Wetenschap - 5 maart 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
De Wereld wordt trefcentrum KCW
Op verzoek van de raad van bestuur van Kenniscentrum Wageningen wordt gezocht naar een bredere invulling van voormalig hotel De Wereld. Het bestuur wil het gebouw gebruiken als ontmoetingsplaats voor zichzelf en mensen van buiten
Volgens Hans Verver, hoofd onderzoeks- en onderwijsbeleid, die met de plannen voor De Wereld is belast, komt in het gebouw geen op KCW gerichte faculty club. Het gebouw krijgt geen horeca-functie. Bovendien staat volgens Verver voorop dat de huidige activiteiten in De Wereld blijven bestaan. De Wereld wordt al intensief gebruikt, maar er zijn nog voldoende uren over. We onderzoeken hoe we die uren zo goed mogelijk voor intern gebruik kunnen benutten. Je moet dan denken aan af en toe een borrel, een bijeenkomst of een vergadering. Binnenkort verwacht Verver de plannen af te ronden en meer helderheid te kunnen geven. (WRe)
OR: college moet vorming KCW-directies aankondigen als reorganisatie
De ondernemingsraad vindt de brief van onderwijsdirecteur prof. dr ir Bert Speelman aan de medewerkers van de directie Onderwijs- en onderzoeksbeleid en studentenzaken (OOS) over de invulling van de KCW-directie Onderwijs en studentenaangelegenheden voorbarig. Er had eerst een voorstel tot reorganisatie aangemeld moeten worden bij de OR of het OPAL, het overleg tussen het college van bestuur en de vakbonden. Dat bleek tijdens de ondernemingsraadsvergadering van 2 maart
In de brief schrijft Speelman dat nu de contouren van de strategische visie van KCW zichtbaar beginnen te worden de tijd ook rijp is om een begin te maken met de inrichting van de KCW-directies en dat hij gesprekken met de personeelsleden van OOS gaat voeren. Verder stelt Speelman dat hij geen blauwdruk heeft voor de toekomstige inrichting en werkwijze van de directie. We willen zoveel mogelijk samen met u op reis gaan met als doel een soepel draaiende directie te creeren.
Speelman had zijn brief niet mogen sturen, vindt de OR. Er is zo een veranderingstraject ingezet, zonder een voorstel tot reorganisatie aan te melden. Dat moet wel gebeuren, anders staat er straks ineens een nieuwe KCW-organisatie, stelde Werner van Kempen van AbvaKabo. De OR vindt het belangrijk dat de reorganisatie wordt aangemeld, omdat de verdere plannen dan aan de afgesproken voorwaarden moeten voldoen. Voorzitter drs Jan Steen gaat hier een brief over schrijven. (MS)
Aaltjes veroorzaken fosfaatgebrek bij aardappelplanten
De schade die aardappelcysteaaltjes aanrichten in een veld met aardappelen is te beperken door de aangetaste planten extra fosfaat toe te dienen. Dat concludeert ir Frank de Ruijter, die op 13 maart promoveert op een onderzoek naar de mechanismen waarmee de aaltjes schade in het aardappelgewas veroorzaken
De Ruijter ontdekte dat aantasting van de aardappelwortels door de aaltjes leidt tot fosfaatgebrek bij de plant. Hierdoor groeit de plant minder goed
Ook blijken aangetaste planten sneller af te sterven aan het eind van het groeiseizoen. De Ruijter vermoedt dat dit komt door gebrek aan stikstof en vocht in de planten, doordat de wortels als gevolg van de aantasting slechter functioneren. De bladeren sterven af, doordat de knollen er stikstof aan onttrekken. Meer onderzoek naar de oorzaak van het vroeg afsterven van planten is volgens de promovendus nodig
Naast de toediening van fosfaat is de schade van aaltjes volgens De Ruijter te beperken door het telen van tolerante rassen die veel loof produceren, en door vruchtbare velden te gebruiken. Om dit te onderschrijven luidt stelling 12 bij zijn proefschrift: Uit het oogpunt van diversiteit in het landschap moeten naast verschraalde zandverstuivingen en heidevelden ook rijk bemeste akkers in stand worden gehouden. (WRe)
