Wetenschap - 26 februari 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Reorganisatie DLO mogelijk zonder gedwongen ontslag
DLO telt lopende en pas afgeronde reorganisaties van zijn instituten mee in het nieuwe ondernemingsplan. Dat stelt het hoofd Personeelszaken van DLO, Rinus Tazelaar. Het ondernemingsplan gaat uit van een totale reorganisatie van 265 plaatsen en een netto bezuiniging van negentig plaatsen. Tazelaar voorziet dat DLO het komend jaar netto zo'n dertig arbeidsplaatsen moet bezuinigen. Dat is een procent van de formatie en kan vermoedelijk worden gerealiseerd zonder gedwongen ontslagen.
De DLO-instituten AB (agrobiologisch onderzoek) en IPO (gewasbescherming) zijn bezig samen zestig arbeidsplaatsen te bezuinigen. Het AB bezuinigt het meest, ondermeer door de sluiting van de vestiging in Haren. Als gevolg van deze lopende ingreep hoeft DLO nog slechts dertig arbeidsplaatsen te bezuinigen tijdens de privatisering, redeneert Tazelaar
Momenteel bereiden het Staring-centrum (groene ruimte), het IBN (natuuronderzoek) en het IMAG (agrotechniek) reorganisaties voor, omdat de marktvraag verandert en de ondersteunende diensten efficienter moeten werken. De reorganisatie bij het Staring-centrum leidt hoogstens tot een krimp van vijf a tien plaatsen, meldt een medewerker van het instituut. Bij het IBN bedraagt de reorganisatie vijftig plaatsen, bij het IMAG zo'n vijftien plaatsen
Deze reorganisaties zijn door toedoen van secretaris-generaal Tjibbe Joustra van LNV stilgelegd tot na de verzelfstandiging van DLO. Het KCW-bestuur gaat echter door met de voorbereiding van de reorganisaties, heeft bestuurslid ir Kees van Ast meegedeeld aan de instituten
Bij elkaar opgeteld zijn de lopende en aangekondigde reorganisaties kleiner dan de 265 plaatsen die in het ondernemingsplan staan vermeld, maar het KCW-bestuur heeft geen behoefte om aan te geven hoe de reorganisatie van 265 plaatsen over de instituten wordt verdeeld. De aantallen staan namelijk nog ter discussie in de onderhandelingen met het ministerie van LNV. De reorganisatie van 265 plaatsen rolt uit een rekenmodel dat het LEI (economie) heeft opgesteld voor het ondernemingsplan. De ondernemingsraden van DLO en het ministerie gaan op korte termijn met dit instituut overleggen over de grondslagen van het model
Volgens Tazelaar leidt ook voortschrijdend inzicht bij de marktanalyses ertoe dat de instituten andere expertise in huis moeten halen. Hij is echter niet bereid de nieuwe ombuigingscijfers mee te delen, want dan lezen de ondernemingsraden in de krant wat de directeuren hen op dit moment niet mogen meedelen. Hij verwacht duidelijkheid over twee weken, als de onderhandelingen met het ministerie vermoedelijk zijn afgerond
Een grotere reorganisatie hoeft niet tot meer ontslagen te leiden, stelt de personeelschef. Bijltjesdag bij DLO kunnen we niet verkopen aan de ondernemingsraden. Hij verwacht veel van om- en bijscholing en wil oudere werknemers vrijwillig laten uittreden via de 55+-regeling. Het ministerie van LNV moet voor dit sociale beleid in de buidel tasten, stelt Tazelaar. (ASi)
Floraproject in Benin gestart
We zijn trots op het nieuwe floraproject in Benin, zegt prof. dr ir Jos van der Maesen opgewekt. Onlangs hebben de Nederlandse regering en de nationale universiteit van Benin een contract gesloten om een nieuw herbariumgebouw in Benin te bouwen en een Flora (boek met geclassificeerde plantensoorten) voor het land te ontwikkelen. Hiervoor zal gedurende vijf jaar een inventarisatie plaatsvinden van de tienduizenden plantensoorten in Benin. De Nederlandse regering stelt 3,5 miljoen gulden beschikbaar voor het project
Betere kennis van de flora in Benin is belangrijk om de rehabilitatie van de verstoorde ecosystemen in het land te sturen en gebieden met een hoge biodiversiteit te beschermen. Er is tot op heden geen nationale Flora, hoewel die veel zou bijdragen aan de scholing in de landbouw-, bosbouw- en toerismesector, vertelt Van der Maesen
De eerste verzameltrip op de Mono-rivier was veelbelovend, zegt de plantentaxonoom. De plantenrijkdom is gigantisch.
