Wetenschap - 11 september 1996

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Personeel LUW kiest op 17 december OR
De Raad van Toezicht van de Landbouwuniversiteit heeft ingestemd met het besluit van het college van bestuur om een ondernemingsraad en studentenraad in te stellen. Deze nieuwe medezeggenschapsstructuur gaat per 1 januari 1998 in
Volgens de toezichthouders ligt een gedeelde medezeggenschap - studenten adviseren over onderwijs, personeel over onderzoek en arbeidsvoorwaarden - voor de hand, gelet op toekomstige ontwikkelingen. Daarmee doelen ze op de fusie van LUW en DLO
Inmiddels is het centraal stembureau met de voorbereiding van de verkiezingen begonnen. Het personeel kan gaan stemmen op 17 december. Tot nu toe konden personeelsleden hun stembiljet gedurende twee weken terugsturen, maar in december moeten ze met hun kaart naar een van de vijf stembureaus op de universiteit. Zij die op 17 december langer dan een half jaar in dienst zijn, mogen gaan stemmen
Voor kandidaten die willen deelnemen aan de verkiezingen is ook een procedure vastgesteld. De onderwijsbonden moeten hun kandidatenlijst uiterlijk op 22 oktober inleveren. Ze dienen een lijst met handtekeningen te produceren van personeel dat de kandidatuur ondersteunt. Aan de hand van deze lijsten wordt gekeken hoeveel handtekeningen de zogeheten vrije lijsten moeten vergaren om deel te kunnen nemen aan de verkiezingen. Deze vrije lijsten, die geen relatie hebben met een vakbond, moeten uiterlijk op 12 november hun lijstje inleveren. Marja van Houten van het centraal stembureau schat dat deze lijsten zo'n twintig handtekeningen moeten leveren. Personeel dat zich kandidaat wil stellen voor de ondernemingsraad, moet op de verkiezingsdatum minimaal een jaar in dienst zijn
De studenten hoeven in december niet te stemmen voor de studentenraad. De verkiezing van studenten in de universiteitsraad, afgelopen zomer, is al gecombineerd met de verkiezing voor een aparte studentenraad. (ASi)
Noordhuizen vertrekt naar Utrecht
Prof. dr Jos Noordhuizen, hoogleraar Veeteeltwetenschap aan de LUW, wordt per 1 november hoofd van de afdeling Gezondheidszorg van herkauwers van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Daar gaat hij zes onderzoeksgroepen reorganiseren: bedrijfsdiergeneeskunde, inwendige ziektes, heelkunde en operatieleer, epidemiologie, relevante aspecten van de zootechniek en de proefbedrijven. Deze groepen moeten hun onderwijs en onderzoek beter op elkaar afstemmen
Noordhuizen is gevraagd voor deze functie en via een versnelde procedure aangesteld. Ik zie het als een uitdaging, zowel op managementgebied als vakinhoudelijk. Ik word daar hoofd van een grote groep die een belangrijke rol speelt in veehoudend Nederland.