Vijf jaar beta in ruil voor korte lerarenopleiding
De algemene universiteiten mogen hun betastudenten vijf jaar laten studeren. Maar in ruil daarvoor moeten ze hun lerarenopleiding ingrijpend veranderen. Over dit plan gaat minister Ritzen binnenkort met de universiteiten praten
De algemene universiteiten willen al een paar jaar dat Ritzen een vijfde jaar voor hun betastudenten betaalt. Dat doet hij al voor de meeste technische studies. Maar volgens de beta's zijn hun studies niet minder zwaar en is er alle reden om hun studenten ook een extra jaar te gunnen
Ritzen lijkt die wens nu te gaan inwilligen. Maar daar moet wel iets tegenover staan: studenten die de lerarenopleiding willen volgen, moeten daar voortaan geen extra jaar aan kwijt zijn. De lerarenopleiding moet dus worden opgenomen binnen de gewone cursusduur
Tot nu toe kost de lerarenopleiding een student een jaar extra studie na zijn doctoraal. Maar dat jaar extra levert hem na zijn afstuderen geen hoger salaris op. Ritzen is bang dat dat aspirant-leraren afschrikt
Afgelopen najaar kondigde hij al aan dat vijfjarige technische studies de lerarenopleiding in hun doctoraal moeten opnemen. Nu stelt hij voor dat ook alle andere studies dat doen - niet alleen de betastudies die binnenkort ook vijf jaar duren, maar ook de studies die vier jaar blijven
De deal van Ritzen houdt in dat de universiteiten alle doctoraalprogramma's moeten herzien om ruimte te maken voor de lerarenopleidingen en dat die opleidingen zelf op volledig nieuwe leest geschoeid moeten worden. In ruil voor die inspanning krijgen ze acht a twaalf miljoen gulden terug. Dat is het bedrag dat gemoeid is met een vijfde jaar voor beta's. (HOP)
Kans op fout bij Dolly minder dan een op miljoen

De kans dat het gekloonde schaap Dolly is gemaakt met foetale cellen in plaats van cellen van een volwassen ooi is volgens een van de makers van Dolly, de Schotse embryoloog Ian Wilmut, minder dan een op een miljoen. Dat zegt hij in een interview in Time Magazine van 2 maart
Een jaar nadat de Schotse onderzoekers hun beroemde gekloonde schaap aan de buitenwereld lieten, zien zijn zij er niet in geslaagd het experiment te herhalen. Op een symposium van de universiteit van Louisville gaf Wilmut toe dat er een minieme kans is dat Dolly niet gemaakt is uit een cel van een volwassen ooi. Het schaap dat het erfelijk materiaal voor Dolly leverde was drachtig. Het is volgens Wilmut mogelijk dat een cel van de foetus in de bloedbaan van de ooi terecht is gekomen. Die cel kan via de bloedbaan in de uier zijn beland, waar de donorcel voor Dolly vandaan is gehaald. Het opzienbarende van Dolly was juist dat zij zou zijn gekloond uit de cellen van een volwassen schaap
Dr Theo Kruip, de Dolly-deskundige van het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid (ID-DLO), is het met Wilmut eens dat de kans dat een cel van de foetus zich in de uier had genesteld uiterst gering is. Maar er zijn wel cellen in de placenta die migreren, dus uit te sluiten is het niet. Ik heb het er onlangs met Wilmut over gesproken tijdens een symposium. Ik heb ook geen waterdichte verklaring voor het feit dat het niet lukt de experimenten te herhalen, maar ik kan me voorstellen dat de Schotse onderzoekers een soort stamcel uit kiemweefsel van de uier hebben gebruikt. Die zijn minder ver gespecialiseerd. Daarmee zou de oude opvatting dat gespecialiseerde dierlijke cellen niet geschikt zijn om te kloneren, worden bevestigd.
