Wetenschap - 13 november 1997

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Ruim dertig kandidaten voor ondernemingsraad
Twee promovendi stellen zich kandidaat voor de ondernemingsraad (or) van de LUW. Ze hebben gereageerd op een brief van Waioo-voorzitter ir Patrick Zimmerman en hebben vorige week besloten zich verkiesbaar te stellen. De fractie Tap82 leverde op 12 november een lijst met zes kandidaten in. En ook drs Bert van den Ende is verkiesbaar; hij vormt in zijn eentje de Beter Onderwijslijst (BOL)
Hiermee komt het totaal aantal kandidaten voor de ondernemingsraad op 31. Eerder leverden de vakbonden hun lijsten al in. AbvaKabo heeft een kieslijst met achttien kandidaten, de onderwijsbond CMHF vier. Er zijn zeventien plaatsen beschikbaar in de or
De promovendi ir Patrick Jansen van de sectie Bosbouw en ir Marrit van den Berg van de sectie Ontwikkelingseconomie vormen samen een vrije lijst. Formeel verbinden ze zich niet aan het Waioo, stelt Waioo-voorzitter Zimmerman. Het is wel handig als ze regelmatig bij het aioradenoverleg en de vergaderingen van het Waioo aanwezig zijn. De lijst van de promovendi heeft nog geen officiele naam en er is ook nog geen verkiezingprogramma. Het is allemaal heel snel gegaan, stelt Van den Berg. Ze vindt het belangrijk dat alle belanghebbenden in de or vertegenwoordigd zijn, zeker nu er zoveel gebeurt in Wageningen door de fusieplannen. Daarom gaf ze aan de oproep van Zimmerman gehoor
Een probleem dat Jansen aan de orde wil stellen in de or, is dat promovendi niet op tijd klaar zijn met hun proefschrift, doordat ze bijvoorbeeld aan het begin van hun onderzoek geen goed voorstel meekrijgen. Ook vindt hij dat het aio-onderwijs goed geregeld moet zijn, want daar leveren aio's 45 procent van hun loon voor in. En veel faciliteiten zijn niet eerlijk verdeeld. Ik heb gehoord dat er in het Biotechnion zelfs aio's op de gang zitten te werken. Over de inbreng op andere onderwerpen moeten de promovendi nog nadenken. We willen de aio's vertegenwoordigen; het is niet genoeg om te roepen wat we persoonlijk vinden, vertelt Jansen
Van den Ende, momenteel griffier van de universiteitsraad en beleidsmedewerker bij het onderwijsinstituut Technologie en voeding, wil de primaire processen onderwijs en onderzoek als uitgangspunt nemen en niet aan financiele belangenbehartiging doen. Ik ben bang dat er anders te weinig aandacht voor onderwijs en onderzoek zal zijn in de or.
De derde vrije lijst, Tap82, heeft zich vorige week over het verkiezingsprogramma gebogen. Tap82 gaat zich sterk maken voor een zorgvuldig personeelsbeleid en het naleven van de ARBO-wet. De rol van het functioneringsgesprek moet belangrijker worden, het loopbaanbeleid moet beter en personeelsleden moeten beter worden geinformeerd over het aanstellings- en ontslagbeleid, meent kandidaat Paul Heeres
Het college van bestuur heeft inmiddels ook de faciliteitenregeling voor de or vastgesteld. Daarin wordt voorgesteld om een or-lid voor 25 dagen per jaar te compenseren. De or moet hier zelf nog mee instemmen. (MS)
Milieuorganisaties voeren rechtszaak tegen gebruik chloorthalonil
Over vijf weken zal het College van Beroep voor het Bedrijfsleven uitspraak doen in de zaak die de Stichting Natuur en Milieu en de Zuid-Hollandse Milieufederatie hebben aangespannen tegen het landbouwministerie. De milieuorganisaties vinden het onterecht dat het ministerie het middel chloorthalonil op de markt toelaat. Volgens de twee organisaties heeft het gif zeer schadelijke gevolgen voor de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater en is het misschien kankerverwekkend. Chloorthalonil is een middel tegen schimmel en wordt gebruikt in de bollenteelt, de akkerbouw en de fruitteelt
De milieuorganisaties vinden dat het ministerie onterecht trucs heeft toegepast om het middel toch op de markt te behouden tot 2000. Hoewel het College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB) meent dat chloorthalonil beter verboden kan worden, zou het ministerie het college gedwongen hebben tot een rectificatie, zodat het middel niet verboden werd
Het ministerie heeft in zijn verweer tijdens de zaak op 6 november gezegd dat pas sinds 1995 milieucriteria meegenomen moeten worden in de beoordeling door het CTB. Een aantal bestrijdingsmiddelen mag daarom toch nog in de overgangsfase tot 2000 gebruikt worden. Volgens het ministerie is er ook geen sprake geweest van een aanwijzing van de minister voor toelating van het middel, maar is in goed overleg met het CTB besloten het middel voorlopig nog toe te staan
Minipauzes tegen muisarm
LUW-medewerkers die vaak met een computer werken, loopt veertig procent kans op een muisarm of andere beeldscherm-gerelateerde aandoeningen. Het Bureau veiligheid en milieuhygiene (BVM) is daarom een campagne gestart om medewerkers te wijzen op het belang van een goede houding en uitrusting op de werkplek. Met een informatieblad en een demonstratie-opstelling informeert de dienst de medewerkers hoe ze klachten door computergebruik kunnen voorkomen
De klachten varieren van stramme spieren tot arbeidsongeschiktheid, samengebracht onder de medische term Repetitive Strain Injury (RSI)
Roberto d'Onofrio studeerde in Wageningen af op een onderzoek naar RSI voor hij in dienst trad bij BVM. Ik ken een voorbeeld van een secretaresse die na tien minuten typen nog geen boodschappentas kan tillen. Uit landelijk onderzoek blijkt een paar procent van de beeldschermwerkers arbeidsongeschikt te raken. Herstel kan jaren duren. De kwaal is niet exclusief voor computergebruikers. Ook laboratorium-medewerkers kunnen er last van krijgen door bijvoorbeeld lang achtereen te pipetteren.