Aan het geld zal het niet liggen of het project een succes wordt. Het enige probleem is de beperkte Wageningse mankracht. Een halve taxonoom en ikzelf als halve mankracht gaan werken aan het project. (HBou)
Karpers houden irrigatiekanaal schoon
Veel boeren in de tropen gebruiken grote hoeveelheden chemische bestrijdingsmiddelen om onkruid in sloten en irrigatiekanalen te doden. De kosten hiervan zijn hoog en de middelen vervuilen het water. Een goedkoop, effectieve en milieuvriendelijk alternatief is het uitzetten van karpers, in combinatie met maaien. Dit concluderen dr Michiel Hootsmans, medewerker van het International Institute for Hydraulic Engineering (IHE) in Delft en prof. dr Wim van Vierssen, directeur van het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO) in Nieuwersluis. Ze deden vier jaar onderzoek in Zuid-Argentinie
De methode ligt erg voor de hand, maar was niet eerder toegepast in het veld, zegt Hootsmans. De karpers voeden zich met beestjes in de bodems van sloten en verspreiden hierbij modder, zodat het water troebel wordt. Hierdoor krijgen de waterplanten onvoldoende zonlicht om snel te groeien. De boeren hoeven maar een keer karpers uit te zetten, want ze eten alles. Boeren in Zuid-Argentinie maaien nu het onkruid langs de duizenden kilometers lange irrigatiekanalen minstens een keer per jaar. Als ze karpers gaan uitzetten, hoeven ze maar eens in de drie jaar te maaien. Hootsmans schat dat het gebruik van karpers de totale kosten voor onkruidbestrijding kan halveren. (HBou)
Geintegreerd boeren loont
Melkveehouders die de natuur in hun bedrijfsvoering verweven en zich niet primair op een hoge melkproductie richten, zijn vaak succesvoller dan de productiebedrijven die proberen zoveel mogelijk melk uit een koe te halen. Dat is de conclusie van de bedrijfsvergelijkende studie Landbouwers met natuur die het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO) in opdracht van het ministerie van LNV verrichtte. Via onder andere dit onderzoek hoopt het ministerie zicht te krijgen op de manier waarop het boeren kan bewegen tot natuurbeheer
Onderzoeker Van den Ham vergeleek boeren die een vergoeding kregen voor natuurbeheer met bedrijven die zonder deze vergoeding werkten. Volgens Van den Ham is die vergoeding niet de enige reden voor het betere bedrijfsresultaat. De oorzaken moeten volgens hem vooral gezocht worden in de bedrijfsstrategie
Productiegerichte veeboeren proberen zoveel mogelijk melk uit hun veestapel te halen. Daarom investeren ze in grote hoeveelheden veevoer van hoge kwaliteit en huren ze loonwerkers in, zodat ze veel tijd aan de veestapel kunnen besteden. De laatste liters melk uit een koe kosten zo verhoudingsgewijs veel geld. Dat geld besparen de groene boeren. Zij gebruiken bijvoorbeeld minder voer en doen zelf hun mechanisatie, waardoor hun nettobedrijfsresultaat beter is
Een hoge melkproductie en de daaraan gekoppelde groeistrategie zijn voor groene boeren dan ook niet het belangrijkste bedrijfsdoel. Ze willen de bedrijfseconomische doeleinden integreren met de maatschappelijke en natuurlijke omgeving van het bedrijf. Natuurbeheer is voor hen een belangrijk en integraal onderdeel van de bedrijfsvoering
Dit in tegenstelling tot de productiegerichte boeren, die in natuurbeheer een bedreiging zien voor het bedrijf. Natuurbeheer kost immers geld en arbeid, redeneren ze, middelen die beter kunnen worden ingezet voor de productie van melk. Want als de melkproductie daalt, daalt ook het nettobedrijfsresultaat. Natuurbeheer is voor hen een vervelende taak, vaak door de overheid opgelegd
Beide groepen boeren wantrouwen de overheid. Boeren voelen zich niet betrokken bij de politieke besluitvorming rond natuurbeheer en snappen vaak niet waar de overheid mee bezig is. Dit komt volgens Van den Ham door de slechte ervaringen die boeren hadden met overheden en de verwarrende invulling van het begrip natuur in beleidsnota's. (MWo)
Veehouderij maakt kans op milieuprijs
De Landbouwuniversiteit is een van de vier genomineerden voor de milieuprijs hoger onderwijs
De prijs wordt uitgeloofd door de ministers De Boer (Milieu) en Ritzen (Onderwijs) en is bedoeld voor opleidingen die niet alleen in aparte milieuvakken, maar ook in het reguliere onderwijs aandacht aan het milieu besteden. De prijs bestaat uit een totaalbedrag van twee ton, een voor een universiteit en een voor een hogeschool. De LUW is kanshebber met het project Dierlijke productie in milieuvriendelijke en duurzame landbouwsystemen. De andere genomineerden voor de milieuprijs zijn de universiteiten van Delft, Eindhoven en Twente. De vier zijn geselecteerd uit dertig deelnemers
Deze nominatie beschouwen we als een erkenning, zegt Henk Udo van de sectie Veehouderij. De kans dat het project in de prijzen valt, schat hij diplomatiek op 25 procent. Wat ik vooral van belang vindt, is het feit dat ook de buitenwereld waardering heeft voor ons onderwijsplan.
