Wetenschap - 23 oktober 1997

Nieuwe generatie bestrijdingsmiddelen bedreigt milieu

Nieuwe generatie bestrijdingsmiddelen bedreigt milieu

Nieuwe generatie bestrijdingsmiddelen bedreigt milieu
Toelatingscommissie vreest grootschalige introductie
Het College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) maakt zich zorgen dat de grootschalige introductie van transgene herbicide-resistente gewassen het milieu aantast. Het lukt het college wel om een goed onderbouwde toelating te verstrekken voor een bepaald middel dat bij een gewas hoort. Maar het totaaleffect van alle afzonderlijke toelatingen van dat middel kan de commissie niet inschatten
Bij ons komen aanvragen binnen voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen die horen bij herbicide-resistente gewassen, waarbij onze medewerkers vragen stellen, stelt voorlichter drs Corine Verkleij van het CTB. Als die middelen aan de huidige normen en criteria voldoen, dan moeten we ze binnen anderhalf jaar toelaten. Maar we vragen ons op het moment af of we werkelijk goed kunnen toetsen.
Verkleij licht toe waarom het CTB in mei van dit jaar besloot tot het houden van een werkoverleg met interne en externe deskundigen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in genetisch gemodificeerde gewassen. Tijdens dat overleg bespraken de genodigden de gevolgen voor de gezondheid van de consument, de toepasser, het milieu en de landbouwsystemen. We signaleren nu dat het beleid toekomstige situaties onvoldoende afdekt en wijzen op de mogelijke gevaren voor het milieu.
De gevolgen voor het milieu kunnen groot zijn, blijkt uit het verslag van het overleg. Zo vrezen de deskundigen de gevolgen van schaalvergroting als meerdere gewassen via genetische modificatie resistent worden gemaakt tegen herbiciden. Indien het CTB toetst aan de gebruikelijke criteria, zonder daarbij schaalvergroting en toepassingstijdstip te betrekken, zal het middel doorgaans toelaatbaar zijn. Anders wordt dit indien de factoren schaalvergroting en verschuiving van het toepassingstijdstip meegenomen worden in de risicobeoordeling, stelt het verslag
Veelvuldig gebruik en gebruik op grote schaal van gewasbeschermingsmiddelen in transgene herbicide-resistente gewassen zou een probleem op kunnen leveren voor de belasting van het milieu en zou gevolgen kunnen hebben voor bijvoorbeeld de grondwaterkwaliteit. Uit een voorlopige risicoanalyse, uitgevoerd door het collegesecretariaat, blijkt dat voor sommige herbiciden, waarvoor momenteel transgene rassen worden ontwikkeld, veelvuldig en grootschalig gebruik zou kunnen leiden tot mogelijk onacceptabele milieubelasting.
Risico
CTB-voorzitter prof. dr Jan Koeman licht toe: Het college beoordeelt elk bestrijdingsmiddel op zijn merites. De procedures en afwegingen zijn nauwkeurig vastgelegd. Dat werkt bevredigend. Toch loop je af en toe tegen problemen aan die uiterst belangrijk zijn, maar die we als college niet kunnen oplossen. Als een middel wordt toegelaten voor de onkruidbestrijding in mais, beoordelen we of dat middel binnen de criteria met betrekking tot gezondheid en milieu valt. Als dat het geval is en er redelijke zekerheid is dat er geen neveneffecten zijn, wordt dat middel toegelaten.
Nu er sprake is van herbicide-resistente gewassen, bestaat het gevaar dat we een dergelijk middel voor elk gewas apart moeten toelaten. Nu voor mais, straks voor aardappel en tarwe. Het risico bestaat dan dat het middel in overdaad in alle teelten wordt gebruikt. We weten op dit moment niet wat de effecten van een grootschalige toepassing kunnen zijn, aldus Koeman
Hij wil onderzoeken of het huidige beleid in dit opzicht kan worden aangepast. Ik wil dit punt onder de aandacht brengen van het beleid en de politiek en heb het op de agenda gezet voor een gesprek dat ik op 8 december zal hebben met minister Van Aartsen.
Dr Willem Stiekema, werkzaam bij het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO), is lid van de voorlopige commissie veiligheid nieuwe voedingsmiddelen en nam deel aan het deskundigenoverleg. Hij blijkt zich weinig zorgen te maken. Ik herinner mij dat er verschillende invalshoeken waren tijdens de bijeenkomst. Misschien is de formulering in het verslag een beetje aan de harde kant, maar ik heb het niet ervaren dat er nieuwe problemen voor de toekomst te verwachten zijn. Duidelijk is dat we de zaak per gewas moeten bekijken en per gewas randvoorwaarden stellen. Van resistentie tot resistentie zijn de effecten verschillend en dat geldt voor ieder gewas. We moeten toelatingen dan ook steeds opnieuw bekijken.
Op de vraag naar het totaaleffect van meerdere afzonderlijke toelatingen reageert Stiekema: We weten inderdaad niet wat er gaat gebeuren als er uiteindelijk miljoenen hectares met een middel worden bespoten. Maar dat gebeurt nu ook. Het voordeel nu is dat minder schadelijke middelen over grotere arealen worden gespoten. Zo mag bijvoorbeeld het middel glyfosaat zelfs in waterwingebieden worden toegepast.
