Wetenschap - 2 oktober 1997

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Van Aartsen voortkomt stagnatie Kenniscentrum Wageningen
De Tweede Kamer drong er op 30 september bij minister Van Aartsen op aan de verzelfstandiging van DLO bij wet te regelen. Dit naar aanleiding van het advies van de Algemene Rekenkamer over deze kwestie. Van Aartsen deed echter een meer dan dringend beroep op de Kamer om geen motie van die strekking in te dienen, omdat de vorming van KCW dan ernstige vertraging kan oplopen. De Kamer legt zich daar bij neer
Tot zijn schrik bemerkte de minister dat de Tweede Kamer veel waarde toekende aan het verzoek van de Rekenkamer om de verzelfstandiging van DLO via een zware wettelijke procedure te regelen. De PvdA wilde liever een regeling bij wet dan de nu gevolgde voorhangprocedure, het CDA meende dat de minister niet om het advies van de Rekenkamer heen kon en de fracties VVD en D66 waren gereserveerd. Eerst kreeg Van Aartsen een rood hoofd, toen hief hij de handen ten hemel, daarna volgde zijn verweer
Per 1 januari 2000 moet het Kenniscentrum Wageningen formeel in de steigers staan, meldde de minister. Om KCW te kunnen vormen, moet DLO eerst verzelfstandigen. Deze kleine tussenstap wil hij niet bij wet regelen, omdat de ontwikkeling dan anderhalf jaar achterop raakt: het kabinet moet een wetsvoorstel maken, de Raad van State moet adviseren, de Tweede Kamer moet het goedkeuren. En materieel krijgt u dan niets meer dan via de nu door mij gevolgde procedure. Het proces loopt vertraging op en die tijd kunnen conserverende krachten benutten om tegengas te geven. Dat zou zonde zijn.
Oppositiepartij CDA liet het daar niet bij zitten. Kamerlid Jacob Reitsma wees erop dat de minister volgens de Comptabiliteitswet verplicht is het advies van de Rekenkamer te betrekken bij de verzelfstandiging van overheidsdiensten. Hoe kon het dan dat de minister op 30 mei advies vraagt aan de Rekenkamer en op 23 juli een brief stuurt met het kabinetsstandpunt over de verzelfstandiging van DLO, terwijl de Rekenkamer pas in september de minister adviseert? U heeft een fase overgeslagen, dit zit niet pluis.
Maar deze redenatie berustte volgens Van Aartsen op een misverstand. In de Comptabiliteitswet staat dat hij overleg moet voeren met de Rekenkamer en dat heeft hij bij voortduring gedaan, betoogde Van Aartsen. Na het advies van de Rekenkamer deze zomer kwam de verzelfstandiging van DLO echter in het kabinet aan de orde, dat wijzigingen aanbracht. De minister sprak het vermoeden uit dat de Rekenkamer alsnog haar gelijk probeerde te halen door net voor het Kameroverleg met de brief over de verzelfstandiging te komen
Navraag leert dat het ministerie van LNV aanvankelijk een stevige invloed wilde houden op de zelfstandige stichting DLO en veel in de statuten van de stichting wilde regelen. Daarover is ook advies gevraagd aan de Rekenkamer. In het kabinet kregen echter de ministeries van Binnenlandse Zaken en Financien de overhand, die een volledig zelfstandig DLO wilden. Het ministerie moest de stichting niet via regels aansturen, maar via de subsidievoorwaarden, besloot het kabinet daarop
Door tijdgebrek konden de fracties op 30 september niet meer aangeven of het antwoord van de minister hen had overtuigd. De vorming van het kenniscentrum komt nu terug in een plenaire vergadering van de Tweede Kamer. Dit geeft de fracties de gelegenheid om moties over het onderwerp voor te bereiden. Maar de regeringsfracties willen de voortgang van de KCW-vorming niet op het spel zetten door per motie aan te dringen op een wettelijk kader, stellen Woltjer (PvdA) en Ter Veer (D66) de dag na het debat. (ASi)
Dierlijk praktijkonderzoek naar Lelystad
