Wetenschap - 5 februari 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Vco en vcw willen opvolging
De vaste commissie onderwijs (vco) en de vaste commissie wetenschap (vcw) willen ook in de nieuwe bestuursstructuur centrale adviesorganen voor onderwijs- en onderzoeksbeleid. Beide commissies hebben hun wettelijke status verloren met de invoering van de nieuwe structuur. Zij adviseren de raad van bestuur snel nieuwe adviescommissies te benoemen. Vco en vcw houden 1 maart op te bestaan
De vco wil in de nieuwe bestuursstructuur een centrale onderwijscommissie. De nieuwe onderwijs advies commissie (oac) zal het college adviseren over algemeen onderzoeksbeleid en bijvoorbeeld onderwijskaders en het onderwijsexamenreglement. De vco denkt dat het nodig is een belangeloos adviesorgaan te hebben naast de onderwijsinstituten. De oac zou bijvoorbeeld een onafhankelijk advies kunnen uitbrengen over de lijst van zogenaamde brede vrije vakken, vakken die niet in een onderwijsprogramma vallen en uit een centraal fonds worden betaald
In haar advies zegt de vco dat haar opvolger meer initiatief moet tonen dan de huidige vco omdat veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor onderwijsbeleid naar de onderwijsinstituten zijn verschoven. Voor centraal onderwijsbeleid blijft daardoor minder ruimte over. Creativiteit en initiatief moeten de sleutelwoorden worden van de oac.
Ook de vaste commissie wetenschap wil een opvolger. Voorzitter Tjeerd Schaafsma van de vcw bespreekt met onderzoeksdirecteur Dick van Zaane de kansen van een commissie van LUW- en DLO-onderzoekers, die adviseert over het onderzoeksbeleid van KCW. Het aantal onderzoeksinstituten zal in de nabije toekomst wel eens kunnen afnemen nu de milieu-instituten gaan fuseren en het Mansholtinstituut niet erkend is door de KNAW. Als de thema's van de resterende instituten nauwer worden gedefinieerd, wordt het hele aandachtsveld van de LUW niet meer voldoende afgedekt. Ontwikkeling van expertise op departementsniveau, los van de instituten, wordt dan nodig. Daar zou zo'n nieuwe adviescommissie over kunnen adviseren. Schaafsma wil niet meer adviseren over bijvoorbeeld aio-projectvoorstellen. (KVe)
Convenant maakt milieuvergunningen makkelijker te regelen
De gemeente Wageningen, de Landbouwuniversiteit en de Dienst Landbouwkundige Onderzoek ondertekenen op 26 februari een convenant over de koppeling van de interne milieuzorg aan de vergunningverlening. Hierdoor kunnen specifieke milieuzorgvoorschriften per stof uit de vergunning worden weggelaten, als LUW en DLO bij de aanvraag aantonen dat ze via hun milieuzorgsysteem al aan de wettelijke milieuvoorwaarden voldoen
Zo wordt de vergunningprocedure en het gemeentelijk toezicht op het naleven van de regels een stuk eenvoudiger en kost het verlenen van een milieuvergunning voor alle betrokkenen veel minder tijd
Het convenant geeft zowel de LUW als DLO de mogelijkheid om voor instituten die op een terrein liggen een gezamenlijke vergunning aan te vragen. Dit is volgens de gemeente mogelijk doordat nieuwe vergunningen voor instituten met overeenkomstige activiteiten nagenoeg identiek zijn. Een complexvergunning biedt tevens het voordeel dat allerlei veranderingen in proefopstellingen en indelingen van ruimten met een eenvoudige melding aan de gemeente afgedaan kunnen worden. (WRe)
Miljarden nodig voor levenslang leren
Het volgende kabinet moet minstens 665 miljoen gulden steken in levenslang leren. Als het aan de huidige regering ligt, investeert het bedrijfsleven ook nog eens drie a vier miljard extra in scholing. Dat staat in het actieprogramma Een leven lang leren, dat de minister Wijers (Economische Zaken), Melkert (Sociale Zaken) en Ritzen vorige week presenteerden
Het kabinet wil dat mensen zich blijvend scholen om employable te worden, dat wil zeggen om aan het werk te komen en te blijven. Vroeger hing je je schooltas buiten na je examen, aldus minister Wijers. Dan was je klaar. Die tijd is nu voorbij.