In het informatieblad beschrijft BVM nauwkeurig de ideale inrichting van de werkplek. Maar ook bij een juiste inrichting van het bureau moet je zelf opletten. Je moet geen vijf uur achter elkaar typen. Elk uur moet je tien minuten pauze nemen. Tussendoor moet je ook af en toe een minipauze nemen. Als je even niet typt, even de armen strekken. (HvL)
Nieuwsfoto, Brand IPO-DLO

Algemene milieuregels voor glastuinbouw afgeschaft
De overheid gaat het milieubeleid voor de glastuinbouw op een nieuwe leest schoeien. Werden de tuinders eerder verplicht bepaalde apparatuur aan te schaffen om daarmee het energiegebruik of de emissie van bestrijdingsmiddelen te reduceren, vanaf 2000 mogen de tuinders zelf weten hoe ze de milieudoelen halen. Ze mogen kiezen voor dure high tech-apparatuur, maar kunnen ook met ander gedrag milieudoelen realiseren. Op 13 november tekende de glastuinbouw de overeenkomst met de waterschappen en de overheid
Al jaren klaagden de tuinders dat de milieu-voorschriften te algemeen waren. Veel van de maatregelen werkten wel op het ene bedrijf, maar niet op het andere bedrijf. Een algemeen voorschrift voor een installatie om water te recyclen bijvoorbeeld, heeft weinig zin voor een bedrijf op veengrond waar de grondwaterstand zo hoog is dat het bedrijf ook grondwater oppompt. Andere klacht was dat de voorschriften louter technisch werden ingevuld. De tuinders werden niet beloond voor milieuvriendelijk gedrag
De glastuinders krijgen nu taakstellingen. Om gegarandeerd de beoogde reductie in bestrijdingsmiddelenemissie, meststoffengebruik en energiegebruik te halen, mogen ze elk jaar minder hiervan verbruiken. Met een boekhouding moeten ze aantonen dat ze op schema zitten. De overheid probeert al jaren het verbruik van energie en bestrijdingsmiddelen terug te dringen. In 2010 mogen vrijwel geen chemicalien meer in het milieu komen, en moet het verbruik van fossiele energie met zestig procent van het niveau in 1980 zijn teruggebracht
Het is de vraag of de tuinders deze richtlijn wel zullen halen met het nieuw beleid. Veel tuinders staan voor een ingrijpende vernieuwing omdat de kassen zijn verouderd. Dat is enerzijds gunstig, omdat ze meteen kunnen investeren in milieutechnologie en een nieuw management, maar anderzijds moeten ze al enorme bedragen neertellen
Het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO) berekende dat een nieuwe kas van een hectare een miljoen gulden kost. Om de milieudoelen van 2010 te halen, moet de tuinder nog eens voor drie ton extra investeren. De totale investeringen zullen leiden tot een afname van het aantal tuinbouwbedrijven van drie tot acht procent per jaar, afhankelijk van de marktprijzen
Een pijnlijk gegeven, dat evenwel ook niet is te keren door het milieubeleid uit te stellen. De milieu-investeringen spelen bij de afvalrace wel een rol, denkt LEI-onderzoeker ir Willem Baltussen, maar de marktprijzen zijn belangrijker. (MHs)
Nieuwe versie Millennium

De Landbouwuniversiteit gaat proberen een tweede versie van Millennium in te richten. De nieuwe opzet van het financiele administratiesysteem is nodig omdat de sectoren en vakgroepen hebben plaatsgemaakt voor departementen met leerstoelgroepen. Dat stelt projectleider Fre Schelbergen in het informatieblad over Millennium. De nieuwe versie moet in januari 1998 klaar zijn. Schelbergen hoopt dat de projectadministratie met behoud van de historische informatie overgezet kan worden op de nieuwe kostenplaatsen. De aanpassing vergt een forse krachtsinspanning van alle betrokkenen. (ASi)
Studierichtingen milieu willen niet fuseren
Dr ir Ruurd Koopmans, voorzitter van de roc Bodem, water en atmosfeer, ziet niets in het voorstel van prof. dr Jan Koeman om zijn studierichting met Milieuhygiene te fuseren. Koeman stelde dat voor in een discussienota over het aandachtsveld Milieu in het Kenniscentrum Wageningen
Koeman zegt dat zo'n fusie helderheid zal scheppen. Ik denk dat Koeman helderheid voor onderzoeksdirecteuren en het bedrijfsleven bedoelt. Voor aankomende studenten zal het juist onduidelijkheid scheppen, reageert Koopmans. Het fusieproduct is volgens hem te breed, waardoor de richting minder studenten zal trekken
Ook de roc milieuhygiene ziet een fusie niet zitten. De wervende werking van de term Milieu mag niet onderschat worden, zegt secretaris dr Henk de Jager. Hij denkt ook dat een fusie studenten zal kosten. Maar het valt natuurlijk niet te ontkennen dat we bepaalde raakvlakken hebben en we zullen dan ook zeker blijven samenwerken.