De Schotse makers van Dolly zijn nu naarstig op zoek naar weefsel van Dolly's moeder om te bewijzen dat het DNA van Dolly gelijk is aan dat van haar moeder. (KVe)
Beurs voor volledige studie in buitenland

Studenten kunnen vanaf volgend collegejaar in het buitenland een volledige studie volgen. In plaats van de gewone studiefinanciering krijgen ze een Visie-beurs van 650 gulden per maand. Visie staat voor Volledige internationale studie in Europa. In september komen 150 studenten in aanmerking voor de beurs. In 1999 kunnen driehonderd studenten beginnen met een opleiding in het buitenland, het jaar daarop 550 studenten
Met de nieuwe beurs wil Ritzen bevorderen dat Europa een open onderwijsruimte wordt. Daarin kunnen studenten zonder financiele en organisatorische belemmeringen in een andere lidstaat studeren. Nu zijn daarover alleen afspraken met Vlaanderen en de Duitse deelstaten Nedersaksen, Noordrijn- Westfalen en Bremen
Het Nuffic, de organisatie die zich bezighoudt met internationale samenwerking in het hoger onderwijs, zal de aanvragen behandelen. Alleen studenten die jonger zijn dan 26 jaar en niet langer dan drie maanden stonden ingeschreven bij een hogeschool of universiteit, komen in aanmerking. Voor de toekenning van de nieuwe beurs geldt wie het eerst komt, wie het eerst maalt. (HOP)
Studenten met onverzekerde auto op de bon geslingerd
Vorige week trof de Wageningse politie tijdens een controle van auto's bij de studentenflats Rijnsteeg, Dijkgraaf, Hoevestein, Bornsesteeg en de Haarweg zes auto's aan die niet verzekerd waren. Ook bleken vijf auto's niet APK-gekeurd. De controle heeft volgens Ferdy Bouwknegt, chef van de Wageningse politie, alleen bij de studentenflats plaatsgevonden omdat de praktijk leert dat studenten nogal eens auto's op de weg hebben die niet verzekerd zijn
De zaken zijn daar veelal niet in orde. Zes onverzekerde auto's is te veel. Te meer daar dit de mensen zijn die aanrijdingen veroorzaken en dan doorrijden, juist omdat ze niet verzekerd zijn. Bouwknegt gaat zeker vaker bij studentenflats controleren. Als de politie auto's voor een tweede keer onverzekerd aantreft, wordt de boete twee maal 480 gulden, het bedrag dat bij een eerste proces-verbaal wordt uitgeschreven. Bij een derde proces-verbaal wordt de auto in beslag genomen
Overigens verwijdert de politie tientallen keren per jaar oude auto's van de openbare parkeerterreinen van de SSHW-flats. Het gaat dan om auto's waar niet meer in gereden wordt. De SSHW-beheerder, die de terreinen netjes wil houden, heeft die auto's dan gesignaleerd. Als een verzoek tot verwijdering aan de eigenaar niets oplevert, roept hij de hulp van de politie in, die vervolgens de auto's wegsleept, aldus Bouwknegt. (WRe)
Kabinet moet extra investeren in onderzoek
Als minister Ritzen de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek wil vergroten, is het niet genoeg om vijfhonderd miljoen gulden weg te halen bij slecht onderzoek en dat te besteden aan goed onderzoek. Ritzen zal ook extra geld voor onderzoek moeten uittrekken. Anders veroorzaakt het schuiven met geld grote schade. Dat vinden de vereniging van universiteiten (VSNU) en de onderzoeksorganisatie NWO
De twee organisatie legden minister Ritzen deze week elk een eigen uitwerking voor van het plan om vijfhonderd miljoen aan onderzoeksgeld anders te verdelen. NWO en VSNU zijn het over een ding eens: de kwaliteit van het onderzoek blijft alleen gewaarborgd als de regering tweehonderd miljoen gulden extra aan onderzoek gaat besteden
De organisaties reageren op een plan van Ritzen. Die wil dat de kwaliteit van het onderzoek omhoog gaat en dat het zich meer richt op maatschappelijk belang. Daarom wil hij vijfhonderd miljoen gulden weghalen bij de universiteiten en laten verdelen door NWO. Die moet het geschiktste onderzoek selecteren en belonen. Uiteindelijk komt het geld weer bij de universiteiten terecht, maar niet per se bij het onderzoek waaraan het nu besteed wordt
