Wetenschap - 19 juni 1997

Nieuws

Nieuws

Nieuws
Zeven grote cooperaties financieren leerstoel
De universiteitsraad heeft 16 juni ingestemd met de komst van een bijzondere leerstoel Non-food use of agricultural products. Voor de financiering zorgen zeven grote boerencooperaties, waaronder Cobeco-Handelsraad, Caf Grains uit Frankrijk, Aveve uit Belgie en RWA Raiffeisen Ware uit Oostenrijk. Deze cooperaties willen op projectbasis ook onderzoek van promovendi van de nieuwe hoogleraar financieren
De cooperaties hebben zich verenigd in een stichting, die zichzelf tot doel stelt het industriele gebruik van primaire landbouwproducten en halffabrikaten op te sporen, in kaart te brengen, uit te werken en te bevorderen. Zo moet een brug geslagen worden tussen landbouw en industrie
De aandacht van de toekomstige hoogleraar zal zich vooral richten op plantaardige olien en secundaire metabolieten, zoals plantaardige kleurstoffen. De hoogleraar krijgt een standplaats bij de leerstoelgroep van organisch-chemicus prof. dr Aede de Groot, die in de onderzoekschool Experimentele plantwetenschappen participeert
Rector prof. dr Cees Karssen ziet in deze bijzondere leerstoel een mogelijkheid voor de LUW om zich meer te gaan richten agrificatie. De LUW besteedt daar tot nu toe weinig aandacht aan, zeker in vergelijking met een instituut als ATO-DLO. Het is voor de toekomst van de landbouw en dus ook voor de Landbouwuniversiteit wel erg belangrijk, meende Karssen. Het is daarom ook belangrijk dat hier in het onderwijs aandacht voor komt. Karssen sluit niet uit dat de bijzondere leerstoel op den duur wordt omgezet in een structurele leerstoel, gefinancierd door de universiteit. (MS)
Mansholt-instituut weinig samenhangend

De missie van het Mansholt-instituut van de LUW is zeer algemeen geformuleerd en niet uitgewerkt in een samenhangend onderzoekprogramma. Dat stelt de beoordelingscommissie van de Akademie van wetenschappen, KNAW, die de erkenningsaanvraag van het onderzoekinstituut heeft afgewezen. De commissie constateert dat bij het instituut twaalf zeer verschillende vakgroepen zijn betrokken, die als belangrijkste overeenkomst hebben dat ze tot de periferie van de LUW behoren. Deze overeenkomst is een te smalle basis voor een coherent onderzoekprogramma, aldus de commissie
Prof. dr Ad Nooij, tot vorige week voorzitter van het Mansholt-instituut, vindt het negatieve oordeel van de KNAW-commissie niet helemaal terecht. We moeten inderdaad niet al te juichend doen over de mate van samenwerking in het instituut, meent hij. Maar ik vind ook dat de commissieleden een beperkt voorstellingsvermogen hebben: ze kunnen zich niet voorstellen dat sociologen, economen, juristen en ruimtelijke planvormers in een programma samenwerken.
Nooij heeft meer waardering voor de International Advisory Board die vorige maand verslag deed van een tweedaags bezoek aan het instituut. We zitten met een wezenlijk dilemma: we willen het disciplinaire onderzoek versterken via aio-onderzoek en tegelijkertijd de samenwerking bevorderen. De IAB zag dat probleem ook, maar had meer waardering voor de aanpak van de deelnemers en kwam met suggesties om de werkwijze te verbeteren, stelt Nooij
Hij heeft vertrouwen in het IAB-advies om de wetenschappelijke thema's opnieuw te definieren en onderzoekers van verschillende disciplines in clusters met een gemeenschappelijk vraagstuk onder te brengen. Voorzitter prof. dr Adri Dietvorst van het Mansholt-instituut, de opvolger van Nooij, was niet bereikbaar voor commentaar. (ASi)
GIS-leerstoelen gesplitst

