Wetenschap - 26 maart 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Studenten kunnen interdisciplinair werken bij DLO
Als de LUW door de fusie met de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) bedrijfsmatiger gaat werken, zoals al bij DLO gebeurt, is dat voordelig voor studenten. Studenten kunnen dan expliciete eisen stellen aan de kwaliteit van het onderwijs. Dit zei de projectleider onderzoek van KCW, dr Dick van Zaane, op 24 maart tijdens de lunchdiscussie KCW, wat doet je ermee?, georganiseerd door de Wageningse Studentenorganisatie (WSO) en Studium Generale. Er kwamen zo'n twintig studenten op af
Een ander voordeel van de samenwerking is volgens Van Zaane dat deskundigheid op een groot terrein beschikbaar komt. Hierdoor is het gemakkelijker om een breed opleidingenaanbod in stand te houden. Verder biedt DLO studenten de mogelijkheid om interdisciplinair te leren werken. DLO heeft dat al op veel plaatsen verwezenlijkt, meent Van Zaane. En als de LUW door KCW een betere positie krijgt in de wereld, hebben studenten daar ook wat aan. De universiteit waar je studeert, is een keurmerk dat je je hele leven meedraagt.
Nadeel van de fusie is dat DLO zijn medewerkers niet selecteert op didactische kwaliteiten, meent Van Zaane. DLO-onderzoekers moeten dus geen colleges gaan geven zonder de daarvoor benodigde trainingen. Maar studenten weten dat dit voor de LUW-onderzoekers soms ook geldt, voegde hij er aan toe
Vincent Schut van de Progressieve Studentenfractie (PSF) stelde in een reactie dat het verbeteren van de onderwijskwaliteit een expliciete doelstelling van KCW moet zijn. In de strategische visie van de Raad van Bestuur gaat het echter vooral over het verbeteren van de onderzoeks- en marktpositie van KCW. Schut meent dat het onderwijs door de KCW-vorming kan verbeteren, maar dan moet het van hogerhand echt gewild worden.
De discussie ging verder over afstudeervakken en stages bij DLO. Volgens een aantal studenten is daar geen fusie voor nodig; dat kan nu ook al. Maar de aanwezige beleidsmedewerkers verwachten dat docenten de mogelijkheden bij DLO beter onder de aandacht kunnen brengen als ze zelf intensief met DLO samenwerken. (MS)
Eerste signalen van zeehonden met zender in Waddenzee
Vorige week heeft het IBN-DLO per satelliet de eerste signalen opgevangen van de zenders die zijn vastgeplakt op vijftien zeehonden in de Waddenzee. Het IBN gebruikt deze innovatieve techniek om het migratiegedrag van zeehonden te onderzoeken. Zo wil het IBN nagaan in hoeverre aardgasboringen van de NAM een verstorende invloed hebben op de beesten. Er zijn twaalf aardgasboringen gepland; de eerste wordt deze zomer uitgevoerd
Momenteel vertoeven tweeduizend zeehonden in de Waddenzee. De kans bestaat dat de boringen de dieren verjagen uit bepaalde geulen of dat ze uitwijken naar de Noordzee. De NAM en de overheid zullen volgens IBN-onderzoeker dr Norbert Dankers de resultaten van het onderzoek serieus nemen en zonodig de plaats van de boringen aanpassen
De zendertechniek die het IBN gebruikt, satelliet-telemetrie, is nooit eerder toegepast voor het onderzoek van dieren. In het verleden werd gebruik gemaakt van zenders waarmee de zeehonden slechts op twintig kilometer afstand te volgen waren en alleen als ze hun kop, waaraan de zender is bevestigd, boven water steken. Met behulp van satellietzenders kunnen de dieren overal worden gevolgd, ook onder water tot op een paar honderd meter diepte
Dankers vertelt dat de zeehonden geen last hebben van de zender. Die is tien bij tien centimeter groot en drie centimeter dik. Hij is gemaakt van epoxy en dus erg licht. De zeehond merkt ook niet zo veel van de flexibele antenne. De hele zender valt er meestal na drie tot zes maanden af.