NWO was van meet af aan al enthousiast over dit plan en de universiteiten hebben hun verzet de afgelopen tijd stukje bij beetje opgegeven. Beide vinden echter dat de universiteiten niet de volledige vijfhonderd miljoen kunnen opbrengen. Tweehonderd miljoen zou van het kabinet moeten komen, als extra investering in onderzoek. Alleen is te voorkomen dat waardevol onderzoek plaats moet maken voor nieuw onderzoek elders
Voor de universiteiten staat of valt het plan met de vraag of het kabinet inderdaad extra wil investeren. VSNU-voorzitter Meijerink denkt niet kansloos te zijn met die eis, ondanks het feit dat geen van de verkiezingsprogramma's extra geld voor onderzoek belooft. We hebben een goed verhaal, zegt hij. (HOP)
Prosea-database twee keer op cd-rom
Het project Plant Resources of South-East Asia (Prosea) onderhoudt een enorme database van bruikbare planten voor onderwijs, onderzoek en industrie. Van die database zijn twee cd-rom's gemaakt, eentje door PUDOC-DLO en eentje door het Expert Center for Taxonomic Identification (ETI), in samenwerking met de gerenommeerde uitgever Springer
Prosea ziet verschillende mogelijkheden om zijn database te ontsluiten. Behalve op de Internet-site http://www.bib.wau.nl/prosea zal de database op nog drie manieren op cd-rom verschijnen. Ten eerste is er de samenwerking met PUDOC, waarbij we de twintig delen van het Prosea-handboek op cd-rom willen zetten, vertelt drs Jan Siemonsma van Prosea, die meewerkte aan beide cd's. Het gaat hierbij puur om de tekst, met nadruk op het zoekgemak van de cd-rom. Nu zijn de delen 1 tot en met 8 uitgegeven; uiteindelijk hebben we alle vijfduizend plantensoort op cd-rom staan.
Daarnaast gaan we via ETI een lijn met cd-rom's uitgeven waarin meer illustraties zijn verwerkt, zoals foto's, verspreidingskaarten, enzovoorts. Hierbij geven we alle twintig delen van het Prosea-handboek afzonderlijk uit, aldus Siemonsma. Deze uitgaven zijn bedoeld voor een breder publiek met interesse in specifieke plantengroepen. De gerenommeerde Duitse uitgever Springer zal voor de distributie zorgen
De derde uitgeefmogelijkheid ligt in de samenwerking met clubs die geinteresseerd zijn in specifieke soorten. Zo wil het Centre for Agriculture and Bioscience International, uitgever van onder andere Horticultural Abstracts, de Prosea-database gebruiken voor het Crop Protection Compendium en het South-East Asia Forestry Compendium
Drs Jack Schippers, PUDOC-directeur en bestuurslid van Prosea, is tevreden over het werk van de drie organisaties. Onze insteek is de ontwikkeling van goede software om boeken elektronisch te presenteren en te doorzoeken, zowel op cd als op het web. ETI is goed ingevoerd in de wereld van taxonomen, heeft goede determinatie-software, en heeft een grote slag geslagen met het contract met Springer. De cd-rom's van ETI zijn eigenlijk een repackaging van de database van Prosea per plantengroep.
De twee producten kunnen elkaar volgens Schippers alleen maar versterken. Door de samenwerking met ETI leren we de taxonomische wereld goed kennen. Daarnaast kunnen ze ons het een en ander leren over de commerciele stiel. Wij zijn weer meer gericht op het Internet. (MWo)
Over vier jaar verdwijnt de telefoon van het bureau

Vanaf je studentenkamer via Internet live colleges volgen, of als je wilt een dag later. Virtueel meedoen aan een practicum in het buitenland. Zulke toekomstvisioenen staan in een nieuw vierjarenplan dat de landelijke computerorganisatie van het hoger onderwijs, de stichting SURF, dit voorjaar afrondt
Deze voorspellingen doen wel wat denken aan die uit een vorig plan, uit 1994. SURF-directeur dr Henk van Linde erkent dat sommige zaken minder hard zijn gegaan dan we dachten. Het precieze tempo van de ontwikkelingen is niet altijd te voorspellen.
