Wetenschap - 29 januari 1998

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Ondernemingsraad wil onderdeelcommissies
De ondernemingsraad van de LUW wil met terugwerkende kracht zeven decentrale onderdeelcommissies instellen, waaraan hij tot 1 juli zijn bevoegdheden voor een bepaald deel van de universiteit delegeert. De dienstcommissies, die per 1 januari 1998 officieel ophielden te bestaan, wordt gevraagd een voordracht te doen voor de leden van deze commissies. Dat besloot de ondernemingsraad in zijn eerste officiele vergadering op 27 januari
De OR wil snel handelen om een machtsvacuum op decentraal niveau weg te werken, maar behoudt zich het recht voor de zaken na 1 juli anders te regelen
De raad van bestuur moet nog officieel instemmen met dit besluit. Aangezien het voorstel voor het instellen van de onderdeelcommissies van het OPAL komt, het overleg tussen de universiteit en de onderwijsbonden, geeft de raad van bestuur die instemming waarschijnlijk. Het advies van het OPAL aan de OR is mede-ondertekend door ir Kees van Ast, de vice-voorzitter van de raad van bestuur
Vanaf 1 januari 1998 zijn de wettelijke bevoegdheden van de vakgroepsbesturen vervallen en zijn de hoogleraar-directeuren van de departementen integrale managers. Dit betekent niet dat de hoogleraren zonder enig overleg besluiten kunnen nemen, stelde het college van bestuur vorig jaar al in een brief. De onderdeelcommissies gaan nu overleggen met de hoogleraar-directeuren van de departementen, terwijl de onderdeelcommissie van het bestuurscentrum overlegt met de secretaris van de universiteit. De onderdeelcommissie van Plant- en gewaswetenschappen overlegt niet alleen met de hoogleraar-directeuren, maar ook met het hoofd van Unifarm
Het OPAL pleitte voor snelle invoering van onderdeelcommissies, omdat de afstand tussen de besturen en het personeel bij de departementen momenteel te groot is. Hierdoor kan de betrokkenheid van het personeel van dat onderdeel gering zijn en de specifieke belangen van het onderdeel komen wellicht onvoldoende naar voren, aldus een brief van 7 januari 1998. Met name voor de lopende reorganisaties is het belangrijk dat de onderdeelcommissies heel snel worden ingesteld, meent OPAL-woordvoerder en OR-lid dr ir Dick Verduin
Onderdeelcommissies staan niet in de wet op de ondernemingsraden beschreven. De OR moet de bevoegdheden en samenstelling van deze commissies via een convenant regelen. Als de onderdeelcommissies alle mogelijke bevoegdheden krijgen, staan ze volgens Verduin het sterkst in hun overleg met de werkgevers op decentraal niveau. Drs Pim van den Bold van Tap82 benadrukte daarbij wel dat dit geen precedent mag scheppen voor de situatie na 1 juli. Daar besluit de OR pas later over. (MS)
Steen voorzitter OR

De ondernemingsraad heeft unaniem onderwijskundige drs Jan Steen uit zijn midden gekozen als voorzitter. Hans Weggen van Tap82 wordt secretaris. De ondernemingsraad heeft op 4 februari een kennismakingsgesprek met de raad van bestuur. De OR heeft, in tegenstelling tot de studentenraad, nog geen onderhandelingen gevoerd met het college over de bevoegdheden. Met name op het gebied van onderwijs- en onderzoeksbeleid wil de OR meer bevoegdheden. In een fabriek heeft de ondernemingsraad immers ook medezeggenschap over het productieproces en op een universiteit is onderwijs en onderzoek het productieproces, aldus de kersverse OR. (MS)
Amsterdam staat kritisch tegenover landelijke milieuschool
De Amsterdamse milieuinstituten Arise en IVM hopen dat de samenwerking met het Wagenings instituut voor milieu- en klimaatstudies (Wimek) niet wordt verbroken wanneer dat gaat fuseren met de onderzoekschool Milieuchemie en Toxicologie (M&T). De Amsterdamse onderzoekscholen, die met Wimek verbonden zijn in de interuniversitaire onderzoekschool Sense, willen praten over een nieuw samenwerkingsverband met zowel Wimek als M&T. Ze stellen wel bij voorbaat dat Wageningse onderzoekers hierin geen dominante rol moeten spelen
Bestuurslid prof. dr Luuc Mur van Sense, tevens vertegenwoordiger van Arise, zegt dat er problemen komen als Wageningen in een nieuw op te richten nationale onderzoekschool de zaak wil overheersen en claims gaat leggen. Als Wageningen bijvoorbeeld het penvoerderschap zou willen inpikken, lijkt me dat weinig collegiaal. Maar voor normale samenwerking is wel ruimte. Ook zegt hij het jammer te vinden als Wimek samen met M&T een eigen Wageningse onderzoekschool zou worden en uit Sense zou stappen