De onderzoeksgroep die hij in Wageningen in tien jaar heeft opgebouwd is complementair aan de Utrechtse groep, stelt Noordhuizen. Hij hoopt dan ook met deze groep te kunnen blijven samenwerken vanuit Utrecht. In de onderhandelingen over de samenwerking tussen het departement Dierwetenschappen in Wageningen en de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht denkt hij nog een belangrijke rol voor de Wageningse groepen te kunnen spelen, omdat hij beter is ingevoerd in Wageningen dan de meeste mensen uit Utrecht. (MS)
Dierwetenschappers selecteren deelnemers voor toponderzoekschool
Per koerier is maandagochtend 8 september, de laatste inleverdag voor aanvragen voor een toponderzoekschool, het gezamenlijke voorstel van Wageningen Institute of Animal Science (WIAS) en Utrecht Graduate School Animal Health (GSAH) naar de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappen (NWO) in Den Haag gebracht
Het samenwerkingsverband heeft de naam Adaptation, Resistance and Pathobiology of Animals (ARPA) meegekregen. De Universiteit Utrecht is penvoerder. NWO selecteert de voorstellen voor toponderzoekscholen
Wageningse deelnemers aan het voorstel zijn de veefokkerijonderzoekers prof. dr Pim Brascamp, dr ir Johan van Arendonk en dr Martien Goenen, gezondheidsleer- en reproductieonderzoeker prof. dr Jos Noordhuizen, hoogleraar veevoeding dr ir Martin Verstegen en neuro-endocrinoloog prof. dr Victor Wiegant. Binnen GSAH zijn vijftien sleutelfiguren geselecteerd, die mee mogen doen met de aanvraag voor extra geld voor een toponderzoekschool
De toponderzoekschool moet zich vooral richten op de onderlinge wisselwerking tussen genetica, fysiologie, ziekteleer en omgevingsinvloeden bij landbouwhuisdieren. Het te verkrijgen extra geld willen de initiatiefnemers gebruiken voor het aantrekken van senior-onderzoekers op onderzoeksterreinen waar het aantal onderzoekers onder de kritische massa is gekomen, om excellente aio's en postdocs aan te stellen en om wetenschappelijke informatie uit te wisselen. Daarnaast willen ze geld gebruiken voor de modernisering en uitbreiding van de experimentele faciliteiten en voor de aanwinst en het behoud van waardevol genetisch materiaal van dieren
Als NWO dit voorstel niet honoreert, willen de onderzoekers toch op het in het voorstel beschreven spoor verder gaan, al is het met minder geld. Tijdens het schrijven van zo'n voorstel leer je elkaar beter kennen. Het is een stimulans voor de verdere samenwerking tussen Utrecht en Wageningen, meent WIAS-secretaris ir Gab van Winkel. Momenteel is ook overleg gaande over een fusie tussen beide onderzoekscholen. (MS)
Russische priester vraagt Wageningse steun voor ecoboerderij
Tachtig kilometer buiten het Russische Sint Petersburg ligt het boerengehucht Lezje, waar de onverschilligheid en het alcoholisme regeren onder de bewoners. De plaatselijke staatsboerderij is ontmanteld, de koeien zijn opgegeten en de bevolking teert op aardappelen, brood en thee. In dit dorp wil de Russische priester Slava Kharinoff met Wageningse steun een ecologisch landbouwproject starten. Op 8 september ontvouwde hij zijn plannen in De Wereld
Nu de Russische staat in elkaar is gedonderd, duikt de orthodoxe kerk in dat vacuum door allerlei sociale projecten te beginnen, legde Kharinoff uit. Eerst zorgde hij in Sint Petersburg voor de opvang van zwerfkinderen, nu richt hij zich op de ontwikkeling van een boerderij op het platteland, in de hoop de lokale passiviteit te doorbreken. De priester heeft inmiddels acht hectare grond van de autoriteiten gekregen, waarop vooralsnog slechts drie koeien, drie geiten en een varken rondlopen. Met hulp van de Wageningse afgestudeerde Johan Kranenburg is een aardappelproject begonnen
Voorts kreeg Kharinoff de beschikking over het vervallen ziekenhuis in Lezje, dat nu wordt verbouwd om ondervoede Russische kinderen en een internationaal jeugdkamp te kunnen onderbrengen. De Russische kinderen werken tegen kost en inwoning mee op de boerderij, die ecologisch van aard is bij gebrek aan kunstmest, veevoer en bestrijdingsmiddelen
De Wageningse counterpart van de priester, Elma van der Bijl van ingenieursbureau Ecologie en Landbouw, wil de boerderij uitbouwen tot een centrum voor cultuur en agrarische productie. De ecologisch geteelde gewassen kunnen worden afgezet in Sint Petersburg. Daar zitten rijke mensen zat.