Minister Van Aartsen concentreert het dierlijk praktijkonderzoek in Lelystad. Dit onderzoek gaat deel uitmaken van het Kenniscentrum Wageningen. Dit schreef de minister op 24 september aan de Tweede Kamer
Voorlopig houdt de minister vast aan drie locaties voor het dierlijk praktijkonderzoek. Het onderzoek naar rundvee, schapen en paarden zit in Lelystad, dat voor varkens in Rosmalen, dat voor pluimvee in Beekbergen. Op termijn moeten de centra fuseren tot een organisatie in Lelystad. Het bestuur van KCW is daarvoor verantwoordelijk
De minister stoot de huidige nevenvestigingen van het onderzoekstation in Lelystad af. De vestigingen in Heino, Ureterp, Soerendonck, Zegveld en Hengelo (Gelderland) worden voortaan gefinancierd door het agrarisch bedrijfsleven
Van Aartsen wil een duidelijke scheiding of ontvlechting aanbrengen tussen zijn subsidies en de financiering door het bedrijfsleven. Tot en met dit jaar is hij samen met het bedrijfsleven verantwoordelijk voor de financiering van de exploitatietekorten bij de proefstations, volgend jaar houdt hij daarmee op. Hij geeft dan alleen nog programmasubsidie voor onderzoek dat vernieuwend of probleemoplossend is op maatschappelijk relevante thema's, schrijft hij. Onderzoek dat een optimaliserend karakter heeft en demonstratieprojecten zullen niet vanuit de overheid worden gefinancierd.
De verschillende proefstations hebben een commissie ingesteld om de fusie te begeleiden. Deze commissie komt waarschijnlijk in oktober met een organisatieplan
Van Aartsen overlegt nog met de proefstations voor de plantaardige productie over de fusie binnen KCW. De instituten voor de fruitteelt, glastuinbouw, boomteelt en champignonteelt zijn voor aansluiting bij het kenniscentrum. De minister denkt om en nabij november te kunnen aangeven welk deel van het onderzoek het bedrijfsleven voor zijn rekening gaat nemen. Met de instituten voor de bloembollenteelt, akkerbouw en vollegrondsgroententeelt vlot het overleg minder. Zo zoekt het ministerie nog naar geschikte locaties voor dit praktijkonderzoek. (ASi)
KCW-bestuur stelt directeuren en concernstaf aan
Stilletjes begint het college van bestuur invulling te geven aan het Kenniscentrum Wageningen. Binnenkort valt de benoeming te verwachten van prof. dr Bert Speelman tot onderwijsdirecteur en dr Dick van Zaane tot onderzoekdirecteur van KCW. Speelman is voorzitter van de vaste commissie onderwijs van de LUW, Van Zaane is onderzoekdirecteur van DLO. De selectie van een directeur Beheer kost iets meer tijd. Samen met de collegeleden en LUW-secretaris ir Theo Theijse vormen de directeuren het managementteam van KCW
Voorts heeft het college een kleine concernstaf samengesteld voor de directe ondersteuning van het bestuur. Deze bestaat uit de LUW-griffiers drs Paul den Besten en ir Jan Jansen, directiesecretaris Margaret Zijlstra en jurist Ad Smets van DLO en de secretaresses Henny Hooijberg en Wilma Wessels van DLO en LUW. De concernstaf wordt aangemerkt als tijdelijke projectorganisatie, omdat het bestuur niet met een pennenstreek de organisatie kan veranderen, aldus Den Besten
Om een definitieve concernstaf in te richten, moet het bestuur eerst overleggen met de onderwijsbonden van de LUW in het OPAL (Overlegorgaan personele aangelegenheden Landbouwuniversiteit) en de groepsondernemingsraad van DLO
Een eerste taak van de projectgroep is het afstemmen van de agenda's van de drie collegeleden. Verder gaat de groep een plan opstellen voor een stafbureau college van bestuur KCW. De begroting van de tijdelijke staf is gelijk aan de begrotingen van de griffie van de LUW en het directiebureau en -secretariaat van DLO, schrijft het college. Indien er tijdelijk extra personeel moet worden gedetacheerd in het stafbureau, draait het college van bestuur op voor de kosten