Het is nog niet duidelijk wat de meerwaarde is van een nationale onderzoekschool vergeleken met de huidige interuniversitaire onderzoekschool. Als M&T zich bij zo'n nationale school zou voegen, komt er in ieder geval een hoop expertise op het gebied van de toxicologie bij. M&T richt zich meer op immunotoxicologie en neurotoxicologie dan Sense doet. Het is de vraag of de verschillende onderzoeksprioriteiten niet met elkaar zullen botsen en de samenhang van de onderzoekschool niet wegvalt, vertelt Mur. Hij spreekt de vrees uit dat de onderzoekschool eenvoudig te groot wordt. In het verleden heeft Sense voorstellen van andere onderzoekscentra gehad om zich aan te sluiten, maar die zijn geweigerd. Je moet heel kritisch zijn als je nieuwe samenwerkingsverbanden aangaat.
De Amsterdamse onderzoekscholen die deel uitmaken van Sense kijken met belangstelling naar wat er terechtkomt van de fusieplannen in Wageningen. Binnenkort is er een gesprek tussen vertegenwoordigers van Sense en M&T. Mur houdt het vooralsnog open. We weten wat we hebben, maar we weten niet wat we krijgen. (HBou)
Fusie planten-departementen LUW op komst
Prof. dr ir Rudy Rabbinge is per 1 januari 1998 formeel geen hoogleraar-directeur van het departement Plantenteelt meer. De facto is hij dat tot februari nog wel, vertelt hij. Maar hij wordt binnenkort opgevolgd door een nieuwe directeur wiens naam nog niet officieel bekend is. Ook prof. dr Rob Goldbach, die tot 1 januari departementsvoorzitter was van Plantenveredeling en gewasbescherming, is per 1 januari niet benoemd als hoogleraar-directeur van zijn departement
Rabbinge en Goldbach worden opgevolgd door een hoogleraar-directeur voor zowel het departement Plantenveredeling en gewasbescherming als het departement Plantenteelt. Rabbinge verwacht dat de departementen op den duur ook formeel zullen fuseren
Rabbinge neemt sinds 1 januari 1998 tijdelijk het wetenschappelijk directeurschap van de onderzoekschool Productie-Ecologie waar. Rabbinge was al voorzitter van deze school. Productie-Ecologie zoekt een opvolger voor directeur prof. dr ir Johan Bouma, die in december een aanstelling van drie dagen in de week bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid kreeg aangeboden. De nieuwe directeur wordt gekozen uit de binnen PE participerende hoogleraren. (MS / KVe)
ISO wil af van multiple choice-tentamens
Het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) wil dat de multiple choice-tentamens afgeschaft worden aan de universiteiten en hogescholen. Ook moet de propedeuse zwaarder worden. Het ISO vindt dat er een vervolg moet komen op het zogeheten studeerbaarheidsfonds van minister Ritzen. Met geld uit dat fonds hebben universiteiten en hogescholen de afgelopen jaren projecten betaald die de kwaliteit van het onderwijs moesten verbeteren. Het fonds is nu bijna leeg. Het ISO heeft een lijst opgesteld met zaken die aangepakt moeten worden. Eerst wil de studentenbond het eens worden met de universiteiten over een prioriteitenlijst, waarmee het ISO daarna naar minister Ritzen gaat. Het ISO denkt zeker 250 miljoen nodig te hebben
Hoog op het lijstje van het ISO staat de propedeuse. Die is vaak te schools en te licht, denkt de studentenbond. Daardoor weten studenten na een jaar vaak niet wat hen in de rest van de studie te wachten staat. Ook multiple choice-tentamens beschouwt het ISO als een misstand. Tot slot wil het ISO praten over betere studiebegeleiding en over didactische opleidingen voor docenten. (HOP)
Onderwijssamenwerking moet keuze studenten vergroten
De onderwijssamenwerking van de LUW met Utrecht en Nijmegen levert voor studenten geen verplichtingen op, maar moet juist hun keuzemogelijkheden vergroten om elders onderwijs te volgen. Dat stelt prof. dr Franz von Benda-Beckmann, die met de twee andere universiteiten overlegt over ontwikkelingsstudies. In het verleden hebben Utrechtse studenten hier veel vakken gevolgd, maar door het strakke studietempo en de geringere vrije keuze is dat veel minder geworden. Als je die tendens kunt keren, is dat heel mooi.
