Wetenschap - 19 februari 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Ritzen waarschuwt voor bezuinigingen
Het is nu echt alle hens aan dek, zegt minister Ritzen. Alle politieke partijen willen weliswaar dat het volgende kabinet extra geld aan onderwijs uitgeeft. Maar desondanks moeten de universiteiten en hogescholen misschien honderden miljoenen inleveren
De minister maakt zich zorgen. Om ruimte te scheppen voor nieuwe plannen, willen alle grote partijen op het onderwijs bezuinigen. Een groot deel van die bezuinigingen staat gerangschikt onder kopjes als efficiency overheid of arbeidsvoorwaarden overheid, stelt Ritzen. Daarvan moet het ministerie van Onderwijs een groot deel opbrengen, schat de minister
Voor universiteiten en hogescholen lijken de programma's ronduit bedreigend. In de wensenlijstjes van de politieke partijen staat dat het basis- en het voortgezet onderwijs niet hoeven mee te betalen aan de algemene bezuinigingen. Het bedrag waarvoor het hoger onderwijs wordt aangeslagen kon daardoor wel eens tot duizelingwekkende hoogte stijgen
We moeten niet vergeten dat er voor het wetenschappelijk onderwijs nog tweehonderd miljoen gulden aan bezuinigingen op de lat staat uit het vorige regeerakkoord. En voor het hbo staat in feite ook nog een fors bedrag op de lat. Want in 1992 is afgesproken dat het hbo een vast budget zou krijgen, tenzij het met meer dan tien procent zou groeien. Het hbo loopt nu tegen die grens aan en als die wordt overschreden, moet er geld bij. In dat kader passen bezuinigingen absoluut niet.
Over zijn eigen partij, de PvdA, maakt Ritzen zich nog het minst druk. Die heeft op haar congres uitgesproken dat het onderwijs gevrijwaard moet blijven van bezuinigingen. Maar de VVD wil flink ingrijpen: Ik kan het niet anders zien: haar programma bevat zware bezuinigingen op het hoger onderwijs. Hij hoopt dat hij het verkeerd ziet. Graag, maar laat dat dan even vastgesteld worden. Even een telefoontje van de VVD.
Een telefoontje naar de VVD leert dat ik eind januari al aan Ritzen heb geschreven dat zijn cijfers niet kloppen, zegt VVD-Kamerlid Clemens Cornielje. De VVD bezuinigt veel minder op de overheid dan Ritzen doet voorkomen. Daarmee ontvalt de basis van Ritzens beweringen, zegt Cornielje. Hij voelt waarschijnlijk dat hij fout zit, want sinds eind januari heb ik niets meer van hem gehoord. Maar hij blijft zijn beschuldigingen maar herhalen. Cornielje wil echter niet toezeggen dat de VVD niet op het hoger onderwijs gaat bezuinigen. (HOP)
Lokale boerenkennis ten onrechte geromantiseerd
De toegenomen belangstelling in de landbouwwetenschap voor lokale boerenkennis heeft ten onrechte geleid tot een wel erg romantisch beeld van kennis die boeren zelf in huis hebben om productiesystemen te verbeteren. Dit betoogt ir Kees Jansen, die 23 februari bij hoogleraar rurale ontwikkelingssociologie prof. dr Norman Long promoveert op een onderzoek naar politieke ecologie, berglandbouw en kennis in Honduras
Jansen verbleef voor zijn onderzoek twee jaar in het bergdorpje El Zapote en toetste een aantal sociale theorieen over milieudegradatie in de landbouw aan hun toepasbaarheid in de praktijk. Hij besteedt in zijn proefschrift veel aandacht aan de toegenomen belangstelling van wetenschappers voor lokale kennis. Hij constateert dat de kennis waarover boeren in El Zapote beschikken sterkt verschilt tussen de sociale klassen. Dat maakt het begrip lokale kennis lastig hanteerbaar. Bovendien laat het begrip kennis zich niet eenvoudig definieren: weet een boer die twintig lokale onkruiden kan benoemen meer dan een boer die alles wat hij wiedt onkruid noemt?