Overigens is de sectie er nog niet met alleen het indienen van het plan. Wij moeten zo snel mogelijk aan de gang met het schrijven van een gedetailleerd artikel over het project. Bovendien moet ik tijdens de bekendmaking van de winnaar op 25 april een presentatie houden. Mocht hij inderdaad het bedrag van een ton in ontvangst nemen, dan weet Udo een goede bestemming voor het geld. Ik denk dat we dat zullen besteden aan extra mankracht. Van wat er eventueel overblijft, zullen we waarschijnlijk leermiddelen aanschaffen. (HOP / BaSl)
CPRO en Rikilt richten centrum op voor DNA-chiptechnologie
De DLO-instituten CPRO en Rikilt hebben op 20 februari een samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor de oprichting van het Gene Expression and Detection Centre. Het centrum beschikt over de apparatuur en expertise die nodig is om DNA-chips te gebruiken. Met de DNA-chiptechnologie is op een glasplaatje van een bij een centimeter in een keer voor duizenden genen te bepalen of en hoe ze in een bepaalde situatie aangeschakeld zijn. Zo kan de functie van grote hoeveelheden genen worden onderzocht. Het nieuwe centrum heeft ook de beschikking over andere methoden voor onderzoek naar genexpressie en gendetectie. Tot nu toe werkten het veredelingsinstituut CPRO en het Rikilt, dat de voedingskwaliteit onderzoekt, nog niet samen op dit terrein
Binnen het centrum zullen de instituten onder meer werken aan genen die betrokken zijn bij essentiele stappen in de biosynthese van interessante plantenstoffen. De kennis die dat oplevert kan gebruikt worden om planten genetisch zo te modificeren dat ze meer van een gewenste stof produceren of minder van een ongewenste. Daarnaast wordt de DNA-chiptechnologie gebruikt voor onderzoek naar de identiteit van planten en andere organismen en voor de bepaling van voedselveiligheid van producten van de land- en tuinbouw
De stichting PPS Mibiton heeft interesse getoond om financiele ondersteuning te leveren aan het centrum. Deze stichting financiert biotechnologische faciliteiten met geld van de interdepartementale commissie voor het economische structuurbeleid. (MS)
IPO onderzoekt deugdelijkheid bestrijdingsmiddelen
De Plantenziektenkundige Dienst heeft het Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek (IPO-DLO) een erkenning verleend voor het uitvoeren van deugdelijkheidsonderzoek aan bestrijdingsmiddelen. Het IPO is hiermee een officieel erkende instantie geworden voor het uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van bestrijdingsmiddelen, het optreden van resistentie tegen zo'n middel, de effecten op de opbrengst, de fytotoxiciteit en de ongewenste neveneffecten. Fabrikanten moeten zo'n deugdelijkheidsonderzoek laten uitvoeren als ze toelating voor een nieuw bestrijdingsmiddel aanvragen. Het IPO verricht ook deugdelijkheidsonderzoek voor eigen onderzoeksprogramma's en die van andere instituten
Om de certificering te verkrijgen heeft het instituut plannen opgesteld waarin de opzet en uitvoering van deugdelijkheidsonderzoek wordt vastgelegd. Voor regelmatig voorkomende werkzaamheden zijn standard operating procedures opgesteld. De verantwoordelijkheid van alle medewerkers moet goed zijn vastgelegd. Na een voorlopige erkenning is nu een erkenning voor zes jaar gekregen. De Plantenziektenkundige Dienst ziet toe op de naleving van de regels door steekproefsgewijs te controleren. (MS)
Nederlandse universiteiten in Europese top

De universiteiten van Leiden, Amsterdam en Utrecht horen thuis in de top-10 van Europa op het gebied van beta- en medisch onderzoek. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van de Europese Commissie
De Leidse universiteit staat vijfde op een ranglijst in het Second European Report on Science & Technology Indicators. Amsterdam en Utrecht volgen op plaats zeven en acht. Het Franse instituut Inserm en het Duitse Max Planck Institut zijn lijstaanvoerder, gevolgd door de universiteiten van Oxford en Cambridge. De lijst is gebaseerd op de verwachte citatiescores. Die verwachting wordt afgemeten aan de status van de tijdschriften waarin onderzoekers van de betrokken universiteiten publiceren
Een andere beperking is dat van elk Europees land maar drie universiteiten in het onderzoek zijn opgenomen. Daarom vallen de universiteiten van Groningen, Nijmegen en de Erasmus Universiteit buiten de lijst, terwijl zij anders waarschijnlijk hoog genoteerd zouden zijn. (HOP)
Prosea in veilige haven

Het ambitieuze en omvangrijke project Prosea, waarbij gepoogd wordt alle nuttige planten van Zuidoost-Azie te beschrijven en te becommentarieren, presenteert begin maart het elfde deel van de twintig delen tellende serie. De boeken, geschreven door internationale experts, kunnen in de regio dienen als naslagwerk voor beleidsmakers, voorlichters en ontwikkelingswerkers
Het project, waarvan de leiding is gevestigd in Wageningen, is inmiddels financieel goeddeels uit de zorgen. De financiering van de nog resterende delen is zo goed als rond. De afkorting Prosea staat voor Plant Resources of South-East Asia. (SVk)

Re:ageer