Von Benda-Beckmann merkt verder op dat het Wageningse en Utrechtse onderwijsaanbod complementair is. Wij zijn helemaal gericht op de ontwikkelingsproblematiek, terwijl Utrecht bredere disciplines heeft zonder een bepaald zwaartepunt. Er is weinig concurrentie, we hebben mooie en plezierige gesprekken met Utrecht gevoerd. Omdat de hoogleraar pas sinds kort weet wie zijn gesprekspartners in Nijmegen zijn, moet het overleg daar nog plaatsvinden
Concrete plannen voor de onderwijssamenwerking zijn er nog niet, stelt Von Benda-Beckmann. Hij gaat eind januari de voorlopige bevindingen voorleggen aan de raad van bestuur en hoort daarna of een uitwerking om het onderwijs af te stemmen gewenst is. Eenvoudig zal dat niet zijn. Studenten zullen moeten reizen en we hebben twee verschillende onderwijssystemen: Wageningen heeft een blokkenindeling, Utrecht semesters. Er liggen dus studietechnische problemen.
Wiskundige prof. dr Johan Grasman heeft inmiddels overleg gehad met Utrecht over onderwijssamenwerking op het gebied van wiskunde en informatica. Daar zijn twee concrete voorstellen, leuke ideeen, uitgerold, meldt Grasman. Maar die gaat hij eerst eens voorleggen aan de rectoren van beide universiteiten. Met Nijmegen moet het overleg nog op gang komen
Econoom prof. dr ir Arie Oskam overlegt per e-mail vanuit de Verenigde Staten met zijn economische collega's over samenwerking. Ook hij kan nog geen concrete onderwijsplannen presenteren. (ASi)
Ritzen gaat ouders voorlichten over beurzenstelsel
Minister Ritzen gaat in de laatste vier maanden van zijn ambtstermijn extra voorlichting geven aan ouders van studenten. Onder het motto beter laat dan nooit zal de minister duidelijkheid proberen te verschaffen in het huidige beurzenstelsel
Ritzen vindt dat dat beurzenstelsel voldoet. Toch had de commissie Hermans vorig jaar forse kritiek op het stelsel en met name op de onduidelijkheid over de ouderlijke bijdrage. De regels daarover zijn volgens Hermans vrijblijvend. Daardoor krijgen studenten vaak niet waar ze recht op hebben
Ook minister Ritzen onderkent nu dat ouders vaak te weinig aan hun studerende kinderen betalen, omdat ze vaak niet weten hoe hoog hun bijdrage moet zijn. De minister vroeg zich tijdens zijn overleg met de Studentenvakbond en het Interstedelijk Studentenoverleg af of het zin had de ouders daarover een brief te sturen. De studenten spoorden de minister aan dat onmiddellijk te doen. Ritzen gaat de informatievoorziening snel aanpakken, beloofde hij. Hij gaf aan wel enige aarzeling te hebben gehad om de brief te versturen, omdat het wat laat in de kabinetsperiode is. (HOP)
Rectificatie examens

In WUB 3 stond een berichtje, Extra examen voor tweedejaars, waaruit tweedejaars studenten ten onrechte kunnen opmaken dat zij een extra herkansing krijgen voor doctoraalvakken uit het eerste en tweede blok. De extra herkansing geldt echter alleen voor propedeusevakken en dus niet voor vakken uit het tweede studiejaar. (KVe)
Booman volgt Theijsse op in managementteam
Het hoofd van de afdeling Onderzoekstrategie van DLO, dr ir Peter Booman, is met onmiddellijke ingang benoemd tot projectleider van het stafbureau van het Kenniscentrum Wageningen. Booman volgt in die functie tevens de secretaris van de Landbouwuniversiteit, ir Theo Theijse, op als lid van het managementteam
Theijse maakt in de loop van dit jaar gebruik van een regeling om vervroegd uit te treden en blijft tot die tijd leiding geven aan bureau van de LUW. Dat bureau fungeert momenteel een beetje als uitzendbureau voor stafactiviteiten van het te vormen bureau van het Kenniscentrum Wageningen