Voorts overleggen de voorzitters dr Raymond Florax van de universiteitsraad van de LUW en dr Herbert Diemont van de groepsondernemingsraad (GOR) van DLO over de medezeggenschap in het kenniscentrum. Een ondernemingsraad van de stichting KCW ligt voor de hand, meent Florax. Dit heeft de GOR ook bedongen bij het ministerie in het proces van verzelfstandiging. Dan wordt het tamelijk complex: het bestuur van KCW heeft dan een link naar drie medezeggenschapsstructuren. De gemeenschappelijke ondernemingsraad van LUW en DLO moet volgend jaar gestalte krijgen
Verder hebben de juristen van beide organisaties de handen ineen geslagen. LUW-jurist Hitze Gorter en DLO-jurist Ad Smets gaan gezamenlijk het bestuur juridisch ondersteunen. Als er een vraag binnenkomt, overleggen we even: wie doet het?, schetst Gorter hun werkwijze. Voor het overige hebben de juristen de handen vol met eigen zaken: Gorter is druk met de nieuwe bestuursstructuur, Smets met de verzelfstandiging. Dat is veel werk, want op het ministerie is niet goed nagedacht over deze kwesties. Daar zitten geen praktijkjuristen, aldus Gorter. (ASi)
Nieuwsfoto, Opening

Kamer wil geen gegoochel met studierendement
Universiteiten en hogescholen moeten worden verplicht om uniform berekende slaagpercentages openbaar te maken. Dat vindt D66-Kamerlid Bert Bakker. Bakker wijst erop dat minister Ritzen twee jaar geleden al heeft toegezegd dat hij opleidingen zou verplichten tot het vrijgeven van vergelijkbare cijfers. De minister deed dat als reactie op een motie van D66 en PvdA. Bakker: Ik begrijp nu dat er van die toezeggingen nog weinig terecht is gekomen.
Aanleiding voor de stellingname van D66 is een artikel dat NRC Handelsblad vorige week wijdde aan de onbetrouwbare cijfers die veel opleidingen over het studierendement verspreiden. De universiteiten hebben wel een richtlijn afgesproken om die cijfers eerlijk te berekenen, maar lang niet alle opleidingen blijken zich eraan te houden. Ook de Onderwijsinspectie stelde dit jaar weer vast dat opleidingen geen vergelijkbare cijfers produceren
Volgens Bakker moeten instellingen nu snel verplicht worden om de slaagpercentages volgens een vaste methode te berekenen. Dat is belangrijk als verantwoording naar de overheid, maar ook voor aanstaande studenten. Hij wil bovendien dat studentenorganisaties een controlerende rol krijgen bij de publicatie van de cijfers
Overigens werkt de vereniging van universiteiten (VSNU), zonder zichtbare resultaten, aan een project dat vergelijkbare rendementscijfers per opleiding moet opleveren. VSNU-voorzitter Meijerink stelde vorige week dat hij zich wil inspannen om deze gegevens voor studenten beschikbaar te stellen. (HOP)
Studierichtingen dreigen fysiologie-vak te schrappen
De T3-richtingen zijn zo ontevreden over de slagingspercentages voor het vak Fysiologie van mens en dier dat zij dreigen het vak uit de propedeuses van de richtingen te halen als de resultaten dit jaar weer slecht zijn
Het vak is al jaren een struikelvak in de propedeuses van Moleculaire wetenschappen, Bioprocestechnologie, Milieuhygiene, Voeding van de mens en Levensmiddelentechnologie. De afgelopen jaren haalde minder dan dertig procent van de eerstejaars het vak in een keer
De sectie Fysiologie weet de slechte resultaten aan de roostering van het vak. Fysiologie van mens en dier werd in het tweede trimester gegeven, tegelijk met de vakken Celfysiologie en Organische chemie. Voor deze vakken kunnen studenten door tussentijdse toetsen vrijstelling krijgen voor het examen. Studenten zouden zich daarom concentreren op die vakken en Fysiologie van mens en dier verwaarlozen