Sociale wetenschappers gaan bovendien te veel uit van een functionele relatie tussen kennis en handelen, vindt Jansen. Het niet zo dat boeren de kennis die ze hebben in de praktijk ook toepassen. De promovendus illustreert dit aan de hand van de opvatting over het branden, de gangbare techniek om akkers schoon te maken voor het zaaien. Boeren blijken goed op de hoogte van de heersende opvatting dat branden leidt tot allerlei milieuproblemen, waaronder een toename van de bodemerosie. De boeren vinden zelf eigenlijk ook dat er niet gebrand moet worden, ontdekte Jansen, maar bij afwegingen om een veld al dan niet te branden speelt die kennis eigenlijk nauwelijks een rol. Daarbij zijn andere factoren van belang, zoals het soort gewas dat op het veld verbouwd gaat worden en de relatie met de buren. (LKe)
Ondervraag studenten jaarlijks over kwaliteit
Universiteiten en hogescholen moeten elk jaar hun studenten enqueteren over de onderwijskwaliteit. Een instelling moet vervolgens binnen een half jaar aangeven wat er met de resultaten van die enquete gebeurt. Dat vindt de landelijke studentenbond LSVb
Alleen studenten weten echt wat er mis is met het onderwijs, zegt voorzitter Larissa Pans van de LSVb. Hun mening is van onschatbare waarde voor beleidsmakers. De LSVb heeft het plan afgekeken van de universiteit van Birmingham. Die enqueteert haar studenten al een paar jaar; de uitkomst daarvan vertaalt ze binnen een half jaar in een beleidsplan
De LSVb wil dat universiteiten en hogescholen de komende jaren de kwaliteit van hun onderwijs verder verbeteren. De afgelopen paar jaar konden zij dat doen met geld uit het studeerbaarheidsfonds van minister Ritzen. Dat fonds is echter bijna leeg, en de LSVb wil nu dat er een permanente opvolger komt
Het nieuwe fonds moet wel anders worden opgezet dan het oude, vindt de LSVb. De bond wil dat elke afzonderlijke opleiding rechtstreeks bij het fonds kan aankloppen met vernieuwende plannen, zonder tussenkomst van het universiteits- of hogeschoolbestuur. Zo moet voorkomen worden dat docenten en studenten met goede ideeen verdwalen in bureaucratische rompslomp
De LSVb gaat zijn plannen binnenkort bespreken met de tweede landelijke bond, het ISO, en met de universiteiten en hogescholen. Die vier partijen proberen rond mei, als de formatie van een nieuw kabinet begint, met een plan te komen. (HOP)
Fusie tussen prei- en uicellen levert pruiplant

De soortgrens tussen ui en prei is te omzeilen door celwandloze suspensiecellen van preiplanten te fuseren met celwandloze bladcellen van uiplanten en deze uit te laten groeien tot planten. Zo is mannelijke steriliteit in preiplanten te introduceren. Als de gefuseerde uicel van een mannelijk steriele uiplant afkomstig is, kan dat namelijk preiplanten opleveren die ook mannelijk steriel zijn. Dat blijkt uit het proefschrift van ir Joukje Buiteveld, die op 4 maart hoopt te promoveren bij hoogleraar plantenveredeling dr ir Evert Jacobsen. Haar onderzoek bij CPRO-DLO is mede gefinancierd door Bejo Zaden, Enzo Zaden, Nickerson Zwaan, SVS Holland en Novartis Seeds
Celfusie met nauwverwante soorten als de ui is voor preiplanten belangrijk omdat in prei maar weinig genetische variatie bestaat. Nauwverwante soorten kunnen interessante eigenschappen opleveren
De uilijn waarmee de preicel gefuseerd werd, bevatte mitochondrien met een afwijking, waardoor ze minder energie leveren. Mitochondrien zijn de energiefabriekjes van de cel. En voor de vorming van pollen is veel energie nodig. Bij een tekort groeien ze niet goed genoeg en kunnen ze geen vrouwelijke bloemen bevruchten
In de intermediaire plant die zowel op een ui als op een prei lijkt, wisselen mitochondrien van beide ouders stukjes DNA uit. Planten met mitochondrien met gemengd DNA kunnen zo de mannelijk steriliteit van de uiplanten overnemen. Als onderzoekers de intermediaire planten weer meerdere keren met preiplanten kruisen, kan een echte preiplant met mannelijke steriliteit ontstaan