Er is in vier jaar al veel veranderd. Inmiddels is e-mail helemaal ingeburgerd. En terwijl in 1994 het world wide web als multi-medium net ontdekt was, heeft nu bijna elke opleiding zijn website. Zo verhonderdvoudigde het Internet-verkeer in het hoger onderwijs
Volgens Van Linde is de multimediadoorbraak nu aanstaande. Steeds meer studenten hebben thuis toegang tot het netwerk. En veel studies zetten nieuwe curricula op op basis van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Bovendien komt er meer aandacht voor levenslang leren en individuele studietrajecten, en juist daar kan de ICT zijn nut bewijzen. Het wordt straks heel eenvoudig om vakken te volgen aan andere universiteiten of hogescholen.
In Amsterdam loopt sinds kort een experiment met nieuwe vormen van telefoneren. Dr Boudewijn Nederkoorn is daarvoor verantwoordelijk. Hij voorziet dat over vier jaar de telefoon van de bureaus begint te verdwijnen. Bellen doe je straks gewoon via je pc of werkstation. Vaak met videobeeld erbij. Ook video-conferencing via Internet wordt gemeengoed
Realiteit van dit moment is echter dat zelfs het stilstaand beeld van een buitenlandse homepage soms minuten nodig heeft om op het scherm te verschijnen. Nederkoorn weet hoe de Internetgebruikers zich eraan ergeren. Topprioriteit van SURF is daarom om de verkeerscapaciteit van het SURFnet, en vooral de buitenlandse verbindingen, te vergroten. (HOP)
Internet vormt geen bedreiging voor papier
Wetenschappers gebruiken het Internet voornamelijk om algemene, vluchtige informatie te lezen. Serieuze literatuur lezen ze in gedrukte vorm. E-mail blijft veruit de belangrijkste Internet-toepassing. Dit blijkt uit het eerste onderzoek in Nederland naar Internet-gedrag op universiteiten, verricht in opdracht van IWI (Innovatie Wetenschappelijke Informatievoorziening)
Boekrecensies, naslagwerken, een lijstje met komende congressen: dat zijn zaken waarvoor wetenschappers het Internet wel willen betreden. Maar voor het zoeken van wetenschappelijke literatuur hanteren wetenschappers de conventionele methodes. Het Internet-analfabetisme onder studenten en wetenschappers neemt snel af, maar dat geldt voornamelijk voor het gebruik van e-mail. Bijna 83 procent van de Internet-gebruikers e-mailt wekelijks en zegt dit veruit de belangrijkste toepassing van Internet te vinden
Tweederde van de Internettende academici zegt moeite te hebben met het zoeken naar www-informatie. De meesten klagen over een stortvloed van irrelevante treffers. Anderen menen dat zinnige informatie op Internet helemaal niet te vinden is. Ook de traagheid van het net en de storingen vormen een bron van ergernis
Een mogelijke oorzaak van het gemopper is een gebrek aan vaardigheden. Slechts een kwart van de ondervraagden blijkt te weten wat Internet op het eigen vakgebied te bieden heeft en de grote meerderheid van de gebruikers kent het net alleen van zelf uitproberen. Niet meer dan een enkeling heeft professioneel onderricht verkregen van bibliotheek of rekencentrum. De behoefte daaraan blijkt wel groot
Onder de virtuozen neemt het zinnig gebruik van Internet snel toe. Zo bericht onderzoeksbureau Blauw dat het percentage informatica-studenten dat via Internet een baan zoekt in een jaar tijd is opgelopen van 27 naar 44 procent. (HOP)
Studenten delven onderspit tegen bestuurders
Studenten hebben niet het gevoel dat ze serieus kunnen meepraten over het nieuwe bestuur van de universiteit. Dat komt omdat ze te weinig training krijgen. Pogingen van de studentenbonden om daar op landelijk niveau iets aan te doen, stuiten op tegenwerking van universiteitsbestuurders. Die denken dat ze vrij spel hebben, zeggen de landelijke studentenbonden