De bijeenkomst in De Wereld was bedoeld om vrijwilligers en studenten te interesseren in ondersteuning van het bedrijf. Die vrijwilligers moeten wel beschikken over doorzettings- en improvisatievermogen, bleek uit de voordrachten. Kranenburg: In Nederland is alles keurig aangeharkt en in hokjes ingedeeld, in Rusland is... niets. Je kunt je energie daar op veel terreinen kwijt.
De priester wil de veestapel van de boerderij geleidelijk uitbouwen. Met name varkens, geiten en kippen komen dan in beeld, omdat ze niet kieskeurig zijn in wat ze eten. Ook wil Kharinoff de productie van vis stimuleren in het waterrijke gebied. In de groentesector lopen dit jaar proeven met broccoli. Van der Bijl wil uitgangsmateriaal en machines regelen via de Nederlandse agro-industrie die reeds in Rusland actief is. En Kharonoffs belangrijkste doel is dat de Russische dorpelingen weer in zichzelf en hun omgeving gaan geloven. (ASi)
Raadsvoorzitter Florax blijft tot januari

Dr Raymond Florax is bereid drie maanden langer aan te blijven als voorzitter van de universiteitsraad. Een deel van de taken van Florax, die per 1 oktober aan de slag gaat bij de Vrije Universiteit Amsterdam, wordt overgenomen door waarnemend voorzitter dr ir Ivonne Rietjens en tweede waarnemend voorzitter Lenny Putman
Door het vertrek van Florax dreigde de universiteitsraad in zijn laatste maanden zonder voorzitter te komen zitten. Rietjens vertelt dat er de nodige druk is uitgeoefend op Florax om langer aan te blijven. Ze is erg blij dat de raadsvoorzitter hiervoor tenslotte is gezwicht. Hij heeft toch de meeste expertise. Bij zaken als de benoeming van de Raad van Toezicht is zijn aanwezigheid erg nuttig.
Rietjens, die eerder had aangegeven niet beschikbaar te zijn als raadvoorzitter, neemt nu toch een belangrijk deel van de taken van Florax over. Zo zal ze de agendacommissie, de overleggroep onderwijs en onderzoek, de commissie personele aangelegenheden en het fractievoorzittersoverleg voorzitten. Ook woont Rietjens de algemene vergaderingen van het college van bestuur bij. Putman gaat, indien nodig, naar de collegevergaderingen over onderwijs en onderzoek
Florax blijft de plenaire raadsvergaderingen en de commissie financien en planning voorzitten en verzorgt in samenwerking met de griffie de raadsnota's aan het college. (LKe)
Inkrimping varkensstapel met kwart onvoldoende voor milieu
Het voornemen van minister Jozias van Aartsen om de varkensstapel met een kwart in te krimpen, is onvoldoende om de milieuproblemen in de landbouw teniet te doen. Dat blijkt uit de Milieubalans en de Nationale milieuverkenning van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM
De totale veestapel zal met meer dan tien procent moeten afnemen om de belasting van het milieu met nutrienten bij benadering in overeenstemming te brengen met de beoogde doelstellingen. Door de voorgenomen reductie van de varkensstapel zal naar schatting slechts vijf tot tien procent van de mestgerelateerde emissies dalen
In de Milieuverkenning wordt de ontwikkeling van de milieukwaliteit beschreven bij uitvoering van het vastgestelde beleid over de periode 1995-2020. Het RIVM denkt dat de doelstellingen in de mestwetgeving alleen worden gehaald bij een verdubbeling van de heffingen op fosfaat- en stikstofverliezen. Die verdubbeling leidt volgens het instituut namelijk tot een autonome verkleining van de veestapel. Bij onveranderd beleid blijft de intensieve veehouderij ecosystemen en drinkwaterbronnen bedreigen. Met het bestaande beleid wordt in 2020 65 procent van de bomen beschermd, maar worden de kwetsbare plantensoorten slechts in 18 procent van de ecosystemen beschermd