Na overleg tussen de sectie en de studierichtingen is daarom vorig jaar besloten het vak in een periode van zes weken te geven. Celfysiologie werd in de andere helft van het trimester gegeven om er voor te zorgen dat studenten zich helemaal op Fysiologie van mens en dier konden richten. Deze roosterwijziging had echter niet het gewenste effect. Ook vorig jaar slaagde maar 27 procent van de studenten in een keer
Een aantal richtingen wil het vak uit het programma gooien als er dit jaar geen verbetering te zien is, zegt Walter van Dongen, studiecoordinator Moleculaire wetenschappen. Bij andere richtingen waar we hetzelfde vak geven, liggen de slagingspercentages veel hoger, verdedigt dr ir Jelle Wiersma, onderwijscoordinator van de sectie. Bij Zootechniek en Biologie slaagt meestal meer dan zeventig procent in een keer. Ook bij Huishoud- en consumentenwetenschappen liggen de resultaten in die buurt, terwijl die studenten meestal minder achtergrondkennis hebben dan de T3-studenten.
Volgens Wiersma zijn de propedeuseprogramma's van de T3-richtingen te zwaar en nauwelijks studeerbaar. Dat blijkt volgens hem onder andere uit een uitgebreide enquete die de vakgroep onder studenten heeft gehouden. Ik zou het betreuren als we concessies moeten doen in de kwaliteit en de inhoud van het vak, terwijl het probleem volgens mij niet bij ons ligt. (KVe)
Gebruik oude opgaven verboden bij examen statistiek
Studenten mogen vanaf de komende examenperiode bij het examen Voortzetting statistiek geen oude examens en aantekeningen meer raadplegen. Slechts een boekje met tabellen en een samenvattingen van de vakgroep zijn toegestaan als naslagwerk
Statistiek-docent dr A. van Eijnsbergen hoopt dat door de maatregel het studiegedrag van studenten verandert. Wij constateren dat mensen op het examen oude uitgewerkte opgaven over zitten te schrijven. Dat is een hele slechte manier om het vak te leren. Door de antwoorden van studenten merkt Van Eijnsbergen regelmatig dat studenten opgaven door elkaar halen. Dan staat in het antwoord iets over het raseffect, terwijl de opgave over pindakaas gaat.
Van Eijnsbergen vindt de maatregel verantwoord. Binnen de vakgroep is er uitgebreid over gesproken. Bovendien is de onderwijsmethode verandert. De vakgroep geeft geen hoorcolleges meer, maar werkt met studiebegeleidingsgroepen. Van Eijnsbergen wil nog eens goed nagaan of alle kennis die studenten volgens de vakgroep niet paraat hoeven te hebben wel in het uittreksel staat
Door de maatregel is het gebruik van het populaire uittreksel van statistiekbijles-professional Dijs Bakels tijdens de examens niet langer toegestaan. Als het uittreksel van Bakels beter was dan het onze, hadden we het al lang overgenomen, zegt van Eijnsbergen. Bakels, die jaarlijks met zijn uittreksels enkele honderden studenten voorbereidt op statistiekexamens, denkt voor zijn cursus een oplossing te hebben gevonden maar wil daar niets over zeggen
Tweedejaars Huishoud- en consumentenwetenschappen Marieke Stork meent dat het flink lastiger wordt om het examen te halen. Het is wel een radicale verandering: je mag geen eigen spullen meer meenemen en door de nieuwe roostering heb je nog maar een herkansing. Ze heeft niet de indruk dat het vakgroepsuittreksel compleet is. Zo wil ze af en toe stof uit Inleiding statistiek raadplegen, maar die moet ze nu uit het hoofd leren
Hoewel Stork trouw de lessen van de vakgroep volgt gaat ze toch op cursus bij Bakels om alles te herhalen. Een belangrijk voordeel van Bakels vindt ze dat hij de stof flink vereenvoudigt. Zelf vindt ze het lastig te bepalen wat ze nu wel en niet moet weten. Ook is het fijn dat hij met oude examens oefent. (LKe)