Koopmans zegt dat de richting Milieuhygiene gebaseerd is op chemische, biologische en maatschappijwetenschappelijke vakken, terwijl het programma van Bodem, water en atmosfeer (BWA) veel meer fysische en wiskundige vakken telt. De richtingen trekken daardoor verschillende typen studenten. Studenten met natuurwetenschappelijke interesse kiezen voor BWA, terwijl Milieuhygiene studenten trekt met een maatschappelijke belangstelling. Een gezamenlijk propedeuseprogramma zal volgens hem te veel inleidende vakken bevatten en daardoor onaantrekkelijk worden. (KVe)
Recreatiesociologen verlaten Sociologie

De drie sociologen van de werkgroep Recreatie zijn toegetreden tot de leerstoelgroep van prof. dr Adrie Dietvorst en zijn verhuisd van De Leeuwenborch naar De Hucht. Het idee van de werkgroep Recreatie was altijd dat medewerkers van verschillende vakgroepen hun bijdragen leverden aan de werkgroep. In de praktijk bleek een aantal medewerkers echter bijna fulltime voor de werkgroep te werken en was de constructie niet erg zinvol meer, meent dr Jaap Lengkeek. Met de verhuizing van de sociologen zitten de medewerkers met de grootste werkgroepinbreng, de ruimtelijke planvormers en de sociologen, bij elkaar. Andere bijdragen aan de werkgroep, zoals vanuit Marktkunde, Voorlichtingskunde en de economische vakgroepen, blijven echter nog wel bestaan
Lengkeek: Over twee jaar lopen de contracten af die de vakgroepen gesloten hadden met de werkgroep over de te leveren capaciteit. Op dat moment wordt bekeken of de werkgroep Recreatie een werkgroep moet blijven of dat een andere constructie beter is. (GDu)
Universiteiten moeten onderwijs rapportcijfers geven

Universiteiten en hogescholen moeten hun onderwijs cijfers geven. Dat heeft minister Ritzen hen vorige week voorgesteld. Hun verenigingen, de VSNU en de HBO-raad, wijzen die gedachte af
De universiteiten en hogescholen hebben ieder hun eigen visitaties, beoordelingen van de kwaliteit van opleidingen door deskundigen. Ritzen vindt echter dat de rapporten van deze visitatiecommissies te weinig informatie bieden, bijvoorbeeld om aankomende studenten te helpen bij hun studiekeuze
Daarom wil de minister dat de deskundigen hun oordelen over een opleiding samenvatten in rapportcijfers. De bedoeling is niet om een cijfer voor de hele opleiding te geven, maar een reeks cijfers voor afzonderlijke aspecten, zoals de kwaliteit van de staf, studiebegeleiding, studeerbaarheid enzovoort. Ritzen denkt aan een schaal met vier punten. Die moet volgens van te voren vastgestelde standaarden toegepast worden
De VSNU en de HBO-raad hebben het plan vorige week meteen afgewezen. Opleidingen met soms heel verschillende doeleinden moeten niet langs een algemeen geldende meetlat gelegd worden, stellen zij. Zij vinden daarnaast dat visitaties niet dienen om buitenstaanders informatie te leveren, maar om opleidingen te helpen hun onderwijs te verbeteren
Met zijn vier-puntsschaal bouwt Ritzen voort op het Hoger Onderwijs- en Onderzoek Plan dat hij in september openbaar maakte. Daarin schreef hij dat hij uiteindelijk ranglijstjes van opleidingen wil. Een aankomende student kan dan in een oogopslag zien waar hij moet zijn voor bijvoorbeeld de beste staf of het meest studeerbare programma. De hogescholen en universiteiten lieten toen ook al weten daar weinig te zien. Maar Ritzen is niet onder de indruk van hun bezwaren. (HOP)
Lieveheersbeestje leeft korter op transgene aardappel
Wetenschappers van het Scottish Crop Research Institute hebben ontdekt dat genetisch gemodificeerde aardappelen schadelijk kunnen zijn voor lieveheersbeestjes. Dat meldt het blad Bionieuws. De aardappelen, die zijn toegerust met een sneeuwklokjes-gen, zijn minder aanlokkelijk voor luizen om van te eten. Het gen zorgt voor de productie van een lecithine-eiwit en reduceert inderdaad de luizenvraat. Niet alle luizen worden echter geweerd. Nu blijkt dat lieveheersbeestjes die deze resterende luizen consumeren, minder eitjes leggen dan normaal en bovendien slechts half zo lang leven als normaal. De Schotse onderzoekers waarschuwen dat het invoeren van genetische gemodificeerde gewassen onverwachte ecologische consequenties kan hebben
Prof. dr Louise Vet, persoonlijk hoogleraar entomologie, ziet dat gevaar ook. Ik vind het erg dat dit kan gebeuren. Het is heel belangrijk om bij het gesleutel aan planten ook de effecten voor het volgende trofisch niveau te betrekken. Planten geven belangrijke informatie af voor bezoekers. Als je door manipulatie die communicatie tussen de plant en haar bezoekers beinvloedt, moet je niet alleen de effecten op de plaag meten maar ook op de natuurlijke vijanden van die plaag.