Naar zich laat aanzien zal Booman Theijsse niet opvolgen als secretaris van de universiteit, omdat de raad van bestuur heeft besloten dat deze functie vervalt. De functie van secretaris was tot voor kort bij wet geregeld, maar de nieuwe bestuurswet kent de functie niet meer. De universiteit van Twente ging Wageningen voor en hief de functie op. Deze universiteit is nu al niet meer vertegenwoordigd in het reguliere landelijk overleg van secretarissen van universiteiten; het overleg duldt geen collegelid als vertegenwoordiger van een universiteit bij zijn bijeenkomsten
Booman studeerde Zootechniek aan de Landbouwuniversiteit en was in zijn studietijd voor de Christenstudentenfractie lid van de hogeschoolraad. Na zijn afstuderen werkte hij voor het Instituut voor veeteeltkundig onderzoek in Zeist. Hij bereikte uiteindelijk de functie van adjunct-directeur, alvorens hij de overstap maakte naar de Dienst Landbouwkundig Onderzoek. De laatste maanden heeft Booman een belangrijke rol gespeeld bij het formuleren van de strategische nota voor KCW. (SVk)
Bursaalstelsel in Leiden op de helling
De Leidse universiteit wil promovendi weer als werknemer in dienst nemen. Alleen als het promotie-onderzoek niet past binnen grotere onderzoeksprojecten van een vakgroep, zal de promovendus een beurs krijgen in plaats van salaris. De verandering moet al in maart ingaan
Het landelijke aio-overleg is verheugd over deze koerswijziging en is benieuwd wat andere universiteiten nu gaan doen. Hopelijk volgen zij dit voorbeeld en zal het bursaalstelsel een zachte dood sterven, zegt vice-voorzitter Jeanette Simon. Ruben Fukkink, die namens de landelijke bursalen het woord voert, stelt verheugd vast dat het bursaalstelsel al na twee jaar wordt afgebroken. Er waren al wat barstjes in het systeem, maar nu is er een grote scheur.
Met de beslissing om weer aio's (assistenten in opleiding) aan te stellen, neemt Leiden grotendeels afscheid van het bursaalstelsel. Daarin is een promovendus geen werknemer, maar krijgt hij als student een beurs van 2500 gulden bruto per maand. Is hij na vier jaar niet gepromoveerd, dan krijgt hij geen wachtgeld, zoals aio's, maar belandt hij in de bijstand. Dat bespaart de universiteiten veel geld. Tegen deze constructie hebben de bursalen van meet af aan geprotesteerd. Volgens hen worden bursalen in de praktijk behandeld als aio's, maar dan met minder rechten. Ook het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) kwam onlangs tot deze conclusie. Een aantal Leidse bursalen was al bezig aan een rechtszaak, maar heeft na deze koerswijziging een adempauze ingelast
De Leidse universiteit kampte met het probleem dat promovendi liever naar een universiteit gingen waar zij wel als aio aan de slag konden. Volgens rector-magnificus Wagenaar was een ingreep echter vooral nodig omdat slechts vijftien procent van de promovendi na vier jaar klaar is. Bovendien heeft slechts tweederde van de promovendi na zeven jaar een doctorstitel gehaald. Wagenaar wil dat tachtig procent na vier jaar klaar is. Voortaan mag een aio alleen beginnen als vooraf duidelijk is dat hij zijn proefschrift ook echt in vier jaar kan voltooien. Een onafhankelijke wetenschapscommissie moet dat beoordelen. Tegelijkertijd belooft de universiteit de begeleiding te verbeteren. Een hoogleraar die na vier jaar geen promovendus aflevert, mag geen nieuwe aio aannemen. (HOP)
Vier LUW-studenten krijgen chemiebeurs van VNCI
Vier tweedejaars studenten Moleculaire wetenschappen van de LUW hebben een beurs gekregen van de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI). Met de beurzen wil de chemische industrie jongeren stimuleren om scheikunde te (blijven) studeren. In aanmerking komen tweedejaars chemici die hun propedeuse in een jaar hebben afgerond met minstens een 7,5 gemiddeld. De VNCI deelde in totaal 52 beurzen uit. De meeste studenten ontvangen een bedrag van tweeduizend gulden. Vijf uitblinkers ontvangen het dubbele