Of het volgen van vijftien zeehonden wel genoeg zegt over de hele populatie in de Waddenzee is niet zeker, maar volgens Dankers zijn de geselecteerde dieren representatief: het zijn volwassen mannetjes en vrouwtjes en jonge zeehonden van een a twee jaar
Over de bruikbaarheid van de satellietgegevens is Dankers hoopvol gestemd. We krijgen nu bijvoorbeeld signalen binnen van een zeehond die steeds heen en weer zwemt tussen het Duitse en het Nederlandse Waddengebied. Dit dier hebben we enkele maanden bezenderd in het Brielse Gat bij Rotterdam. Het is langs de kust omhoog getrokken. Van de andere zeehonden krijgen we ook een hoop informatie binnen. (HBou)
Straalstroom bemoeilijkt voorspellen weersomslag
De aanwezigheid van de straalstroom maakt het voorspellen van weersomslagen minder betrouwbaar. Deze krachtige westenwind komt voor op vijf tot tien kilometer hoogte en bemoeilijkt vooral het voorspellen van hogedrukgebieden op de grens van de Atlantische Oceaan en het Europese continent. Dit is de conclusie van ir Jeroen Oortwijn, die op 25 maart promoveerde bij prof. dr ir Johan Grasman, hoogleraar in de zuivere en toegepaste wiskunde bij het departement Agro-, Milieu- en Systeemtechnologie. De meteoroloog verrichte onderzoek bij het KNMI
Met behulp van computerberekeningen toonde Oortwijn aan dat de atmosferische turbulentie van de straalstroom ertoe leidt dat de actuele weerstoestand voor het ontstaan van een hogedrukgebied niet goed kan worden geschat. Deze fout plant zich voort in de modellen die meteorologen gebruiken om het weer te voorspellen
De moeilijk te voorspellen hogedrukgebieden zijn typerend voor het zogenaamde blokkade-regime in West-Europa, een weerstoestand waarbij depressies op afstand blijven en zwakke oostenwinden de overhand hebben. Blokkades leiden vaak tot relatief warm of juist koud weer, dat contrasteert met het gematigde weer bij overheersend westelijke winden. Zo'n blokkade kan erg snel ontstaan, binnen enkele dagen. (HBou)
Studenten geven bestuur aan bij politie
Studenten hebben niets gewonnen met de invoering van nieuwe wet op de bestuursstructuur, de MUB. Dat vinden zij althans zelf. Ze zijn afhankelijk geworden van de goede wil van de bestuurders, en die ontbreekt vaak. In arren moede zijn ze zelfs naar de politie gestapt
De colleges van bestuur overtreden de wet, zegt Joeri Oudshoorn van studentenbond LSVb. De wet schrijft namelijk voor dat de MUB een jaar nadat die van kracht werd moet zijn ingevoerd. Dat jaar was vorige week om, maar aan de meeste universiteiten is het nog lang niet zo ver. Daarom hebben studenten in het hele land vorige week hun bestuurders aangegeven bij de politie. Ook een aantal Wageningse studenten probeerde aangifte te doen. Dat ze daarmee aan het verkeerde adres waren, wisten de studenten ook wel. Niet de politie, maar de colleges van bestuur zelf moeten erop toezien dat de wet wordt toegepast
De LSVb is ontevreden over de houding van veel colleges van bestuur. Die nemen de studenten niet serieus. Van de doelstellingen van de MUB komt volgens de bond weinig terecht. De wet had het universiteitsbestuur moeten stroomlijnen. In plaats daarvan wordt er meer vergaderd - meestal echter niet over inhoudelijke zaken, maar over procedures
Minister Ritzen maakt zich nog niet druk. Hij verwijst naar de conclusies van de commissie-Datema, die de invoering van de MUB namens hem volgt. De invoering verloopt bevredigend, schreef Datema een maand geleden. Dat de wet aan geen enkele universiteit volledig in werking is getreden, is geen reden tot zorg, aldus een woordvoerder van Ritzen. Als de nieuwe medezeggenschapsorganen er zijn en er reglementen klaarliggen om ingevoerd te worden, is de minister voorlopig tevreden. (HOP)
LUW-ecologen monitoren natuur in Utrechtse polders

Ecologen van de leerstoelgroep Natuurbeheer en plantenecologie zijn deze maand begonnen met het monitoren van vegetatie, weidevogels, bijen en insecten in Utrechtse polders. Het onderzoek moet uitwijzen of natuurbeheersovereenkomsten tussen boeren en het ministerie van LNV gunstig zijn voor het behoud van natuurwaarden in landelijke gebieden. Ruim 550 Nederlandse boeren passen hun bedrijfsvoering aan; ze stellen bijvoorbeeld de het maaien uit om weidevogels ongestoord te laten broeden