De vacante leerstoel Geografische informatieverwerking en remote sensing, tot vorig jaar bezet door prof. dr ir Martien Molenaar, wordt gesplitst in twee halve leerstoelen Geoinformatiekunde. Een van de leerstoelen zal gecombineerd worden met de functie van manager van het DLO-onderzoekprogramma op het gebied van GIS en remote sensing. Twee adviescommissies zullen de hoogleraren gaan werven
Dat is de voorlopige uitkomst van de discussie tussen de universiteitsraad en het college van bestuur. Pas als een projectteam de plannen heeft uitgewerkt voor een gemeenschappelijk expertisecentrum van DLO en LUW, zal de raad definitief ja zeggen. De eerste leerstoelhouder gaat zich richten op geografische informatiesystemen (GIS), de tweede op remote sensing
De discussie vond plaats naar aanleiding van het structuurrapport Geografische informatieverwerking en remote sensing, opgesteld door een commissie onder leiding van prof. dr ir Johan Bouma. Deze commissie stelt een expertisecentrum voor op het gebied van GIS en remote sensing waarin de scheidslijn tussen DLO en LUW vervalt. Aanvankelijk luidde de opdracht om de structuur van een dergelijk centrum helder te krijgen en te adviseren over de invulling en plaats van een halve leerstoel. De financiele situatie van de LUW is inmiddels zodanig dat het college van bestuur heeft besloten om twee halve leerstoelen in te zetten voor het vakgebied
Daarop ontstond wel de discussie of nu een hele of twee halve leerstoelen ingezet moeten worden. De huidige LUW-vakgroep heeft een lichte voorkeur voor de eerste optie, omdat daarmee recht wordt gedaan aan de integratie van beide wetenschapstakken. Commissievoorzitter Bouma meent dat twee halve leerstoelen een duidelijke versterking van het vakgebied betekenen. Rector prof. dr Cees Karssen noemt het expertisecentrum een prachtig avontuur om te kijken hoe je de LUW en DLO bij elkaar kunt brengen. (GDu)
Vervloet blijft hoogleraar Historische geografie

De universiteitsraad wil een 0,0 leerstoel Historische geografie van het landschap voor vijf jaar in het leerstoelenplan opnemen. De raad weet echter nog niet bij welk onderzoekinstituut de leerstoel geplaatst wordt. Het Staringcentrum, dat de leerstoel financiert, het Mansholt-instituut en het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen willen de leerstoel plaatsen in het Mansholt-instituut. De hoogleraar Agrarische geschiedenis, prof. dr Ad van der Woude, meent echter dat de leerstoel bij geschiedenis thuis hoort. Dit bleek tijdens overleg in de raadscommissie onderwijs en onderzoek, op 16 juni
De leerstoel Historische geografie wordt sinds 1988 in deeltijd bezet door prof. drs Jelle Vervloet. Na acht jaar heeft de vakgroep Ruimtelijke planvorming de financiering van deze leerstoel overgenomen, omdat de universiteit de leerstoel niet meer in het leerstoelenplan had opgenomen. Het Staringcentrum, de andere werkgever van Vervloet, heeft nu echter te kennen gegeven een 0,0-leerstoel te willen financieren en deze te plaatsen bij de voormalige vakgroep Ruimtelijke planvorming. Het Staringcentrum meent dat de leerstoel beter op zijn plaats is in een omgeving van ruimtelijke planners, landinrichters en planologen dan bij de historici. De universiteitsraad wil, voordat zij een definitief besluit neemt over de plaats van de leerstoel, een discussie over de leerstoel Agrarische geschiedenis. Die leerstoel staat op de nominatie gehalveerd te worden als Van der Woude met emeritaat gaat
Voor het Staringcentrum is de historische geografie van belang, omdat aan andere universiteiten de afgelopen jaren veel is bezuinigd op dit vakgebied. Het Staringcentrum is met acht medewerkers momenteel een van de grootste centra voor dit soort onderzoek. (GDu)
Ov-bedrijven willen dat studenten twintig piek bijbetalen voor ov-kaart