Studenten in medezeggenschapsorganen kunnen niet op tegen bestuurders en ambtenaren. Dat staat in een tussentijds rapport van de commissie-Datema. Die is ingesteld door minister Ritzen om in de gaten te houden of de invoering van de nieuwe bestuursstructuur goed verloopt
Elke universiteit moet zelf vastleggen hoe de bevoegdheden precies verdeeld worden. Maar studenten die daarover meepraten, zijn vaak voor het eerst lid van een raad en hebben het gevoel niet genoeg kennis van zaken te hebben om serieus invloed uit te oefenen
De commissie vindt dat de universiteiten meer moeten doen aan studententrainingen. Vooral op het niveau van faculteit en opleiding moeten studenten het vaak zelf maar uitzoeken, concludeert de commissie op grond van eigen onderzoek
Pogingen om geld bij elkaar te krijgen voor trainingen op landelijk niveau zijn tot nu toe mislukt. Datema heeft vorig jaar de universiteiten al eens gevraagd daar elk vijfduizend gulden aan bij te dragen. Maar de universiteiten voelen niets voor zo'n verkapte subsidie aan de twee landelijke studentenbonden LSVb en ISO; ze willen alleen lokale trainingen steunen
De commissie heeft twintigduizend gulden aan de twee bonden gegeven. Daarmee hebben die onder meer een Internet-site over de MUB opgezet. Het ISO gebruikt een klein deel van het geld voor een onderzoekje naar de manier waarop de doelstellingen van de wet in de praktijk gebracht worden. (HOP)
Nieuwe generatie bacterien als bestrijdingsmiddel
Pseudomonas fluorescens, een makkelijk overlevende en niet ziekteverwekkende bacterie, kan zich aanpassen aan de afwezigheid van enige voedselbron in een bodem. De bacterie komt dan in een stress-conditie en deelt zich niet meer. Op het moment dat er weer voedsel in de nabijheid is, wordt dit mechanisme uitgeschakeld en vermenigvuldigt de bacterie zich weer. De Leidse promovendus drs Leo van Overbeek ontdekte dat de bacterie zich in grond met tarweplanten weer gaat delen in de aanwezigheid van het aminozuur proline, dat wordt uitgescheiden door de wortels van de tarweplanten. Overbeek voerde zijn onderzoek uit bij het DLO-Instituut voor Planteziektenkundig Onderzoek en promoveert op 5 maart bij de microbiologen prof. dr Hans van Veen en prof. dr Ben Lugtenberg van de Rijksuniversiteit Leiden
Overbeek ontdekte ook een aantal genetische schakelaars in de bacterien die bij de herkenning van het proline betrokken zijn. Dit is volgens Overbeek van belang voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie biologische middelen met bacterien voor de land- en tuinbouw
Door een gewenste gen, bijvoorbeeld een gen dat codeert voor een schimmeldodend eiwit, achter de door Overbeek gevonden genetische schakelaar te plaatsen is een biologische bestrijdingsmiddel te maken. Zo produceert de bacterie het schimmeldodende eiwit alleen in de buurt van een tarweplant, die het proline uitscheidt. Dit is een modelsysteem. Ook voor andere gewassen is een dergelijke benadering te gebruiken, vertelt Overbeek
In laboratoria zijn veel uit bodems geisoleerde bacterien gekarakteriseerd. Deze bacterien zijn tot nu toe echter vaak geselecteerd op hun snelle groei onder laboratoriumomstandigheden en op de mogelijkheid om ze genetisch te modificeren. De bacterien overleven slecht in de bodem. Meestal zorgen onderzoekers ervoor dat het gewenste gen de productie maximaliseert. Die continue productie kost echter zoveel energie dat de bacterie zich niet aan een stress-situatie kan aanpassen, vertelt Overbeek
In het onderzoek van Overbeek werden voor het eerste in Nederland genetisch gemodificeerde bacterien in een open veld losgelaten. Uit zijn onderzoek blijkt dat de verspreiding van de genetisch gemodificeerde bacterie hetzelfde is als die van de niet-gemodificeerde. Na anderhalf jaar waren de genetische gemodificeerde bacterien niet meer meetbaar in het veld aanwezig. (MS)

Re:ageer