De overeenkomsten kosten de overheid veel geld, vertelt dr ir David Kleijn, organisator van het onderzoek. Sinds 1981 ontvangen deelnemende boeren jaarlijks gemiddeld achthonderd gulden per hectare grond. Tot op heden is er geen wetenschappelijk onderbouwde evaluatie gedaan van de effectiviteit van de beheersmaatregelen. Het is dus niet aan te geven of bijvoorbeeld de weidevogelstanden hierdoor verbeteren, vertelt Kleijn. De ecoloog monitoort daarom samen met twee studenten gedurende een jaar de natuur in de polders Westbroek, Maarsseveen en Achttienhoven. Door de natuurwaarden te bepalen op vergelijkbare landbouwpercelen met en zonder beheersovereenkomst hoopt Kleijn de effectiviteit van de overeenkomsten vast te stellen. (HBou)
USZO betert leven
De patient is aan de betere hand, maar kan beslist nog niet gezond worden verklaard. Dat oordeelt velt de Rekenkamer over USZO, de instantie in Groningen die de uitkeringen in het onderwijs verzorgt. Zo kampt USZO nog altijd met een achterstand in te behandelen brieven, zijn er automatiseringsproblemen en hapert de informatievoorziening
De Rekenkamer wrijft USZO niet alle fouten aan. De instantie kreeg het direct in 1996 zwaar voor de kiezen, omdat de twee voorgangers van USZO er een potje van hadden gemaakt. Bovendien waren de wachtgeldregels net veranderd. Juist doordat in het begin alles tegelijk van USZO werd verlangd, aldus de Rekenkamer, ging er veel fout
De instantie moet er eerst voor zorgen dat haar tweehonderdduizend clienten op tijd hun geld krijgen. Ook moet USZO beter samenwerken met het ABP, het pensioenfonds van ambtenaren. Misschien dat USZO dan net op tijd klaar is voor het jaar 2000. Dan wil het kabinet de uitvoering van de sociale zekerheid grotendeels overlaten aan de vrije markt, waar meerdere concurrenten kunnen meedingen naar een contract om de uitkeringen te verstrekken. Bij de huidige kwaliteit vormen die plannen een risico voor USZO, schrijft de Rekenkamer. (HOP)
LUW-opleidingen nog niet in convenant 5-jarige studies
De opleidingen Moleculaire wetenschappen en Biologie van de Landbouwuniversiteit komen niet voor in het convenant over vijfjarige betaopleidingen waar de algemene universiteiten en het ministerie van Onderwijs over onderhandelen
Onderwijsdirecteur Bert Speelman heeft het ministerie van Landbouw gevraagd ervoor te zorgen dat ook de Wageningse opleidingen worden opgenomen in het convenant
Minister Ritzen heeft de algemene universiteiten toegezegd dat ze hun chemische en natuurkundige opleidingen met een jaar mogen verlengen. Een voorwaarde is dat zij voor zowel de betaopleidingen als de gamma- en alfawetenschappen de lerarenopleiding inbouwen in de studieprogramma's. De universiteiten willen de lerarenopleidingen wel inbouwen in de vijfjarige betaopleidingen, maar niet in de andere, vierjarige doctoraalprogramma's. De universiteiten en het ministerie onderhandelen nog over de vraag of ook de richting biologie bij de vijfjarige opleidingen wordt opgenomen. Vooral de Universiteit Utrecht wil dat graag. In Utrecht krijgen biologiestudenten nu al een jaar extra studiefinanciering van de universiteit
Het eventuele extra betajaar zal volgens Speelman betaald worden door de ministeries van Onderwijs en van Economische Zaken, samen met werkgeversorganisatie VNO/NCW. (KVe)
Seminar bundelt onderzoek over voedselzekerheid

Het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) heeft het thema voedselzekerheid opnieuw op de onderzoeksagenda gezet. Een reeks van vijf seminars moet duidelijk maken hoe het onderzoek moet worden ingevuld. Organisator dr ir Prem Bindraban hoopt de visies van technische en sociale wetenschappers bij elkaar te brengen. Het eerste seminar is donderdag 26 maart
Het AB-DLO trekt de komende jaren vier ton uit voor onderzoek naar voedselzekerheid. Daarvan wordt onder meer themacoordinator Bindraban betaald. Het lijkt een gering bedrag, maar het is niet de bedoeling dat we al het onderzoek zelf gaan doen, zegt Bindraban. We willen onderzoekers bij elkaar brengen. Als het budget een katalyserende werking heeft, kan het veel opleveren.