Ook het hoger onderwijs krijgt volgens het actieprogramma met levenslang leren te maken. De markt voor post-hbo- en postdoctorale opleidingen zal aanzienlijk groeien. Het kabinet wil ervoor zorgen dat het aanbod van zulke cursussen inzichtelijker wordt. Nu is vaak onduidelijk welke cursus waarvoor opleidt en wat de kwaliteit is, aldus het plan
Het kabinet voorspelt een groeiende behoefte aan combinaties van leren en werken, zowel in het beroepsonderwijs als in het wetenschappelijk onderwijs. Dat zou in ieder geval aanpassingen in het huidige stelsel van studiefinanciering vergen. (HOP)
Scheffer gaat ecologie van uiterwaarden onderzoeken
De nieuwe hoogleraar Aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer, dr Marten Scheffer, gaat de ecologie van plassen in de uiterwaarden van de Waal onderzoeken. Daarbij gaat de LUW samenwerken met het Rijksinstituut voor integraal zoetwaterbeheer en afvalwaterbehandeling (RIZA), waar Scheffer de afgelopen tien jaar werkte. Drie aio's gaan het onderzoek in de uiterwaarden uitvoeren. Een boel andere plannen liggen nog op stapel, zegt Scheffer
Scheffer deed onderzoek naar de ecologie en ecologische herstelmaatregelen van vervuilde meren en rivieren in Nederland. De kroon op zijn werk is het zojuist uitgekomen wetenschappelijke boek Ecology of Shallow Lakes. In Wageningen wil Scheffer het onderzoek en het onderwijs meer samenhang geven met als belangrijk richtpunt het mooier en schoner maken van de Nederlandse wateren. Begin maart begint hij als hoogleraar. (HBou)
Nieuwsfoto, Porculum
Betere stabiliserende polymeren voor verf op waterbasis
Pigmentdeeltjes in verf op waterbasis zijn goed te stabiliseren met kamcopolymeren. Daardoor klontert de verf niet. Kam-copolymeren zijn lange moleculen met een hoofdketen van identieke segmenten en zijketens van een ander segment. Die zijketens zitten aan de hoofdketen als haren op een kam. Om klontering te voorkomen hoeft maar heel weinig van dit polymeer, 1,3 milligram per vierkante meter, op de pigmentdeeltjes te adsorberen. Dat blijkt uit het proefschrift van ir Henri Bijsterbosch, waarop hij vrijdag 6 februari hoopt te promoveren bij de hoogleraren dr Martien Cohen Stuart en dr Gerard Fleer van het laboratorium voor Fysische chemie en kolloidekunde. Bijsterbosch onderzoek is financieel ondersteund door het Innovatiegericht Onderzoekprogramma verf (IOP-v)
De afgelopen jaren vond een verschuiving plaats van verf op basis van organische oplosmiddelen naar verf op waterbasis, een milieuvriendelijker alternatief. Bij verf op waterbasis is het echter moeilijker om de pigmentdeeltjes in oplossing te houden en niet te laten klonteren. Dat komt omdat het moeilijker is om voor water copolymeren te synthetiseren, polymeren die bestaan uit twee soorten segmenten waarvan slechts een segment graag op het oppervlak van het pigmentdeeltje gaat zitten. Bovendien moeten beide segmenten oplosbaar zijn in water. Bij zo'n copolymeer vormt het segment dat aan het oppervlak van het pigmentdeeltje adsorbeert een soort anker en steekt het andere segment uit. Zo ontstaat een dikke laag copolymeren op het pigmentdeeltje, waardoor twee pigmentdeeltjes elkaar niet meer zo dicht naderen dat ze samenklonteren
Bijsterbosch toonde aan dat kam-copolymeren een goed alternatief vormen in verf op waterbasis. Van de kam-copolymeren adsorbeert de hoofdketen op het pigmentdeeltje en vormen de zijketens de uitstekende laag. Het is ook mogelijk dat sommige zijketens op het pigmentdeeltje adsorberen, de hoofdketen een tussenlaag vormt en de andere zijketens weer voor een uitstekende laag zorgen. Voordeel van de kam-copolymeren is bovendien dat ze in een oplossing niet in samenclusteren. Dat vertraagt namelijk de adsorptie, wat voor veel industriele toepassingen een groot nadeel is. (MS)
IBG is niet doelmatiger geworden

De Informatie Beheer Groep (IBG) is na de verzelfstandiging in 1994 niet efficienter gaan werken. Dat blijkt uit het proefschrift waar de Groningse econoom H.J. ter Bogt deze week op promoveert
Ter Bogt onderzocht zes overheidsdiensten die tegenwoordig op eigen benen staan. Een daarvan is de IBG, de instantie die ervoor zorgt dat studenten hun beurs krijgen. De IBG is volgens Ter Bogt, voormalig PvdA-gemeenteraadslid in Groningen, in 1988 uit politieke motieven intern verzelfstandigd. Dat was twee jaar na de invoering van de wet op de studiefinanciering