Als studenten twintig gulden per maand extra betalen, kan de ov-studentenkaart in de huidige vorm behouden blijven. Dat hebben de openbaar-vervoerbedrijven laten weten in hun onderhandelingen met minister Ritzen
Studenten kunnen nu nog kiezen tussen een week- en een weekendkaart. Maar minister Ritzen heeft er te weinig geld voor over om die vrije keus na 1998 te handhaven. Hij wil studenten die thuis wonen verplichten een weekkaart te nemen en studenten op kamers een verplichte weekendkaart geven
De vervoerbedrijven hebben nu twee modellen op tafel gelegd waarin de vrije keus voor een deel blijft bestaan. Als elke student twintig gulden per maand bijbetaalt, blijft voor iedereen de vrije keus bestaan. In de tweede variant moeten alleen studenten die van hun weekendkaart een weekkaart willen maken twintig gulden bijbetalen. Deze variant lijkt op een voorstel dat minister Ritzen zelf een paar weken geleden deed in een vertrouwelijk overleg met Tweede-Kamerleden van de regeringsfracties. Die bleken daar niet erg enthousiast over
Ritzen wil tot nu toe niet meer dan zo'n vijfhonderd miljoen gulden voor de nieuwe ov-kaart betalen, de openbaar-vervoerbedrijven eisen tientallen miljoenen meer. Als alle studenten twintig gulden meer betalen, levert dat ongeveer 140 miljoen gulden op. Studenten betalen nu al 72,50 gulden voor hun ov-kaart; dat bedrag wordt ingehouden op hun basisbeurs. De studentenbonden LSVb en ISO zijn mordicus tegen een prijsverhoging. (HOP)
50-Plussers terecht gekort op wachtgeld

Een groep werkloos onderwijspersoneel wordt niet ten onrechte gekort op hun wachtgelduitkering. Dat valt op te maken uit het vonnis van de Groningse rechtbank in een zaak die een voormalig docent van de Groningse Hanzehogeschool aanspande tegen minister Ritzen
Met enkele honderden andere 50-plussers nam de docent in 1990 ontslag, nadat minister Ritzen had beloofd dat oudere werklozen ongestraft konden bijklussen. Het soepele wachtgeldregime was voor twee partijen gunstig. De werkloze 50-plussers konden hun wachtgeld aanvullen tot de hoogte van het salaris dat zij voor hun ontslag kregen. En Ritzen kon op deze manier voorkomen dat de grootscheepse fusies in het hbo zouden leiden tot massale ontslagen van jongere docenten
Sinds 1 januari 1996 vallen de 50-plussers echter onder nieuwe wachtgeldregels en sindsdien worden de inkomsten gekort op hun wachtgelduitkering. Dat scheelt soms zo'n 45 procent van het huidige inkomen. Het proefproces draaide om de vraag of eerdere beloftes deze kortingen onrechtmatig maken
De arrondissementsrechtbank in Groningen gaf Ritzen gelijk. Naar de letter van de wet zijn slechts beloftes gedaan over de duur en de hoogte van de uitkering, niet over het precieze inkomen van de 50-plussers, oordeelde de rechter. Ook aan de voorlichting die de HBO Raad destijds gaf, kan geen recht op een gegarandeerd inkomen worden ontleend
De wachtgelders overwegen of zij in hoger beroep zullen gaan. (HOP)
Rectificatie