Voedselzekerheid stond al eerder op de agenda van het AB-DLO. In 1992 rekende het instituut in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit hoeveel voedsel de aarde kan produceren. In principe genoeg om de groeiende wereldbevolking te voeden. Dat onderzoek is goed geweest voor de discussie. Veel analyses over voedselzekerheid zijn negatief: ze voorspellen meer onheil dan dat ze mogelijkheden zien. Wij hebben aangegeven dat er ook mogelijkheden zijn.
Het onderzoek uit 1992 was sterk biofysisch gericht. De kritiek was dan ook dat de aannames van het onderzoek niet realistisch waren. Het AB-DLO had volgens de critici ten onrechte geen rekening gehouden met sociaal-economische factoren die de hoeveelheid geproduceerd voedsel en de verdeling ervan beinvloeden
In een nieuwe analyse moet wel aandacht zijn voor die factoren. Daarvoor moeten de zienswijzen van de verschillende disciplines aan elkaar worden gekoppeld. Zo interpreteren de sprekers op het seminar het begrip voedselzekerheid heel verschillend. Legt de ene spreker de nadruk op het feit dat mensen voldoende inkomen moeten hebben om voedsel te kopen, de andere meent dat voedselzekerheid alles te maken heeft met het tegengaan van bodemdegradatie
Bindraban merkte al aan de reacties op zijn voorstel hoe verschillend de disciplines over het thema denken. Veel te technisch, zo luidde de kritiek uit de sociale hoek op het programma. Waarom zet je het zo breed op?, klonk het uit de technische hoek. Moeten we nu alweer over bodemdegradatie gaan praten?, klaagde een medewerker van DGIS bovendien. Volgens Bindraban zijn de analyses van de verschillende disciplines niet strijdig met elkaar. De vraag is alleen hoe we ze kunnen koppelen. (LKe)
Geert Mak: het landschap als lappendeken
Voor het boekenweekessay Het ontsnapte land maakte schrijver en journalist Geert Mak opnieuw de tocht die zijn vader in 1912 over water maakte. Ik voerde een inspectietocht uit, met mijn linker hersenhelft in 1912 en mijn rechter in 1997, zo lichtte Geert Mak afgelopen donderdagavond in de Openbare Bibliotheek zijn boekje toe, ter afsluiting van de Boekenweek
Mak werd bekend met zijn boek Hoe God verdween uit Jorwerd, waarin hij beschrijft hoe verstedelijking en modernisering het dorpsleven bedreigen. Het dorpsleven verdwijnt volgens Mak niet. Volgens Wageningse sociologen is er geen plattelandsleven meer. Nou, in Jorwerd hoef je maar een vinger diep te prikken om de verstedelijking te doen verdwijnen. Toch verandert het platteland ingrijpend. Bij het terugtrekken van de boerenstand valt een vacuum. Er komen nieuwe partijen: boeren, asfaltboeren en natuurboeren. Vooral door de laatsten verandert ook het landschap. Dat zag Mak toen hij met een motorboot in 1997 dezelfde tocht maakte die zijn vader maakte in 1912: een rondreis over rivieren en kanalen van Schiedam via Leiden en Haarlem naar Amsterdam en via Gouda en Rotterdam weer terug. Het huidige landschap lijkt volgens Mak op een lappendeken van plukjes woningen, plukjes groen, plukjes boerenland, plukjes bedrijven, plukjes natuur, enzovoorts. Nederland lijkt volgens Mak dan ook steeds meer op de urban fields van Los Angeles en San Fransisco. In de Haarlemmermeer zie je de toekomst: plukjes landschap met elkaar verbonden door een geavanceerd verkeerssysteem en de digitale verbindingen van telefonie en Internet.
De nieuwe natuur die in Nederland wordt ontwikkeld, ziet Mak als een poging om nieuwe reservaten te stichten. Hij waarschuwt voor mythevorming rond het nieuwe natuurlijke landschap. De opkomst van Natuurmonumenten houdt gelijke tred met de daling van het kerkbezoek. Nu wordt om elf uur 's ochtends het landschap geeerd. (MWo)

Re:ageer