Helft van boeren tegen schaalvergroting

Vier van de vijf boeren betreuren het dat zij zich in het verleden hebben laten meeslepen door schaalvergroting. Op de vraag of verdere schaalvergroting en sanering in de landbouw nodig is, zegt 57 procent van de ondervraagden: Nee, het roer moet om. Dit blijkt uit een enquete van het bureau Research en Marketing in Heerlen, in opdracht van het weekblad Boerderij en begeleid door de Wageningse socioloog prof. dr Jan Douwe van der Ploeg
Volgens de Boerderij-enquete beginnen de Nederlandse boeren hun vertrouwen in de technologie als middel om problemen op te lossen, te verliezen. Ruim veertig procent van de boeren denkt dat de technologische ontwikkeling meer problemen veroorzaakt dan ze oplost
Ook de ontwikkeling naar productie in grote ketens geeft boeren geen vertrouwen voor de toekomst. Maar liefst 75 procent van de respondenten is het oneens met de stelling dat grote ketens de belangen van boeren en tuinders het best behartigen. Slechts zeven procent is het met deze stelling eens. (WRe)
Unifarm opent grootste onderzoekskas ter wereld
Wij noemen het de grootste en modernste onderzoekskas van Europa. Maar de computerleverancier vindt dat nog bescheiden. Zoiets had hij in de hele wereld nog niet gezien. Rinus van de Waart, hoofd van Unifarm, oogt trots als hij voorgaat in een rondleiding door zijn glazen huis
Heb je nog wat getallen, vraagt hij Jaap Smits, namens de hoofdaannemer coordinator van de bouw. Smits antwoordt: De kas is 9340 vierkante meter groot en kan zich daardoor meten met de kas van een gemiddelde teler. Maar voor het onderzoek is deze kas verdeeld in 108 compartimenten. Daardoor is er veel meer glas in verwerkt dan in een normale productiekas; 24 duizend ruiten met een gezamenlijk oppervlak van vier hectare. Er zit zeventig kilometer elektriciteitskabel in en achttien kilometer verwarmingspijp. De kas kost dertien miljoen gulden
Terwijl de schilders de laatste hand leggen aan de afwerking, worden elders in het complex de voorbereidingen getroffen voor de feestelijke opening op 3 oktober. In de grote hal zet de cateraar een parasol op. Een mobiele bar staat een beetje verloren in de ruimte
Tijdens de opening presenteren zich hier 25 betrokken bedrijven en organisaties met een marktkraam. Zoals het zorgcentrum Heimerstein, waarvan een aantal verstandelijk gehandicapte bewoners werkt bij Unifarm
Het is de eerste keer dat er zo'n grote overdekte markt is in Wageningen, stelt Van de Waart. Ook de laatste, want volgend jaar moet de hal volstaan met klimaatkamers. Licht, lucht en temperatuur zijn in die kamers perfect te beheersen
Op de markt staat ook PPS Mibiton, een publiek/privaat samenwerkingsverband met twintig deelnemers. Mibiton heeft de kas gedeeltelijk voorgefinancierd; Unifarm betaalt de investering terug met onderzoek. De hermetisch van de buitenwereld afgesloten ruimtes van Mibiton zijn bestemd voor onderzoek aan genetisch gemodificeerde planten. Er heerst onderdruk, zodat door een eventueel lek alleen lucht naar binnen kan stromen. Zelfs virussen komen niet door het filtersysteem dat de ruimtes ventileert
Naast de unieke ruimtes voor gemodificeerde planten zijn alle gebruikelijke teeltsystemen verzameld. Bijvoorbeeld de substraatteelt: in bakken gevuld met steenwol of kokos groeien komkommerplanten bijna tot de nok. Voeding en water krijgen ze via een computergestuurd infuus. Sluipwespen, lieveheersbeestjes en andere natuurlijke vijanden worden ingezet om plagen te bestrijden. Alleen in noodgevallen gebruiken we chemische bestrijding. En natuurlijk als iemand een onderzoek wil doen naar een bepaald landbouwgif.