De Milieubalans kijkt naar de actuele milieuvervuiling en -kwaliteit, tegen de achtergrond van het gevoerde milieubeleid. De balans ziet duidelijk positieve tendensen in de landbouw. Tussen 1990 en 1996 zijn de ammoniakemissies door de mestinjectie met 37 procent afgenomen en de emissie van fosfor met 16 procent. Ook de reductie van het gebruik van bestrijdingsmiddelen ligt op schema
Volgens projectleider dr Janneke Hoekstra geldt voor de meeste sectoren dat de Milieuverkenning negatiever van aard is dan de Milieubalans. De milieubalans laat zien dat de afgelopen jaren het nodige bereikt is. Over het algemeen zijn dit echter de relatief makkelijke en goedkope maatregelen. De volgende stappen blijken vaak veel moeilijker en duurder, waardoor de Milieuverkenning een wat somberder beeld te zien geeft. De aanschaf van een mestinjecteur was nog wel op te brengen, maar het schiet nog niet erg op met de veel duurdere emissie-arme stallen. Een noodzakelijke verdere reductie van de ammoniak-uitstoot zal dus veel moeilijker gaan. (GDu)
WSO-fietsers in Zuid-Duitsland

De vijf fietsende leden van de Wageningse Studenten Organisatie (WSO) zijn op 10 september aangekomen in het Zuid-Duitse Regensburg. De fietsers willen met hun tocht geld inzamelen voor Servische studentenvakbonden. Ze hopen binnen twee weken hun einddoel Belgrado te bereiken. Per dag leggen zij ongeveer honderd kilometer af. Voor de terugweg naar Nederland is nog geen vervoer gevonden. Waarschijnlijk gaan de fietsers liftend terug. De WSO is nog op zoek naar vervoer voor de fietsen. (KVe)
Millennium is never ending story
Drie jaar geleden werd ze binnengehaald als wonderkind met een hoge mate van functionaliteit. Toen werd ze gestript omdat ze veel te complexe relaties wilde leggen in het financiele verkeer. En inmiddels kan bijna niemand nog de moeite opbrengen zich voor Milly te interesseren en moet ze haar verlopen leven slijten op de anonieme bureaus van de budgetbeheerders. Zie daar de teloorgang van Millennium, het financiele administratiesysteem van de universiteit. De ontwikkelingen in de informatietechnologie gaan keihard en de life cycle is van korte duur, maar Milly is wel heel snel van haar betovering afgeholpen
Afgelopen week stond ze weer eens op de agenda van de universiteitsraad. De laatste tegenvaller: een van de twee programmeurs die zich dagelijks om Milly bekommeren, heeft een goed heenkomen gezocht bij een commerciele firma. Verder business as usual: onverwachte bugs, gebrek aan programmeercapaciteit, hardware-matige problemen, vertraging, en de aanpassing van applicaties. Er is een flinke krachtsinspanning nodig om Milly bij de tijd te brengen
Raadslid Rien Bor heeft als voorlichter en schrijver van de nieuwsbrieven over Milly een band met haar opgebouwd, maar hij heeft inmiddels het gevoel bezig te zijn met een never ending story zonder veel progressie. De nota's van de bestuurlijk verantwoordelijken hebben een hoog control F4-gehalte, stelt Bor: alinea's en zinnen over de ontstane problemen met Milly lijken zo uit vorige nota's te zijn gekopieerd. Ook bij zichzelf merkt Bor, die een speciaal schriftje over haar heeft bijgehouden, dat hij in herhaling valt