Die invoering leverde zoveel problemen op dat de Tweede Kamer toenmalig minister Deetman bijna naar huis stuurde. Uit angst dat zoiets zich zou herhalen, werd de IBG op een afstandje geplaatst. Bovendien veronderstelde Den Haag dat een zelfstandige organisatie sneller en efficienter zou reageren, ook al omdat niet langer voor elke beslissing overleg met het ministerie nodig was
Uit het onderzoek van Ter Bogt blijkt echter dat die veronderstellingen niet zijn uitgekomen. Bij slechts een van de zes organisaties die de econoom bekeek is de doelmatigheid na verzelfstandiging toegenomen. Bij de IBG is de efficiency zelfs licht gedaald
Met zijn promotie ondergraaft Ter Bogt het veelgehoorde argument dat geprivatiseerde of verzelfstandigde bedrijven profiteren van schaalvoordelen en vanwege concurrentie veel beter op hun zaken letten. Uit gebrek aan belangstelling controleren politici zelden of dat ook echt zo is. En gegevens die daarvoor nodig zijn, ontbreken nogal eens. Ook bij de IBG is dat het geval: het ministerie veronderstelde dat de dienst veel efficienter was gaan werken, maar kon die aanname niet onderbouwen met cijfers
Als algemene oorzaak noemt Ter Bogt dat verzelfstandigde diensten vaak helemaal geen concurrenten hebben. En sommige overheidstaken verdragen nu eenmaal geen bedrijfsmatige aanpak. (HOP)
Nederlandse agrarische producten relatief schoon
Vleesrunderen bevatten geen clenbuterol meer, bij geimporteerde bladgroente overschrijdt twintig procent de bestrijdingsmiddelennormen en paling uit grote rivieren bevat nog steeds te veel polychloorbifenylen (PCB's). Dat blijkt uit het rapport Resultaten residubewaking in Nederland voor het jaar 1996, dat Rikilt-DLO uitvoerde in opdracht van het ministerie van LNV
De Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees onderzoekt elk jaar honderdduizenden nieren, zo'n 0,5 procent van de nieren van alle geslachte dieren. Iets minder dan 0,2 procent van de nieren bevat sporen van antibiotica. Verboden diergeneesmiddelen als chlooramfenicol, nitrofuranen en dapson komen niet voor in Nederlands slachtvee. Ook het verboden groeihormoon clenbuterol wordt niet meer in vleesrunderen aangetroffen. Begin jaren negentig rapporteerde het Rikilt nog percentages van ruim vier procent. Het onderzoeksinstituut schrijft de daling toe aan de intensieve controles en de aanpak van integrale ketenbeheersing. In kalveren en koeien wordt bij uitzondering nog wel clenbuterol aangetroffen
Bij 1,4 procent van de Nederlandse groente- en fruitsoorten werd te veel bestrijdingsmiddel aangetroffen. Het gaat vooral om bestrijdingsmiddelen tegen schimmelziekten. Bij geimporteerde producten wordt de norm vier keer zo vaak overschreden. Uit een nadere analyse blijkt echter dat er geen gevaar is voor de volksgezondheid, stelt Rikilt-DLO. Koolsoorten en pitvruchten, waaronder appels en peren, bevatten zelden bestrijdingsmiddelen. De normoverschrijding bij bladgroenten is het hoogst, met vier procent. Bij buitenlandse bladgroente is dat zelfs twintig procent
Het Rikilt voerde het onderzoek uit in het kader van het Kwaliteitsprogramma agrarische producten. Dat werd in 1992 opgericht om het imago van het agrarische product te ondersteunen. (MS)
Temponorm nekt studerende topsporters
Studerende topsporters komen te vaak in problemen door strakke tentamenregels en de temponorm. Een aantal universiteiten en hogescholen probeert daar iets aan te doen, maar op een symposium in Breda bleek dat alleen de overheid de echte barrieres voor de topsporters kan wegnemen. Minister Ritzen moet eens met iets concreets komen, stelde een vertegenwoordiger van de universiteiten tijdens het vorige week gehouden symposium Studentensport beweegt
Hoewel staatssecretaris Terpstra een fonds van veertig miljoen gulden heeft ingesteld om sporters financieel te steunen, komen studenten die topsport bedrijven steeds vaker in de problemen, door de tempo-eisen van minister Ritzen. Topsport kost veel tijd, vertelde oud-hockeyer Floris-Jan Bovelander in Breda, maar met de nodige aanpassingen is het best te combineren met een studie. Bovelander studeerde vanaf 1985 Moleculaire biologie in Leiden, speelde daarnaast 241 interlands en kon jarenlang zijn eigen tijd indelen. Ook het feit dat grote toernooien, zoals de Olympische Spelen in Atlanta, samenvielen met de herkansingen bleek overkomelijk. De tempobeurs heeft volgens Bovelander alles veranderd. Hoewel hij zelf binnenkort afstudeert, noemt hij de huidige tempo-eisen de nekslag voor volgende generaties studerende topsporters