Volgens Vet zijn deze effecten echter niet louter toe te schrijven aan genetische modificatie. Ook met klassieke veredeling zijn wel dezelfde effecten bekend. We kennen oude katoen-cultivars die, meer dan de nieuwe rassen, als ze belaagd worden door rupsen grote hoeveelheden van een stof produceren die sluipwespen aantrekt. Er is bij de veredeling alleen naar verbetering van de katoenproductie gekeken.
Aan dit soort resultaten kan volgens Vet de boodschap worden gekoppeld dat je bij het sleutelen aan planten goed moet kijken welke andere insecten de plant allemaal gebruiken. Dit betekent dat je moet letten op het chemisch profiel van plantengeuren en de geschiktheid van prooien voor natuurlijke vijanden. De toekomstige gewasbescherming zal rusten op twee pijlers, namelijk de waardplantresistentie in combinatie met de biologische bestrijding. Het zal duidelijk zijn dat deze twee elkaar niet moeten tegenwerken. (WRe)
Nieuwsfoto, Ceresbar

Studentsporters tevreden over voorzieningen
Uit een enquete onder sportkaarthouders blijkt de tevredenheid over de sportfaciliteiten hoog. Programma's, docenten en accommodatie komen er goed van af en scoren bijna allemaal meer dan een 3 op een schaal van 1 tot 5. Wel zijn de tijden waarop lessen en trainingen worden gegeven voor ruim een derde van de respondenten een bron van ontevredenheid. Vooral de zwemuren vindt menigeen te laat. Fitness-liefhebbers vinden bovendien de ruimte van het krachthonk te klein
Uit de antwoorden van de 182 mensen die de enquete terugstuurden, 45 procent, komt vooral een verschuiving van teamsport naar individuele sportbeoefening naar voren. De trainingen en lessen van bommen - bewegen op muziek - (24 procent), aqua-fit (14 procent) en krachttraining (11 procent) zijn het populairst; judo en korfbal het minst. Van de respondenten is bijna tweederde geen lid van een door de Sportstichting Landbouwuniversiteit Wageningen SLW erkende vereniging
In de top vijf van sporten die de respondenten graag opgenomen zouden willen zien in het programma Sport en Bewegen, staat steps op de eerste plaats, gevolgd door yoga, skeeleren en schaatsen. Wat evenementen betreft willen studenten graag wadlopen, zweefvliegen, parachutespringen en bungy-jumpen. Op 1 december zullen de uitkomsten aan universiteit en de commissie studentenvoorzieningen worden aangeboden. (GvdE)
LSVb noemt studieadviezen niet rechtsgeldig
Studenten die na hun eerste jaar worden weggestuurd van hun opleiding maken een goede kans weer toegelaten te worden als zij zo'n bindend studieadvies voor de rechter aanvechten. Volgens studentenbond LSVb zijn de adviezen vaak niet rechtsgeldig
De meeste hogescholen doen het al een tijdje en dit jaar gaat de universiteit van Leiden, er ook mee beginnen: zij geven studenten aan het eind van hun eerste jaar een bindend advies over het vervolg van hun studie. Wie niet genoeg punten heeft gehaald, kan worden weggestuurd
Volgens de LSVb zijn de studieadviezen niet rechtsgeldig. Studenten zijn namelijk te laat op de hoogte gesteld van de regels rond de studieadviezen. Doorslaggevend is volgens de LSVb het tijdstip waarop studenten het studentenstatuut van hun universiteit of hogeschool hebben ontvangen. In dat statuut staan de leveringsvoorwaarden voor het onderwijs. Het studieadvies is een van die voorwaarden. Maar als studenten die voorwaarden niet kennen op het ogenblik dat zij zich inschrijven, zijn ze niet rechtsgeldig
De LSVb heeft deze redenering voorgelegd aan prof. dr. A. Postma, hoogleraar onderwijsrecht in Groningen en Amsterdam. Die geeft studenten inderdaad een goede kans om gelijk te krijgen als zij op deze gronden bij de rechter bezwaar aantekenen tegen een studieadvies. (HOP)
Studenten willen extra kans Voortzetting statistiek
Studenten Huishoud- en consumentenwetenschappen willen een extra examenmogelijkheid voor het vak Voortzetting statistiek. De richtingsonderwijscommissie (roc) steunt het verzoek. Het examen is echter niet zo dramatisch slecht gemaakt als de studenten beweren
Studenten hebben de roc een brief gestuurd met het verzoek om een extra examenmogelijkheid, vertelt studiecoordinator ing. Gerrit ten Cate. Dat verzoek steunen wij. Ten Cate heeft begrepen dat het slagingspercentage voor Voortzetting statistiek slechts dertien procent is. Dat is wel erg laag. Als je een goed examen opstelt, waarin je je richt op de gemiddelde student, verwacht je toch dat 95 procent slaagt.
