verarmd zijn, duidt erop dat het belangrijk is dat de mannetjes van de ene kudde naar de andere kunnen trekken en dat het niet goed is om ze in geheel afgesloten nationale parken te houden. (MS)
Groen licht voor onderwijsgebouw

Onderwijsdirecteur prof. dr ir Bert Speelman heeft de afdeling Gebouwen en terreinen van de LUW groen licht gegeven voor de bouw van het nieuwe onderwijsgebouw op De Dreijen. Alleen onverwachte bezuinigingen bij de LUW kunnen de bouw nog dwarsbomen. Speelman schat de kosten voor het gebouw op twintig miljoen gulden. Als Hogeschool Diedenoort in het gebouw wordt gehuisvest, kost het dertig miljoen. Het ministerie van LNV subsidieert het onderwijsgebouw, maar Speelman wil het subsidiebedrag niet prijsgeven. (KVe)
TU Eindhoven verhoogt salarissen aio's

De Technische Universiteit Eindhoven heeft het beginsalaris van aio's met zevenhonderd gulden per maand verhoogd. De universiteit heeft door krapte op de arbeidsmarkt moeite om voldoende goede aio's aan te trekken en wil met de salarisverhoging aantrekkelijker voor hen worden. Tweede- en derdejaars aio's krijgen een opslag van respectievelijk 550 en 350 gulden per maand. Voor het vierde jaar blijft het salaris ongewijzigd. (KVe)
Landbouwtijdschrift op Internet

Het landbouwkundig tijdschrift Netherlands Journal of Agricultural Sciences (NJAS) is sinds de kennisdagen te lezen op het Internet (http:www.gcw.nl/kiosk/njas). De elektronische NJAS-versie is ontstaan door samenwerking van de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging, uitgever van de papieren versie, de bibliotheek LUW/Pudoc-DLO en Cereales, uitgever van het Wagenings Universiteitsblad. De elektronische versie van het NJAS zal een jaar proefdraaien naast de papieren uitgave. (MWo)
Onderwijsplatform wil meer studietijd

Ruim veertig onderwijsorganisaties zijn sinds 20 april verenigd in het Nationaal Platform Onderwijs (NPO). Zij strijden gezamenlijk voor extra investeringen in het onderwijs. De organisaties, waaronder AbvaKabo, de landelijke studenten vereniging LSVb, de vereniging van universiteiten VSNU en studentenvakbond ISO startten een landelijke campagne onder de naam de Tafel van Tien. Met het oog op de landelijke verkiezingen werd de tekst van de campagne afgelopen maandag aangeboden aan minister-president Wim Kok
Meer studietijd voor studenten, een lagere werkdruk voor onderwijzend personeel en het terugdringen van het percentage mensen dat afhaakt zijn enkele strijdpunten van het platform. Hoewel de kwaliteit van het onderwijs goed is, maken de deelnemers zich zorgen over de toekomst. Nederland steekt veel minder geld in het onderwijs dan omringende landen. Om zich te kunnen meten met vergelijkbare OESO-landen moet vijf miljard extra uitgegeven worden, stelt de Tafel van Tien. (MBe)
Delft wint milieuprijs hoger onderwijs

Van alle Nederlandse studenten krijgen aankomende architecten in Delft het groenste onderwijs. De Delftse faculteit Bouwkunde heeft hiervoor de milieuprijs hoger onderwijs ontvangen. Alle tweedejaars bouwkunde in Delft volgden tot voor kort een verplicht studieblok van 320 uur over milieuvriendelijke bouwtechnieken. Sinds kort heeft de faculteit het milieuonderwijs zelfs over meerdere verplichte blokken uitgesmeerd. Omdat de prijs bedoeld is voor normale opleidingen, mochten speciale milieustudies niet meedoen. Wageningen was ook genomineerd voor de prijs. (HOP)

Re:ageer