Een aantal universiteiten en hogescholen voert inmiddels een topsportbeleid. De Hogeschool Utrecht helpt sinds een jaar studerende sporters met aangepaste studieroosters, trainingsfaciliteiten en enige financiele steun. Zo krijgt een topsporter die door de Olympische Spelen net niet zijn temponorm haalt, een paar duizend gulden uit het afstudeerfonds van de instelling. Dankzij dat beleid heeft zwemmer Marianne Muis bijvoorbeeld haar studie fysiotherapie kunnen afronden in Utrecht
Maar we komen geld te kort, bekende de Utrechtse topsportcoordinator K. Wikkeman op het symposium. Een goed topsportbeleid moet immers niet alleen de blikvangende olympiers, maar ook nationale of regionale toppers steun bieden. Bovendien is een paar duizend gulden vaak niet genoeg, want wie de zesjaarslimiet van de prestatiebeurs mist, kan torenhoge studieschulden oplopen. Om dit te voorkomen, zouden topsporters enkele jaren zonder studiebeurs moeten kunnen overbruggen. Volgens hem moet de overheid daarom een speciaal fonds voor topsport-studenten instellen
De sportorganisatie NOC*NSF is het daarmee eens. Een student moet zijn studie vijf jaar kunnen uitstellen. Dat laatste vergt niet alleen geld, maar ook aanpassing van de studiefinancieringsregels. NOC*NSF dringt daarom aan op versoepeling van de leeftijdsgrens van 27 jaar. Minister Ritzen legt de verantwoordelijkheid echter volledig bij de universiteiten en hogescholen. (HOP)
Informatici kunnen grote meerwaarde kopen bij Microsoft

Een stempel goedgekeurd door Microsoft op je diploma; het is waarschijnlijk de droom van elke hbo-student Informatica. Voor 160 gulden kunnen ze zo'n stempel kopen. En, zegt Microsoft, daarvoor krijgen ze een hele grote meerwaarde terug
Microsoft stuurt een legertje opleiders het land in om studenten in te wijden in de geheimen van Windows 95 en Windows NT. De softwaregigant heeft een aantal hogescholen - in Amsterdam, Utrecht en Groningen - de status van Authorized Academic Training Partner verleend. Deze hogescholen mogen de Microsoft-traning als keuzevak aanbieden aan hun studenten
Studenten moeten wel 160 gulden betalen om het keuzevak te kunnen afronden. Zoveel kost namelijk het bijbehorend examen aan een commercieel opleidingsinstituut. Maar dan zijn ze ook een Microsoft Certified Professional en dat is niet niks, valt op te maken uit de website van het bedrijf. Daar vertelt een hoge baas van Getronics dat Microsoft-kenners bijzonder gewild zijn. Er is heel veel vraag naar NT-specialisten, dus een student die een MCP-certificaat haalt, geeft zichzelf een hele grote meerwaarde.
Ook de opleidingen zijn enthousiast, volgens hetzelfde Onderwijs Webzine. Een blije docent van de Hogeschool van Utrecht: Het niveau ligt hoog en de kennis is zeer praktisch, dus goed geschikt voor een hbo. Ook het lesmateriaal is goed. En, niet onbelangrijk: Het is goed voor de uitstraling van de opleiding. (HOP)
LUW niet gedaagd door wachtgelders
In tegenstelling tot de Universiteit van Amsterdam (UvA) zal de LUW niet voor de rechter worden gedaagd door oud-medewerkers met een wachtgelduitkering. De LUW heeft voor 1990 bij wachtgelders niet de indruk gewekt dat zij ongestraft konden bijverdienen, meldt Karel Sulzle van Personeelszaken. Volgens een Amsterdamse rechter hadden de wachtgelders van de UvA die toezegging wel. Toen de neveninkomsten per 1996 van de uitkering werden afgetrokken omdat de wetgeving veranderde, raakten de wachtgelders hun riante regeling kwijt. Ze hebben nu met succes verhaal gehaald bij de rechter
De LUW heeft geen bijverdiengarantie gegeven, meldt Sulzle, omdat zij rond 1990 de anticumulatieregeling die bijverdienen uitsluit al zag aankomen. Bovendien bracht de LUW veel ouder personeel onder in de vut-regeling bij het ABP. Die koers hebben weinig andere universiteiten gevaren, aldus Sulzle. De vut-regeling was iets duurder dan de wachtgeldregeling, maar de LUW heeft daarna veel geld bespaard aan proceskosten. (ASi)

Re:ageer