Statistiekdocent Aad van Eijnsbergen weet niet waar het verhaal over het lage slagingspercentage vandaan komt. Hij schat dat het daadwerkelijke percentage rond de 55 procent ligt. Het natellen van het aantal onvoldoendes op de ruiten van het wiskundegebouw bewijst zijn gelijk: 96 van de 211 studenten op de uitslagenlijst hebben een onvoldoende
Hoewel het slagingspercentage flink hoger is dan studenten beweren, is ook Van Eijnsbergen niet tevreden. De leerstoelgroep Wiskunde had het statistiekonderwijs juist aangepast. De hoorcolleges zijn vervangen door werkcolleges en tijdens het examen mogen studenten geen oude opgaven meer raadplegen. De wiskundigen hoopten zo het studiegedrag van studenten te verbeteren. Wij hadden er meer van verwacht, zegt Van Eijnsbergen. Ik vind het verschrikkelijk jammer dat de helft van de studenten nu tot augustus moet wachten op een herkansing.
Van Eijnsbergen denkt dat de wiskundigen met de leerstoelgroep Agrarische onderwijskunde moeten gaan praten over de vraag of het statistiekonderwijs in de toekomst toch niet beter over twee blokken kan worden uitgesmeerd, zodat studenten wat meer tijd hebben om de stof te laten bezinken
Maar ook bij studenten moet wat veranderen, vindt Van Eijnsbergen. Studenten krijgen in dit systeem wekelijks acht uur college. Daar hoort acht uur werk thuis tegenover te staan. Een collega heeft studenten gevraagd eens op te schrijven hoeveel uur ze aan statistiek besteden. Daar kwamen toch verontrustende getallen uit. (LKe)
Vruchtbaarheid stieren niet te voorspellen
Het overgrote deel van het onderzoek naar vruchtbaarheid van stieren heeft geen enkele zin gehad, omdat het trachtte met behulp van enkelvoudige tests inseminatieresultaten te voorspellen. Dat deze benadering ooit tot de gewenste resultaten zal leiden is onwaarschijnlijk. Dat stelt dr ir Nanke den Daas in een van de stellingen bij haar proefschrift Voorspellen van vruchtbaarheid van stieren. Den Daas promoveerde dinsdag 11 oktober bij prof. dr ir Pim Brascamp, hoogleraar in de rundveefokkerij
Den Daas, in het dagelijks leven manager Research en development bij de rundveefokkerijorganisatie Holland Genetics, gebruikte voor haar onderzoek gegevens uit een veldonderzoek dat in 1987/1988 is uitgevoerd. Ze onderzocht aan de hand van negentigduizend veldwaarnemingen de verschillen in vruchtbaarheid van stieren, en keek of het mogelijk was die verschillen aan de hand van laboratoriumtests te voorspellen. Uit het onderzoek blijkt dat dat niet mogelijk is. Wel maken de door Den Daas gebruikte fertiliteitstests het mogelijk om de slechtst bevruchtende stieren te selecteren, dan wel verkeerde behandeling van sperma in het laboratorium op te sporen. De gebruikte tests kunnen echter niet de stieren aanwijzen met een superieure vruchtbaarheid. Den Daas stelt tot slot dat beleid dat gericht is op de verbetering van de fertiliteit van het rundvee beter kan worden aangepakt door training van veehouders dan door selectie van stieren of verhoging van het aantal zaadcellen per dosis. (WRe)
Akkerbouwers moeten meer tarwe produceren voor Nederlands brood
De productie van baktarwe krijgt ten onrechte weinig aandacht bij het zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor de Nederlandse akkerbouw. Dit stelt socioloog ir Han Wiskerke, die 14 november promoveert op een onderzoek naar diversiteit, technologieontwikkeling en plattelandsvernieuwing in de Zeeuwse akkerbouw
Wiskerke denkt dat het telen van baktarwe akkerbouwers meer perspectieven biedt dan de teelt van vollegrondsgroenten of gewassen voor industriele toepassingen. Voorwaarde is wel dat de toelatingscriteria van graanrassen op de rassenlijst veranderen en dat boeren meer krijgen betaald voor tarwe met een goede bakkwaliteit
Tot nu toe hebben Nederlandse akkerbouwers zich vooral gericht op de teelt van voertarwes, die een hoge opbrengst per hectare geven maar een lage bakkwaliteit hebben. Het Nederlandse brood wordt daarom voornamelijk gebakken met Duitse tarwe. Nederlandse tarwe is van veel lagere kwaliteit
Volgens Wiskerke stamt de keuze voor kwantiteit uit begin van de jaren vijftig. De landbouw moest zich richten op export en zo een bijdrage leveren aan de economie. Het feit dat in het verleden voor voertarwe is gekozen, is echter een eigen leven gaan leiden. Nu wordt gesteld dat de Nederlandse bodems niet geschikt zijn voor de productie van voertarwe. Dat is onzin, meent Wiskerke