Zijn omgeving heeft zelfs geen trek meer om zich in de problematische ontwikkeling te verdiepen. Mensen hebben nog maar een vraag: wat heeft Milly de universiteit nu gekost? Duidelijk zijn de bedragen van de aankoop en het onderhoud. Verder is een beperkte groep van programmeurs en budgetbeheerders hele dagen met haar bezig geweest. De grote groep daar omheen die zich incidenteel over Milly heeft gebogen, is veel moeilijker in te schatten. De leider van de stuurgroep, secretaris Theo Theijse, weet dan ook niet hoeveel uur de universiteit met Milly in de weer is geweest. Misschien wil hij het ook niet weten, want ook hij is geestelijk vermoeid geraakt van zijn voormalige troetelkindje
Stilletjes wordt al aan een opvolger voor Milly gedacht. De universiteit moet met DLO fuseren en die heeft een ander systeem. Iedereen lijkt te verlangen naar een sober en strak systeem, dat het kenniscentrum dan rustig kan uitbouwen voor speciaal gebruik. Want de complexe mogelijkheden die Milly op het beeldscherm wilde toveren, waren te hoog gegrepen voor de gebruikers en leidden tot veel overuren. Net nu ze ongeveer doet wat de gebruikers willen, zou ze worden afgedankt. Ze heeft een slechte naam opgebouwd en die raak je niet zomaar kwijt. (ASi)
Van Aartsen: varkenssector is niet van deze tijd
De huidige structuur van de Nederlandse varkenshouderij is maatschappelijk onaanvaardbaar. Dat stelde minister Van Aartsen op 1 september tijdens de opening van het academisch jaar van de Landbouwuniversiteit. De minister verwacht grote problemen in de intensieve veehouderij als deze er niet in slaagt haar omgang met de dieren op overtuigende manier te veranderen. Als de varkenshouderij geen producten met intrinsieke waarde kan produceren, zal ze haar maatschappelijke positie verliezen, aldus Van Aartsen
Aanpassing aan consumentenvoorkeuren betreft ook de aard van de productieprocessen, aldus de minister. Dat zeggen we in Nederland ook herhaaldelijk tegen elkaar en tegelijkertijd laten we dan niet na te benadrukken dat consumenten er een dubbele moraal op na houden. Feitelijk laten ze zich door de prijs leiden, is het cynische commentaar. In mijn ogen is dat typisch het gedrag van producenten die niet dicht genoeg bij de kopersmarkt zitten en die de voorkeuren niet kunnen of willen oppikken.
Als actueel voorbeeld noemde de minister de beslissing van de grote Britse retailer Tesco, die alleen nog welzijnsvriendelijk varkensvlees wil afnemen. Een deel van de primaire sector reageert ongelovig en, wat ik vooral verontrustend vind, volledig verrast en verongelijkt! Dat past in mijn ogen niet meer in deze tijd.
Van Aartsen schetste voorts een toenemende concentratie in de voedingsmiddelenkolom. De verwerking en vermarkting van voedsel komt in handen van een steeds kleiner aantal ondernemingen die wereldwijd opereren. De internationale handel wordt in toenemende mate intra industry handel. De industrie vraagt om liberalisatie van de handel en internationale afspraken over de productiemethoden en de veiligheid van het voedselpakket, aldus de minister
Ook willen ondernemingen zich meer en meer onderscheiden van hun concurrenten en steeds minder geidentificeerd worden met landbouwpraktijken die de maatschappelijke kritiek niet kunnen doorstaan, sprak hij. De industrie gaat zelf als morele actor opereren. De primaire producenten en hun organisaties die als eerste op deze nieuwe ontwikkelingen inspelen, kunnen zich een goede positie in de keten verwerven. In deze gedachtengang wordt kwaliteitsgarantie vooral een aangelegenheid van de keten zelf, ook op die onderdelen die traditioneel gekenmerkt worden door zware overheidsbemoeienis.
