Wetenschap - 3 juli 1997

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Raad en college opnieuw in conflict over PGW
De sfeer was grimmig in de laatste universiteitsvergadering van waarnemend collegevoorzitter mr Henk van den Hoofdakker. Punt van discussie: heeft het college conform de afspraak met de universiteitsraad (honderd procent bezuinigen) gehandeld in het overleg met de vakbonden over de bezuinigingen bij de voormalige sector Plant- en gewaswetenschappen
De Centrale Lijst had van de vakbonden vernomen dat het college opnieuw een reorganisatie moet aanmelden bij PGW. Zo'n nieuwe melding zou betekenen dat er pas over twintig maanden vanaf nu ontslagen kunnen vallen bij de sector, die ruim drie miljoen gulden te veel uitgeeft. Dat betekent dat het langer duurt dan gewenst voor het tekort bij PGW is opgelost, meende de Centrale Lijst
De raadsfractie wees erop dat de universiteitsraad bijna een jaar geleden een motie aannam dat PGW honderd procent van de bezuinigingen moet realiseren. Als dat toen bij de vakbonden was gemeld, hoefde er volgens de Centrale Lijst nu geen nieuwe reorganisatie aangemeld te worden. Als dat nu toch nodig is, dan heeft het college niet juist en niet conform de afspraak met de raad gehandeld, meende prof. dr ir Ivonne Rietjens. Volgens rector prof. dr Cees Karssen moet er echter opnieuw een reorganisatie worden aangemeld, omdat er niet via het rekenmodel wordt bezuinigd, maar op basis van het advies van de commissie-Verhoeff
In een eerste schorsing bespraken de personeelsfracties de mogelijkheid van een motie van treurnis of afkeuring. In een tweede schorsing werd op de kamer van raadsvoorzitter dr Raymond Florax overleg gepleegd tussen de fracties. Karssen begreep er niets van. Is zo'n crisissfeer nu nodig?, vroeg hij zich vertwijfeld af
Uiteindelijk liep het met een sisser af. Na de tweede schorsing verklaarde Van den Hoofdakker altijd over honderd procent bezuinigen gesproken te hebben met de bonden. De twee schorsingen geven aan dat er irritatie is over het verleden, stelde het raadslid drs Pim van den Bolt. Hij hoopt dat het college leert van het verleden. Wij vragen om de communicatie over PGW voortaan helder en schriftelijk te voeren om misverstanden te voorkomen. (MS)
College wil flexibele financiering onderzoek