In zijn proefschrift schetst Wiskerke nauwgezet hoe de keuze voor voertarwe door de sector in stand wordt gehouden. Zo wordt een ras slechts toegelaten op de rassenlijst als het een hogere opbrengst geeft. Bakkwaliteit en opbrengst zijn echter negatief gecorreleerd. Zonder toelating op de rassenlijst mag een ras niet worden verhandeld. Een poging van de Europese Unie om boeren met een premie over te halen meer baktarwe te telen mislukte. De premie was niet alleen te laag, de kwaliteitseisen waren zo soepel dat de meeste Nederlandse voertarwes er met gemak aan voldeden
Ook de wetenschap heeft volgens Wiskerke nauwelijks belangstelling voor bakkwaliteit. Zo geven de parameters waarop de maalindustrie tarwe beoordeelt, bijvoorbeeld het eiwitgehalte, niet altijd een goede voorspelling van de geschiktheid van tarwe voor het bakken van brood. Blijkbaar is er iets meer dan de gebruikte parameters, maar de deskundigen staan hier met de mond vol tanden, aldus Wiskerke. (LKe)
Onzekerheden van landgebruikscenario's hebben geen invloed op optimale landtoewijzing
Langetermijnverkenningen hebben tot doel het toekomstbeeld van beleidsmakers te verruimen door de uiterste consequenties van verschillende doelstellingen te laten zien in de vorm van scenario's. De scenario's geven optimale waarden voor doelstellingen als bijvoorbeeld de uitspoeling van bestrijdingsmiddelen en optimale landtoewijzing tussen verschillende vormen van landgebruik. In haar proefschrift Uncertainty and temporal aspects in long-term explorations of sustainable land use heeft ir Janette Bessembinder onderzocht in hoeverre onzekerheden in agro-ecologische coefficienten in langetermijnverkenningen de uiteindelijke landgebruiksscenario's beinvloeden
Bessembinder, die op 14 november hoopt te promoveren, vond dat de doelfunctiewaarden sterk beinvloed worden door onzekerheden in de agro-ecologische coefficienten, als gevolg van een gebrek aan kennis van biofysische processen. Deze onzekerheden hebben echter geen consequenties voor de optimale landtoewijzing, omdat de rangorde van de productieactiviteiten nauwelijks verandert. Bessembinder voerde haar onderzoek uit met gegevens van de Noordelijke Atlantische Zone van Costa Rica
Ook keek Bessembinder wat de toegevoegde waarde is van zogenaamde meer-perioden-modellen. In deze lineaire programmeringsmodellen heeft Bessembinder tijdsaspecten van landgebruik opgenomen, zoals de groei en ontwikkeling van gewassen en de weersfluctuaties. Volgens Bessembinder is het in principe mogelijk om alle tijdsaspecten in een meer-perioden-model mee te nemen. De meerwaarde is volgens haar echter te gering om de benodigde inspanningen te rechtvaardigen
De casestudy voor Costa Rica heeft volgens Bessembinder laten zien dat het expliciet beschrijven van tijdsaspecten en het incorporeren van onzekerheden in agro-ecologische coefficienten de consequenties en implicaties voor de beleidsmakers in Costa Rica nauwelijks beinvloedden. (GDu)
Nieuwsfoto, Sportnacht

Deel Europese ouderen krijgt te weinig nutrienten binnen
Mensen van zeventig jaar en ouder gaan vaak minder eten. Als deze mensen voedingsstof- en energierijk voedsel eten, is dat niet erg. Maar mensen die voedsel met weinig voedingsstoffen consumeren, krijgen last van hun gezondheid en zijn daardoor slechter in staat hun dagelijkse activiteiten goed te kunnen blijven managen. Zo lijkt het Zuid-Europese dieet met veel graanproducten, groente en fruit en weinig vlees, verzadigde vetten en suikerproducten het gezondste dieet in Europa. Als ouderen minder gaan eten kan dit voedingspatroon echter problemen opleveren: de voedingswaarde is relatief laag, waardoor een tekort aan nutrienten kan ontstaan
Dit blijkt uit het proefschrift van Kirsten Schroll Bjornsbo, waarop zij 18 november hoopt te promoveren bij prof. dr Wya van Staveren. Bij het onderzoek werd gebruik gemaakt van de standaard methodologie van de SENECA-studies (Survey in Europe on Nutrition and the Elderly, a Concerted Action), waardoor het mogelijk was de relatie tussen voedingsgewoonten en gezondheid van oudere mensen in de landen van de Europese Unie te vergelijken