Van Aartsen meende dat het Kenniscentrum Wageningen de uitdaging moet oppakken om overheid en bedrijfsleven te ondersteunen, te voorzien van nieuwe wetenschappelijke inzichten en deze inzichten toepasbaar te maken voor de praktijk. Om die rol te kunnen vervullen, moeten LUW en DLO ook strategische allianties aangaan met andere kennisinstellingen in binnen- en buitenland, herhaalde de minister nog eens. (A.S.)Door een vergissing is in het vorige WUB een bericht weggevallen over de toespraak van landbouwminister Van Aartsen bij de opening van het academisch jaar. Hier alsnog dat bericht
Meer sociaal onderzoek naar biodiversiteit nodig
Er is sociaalwetenschappelijk onderzoek nodig over de vraag hoe het maatschappelijk draagvlak voor het behoud van biodiversiteit vergroot kan worden. Daarnaast is meer inzicht nodig in het vraagstuk hoe het beleid voor biodiversiteit in de praktijk gebracht kan worden. Dit schrijven de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO) en de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) in hun advies Leven in Verscheidenheid. Het advies is bedoeld voor het NWO-stimuleringsprogramma Biodiversiteit, dat binnenkort van start gaat
Na de grote milieuconferentie in Rio in 1992 worstelen wetenschappers en beleidsmakers met de vraag wat zij aan moeten met het Biodiversiteitsverdrag. De landen spraken met elkaar af om de biodiversiteit te bewaren, maar onduidelijk bleef wat die biodiversiteit precies inhoudt en hoe je die beschermt. Het stimuleringsprogramma moet daar nu inzicht in geven. Onderzoekers van de LUW en het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek zullen in het programma deelnemen
NRLO en RMNO vinden dat het stimuleringsprogramma gericht moet zijn op de beantwoording van de maatschappelijke vraag naar kennis. Zo willen zij dat het duidelijk wordt wat de relaties zijn tussen biodiversiteit, milieukwaliteit, ruimtelijke factoren en beheer van gebieden. Ook vragen zij zich af hoe de relatie is tussen een bepaald niveau van biodiversiteit en multifunctioneel ruimtegebruik. Naast kennis over de diversiteit van soorten moet er ook meer kennis komen op het gebied van genetische biodiversiteit. Zo moet duidelijk worden welke nieuwe toepassingen er mogelijk zijn met ex situ conserveringsmethoden van economisch interessante organismen en hoe in situ bewaring van economisch belangrijke genetische diversiteit bevorderd kan worden, aldus de raden. (GDu)
Bodemkunde en plantenvoeding schaft ICP-MS-apparaat aan
Het meetinstrumentarium van de sectie Bodemkunde en plantenvoeding is uitgebreid met een Inductively coupled plasma mass spectrometer (ICP-MS). Dit apparaat, met een waarde van een half miljoen, kan zeer lage concentraties ionen in oplossing meten; het gaat om concentraties van minder dan een microgram per liter. Het apparaat kan gebruikt worden voor voedings-, water- en bodemonderzoek
In het apparaat wordt een oplossing tot 7000 graden Celsius verhit, waardoor het water verdampt en alle moleculen in hun atomen uiteenvallen en geioniseerd worden. Vervolgens scheidt het apparaat de ionen naar massa en lading en het verkregen signaal is een maat voor de concentratie
We kunnen allerlei monsters meten, bijvoorbeeld lage concentraties lithium in bloedmonsters, vertelt ir Erwin Temminghoff, hoofd van het centraal laboratorium van Bodemkunde en plantenvoeding. Voedingsonderzoekers stoppen lithium in de voeding om te controleren of de proefpersonen de door de onderzoekers aangeboden maaltijden genuttigd hebben. Ook extracten van vervuilde grond en het voorkomen van zware metalen in planten zijn te meten. Toxiteit van atomen vindt soms al bij hele lage niveaus plaats en die kunnen we nu meten.