De Universiteit Utrecht was de grote winnaar en sleepte twaalf beurzen in de wacht. Ook twee van de vijf toegekende superbeurzen kwamen in Utrecht terecht. Verder maakten ook de aanvragen van Groningen, Eindhoven en de Vrije Universiteit een goede indruk: elk van deze faculteiten kreeg zeven of acht chemiebeurzen. Nijmegen, de Universiteit van Amsterdam en Twente kregen twee chemie-beurzen. Vooral voor Twente is dat, gezien de omvang van de faculteiten, een lage score. (HOP)
Projectgroep wil arbeidsbemiddeling bundelen
Afgestudeerde academici in Wageningen die hulp zoeken bij het vinden van een baan kunnen daarvoor terecht bij een veelheid aan instellingen en bureaus. Voor iedere specifieke eis of wens is er een instantie, een bureau of een organisatie. Om aan die wirwar van instellingen een einde te maken wil een projectgroep van KLV, DLO en de LUW alle instellingen bundelen tot een centrale organisatie
Wij willen vooral duidelijkheid scheppen, vertelt Marian Bos-Boers van het KLV Loopbaancentrum. Nu is de situatie zo dat een academicus wel weet wat zijn of haar wensen en vereisten zijn, maar niet welke instantie daarvoor benaderd moet worden. Dat is niet alleen lastig voor werkzoekenden, ook werkgevers weten vaak niet waar ze het zoeken moeten.
De werkgroep is daarom begonnen te onderzoeken in hoeverre de verschillende instellingen met elkaar kunnen samenwerken. Een mogelijk knelpunt vormen de data-bestanden van de verschillende instanties. Het IAC heeft in zijn bestand heel andere gegevens dan bijvoorbeeld KLV, die bemiddelt van afstuderen tot aan pensioen. Die bestanden kunnen nauwelijks samengevoegd worden, aldus Bos-Boers
De projectgroep pleit dan ook niet voor een werkelijke fusie van de verschillende instanties. Er moet een overkoepelend orgaan komen, waar mensen zich maar een keer hoeven in te schrijven. Dat is niet alleen efficienter, zo'n gebundeld aanbod van diensten straalt ook professionaliteit uit. Hoe de nieuw op te richten organisatie moet gaan heten is nog niet bekend. Misschien moeten daar maar eens een prijsvraag voor uitschrijven, aldus Bos-Boers. (BSl)
Gebruik managementinformatiesysteem loont
Het gebruik van een managementinformatiesysteem (MIS) in de zeugenhouderij loont. Dat blijkt uit een onderzoek naar de waarde van dergelijke systemen van ir Jos Verstegen, die 18 februari promoveert bij de vakgroep Agrarische bedrijfseconomie
Verstegen, die voor zijn onderzoek onder meer gebruik maakte van de productiegegevens van 71 zeugenbedrijven, becijferde dat een jaar na het gebruik van een MIS de gemiddelde productie per zeug was gestegen met een halve big per jaar. Dit betekent een extra netto-opbrengst van 30 tot 43 gulden per zeug. Het rendement op de investering in MIS bedraagt daarmee 220 tot 348 procent
De promovendus heeft ook gekeken of er bedrijfskenmerken zijn die het rendement van een MIS beinvloeden. Hij deelde de bedrijven daarvoor in naar zowel managementniveau als bedrijfsstijl. Voor de indeling naar managementniveau is gekeken hoe bedrijven scoren op factoren als opleiding van de ondernemer en moderniteit van de gebouwen. De indeling naar bedrijfsstijlen is gebaseerd op opvattingen van boeren over de wijze waarop er geboerd dient te worden
Verstegen vond een positief verband tussen het managementniveau en het rendement van een MIS. Alhoewel varkenshouders met een hoog managementniveau vaak al over meer informatie beschikken, krijgen ze toch meer toegevoegde waarde van een MIS dan hun collega's met een lager managementniveau, concludeert de promovendus. Verstegen vond echter geen verband tussen de bedrijfsstijl van een zeugenhouder en het rendement van een MIS