Uit een dieptestudie bij Deense, Nederlandse, Zwitserse en Spaanse vrouwen bleek dat de voedingspatronen tussen hun zeventigste en tachtigste levensjaar niet veranderen; de porties worden kleiner en geen van de afzonderlijke voedingsmiddelen neemt meer af dan de andere voedingsmiddelen. Alleen Spaanse vrouwen gingen meer vis, melk en fruit eten over een periode van vier jaar. In een apart onderzoek onder 115 Deense en 121 Nederlandse vrouwen bleek dat 37 procent van hen dagelijks minder dan de aanbevolen hoeveelheid vitamine C binnenkreeg, doordat ze minder waren gaan eten
Gemiddeld krijgen senioren nog wel genoeg voedsel binnen. Schroll Bjornsbo stelde vragenlijsten op waarmee kwestbare ouderen opgespoord kunnen worden. Beleidsmakers en gezondheidsspecialisten moeten deze kwetsbare groepen stimuleren om hun voedingspatroon te optimaliseren, meent Schroll Bjornsbo. Dat kan door het stimuleren van lichamelijke activiteit, waardoor mensen meer gaan eten, of door aantrekkelijker, voedingsstofrijker voedsel aan ouderen aan te bieden. (MS)
Studenteninkomen moet omhoog
Studenten geven veel meer uit dan zij volgens de normen van de studiefinanciering krijgen. Om goed rond te komen zou hun budget niet met honderd, maar met 165 gulden per maand omhoog moeten
Dat blijkt uit onderzoek dat het Nijmeegse onderzoeksinstituut IOWO heeft gedaan in opdracht van de commissie-Hermans. Die bracht vorige week een advies uit over de toekomst van de studiefinanciering. Daarin werd onder meer bepleit studenten voortaan honderd gulden per maand meer te geven. Maar uit het IOWO-onderzoek waarop dit advies stoelt, blijkt een stijging met 165 gulden redelijk te zijn
Het IOWO komt tot die conclusie door de studentenbudgetten te vergelijken met wat een jongere in de bijstand te besteden heeft. Bijstandstrekkers ouder dan 21 jaar krijgen vierhonderd a vijfhonderd gulden meer voor hun levensonderhoud dan de studiefinancieringswet studenten gunt. Het verschil wordt nog groter door zaken als huursubsidie, koude-toeslagen en kortingspassen: mensen in de bijstand komen daarvoor in aanmerking, studenten meestal niet
De wet schrijft voor dat een (uitwonende) student 1131 gulden per maand krijgt. Maar volgens het IOWO heeft een student, om alle noodzakelijke kosten te dekken, bijna 1300 gulden per maand nodig. De commissie-Hermans vindt een stijging met honderd gulden echter genoeg. Anders dan het IOWO ziet zij niet in dat studenten kosten moeten maken voor vervoer waarvoor zij hun ov-studentenkaart niet kunnen gebruiken. (HOP)
CDA wil weer vijf jaar beurs
Studenten moeten in de toekomst weer vijf jaar basisbeurs krijgen, net als voor 1996. Dat vindt de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Nu krijgen studenten maar vier jaar beurs. Daarna moeten zij al hun studiegeld lenen
Het CDA greep de behandeling van de onderwijsbegroting deze week aan om een nieuw beurzenstelsel te schetsen. Dat hoeft van de grootste oppositiepartij niet ouderonafhankelijk te zijn. Met name ouders met lagere inkomens moet het stelsel meer bieden. De regel dat studenten ouder dan 27 jaar geen studiefinanciering krijgen, verdwijnt. En of studenten hard genoeg studeren, wordt elk jaar gemeten - en niet pas na zes jaar, zoals in het stelsel van de prestatiebeurs
Van minister Ritzen verwacht het CDA niets meer op het gebied van de studiefinanciering. Die heeft zich volgens CDA- woordvoerder Van de Camp buiten de discussie over de toekomst geplaatst. Ritzens prompte afwijzing van de adviezen die de commissie-Hermans vorige week deed, hebben dat nog eens bevestigd, vindt het CDA
Ook de coalitiepartijen VVD en D66 waren niet te spreken over Ritzens reactie. Niet chique, vindt VVD'er De Vries. Volgens haar hoort Hermans' rapport allerminst thuis in het ronde archief. Ook D66-woordvoerder Jorritsma was verbaasd dat uitgerekend degene die al acht jaar verantwoordelijk is voor de studiefinanciering vooraan stond in de rij van critici
De vier grote fracties in de Tweede Kamer verzetten zich eensgezind tegen een verhoging van de prestatienorm in het eerste jaar. Ritzen wil dat eerstejaars voortaan zeventig procent van hun studiepunten halen om hun beurs te houden, de Kamer vindt vijftig procent genoeg. De fracties voeren aan dat de onderwijskwaliteit nog niet zo verbeterd is dat een hogere norm redelijk is