Alle LUW- en DLO-onderzoeksgroepen kunnen tegen betaling gebruik maken van het apparaat. 18 September is er een symposium om het apparaat te introduceren. (MS)
Duurzame landbouwpraktijk afstemmen op bodemtype
De bodemkartering zal zich in de toekomst met name bezig moeten houden met het definieren van duurzame vormen van landgebruik, rekening houdend met het feit dat bodems binnen een bodemtype niet gelijk zijn. Bodems veranderen door een landbouwsysteem en stellen daardoor andere eisen aan het landbouwkundig gebruik. Dat stelt ing. Peter Droogers in zijn proefschrift Quantifying differences in soil structure induced by farm management, waarop hij op 16 september gaat promoveren
Droogers vergeleek in zijn studie drie landbouwsystemen die voorkomen op eenzelfde bodemtype: een biologisch-dynamisch systeem dat al sinds 1924 geen chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest gebruikt; een permanent systeem dat al sinds 1947 uit grasland bestaat, en een conventioneel systeem waar het algemeen gangbare landbouwsysteem in de regio wordt gevoerd. Droogers beoordeelde steeds de uitspoeling van stikstof en bestrijdingsmiddelen, de berijdbaarheid van de bodems en de beschikbaarheid van water. Ik heb hiermee een relatie kunnen leggen tussen management en duurzaamheid. De methode die ik heb gebruikt is in principe ook voor alle andere bodemtypen te gebruiken. Ik denk dat bodemkundigen zich in de toekomst bezig moeten houden met het beoordelen van het bodemtype en een relatie moeten leggen met duurzaamheid. Op basis daarvan kan een beslissing genomen worden over het meest wenselijke landbouwsysteem.
In de studie van Droogers bleek bijvoorbeeld dat het permanente grasland het beste scoorde op de waterbeschikbaarheid en de uitspoeling van bestrijdingsmiddelen. De nitraatuitspoeling is daar echter het hoogst. Het biologisch-dynamisch systeem scoorde juist goed op de nitraatuitspoeling, maar de berijdbaarheid en de beschikbaarheid van water was weer slechter. Het conventionele systeem scoorde vooral op de factor berijdbaarheid. De bodem is immers inmiddels aangepast aan het vroeg in het seizoen berijden met zware machines. (GDu)
Nieuwe naam voor studie Landbouwtechniek

Het dagelijks bestuur van de vaste commissie onderwijs adviseert de plenaire vco akkoord te gaan met het voorstel de naam van de studie Landbouwtechniek te veranderen in Landbouwtechnische wetenschappen. De naamsverandering is halverwege juli aan het college van bestuur voorgesteld door de richtingsonderwijscommissie (roc)
De naam Landbouwtechniek werd te veel geassocieerd met het ontwerpen van mechanische systemen en niet met informatietechnologie, meet-, regel- en systeemtechniek en bedrijfssystemen binnen de landbouw, bleek uit een onderzoek onder vwo-leerlingen. De roc heeft de indruk dat door die associatie een aantal potentiele studenten niet wordt bereikt. Een naamswijziging zou de instroom tot de opleiding kunnen vergroten. Daarnaast bleek uit het onderzoek dat vwo-leerlingen bij de naam Landbouwtechniek eerder denken aan een hbo- dan aan een universitaire opleiding. De vco vergadert op 11 september over de naamsverandering. (SHo)
Erfelijkheid speelt rol bij hart- en vaatziekten
Oudere mensen die veel vet en weinig vezels eten, hebben een grotere kans om last te krijgen van hart- en vaatziekten, omdat hun voedingspatroon zorgt voor een verhoging van de hoeveelheid stollingsfactor factor VII in hun bloed. Genetische factoren hebben een sterke invloed op de concentratie factor VII in het bloed. Het effect van veel vet en weinig vezels geldt namelijk minder sterk voor mensen met een overgeerfde mutatie op het Q-allel, het gen dat codeert voor factor VII. Dit blijkt uit het proefschrift van ir Louise Mennen, die 17 september bij de epidemiologen prof. dr ir Frans Kok en prof. dr Rick Grobbee hoopt te promoveren