Het onderzoek naar de relatie tussen cara en Schiphol wordt verricht door de leerstoelgroep Gezondheidsleer, niet door Epidemiologie, zoals het WUB vorige week meldde. (ASi)
RUG en LUW delen leerstoel Agrarische geschiedenis
De universiteitsraad is akkoord met het voorstel van het college van bestuur om de halve leerstoel Agrarische geschiedenis samen met de Rijksuniversiteit Groningen en het Nederlands Agronomisch-Historisch Instituut (NAHI) in te vullen
De halve Wageningse leerstoel wordt verbonden met de Groningse leerstoel Economische en sociale geschiedenis van stad en platteland. Een Wageningse commissie gaat toetsen of de Groningse bijzondere hoogleraar die die leerstoel bezet ook geschikt is voor Agrarische geschiedenis
De Progressieve Studentenfractie (PSF) en de Centrale Lijst (CL) maakten in de vergadering van de overleggroep onderwijs en onderzoek van 16 juni bezwaar tegen het plan. Ze vinden het bezwaarlijk dat er iemand op de leerstoel Agrarische geschiedenis komt die niet uit meerdere sollicitanten is uitgekozen, maar is voorgedragen. De andere fracties zijn in principe ook voor een open werving, maar willen in dit geval een uitzondering maken
Uit het nieuwe profiel voor de leerstoel Agrarische geschiedenis blijkt dat het onderzoek zich meer gaat richten op de negentiende en de twintigste eeuw. De witte plek in de kennis over de agrarische geschiedenis van de vijftiende tot de achttiende eeuw is voor een belangrijk deel weggewerkt. De tijd is nu rijp om de perioden daarna wetenschappelijk te doorvorsen, schrijft de vakgroep. Dit verleggen van het zwaartepunt naar het recentere verleden betekent dat het onderzoek zich minder sterk op alleen de ontwikkelingen in Nederland gaat richten, vanwege de internationalisering van de landbouw
De Wageningse geschiedkundigen vinden het een positief punt dat de gezamenlijke hoogleraar in Groningen in direct contact met studenten Geschiedenis staat. Aangezien het Wageningse geschiedenisonderwijs niet genoeg gewicht heeft om geschikte studenten voor voortgezet onderzoek te leveren, is de vakgroep - enkele uitzondering daargelaten - afhankelijk van werving bij andere universiteiten
De gezamenlijke hoogleraar wordt ook directeur van het NAHI. Het ministerie van LNV stelt dit als voorwaarde voor verdere financiering van onderzoek naar ontwikkelingen in het meer recente verleden. Het NAHI-onderzoek zal zowel in Groningen als in Wageningen plaatsvinden. De documentatietaak blijft in Groningen omdat de bibliotheek zich daar bevindt en de Letterenfaculteit er structureel formatie voor beschikbaar stelt. (MS)
Beurzenstelsel moet op de helling

Het huidige studiefinancieringsstelsel moet op de helling. Het is in de loop der tijd veel te ingewikkeld geworden en met name de prestatiebeurs is een struikelblok voor ontwikkelingen die in de toekomst onvermijdelijk zullen blijken te zijn. Dat stelt het college toekomst studiefinanciering in een tussentijdse rapportage. Dit college - met als voorzitter de Friese commissaris van de koningin Hermans - moet minister Ritzen adviseren over de toekomst van het stelsel
Aan een toekomstig stelsel worden uiteenlopende eisen gesteld, schrijft het college. Het moet studenten in staat stellen de kortste weg naar een beroep te kiezen, maar ook ruimte bieden voor allerlei afwijkingen van voorgeschreven studieroutes - bijvoorbeeld door leren en werken af te wisselen - zonder dat studiefinancieringsregels dat verhinderen. Het huidige stelsel kan dat niet. Met name de prestatiebeurs is volgens het college-Hermans een hindernis. Deze maatregel, nog geen jaar van kracht, dwingt studenten binnen zes jaar af te studeren
Het college beperkt zich in zijn rapport vooralsnog tot het aandragen van bouwstenen voor de toekomst. Die lijken deels op wat ook nu al de hoekstenen van het stelsel zijn. Zo denkt Hermans dat studenten hun studiegeld in de toekomst deels lenen en deels als beurs krijgen. Het college vindt ook dat in ruil daarvoor studieprestaties mogen worden geeist
Het college houdt zich echter nadrukkelijk op de vlakte als het gaat om precieze uitwerkingen. Het kiest bijvoorbeeld geen standpunt in het debat dat CDA-leider De Hoop Scheffer vorige week ontketende door te opperen dat kinderen van rijke ouders minder of zelfs in het geheel geen beurs meer moeten krijgen. Er worden in het rapport ook nieuwere ideeen geopperd. Een daarvan is dat universiteiten en hogescholen betrokken moeten worden bij de studiefinanciering van hun studenten. Dat kan door afspraken te maken in een onderwijscontract dat rechten en plichten van studenten vastlegt. (HOP)

Re:ageer