De zaadindustrie is geinteresseerd in mannelijke steriliteit omdat dat een uniformer preiras oplevert. Er vindt namelijk geen zelfbevruchting meer plaats. Zo wordt het mogelijk hybriden te telen, rassen die ontstaan zijn door kruising van twee ver ingeteelde lijnen. Bij hybride rassen hebben alle planten grotendeels dezelfde genetische eigenschappen
Uit het proefschrift blijkt dat het maken, fuseren en laten uitgroeien van cellen zonder celwand erg arbeidsintensief is. Volgens co-promotor dr Tineke Creemers-Molenaar biedt directe genetische modificatie in de toekomst betere perspectieven om mannelijke steriliteit in te brengen in andere rassen. (MS)
CPRO haalt wilde uien en tulpen uit Oezbekistan
Het genencentrum van het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) heeft in augustus vorig jaar zo'n driehonderd wilde plantenrassen verzameld in Oezbekistan. Het Centraal-Aziatische land staat bekend als genencentrum van ruim veertig soorten, zoals uien, knoflook, meloen, spinazie, katoen, appel, walnoot en amandel. Of de gevonden varieteiten nuttig zijn voor de veredeling in Nederland wordt in de loop van dit jaar duidelijk, meldt het Wageningse expeditielid ir Loek van Soest
Vanuit Tasjkent maakte Van Soest samen met een Russische en twee Oezbeekse onderzoekers vier tochten door het bergachtige deel van de republiek. Naast collecties van wilde soorten in het veld bezocht hij bazaars waar lokale boeren oude landrassen van groenten te koop aanbieden. Mankementen aan de vrachtauto onderbraken de expeditie zo'n twintig keer. Ook werden de expeditieleden, die in de open lucht op stretchers bivakkeerden, 's nachts door een groep honden belaagd nabij de grens met Afghanistan
Over de oogst van de expeditie is Van Soest zeer tevreden. Nieuwe grassoorten die hij op de berghellingen vond, worden momenteel bekeken door twee zaadveredelingsbedrijven die de expeditie sponsorden. Verder liep hij toevallig tegen twee verwilderde appelboomgaarden aan waar telers meer dan honderd soorten uit de omgeving hadden verzameld. Voorts zamelde Van Soest veel tulpenzaad in, maar omdat de wilde tulpen waren uitgebloeid, weet hij niet welke karakteristieken ze bezitten
De collectie bevat een grote variatie aan smaken en kleuren, maar bij het meeste materiaal gaan we vooral kijken of het resistentie tegen ziekten bevat, verklaart Van Soest
Al het materiaal is voor iedereen beschikbaar, meldt hij. Het CPRO heeft de wilde soorten inmiddels uitgezaaid en organiseert deze zomer een kijkdag voor geinteresseerden. Hij schat dat de oude landrassen van de boeren goed kunnen worden ingekruist in de Nederlandse cultuurplanten, maar dat sommige wilde varieteiten dermate ver van de ons bekende soorten af staan dat gewenste eigenschappen alleen via gentechnologie kunnen worden overgebracht
Van Soest wil over twee jaar opnieuw een expeditie organiseren. Ondertussen heeft hij bij het ministerie van Buitenlandse Zaken steun gevraagd voor de genenbank van Oezbekistan. De nationale genenbank daar was vroeger een substation van de Sovjet-Unie en heeft geen bewaarfaciliteiten. Als ze de zaden niet elk jaar vermeerderen, gaan ze verloren. (ASi)
LUW-eredoctoraat voor Likens en Somerville
Systeemecoloog prof. dr Gene Likens van het Institute of Ecosystem Studies in New York en plantengeneticus prof. dr Chris Somerville van Standford University krijgen volgende maand op de tachtigste dies natalis van de Landbouwuniversiteit een eredoctoraat. Likens en Somerville zijn voorgedragen door de commissie Eredoctoraten 1998, onder voorzitterschap van emeritus-hoogleraar moleculaire biologie dr Ab van Kammen. Het college van decanen heeft met de voordracht ingestemd