Leerstoelgroepen hoeven geen nieuwe onderzoeksvoorstellen te schrijven voor voorwaardelijke financiering (vf) van onderzoek in 1999. Het college van bestuur wil in plaats daarvan een basisfinanciering aan de onderzoekscholen garanderen voor de looptijd van hun erkenning door de Akademie van wetenschappen. Echter niet al het geld dat de LUW aan onderzoek wil besteden, wordt in deze basisfinanciering voor vijf jaar gegarandeerd
Onderzoekscholen kunnen in competitie met elkaar een beroep doen op extra geld. Dat extraatje krijgen ze voor een beperkte periode. Daarom moet het extra geld flexibel ingezet worden door er bijvoorbeeld postdocs mee te financieren. Die flexibilisering is nodig om sneller te kunnen reageren op ontwikkelingen in de wetenschap en de maatschappij, meent rector prof. dr Cees Karssen
De universiteitsraad stemde op 1 juli in met deze grote lijnen voor de toekomstige onderzoeksfinanciering van de LUW. De directeuren van de onderzoekscholen deden dit eerder al. De directeuren nemen daarmee het risico geld te verliezen voor hun onderzoekschool, maar dat is de consequentie van het voeren van kwaliteitsbeleid, stelde de rector. Voorzitter prof. dr Tjeerd Schaafsma van de wetenschapscommissie vcw voegde daar aan toe dat de competitie tussen onderzoekscholen om een deel van het onderzoeksgeld de verkokering van het onderzoek kan tegengaan. De scholen kunnen namelijk gezamenlijke voorstellen voor extra geld indienen
Op dit moment zijn bijna alle universitaire middelen voor onderzoek uitgezet via de voorwaardelijke financiering, die in 1999 afloopt. De flexibiliteit is daardoor zo gering dat de LUW geen slagvaardig beleid kan voeren, schrijft het college in de nota Gordium. Het meedoen met het technologisch topinstituut Voedselwetenschappen en de mogelijke erkenning van een toponderzoekschool kan in 1998 al een verschuiving van onderzoeksgeld nodig maken, meent Karssen. Daar moeten dan de lopende afspraken voor de voorwaardelijke financiering voor opengebroken worden
De universiteitsraad vond de voorstellen in eerste instantie nog te vaag om mee in te stemmen. Karssen overtuigde de raad echter dat als er nu geen principebesluit zou worden genomen over een ander financieringssysteem, er niets anders op zit dan de lopende contracten voort te zetten. Dit zou betekenen dat de LUW dezelfde financiering blijft garanderen aan de KNAW bij de nieuwe erkenningsaanvragen van EPW in 1997, Vlag in 1998 en M&T, PE en Wias in 1999. Hiermee zit de financiering muurvast tot tenminste 2004. Daarom wil het college bij de nieuwe aanvraag van EPW maar een deel van de huidige vf-capaciteit garanderen aan de KNAW. Het andere deel krijgt EPW er waarschijnlijk tot 1999 bij, maar daarna kan EPW dat geld alleen in competitie met de andere onderzoekscholen vergaren. Het college zoekt naar wegen om de verplichtingen voor andere onderzoekscholen vanaf 1999 te herroepen
Er zijn volgens Karssen voldoende mogelijkheden voor flexibilisering. De helft van de voorwaardelijke financiering is bedoeld om aio-plaatsen te financieren en elk jaar komt bijna een kwart van die plaatsen vrij. De Centrale Lijst wil echter zoveel mogelijk aan de huidige afspraken vasthouden, omdat sommige vakgroepen met veel promovendi universitair docenten hebben aangesteld met vf-geld. (MS)
LUW doet mee aan Nationale Plantencollectie

De Landbouwuniversiteit is bereid 25 duizend gulden te betalen aan de nieuwe stichting Nationale Plantencollectie. De stichting is opgericht om de botanische collecties van de universiteiten van Leiden, Amsterdam, Utrecht en Wageningen erkend te krijgen als Nederlands cultuurgoed. In ruil voor de bijdrage krijgt de LUW, net als de drie andere universiteiten, een zetel in het stichtingsbestuur
De Museumraad adviseerde minister Ritzen twee jaar geleden die belangrijke botanische collecties voortaan te zien als cultuurgoed waarvoor ook de overheid een verantwoordelijkheid heeft. Tot op heden betalen de universiteiten zelf het onderhoud en de aanleg van de botanische tuinen. Volgens de beheerder van de Wageningse botanische tuinen, dr Jan Just Bos, is de oprichting van de stichting en het geld dat de universiteiten daarin steken een gebaar richting overheid. In feite zeggen we dat wij ons steentje hebben bijgedragen en dat het nu de beurt is aan de overheid om de tuinen financieel te ondersteunen, aldus Bos. De oprichting van de stichting loopt overigens parallel aan het op te richten Nationaal Herbarium waarover de laatste maanden in de Tweede Kamer een debat is gevoerd. (GDu)
Gadella wint FEBS-prijs