Factor VII is in het bloed voornamelijk in de inactieve vorm aanwezig. Het wordt geactiveerd tijdens beschadiging van een bloedvat en zorgt dan voor de vorming van fibrine, dat tezamen met geactiveerd bloedplaatjes een stolsel vormt. Te sterke activatie van factor VII kan gevaarlijk zijn. Stolsels kunnen dan bloedvaten afsluiten en zo hart- en vaatziekten veroorzaken
Mennen selecteerde 3007 mensen uit de Rotterdamstudie voor haar onderzoek. Bij deze groep vond ze een sterk verband tussen het eten van veel verzadigd vet en de concentratie factor VII in het bloed, met name bij mensen zonder overgeerfde mutatie. In een interventiestudie, waarin honderd vrouwen vier keer een vetrijk ontbijt met elke keer een verschillende vetsoort en een keer een controleontbijt kregen, vond ze geen verschil in het effect van de verschillende soorten vet. Daaruit concludeert ze dat er een verband is tussen de totale hoeveelheden vet en de concentratie van factor VII in het bloed
Mennen waarschuwt daarom de voedingsdeskundigen om niet te snel af te stappen van het advies aan mensen om minder vet te eten. Het cholesterolgehalte wordt waarschijnlijk alleen door de hoeveelheid verzadigd vet bepaald en niet door de totale hoeveelheid van andere vetten. Voor hart- en vaatziekten lijkt veel vet eten echter toch slecht te zijn, omdat dat de hoeveelheid factor VII verhoogd
Dit is een van de eerste studies die aantonen dat erfelijkheid van invloed is op de effecten van voeding op de gezondheid, vertelt Mennen. Directe toepassingen van dit onderzoek ziet ze nu nog niet. Als in de verre toekomst meer bekend is over de effecten van erfelijke eigenschappen, zouden mensen een speciaal op hen afgestemd dieetadvies kunnen krijgen. Je kunt dan de erfelijke eigenschappen van iemand bekijken om uit te vinden of die persoon zijn risico op hart- en vaatziekten verlaagt door minder vet te eten. (MS)
Nieuwsfoto, Veiligheid studentenhuizen

Milieurisico's pesticiden systematisch onderschat
Als boeren aldicarp gebruiken om nematoden in de bodem te doden, lijkt het middel vrij snel uit het milieu te verdwijnen. Dat blijkt schijn, omdat twee omzettingsproducten van aldicarp tot meer dan driehonderd dagen in de grond en het grondwater aantoonbaar blijken. Deze zogenaamde metabolieten zijn even giftig als het oorspronkelijke middel en de concentratie ervan overschrijdt de Europese normen
Dit blijkt uit het promotieonderzoek van ir Jos Vink. De promovendus heeft, bij de vakgroep Bodemkunde en plantenvoeding, gepoogd een model te ontwikkelen voor de toxiciteit van bestrijdingsmiddelen dat rekening houdt met het, langs chemische en biologische weg, omzetten van pesticiden in verschillende metabolieten. Het blijkt dat sommige van die metabolieten dermate persistent zijn dat ze in waterbodems van het Markermeer konden worden aangetroffen, het eindpunt van een lang traject
De omzetting van pesticiden in tal van tussenproducten verloopt zeer complex en is van tal van chemische-, fysische- en microbiele factoren afhankelijk. Dat maakt een beoordeling van de milieurisico's van pesticiden lastig. Feit is, zo meent Vink, dat de risico's van de omzettingsproducten vrijwel nooit worden meegenomen bij de beoordeling van milieurisico's. Daardoor vindt onderschatting plaats van die risico's. Het probleem is ondermeer dat analyses van de transformatieproducten duur zijn, dat ze moeilijk te isoleren zijn en dat ze moeilijk te identificeren zijn, waardoor het moeilijk is om ze te gebruiken als indicator
Vink meent verder dat bij de risicobeoordeling in aanmerking genomen moet worden dat in het milieu meerdere pesticiden en hun transformatieproducten simultaan voorkomen. Deze combinatie van stoffen veroorzaakt een verhoging van de giftigheid, de synergetische toxiciteit. Bovendien beinvloeden de stoffen elkaar op tal van manieren
Een simpele analyse van de giftigheid van stoffen is dus, concludeert Vink, niet adequaat en leidt tot onderschatting van de werkelijke risico's. Hij vindt dat meer inzicht nodig is in de basale processen. (SVk)

Re:ageer