De economische waarde van een MIS ontstaat volgens Verstegen doordat varkenshouders met behulp van het informatiesysteem betere beslissingsalternatieven kiezen en sneller besluiten. Ook vermijden varkenshouders verliezen doordat ze door het gebruik van een MIS een groter bedrijf kunnen managen zonder in te leveren op de productiviteit per dier. (LKe)
Bouwstof graadmeter voor schimmelgroei

Glucosamine, een bouwstof voor celwanden van schimmels, is een goede graadmeter voor de hoeveelheid schimmelmassa bij vastestof-fermentaties. Dat zegt proceskundige Jan Smits. Bij vastestof-fermentaties worden biologische afvalproducten door schimmels omgezet in enzymen of andere waardevolle stoffen. De bepaling van de hoeveelheid schimmel is moeilijk, omdat die vaak niet te scheiden is van de voedingsstof. De hoeveelheid van het makkelijk te meten glucosamine is een goede indicatie voor de groei van de schimmel. Smits promoveerde maandag 26 januari bij prof. dr ir Hans Tramper op een proefschrift over een computermodel van vastestof-fermentatie. (KVe)
Kamer sceptisch over duaal leren

De Tweede Kamer ziet weinig in het plan van minister Ritzen om werkend leren in te voeren aan de universiteiten. Regeringspartij VVD is er zelfs ronduit tegen. Dat bleek deze week bij de behandeling van het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (HOOP). In dat plan breekt Ritzen een lans voor zogeheten duale trajecten, waarin studenten afwisselend studeren en werken. Het hbo heeft al zulke trajecten, volgens Ritzen zouden die ook aan de universiteiten op hun plaats zijn
De Tweede Kamer deelt Ritzens enthousiasme niet. Een ruime meerderheid van de fracties is van mening dat werkend leren niet goed is te verenigen met het wetenschappelijke karakter van academische studies. Ritzen mag van de Kamer wel doorgaan met de proeven waarvoor hij de universiteiten inmiddels heeft uitgenodigd. Maar of duaal leren daarna ook echt wordt ingevoerd, staat volgens de Kamer nog te bezien. D66 is terughoudend, de PvdA wil de zaak uiterst zorgvuldig bekijken. De VVD is ronduit tegen duaal leren aan universiteiten. Het gevaar is dan levensgroot dat de opleiding zich te veel richt op de wensen van het beroepenveld en op direct toepasbare kennis, aldus VVD-kamerlid De Vries
Over twee weken behandelt de Kamer een wet waarin onder meer de juridische belemmeringen die er nu nog zijn voor duale trajecten, worden geschrapt. De VVD wil dat deel van de wet tegenhouden, maar of zij daarvoor genoeg steun krijgt, is de vraag. (HOP)
Aantal eerstejaars stijgt voor het eerst in jaren
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft deze week bevestigd wat eind september vorig jaar al duidelijk begon te worden: het aantal universitaire eerstejaars is voor het eerst sinds 1991 licht gestegen. De universiteiten werden bij alle groepen potentiele studenten populairder. De winst is wel ongelijk verdeeld; alfa is uit, exact en bedrijfskunde is in. Van alle instellingen is Maastricht dit jaar opnieuw de grote winnaar. De LUW leed een klein verlies van 0,5 procent
In totaal tellen de universiteiten dit studiejaar 29127 eerstejaars studenten, 1200 meer dan vorig jaar. Na vijf jaren van daling is er nu een stijging in het aantal eerstejaars studenten van vier procent
Opmerkelijk is dat het plotselinge herstel in populariteit van het wetenschappelijk onderwijs zich dit studiejaar gelijktijdig voordeed bij alle groepen studenten. Voor het eerst sinds zes jaar steeg het percentage vwo'ers dat na het examen naar de universiteit gaat. Daarnaast groeide ook het aantal hbo-doorstromers en de groep studenten uit het buitenland voor het eerst in jaren met zeven tot tien procent