Machtsconcentratie
Volgens Stiekema is er weinig aan de hand. Hij denkt dat het probleem meer schuilt in het feit dat het CTB zich tot nu toe niet met genetisch gemodificeerde organismen heeft beziggehouden. Laten we kijken wat er kan gebeuren. Dat het CTB de expertise niet in huis heeft, is niet erg; dat kan veranderen.
De herbicide-resistente gewassen en de bijbehorende herbiciden worden veelal door hetzelfde bedrijf op de markt gebracht. Ook dat vindt het CTB een probleem. Het college vreest dat de machtsconcentratie van deze bedrijven zo groot kan worden dat het zijn taak niet meer goed kan uitoefenen. Verkleij: We achten het van het grootste belang deze effecten tijdig te signaleren voordat het gebruik van herbicide-resistente gewassen tot de gevestigde orde behoort. Want als ze er eenmaal zijn, is het moeilijk te beperken.
Het CTB ervoer in het verleden al eens niet om de macht van een grote sector heen te kunnen. In dat geval ging het om de beoordeling van tinhoudende bootbeschermers die schade aanrichten aan het waterleven. We hadden het voornemen om die toepassing gedeeltelijk te beperken, maar dat kon niet in een besluit worden omgezet vanwege internationale economische belangen van de scheepvaartsector. Dus moesten we de middelen toch toelaten. Zo'n internationale machtsconcentratie kan het ons uiteindelijk moeilijk maken, stelt Verkleij
Afhankelijkheid
Stiekema: Nu brengen bedrijven ook zowel zaad als bestrijdingsmiddelen op de markt. Het is niet nieuw, het CTB signaleert het nu alleen voor genetisch gemodificeerde organismen.
Transgene herbicide-resistente gewassen kunnen de negatieve gevolgen van gewasbeschermingsmiddelen voor de plant verkleinen. Daarnaast maken deze rassen een geintegreerd landbouwsysteem aantrekkelijk. Als de boer het onkruid met mechanische hulp niet onder de knie krijgt, kan hij altijd nog spuiten, omdat het middel de plant toch niet aantast
Aan de andere kant stelt het CTB dat met de nieuwe rassen de afhankelijkheid van middelen bij boeren en tuinders blijft bestaan. En dat is strijdig met het beleidsvoornemen om die afhankelijkheid te verminderen. Die conclusie trokken ook onderzoekers van twee DLO-instituten die vorig jaar een technologisch aspectenonderzoek naar transgene herbicide-resistente gewassen uitvoerden
Het ministerie van LNV heeft nog niets met dit onderzoek gedaan, antwoordt de coordinator Biotechnologie, ir Anja van der Neut. Destijds zijn wat dingen op papier gezet, maar dat ligt er al een hele tijd, omdat een van de verantwoordelijke personen langere tijd op vakantie is gegaan. Wel hebben we het voornemen om eind oktober bij elkaar te komen en nog iets te doen in de vorm van een workshop of iets dergelijks.
Ir Henk Peelen, hoofd Gewasbescherming van hetzelfde ministerie, moet meer weten over de visie van het ministerie op de afhankelijkheid van boeren van gewasbeschermingsmiddelen. Als LNV doen we er alles aan om de niet-chemische bestrijding te bevorderen. De vraag is echter of je daar meer bereikt door een harde opstelling tegen het gebruik van herbicide-resistente gewassen. Op lange termijn verwachten we juist door toepassing van transgene organismen, waarbij resistentie tegen bijvoorbeeld schimmels is ingebouwd, grote klappers te maken op het gebied van verminderd gebruik van middelen. Over het gebruik en de effecten van herbicide-resistente gewassen hebben we op het ministerie geen formeel standpunt. We bekijken alle gevallen op zich. Herbicide-resistente gewassen worden juist daar ingezet waar nu al veel middelen worden gebruikt. Op korte termijn hebben ze dus een duidelijk positief effect.
Pingpongen
Prof. dr Lucas Reijnders van de stichting Natuur en Milieu heeft het verslag van het CTB ontvangen en kent de houding op het ministerie. Het hele overheidsbeleid is dusdanig dat er gewoon niets verandert en dat drijft ons tot wanhoop. Er wordt continu gezegd: biotechnologie is goed voor een land als Nederland, daar moeten we het in de toekomst van hebben. Er wordt dan ook op geen enkele manier geprobeerd het proces te keren.
Dat het CTB, dat zelfstandig middelen kan toelaten maar daarbij gebonden is aan door de overheid aangereikte wet- en regelgeving, nu aan de bel trekt, doet Reijnders niets. Ze pingpongen al langere tijd wat heen en weer over wie er nu wat over die herbicide-resistente gewassen te zeggen moet hebben. Er wordt maar doorgemodderd. Als het CTB de lange-termijneffecten niet kan overzien, dan moet het meteen een brief op poten naar het ministerie sturen en zeggen dat het niet langer wil meewerken aan de uitvoering van het beleid. Maar dat doen ze niet. Ze steken liever de kop in het zand.

Re:ageer