Een aantal compartimenten is voorzien van een eb-en-vloedsysteem. Anders dan de naam doet vermoeden is het niet ontwikkeld voor de productie van zeegras, populair in de alternatieve keuken. Bij vloed staan de plantjes slecht enkele minuten in een laag water met voedingsstoffen. Van de Waart: Maar als er vraag naar is, kunnen we hier ook onderzoek doen naar zeegras.
De kas moet het mogelijk maken ruimte en personeel effectiever in te zetten. In ruil voor de bouw van de nieuwe kas sloopt Unifarm drie oudere kassen met een gezamenlijk oppervlak dat groter is dan de nieuwe kas. Doordat de ruimte nu is samengebracht in een complex denkt Van de Waart een hogere bezettingsgraad te realiseren. Door verregaande automatisering verandert ook de rol van de medewerkers. Die hoeven straks geen water meer te geven. Ze worden meer en meer assistent van de onderzoeker.
Een aantal compartimenten wordt niet voor onderzoek gebruikt. Hier telen we gewoon koolplantjes, wijst Van de Waart. De plantjes zijn bedoeld om rupsen van de vakgroep Nematologie te voeren. Niet alleen mogen er geen ziektes in zitten, er mogen ook geen andere organismen op en bestrijdingsmiddelen zijn uit den boze. Het kost Unifarm moeite om aan de eisen van de vakgroep te voldoen. We hebben het nog niet in de vingers, geeft Van de Waart toe. Toch heeft hij goede hoop dat zijn medewerkers de steriele koolteelt onder de knie krijgen. We moeten wel, want we willen niet dat de vakgroep een ontevreden klant wordt. (HvL)
Bestrijdingsmiddelen verspreiden zich via drainagebuizen
Als boeren het bestrijdingsmiddel 1,3-dichloorpropeen in november in de grond injecteren, komt er 1200 keer zoveel van deze stof in het drainagewater terecht als bij injectie in september. Dit is gemeten op een proefveld met lemig zand in de Noordoostpolder, waar tulpen werden verbouwd. Zestig dagen na injectie was de concentratie het hoogst en lag die flink boven de toegestane norm. Het middel Aldicarb werd op zware klei in Oostelijk Flevoland tot 450 dagen na toediening teruggevonden in het drainagewater. Dit zijn echter uitzonderingen; in het algemeen zijn de concentraties van bestrijdingsmiddelen in het drainagewater laag. Dit concludeert ir Klaas Groen in zijn proefschrift Pesticide leaching in polders, waarop hij 3 oktober hoopt te promoveren
Groen deed zijn onderzoek naar de uitspoeling van bestrijdingsmiddelen via drainagebuizen naar het oppervlaktewater bij de Rijksdienst IJsselmeerpolders. Hij gebruikte voor zijn onderzoek een uitgebreide versie van het model SWACRO. Dit model heeft hij aangepast en gecalibreerd met veld- en laboratoriumexperimenten. Omdat de bodem onder de drainage vrijwel ondoorlatend is op de proefvelden, nam Groen aan dat het neerslagoverschot door de drainage wordt afgevoerd. Kwel bleek in de IJsselmeerpolders ook een rol te spelen
Voor gronden waar geen horizontaal transport plaatsvindt, heeft de diepte waarop de drainagebuizen liggen een directe invloed op de emissie van bestrijdingsmiddelen. Uit een scenariostudie bleek dat als de draindiepte toeneemt van 85 centimeter tot 1,25 meter, een reductie van de emissie naar het grondwater plaatsvindt van vijftig tot negentig procent. Bij kleigronden wordt de emissie echter voornamelijk bepaald door de diepte waarop de scheuren beginnen. Door tien centimeter dieper te ploegen is op kleibodems een reductie van de emissie naar het grondwater te bereiken van vijftien tot zeventig procent. Ploegen gooit namelijk de scheuren dicht