Dr Dorus Gadella, verbonden aan het laboratorium Moleculaire biologie en aan het Microspectroscopisch Centrum, krijgt op 3 juli de anniversary prize van de Federation of European Biochemical Societies (FEBS), op het FEBS-symposium in Amsterdam. Deze prijs wordt uitgereikt aan uitstekende onderzoekers in de biochemie die niet ouder zijn dan veertig jaar. De FEBS selecteert elk jaar twee onderzoekers uit heel Europa; de prijswinnaars krijgen 1500 Duitse marken en een oorkonde. Gadella krijgt de prijs voor zijn werk aan de ontwikkeling van de fluorescentielevensduurimagingspectroscopie en zijn gebruik daarvan bij onderzoek naar de signaaloverdracht tussen cellen. Deze techniek maakt het mogelijk de interactie tussen biologisch actieve moleculen in levende cellen te bestuderen en ook in de tijd te volgen. Gadella ontrafelde hiermee de werking van een groeifactor voor de buitenste cellagen in dierlijke cellen. Hij doet dit onderzoek als KNAW-fellow. Het onderzoeksvoorstel, door hemzelf ingediend, werd anderhalf jaar geleden door de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) voor financiering gehonoreerd. (MS)
Margadant-van Arcken hoogleraar natuur- en milieu-educatie

De universiteitsraad heeft 30 juni dr Marjan Margadant-van Arcken benoemd tot bijzonder hoogleraar natuur- en milieu-educatie. Deze leerstoel voor een dag in de week wordt betaald door de stichting Bijzondere Leerstoelen Natuurbeheer en het Prins Bernhard Fonds, die eerder al in Nijmegen, Amsterdam en in Groningen een bijzondere leerstoel instelden
Margadant-van Arcken studeerde pedagogiek in Utrecht, waar ze in 1988 promoveerde. Sinds 1986 heeft ze een eigen adviesbureau op het gebied van natuur- en milieu-educatie, genaamd Mens-dier-milieu. Ze werkt als gastdocent voor de LUW en de Universiteit Utrecht. Als adviseur deed ze onder andere onderzoek naar de natuurbeleving van kinderen, in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Ook schreef ze voor het Instituut voor Leerplanontwikkeling een didactische katern over de bevordering en integratie van natuurbeleving in het basisonderwijs
De leerstoelgroep Agrarische onderwijskunde is blij met de benoeming. Het is een versterking van ons huidige onderzoek naar de natuur- en milieu-educatie. Haar benadering, die sterk op natuurbeleving is gericht, is een belangrijke aanvulling op onze huidige benadering en sluit ook goed aan op hoe Wageningse studenten tegen natuur aankijken. We verwachten dan ook dat studenten belangstelling zullen hebben voor haar vakken en voor een afstudeervak bij haar, vertelt onderwijskundige ir Guus de Vries, secretaris van de leerstoelgroep Agrarische onderwijskunde en van de commissie die Margadant-van Arcken voordroeg. (MS)
Nieuwsfoto, Cadeautje

Ritzen steunt werving Indonesische studenten

Hogescholen en universiteiten die studenten willen werven in Indonesie kunnen geld krijgen van minister Ritzen. Die heeft daar voor de komende vier jaar een kleine tien miljoen gulden voor uitgetrokken
Ritzen ziet veel heil in de export van hoger onderwijs. Door buitenlandse studenten aan te trekken, kunnen universiteiten en hogescholen volgens hem extra geld verdienen. Ze moeten de studenten dan wel de volledige kosten van het onderwijs laten betalen. Vooral Zuidoost-Azie is volgens Ritzen een groeimarkt. Omdat Nederland al met Indonesie samenwerkt, wil de minister met name de werving in dat land bevorderen. Op dit ogenblik studeren zo'n zestigduizend Indonesiers in landen als Australie, Engeland en de Verenigde Staten. Nederland trekt er enkele honderden, en dat moeten er meer worden
Universiteiten en hogescholen kunnen geld krijgen voor het opzetten van specifiek op buitenlanders gerichte opleidingen, die ook toegankelijk moeten zijn voor Nederlanders. Ook is er geld voor voorlichting en cursussen via Internet. De subsidie wordt alleen gegeven voor aanloopkosten. Tenminste de helft daarvan moet door de universiteit of hogeschool zelf opgebracht worden. (NWSO Pag 7) (HOP)

Re:ageer