De commissie prijst Likens (63) voor zijn baanbrekende biogeochemische onderzoek aan hele stroomgebieden, zoals een rivier of een afwateringsgebied in een heuvellandschap. Zijn benadering van stroomgebieden leidde tot de ontdekking van de ecologische effecten van grensoverschrijdende verontreinigde waterstromen en luchtverontreinigingen. Verder ontwikkelde Likens het kunstmatig ingrijpen in hele ecosystemen als onderzoekmethodiek. Dit is volgens de commissie van essentieel belang voor het scherp toetsen van hypothesen en modelbeschrijvingen van ecosysteemprocessen. Als systeemecoloog bracht hij ook vele wetenschapsgebieden bij elkaar. Minstens even groot is zijn betekenis als bewustmaker bij publiek en beleidsmakers van grootschalige, door menselijk handelen veroorzaakte ecologische verstoringen, meent de commissie. Dr ir Nico van Breemen, hoogleraar bodemvorming en ecopedologie, wordt de erepromotor van Likens
De plantengeneticus Somerville (50) heeft zich volgens de commissie onderscheiden door zijn verdiensten op het gebied van de biochemische genetica voor hogere planten. Hij toonde als eerste onderzoeker aan dat veel nieuwe kennis over stofwisselingsprocessen te verkrijgen is met onderzoek aan Arabidopsis-mutanten, een plantje met een hele korte generatietijd. Hij nam het voortouw bij de organisatie van het Arabidopsis-onderzoek in Amerika en de rest van de wereld, waarbij hij openheid van onderzoeksresultaten voorop stelde. Ook heeft hij een grote bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van moleculaire gereedschappen, waaronder de eerste succesvolle klonering van een planten-gen door middel van chromosoom-walking. Dr ir Maarten Koornneef, hoogleraar botanische genetica, wordt de erepromotor van Somerville
De commissie Eredoctoraten bestond naast Van Kammen uit veehouderijhoogleraar dr ir Pim Brascamp, bodemkundige prof. dr ir Frans de Haan, voedingskundige prof. dr Jo Hautvast, agrarisch bedrijfseconoom prof. dr ir Jan Renkema en plantkundige prof. dr Jacques van Went. (MS)
Studenten hebben meer bijbaantjes, maar laag inkomen
Studenten zijn het afgelopen jaar minder gaan studeren en meer tijd gaan besteden aan bijbaantjes. Toch ontvangen zij per maand minder dan 1131 gulden, het bedrag waarmee uitwonende studenten zich volgens minister Ritzen kunnen bedruipen. Dat blijkt uit een enquete onder studenten van de Katholieke Universiteit Nijmegen
De ondervraagde studenten besteden gemiddeld 1348 uur per jaar aan hun studie. Dat is beduidend minder dan de norm van minister Ritzen, 1680 uur. Ook in het studiejaar 1995/96 haalden de Nijmeegse studenten die norm overigens niet. Ze besteedden in dat jaar 1431 uur aan hun studie
Het Nijmeegse onderzoeksinstituut IOWO, dat de enquete uitvoerde, nuanceert de lagere uitkomst. Dat studenten nu minder hard studeren, komt doordat het IOWO heeft gesleuteld aan de vraagstelling. Bij de vorige peiling vroeg het instituut alleen wanneer studenten niet studeerden, ditmaal wanneer zij niet of nauwelijks studeerden
Er zijn flinke verschillen in studielast, blijkt uit de enquete. Studenten Beleidswetenschappen en Sociale wetenschappen besteden met respectievelijk 1208 en 1216 uur de minste tijd aan hun studie. Bij Natuurwetenschappen wordt het hardst gestudeerd: 1752 uur
Studenten stoppen iets meer tijd in een betaalde bijbaan. Gemiddeld werken zij 328 uur, tien uur meer dan vorig jaar. Daarmee komt hun jaarlijkse werklast op 1676 uur. Ter vergelijking: de gemiddelde werknemer met een 36-urige werkweek komt aan 1584 uur per jaar
Toch hebben de studenten het niet breed. Slechts een op de drie heeft een maandinkomen van meer dan 1131 gulden per maand. Uit de Nijmeegse enquete blijkt opnieuw dat studenten liever krap zitten dan door een lening opgezadeld te worden met een hoge studieschuld. (HOP)

Re:ageer