De cijfers lijken te bevestigen wat onderzoeker dr. Uulkje de Jong van de UvA in september al zei. De twijfel over kosten en baten van een academische studie die in 1995 onder jongeren opstak en die toen een forse daling van het aantal eerstejaars teweegbracht, blijkt verdwenen. Er is zelfs sprake van een inhaaleffect: een relatief groot aantal schoolverlaters uit eerdere jaren koos alsnog voor een universitaire studie
De groei van de instroom komt overigens op het conto van slechts enkele opleidingen. Zo groeide Informatica dit jaar met 25 procent en boekte Bedrijfskunde 22 procent winst. De studies gezondheidswetenschappen, meestal een toevluchtsoord van uitgelote medici, kregen zelfs 31 procent extra eerstejaars. Bij andere studies veranderde er weinig, behalve dan dat de letterenfaculteiten er nog iets op achteruit gingen
Ook tussen de universiteiten is de winst ongelijk verdeeld. Maastricht zag de instroom met maar liefst 21 procent groeien, de UvA en de Rijksuniversiteit Leiden boekten vier procent daling. Dat was voor Leiden overigens nog een meevaller, tot in augustus wezen de voorlopige aanmeldingen op een veel sterkere achteruitgang. Verder valt op dat de drie technische universiteiten dit jaar duidelijk winst boeken, mede dankzij de populariteit van de informatica
  • KOP = Definitief aantal universitaire eerstejaars december 1996 en 1997
  • KOP = Universiteitdec 1996dec 1997mutatie
  • = UvA'dam36993538-4,4%
  • = Utrecht34133577+4,3%
  • = Groningen30953076-0,6%
  • = Leiden26492557-3,5%
  • = EU R'dam22702542+12,0%
  • = Un Maastricht19492350+20,6%
  • = VU A'dam23322564+9,9%
  • = KU Nijmegen21832172-0,5%
  • = KU Brabant13691482+8,3%
  • = TU Delft21192295+8,3%
  • = TU Eindhoven 9871061+7,5%
  • = Un Twente 9831038+5,6%
  • = Wageningen 879 875-0,5%
    Overigens blijkt uit cijfers over de afgelopen zes jaar dat het marktaandeel van de meeste instellingen in die tijd nauwelijks veranderd is. Sterke en zwakke jaren hebben elkaar netjes afgelost; alleen Utrecht, de UvA en Eindhoven raakten iets achterop. Hun aantal eerstejaars daalde elk jaar twee procent meer dan dat van de concurrentie. Aan de andere kant boekten de VU en Tilburg gemiddeld een procentje winst per jaar. De enige uitschieter is opnieuw Maastricht: tegen de dalende trend zag deze universiteit haar aantal eerstejaars met 56 procent groeien. Daardoor verdubbelde het marktaandeel van ruim vier tot ruim acht procent. (HOP)
    Aanmeldingen voor 1998 opnieuw laat
    Aanstaande eerstejaars zijn dit jaar opnieuw trager met het maken van hun studiekeus. Dat blijkt uit de eerste tussenstanden van de vooraanmelding in Groningen. Half januari lag dit aantal elf procent lager dan vorig jaar om deze tijd; in Wageningen zelfs twintig procent. Alleen Tilburg en Eindhoven springen er op dit moment beter uit
    Een basis voor goede prognoses kunnen de aanmeldingscijfers in januari nog niet bieden, maar toch geven ze een eerste indruk van de te verwachten aantallen eerstejaars. Elke universiteit houdt daarom de tussenstanden bij om te zien hoe ze het doet vergeleken met de concurrentie
    Voorlopig telt het totale wetenschappelijk onderwijs per half januari elf procent minder aanmeldingen dan vorig jaar om deze tijd. De ervaring leert dat die achterstand nog weggewerkt kan worden. Wel valt, nu de helft van de kiezers gekozen heeft, al iets te zeggen over mogelijke winst of verlies per universiteit
    Brabant staat er gunstig voor: zowel Tilburg (+ 1) als Eindhoven (- 2) tellen nu al vrijwel evenveel aanmeldingen als vorig jaar. Ook Maastricht (- 6) en Rotterdam (- 6) liggen weinig meer achter op vorig jaar. Op fors verlies staan echter voorlopig Wageningen (- 20), Utrecht (- 17), Leiden (- 17), Nijmegen (- 17) en de Vrije Universiteit Amsterdam (- 15). (HOP)

  • Re:ageer