Groen beveelt aan om in het toelatingsbeleid voor bestrijdingsmiddelen meer rekening te houden met plaatselijk hydrologische omstandigheden, bijvoorbeeld met kwel. Ook adviseert hij rekening te houden met emissie via drainagebuizen. (MS)
Nieuwsfoto, Food Valley

Studiedruk leidt tot meer leden Unitas
De studiedruk, die mede-verantwoordelijk wordt gehouden voor dalende ledenaantallen bij studentenverenigingen, lijkt een positief effect te hebben op de instroom van nieuwe leden bij jongerenvereniging Unitas. Die vereniging, tot de late jaren zestig ook een studentenvereniging, schreef na de introductieperiode meer dan zeventig nieuwe leden in, een record. Studentenvereniging Franciscus en Ceres besloten tot een derde introductieperiode. De eerste twee introductieperiodes leverden Franciscus 53 nieuwe leden op; twee meer dan Ceres
Unitas-bestuurder Jeroen Ensink schrijft het succes van zijn vereniging toe aan de vrijheid van Unitas-leden. Studenten hebben niet meer de tijd om de hele dag op de vereniging te zijn. Dan is het makkelijk om lid te zijn van een vereniging waar echt niets moet en alles mag.
Het bestuur van Ceres heeft zijn hoop gevestigd op het komende lustrumjaar. Tijdens de festiviteiten denkt bestuurslid Marnix Beljaars het imago van zijn vereniging te verbeteren en zo volgend jaar meer leden te trekken. Mensen denken vaak dat hier veel moet, maar dat is niet zo. Na de verplichte introductieperiode verblijven de eerstejaars nog vijf avonden op de vereniging om kennis te maken met de leden en de gebruiken. Gedurende deze week wordt er wel op toegezien dat het verenigingsbezoek niet ten koste gaat van de studie. Daarna blijven de verplichtingen voor de eerstejaars beperkt tot hulp in de keuken. (HvL)
Cijfers niet meer enige maatstaf bij evaluatie onderzoek
De universiteiten gaan toepassingsgericht en puur wetenschappelijk onderzoek niet langer langs dezelfde meetlat leggen. Ook zullen voortaan niet per se alle prestaties met een rapportcijfer gewaardeerd worden
De universiteiten zijn het vorige week eens geworden over deze aanpassingen van het systeem waarmee ze hun onderzoek evalueren. Ze willen vooral meer aandacht voor wat ze de missie van de onderzoekers noemen. Beoordelingscommissies moeten voortaan nagaan wat de onderzoekers zichzelf ten doel stellen en de kwaliteit van hun onderzoek vervolgens aan die doelstellingen afmeten
Daarmee zijn in ieder geval de technische universiteiten geholpen. Die klagen tot nu toe regelmatig dat hun meer toepassingsgerichte onderzoek ondergewaardeerd wordt, omdat de beoordelingscommissies vooral naar puur wetenschappelijke kwaliteit kijken. Nog deze week werd deze klacht geuit naar aanleiding van de evaluatie van het wiskunde- en informatica- onderzoek
De beoordelingen zullen door de aangepaste opzet minder op cijfers berusten. Met name als het gaat om het antwoord op de vraag of een onderzoeksgroep wel productief genoeg is, zal er soms op de hand worden gewogen, zeggen de universiteiten in het rapport over de nieuwe opzet
De beoordelingen van onderzoek worden uitgevoerd onder de paraplu van de vereniging van universiteiten, de VSNU. Sinds 1993 is bijna al het onderzoek aan Nederlandse universiteiten geevalueerd. (HOP)

Re:ageer