Tegen de verhoging van het collegegeld, in het verleden eveneens gekoppeld aan de onderwijskwaliteit, verzet de coalitie zich niet. D66 stelt wel een voorwaarde: Ritzen moet snel met een plan komen om de kwaliteit van het hoger onderwijs verder te verbeteren. Jorritsma oppert dat er misschien een nieuw studeerbaarheidsfonds moet komen. Met de vijfhonderd miljoen gulden uit dat fonds hebben universiteiten en hogescholen de afgelopen paar jaar projecten opgezet op het gebied van onderwijskwaliteit. Maar het geld is nu bijna op. (HOP)
Aio's willen betere voorbereiding op arbeidsmarkt
Zolang universiteiten hun promovendi nauwelijks uitzicht kunnen bieden op een vaste baan als wetenschapper, moeten zij assistenten in opleiding (aio's) beter voorbereiden op een baan in het bedrijfsleven. Dat schrijft het Laioo, dat de belangen behartigt van alle zevenduizend aio's en onderzoekers in opleiding in Nederland
Wanneer universiteiten hun promovendi beter voorbereiden op een functie buiten de wetenschap, snijdt het mes aan twee kanten. De onderzoeker is door de lonkende carriere gemotiveerd om sneller te promoveren en de universiteiten draaien niet langer op voor de wachtgelduitkeringen van werkloze onderzoekers. De universiteiten bieden slechts een op de vijf aio's na de promotie een baan als wetenschapper aan
Jonge academici zullen de komende jaren erg gewild zijn op de arbeidsmarkt en maar weinig studenten zullen op een onderzoeksplaats solliciteren. En als zij dat al doen, waarschuwt het Laioo, dan is het risico groot dat zij halverwege alsnog bezwijken voor een aantrekkelijke baan in het bedrijfsleven
Tot dusver promoveert de gemiddelde aio pas na zeven jaar. Geen best resultaat, erkent het Laioo, dat de oorzaak zoekt in het onprofessionele begeleidingsklimaat op universiteiten. Hoogleraren die aio's slecht begeleiden, zo schrijft het Laioo, moeten vervangen worden en een financiele straf opgelegd krijgen. (HOP)
LOI komt weer met twee heao-studies
De LOI-Hogeschool gaat met ingang van januari de twee hbo-studies Fiscale economie en Management, economie en recht aanbieden
De Leidse Onderwijs Instellingen begeeft zich sinds 1996 met een eigen hogeschool op de markt van het door minister Ritzen gesubsidieerde hbo. Het instituut ontwikkelde inmiddels zeven hbo-opleidingen, waaronder Bedrijfseconomie en Commerciele economie. Dat zijn met elk vijftienduizend studenten de grootste twee heao-opleidingen van het gewone hbo
In januari 1998 breidt de commerciele hogeschool haar hbo-studies uit met Fiscale economie en Management, economie en recht. Studenten betalen bij de LOI 2800 gulden collegegeld per jaar en krijgen geen studiebeurs. Ze hoeven echter geen studieboeken te kopen en kunnen in hun eigen tempo studeren. Ook afwijkend is dat een hbo-opleiding bij de LOI op papier maar drie jaar duurt, terwijl de studie net als bij een gewone hogeschool 168 studiepunten waard is. (HOP)
Geef universiteit geld als student snel aan werk komt
Universiteiten moeten geld krijgen als hun studenten het goed doen op de arbeidsmarkt. Dat dwingt hen ertoe hun opleidingen zo aan te passen dat studenten niet meer als eenzijdige wetenschappers heel veel van heel weinig weten. Dat schrijft de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) in een advies aan de ministers Wijers en Ritzen. Universiteiten volgen hun oud-studenten nauwelijks, heeft de AWT gemerkt. Ze leiden hun studenten eenzijdig op tot onderzoeker. Ze gaan eraan voorbij dat negentig procent van de studenten een andere functie vindt, zegt AWT-medewerker dr C.M. Vos
Pas afgestudeerde academici weten heel veel van heel weinig en blijven het liefst in de koker van hun vak zitten, constateert de AWT na ruim honderd gesprekken met managers, hoge ambtenaren en wetenschappelijke onderzoekers. Studenten hebben niet geleerd om samen te werken met mensen uit andere vakgebieden. Daar missen ze ook de sociale vaardigheden voor, aldus Vos
Universiteiten worden niet gestimuleerd hun koers te verleggen, vindt de AWT. Ze krijgen immers geld op basis van gegevens over hun onderwijs en onderzoek. Het succes van hun studenten op de arbeidsmarkt speelt geen rol. Wanneer Ritzen daar wel rekening mee gaat houden, zo verwacht de AWT, zullen universitaire studies aanzienlijk van inhoud veranderen
Het gaat er de AWT vooral om, benadrukt Vos, dat universiteiten gedwongen moeten worden hun oor te luisteren te leggen bij oud-studenten. Die kunnen als geen ander de sterke en zwakke punten van hun oude studie aanwijzen. (HOP)

Re:ageer