Wetenschap - 15 januari 1998

Nepalese boeren weten meer dan landbouwspecialisten denken

Nepalese boeren weten meer dan landbouwspecialisten denken

Nepalese boeren weten meer dan landbouwspecialisten denken
Yamuna Ghale, Ecologische landbouw
Na haar MSc-opleiding Ecologische landbouw zal de Nepalese agronoom Yamuna Ghale de boeren in de heuvels en bergen van haar vaderland nooit meer met dezelfde ogen bekijken. Voor haar studie in Wageningen werkte ze in dienst van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV al vrijwel dagelijks met Nepalese boeren. Ze voorzag hen van adviezen om hun teeltsysteem, dat zich kenmerkt door een laag gebruik van externe grondstoffen als kunstmest en pesticiden, te verbeteren. Nu beseft Ghale dat boeren zelf de nodige kennis voor verbeteringen in huis hebben
Veel dingen die de boeren volgens ecologische principes zouden moeten doen, zijn in Nepal al gemeengoed, zo blijkt uit het afstudeeronderzoek van Ghale. Zo verdient de wijze waarop de boeren akkerbouw en veeteelt integreren alle lof. De boeren gebruiken goudsbloemen om op natuurlijke wijze plaaginsecten te weren en zaaien leguminosen om meer stikstof in de bodem te krijgen. Ook zijn de boeren goed op de hoogte van maatregelen om erosie tegen te gaan. Zo planten ze vaste planten en lokale grassen op de rand van de terrassen waaruit de akkers zijn opgebouwd. En wanneer de boeren de akkers ploegen, trekken ze de voren niet van boven naar beneden, dus loodrecht op de terrassen, maar horizontaal
Uit ecologisch oogpunt bezien mankeert er weinig aan de manier waarop de boeren in de heuvels van Nepal rijst, mais, gierst en aardappelen verbouwen. Toch is het systeem niet duurzaam, vertelt Ghale op haar colloquium. De grond levert niet voldoende op om in de behoefte van de groeiende bevolking te voorzien. Uiteindelijk zullen de boeren steeds meer grond in gebruik nemen en zullen de natuurlijke hulpbronnen uitgeput raken, vreest Ghale
De boeren zelf hebben hun hoop gevestigd op gebruik van kunstmest en pesticiden, middelen die ze zich financieel nauwelijks kunnen veroorloven. Bovendien missen de boeren de kennis die nodig is om de producten op de juiste wijze toe te passen en ze krijgen de middelen maar zelden op tijd. Ghale is geen tegenstander van het gebruik van kunstmest en pesticiden, maar vindt wel dat dit op een verstandige, zuinige manier moet gebeuren. De middelen moeten het huidige systeem aanvullen. Een overvloedig gebruik van deze middelen zal de problemen alleen maar verergeren. Hoe belangrijk het is dat boeren meer kennis krijgen over de middelen blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat boeren met chemicalien behandeld zaaizaad soms als voedsel gebruiken, zonder zich bewust te zijn van de risico's
Van de overheid krijgen de boeren nauwelijks steun; hoewel 67 procent van de landbouwgrond in Nepal zich in heuvel- of bergachtig gebied bevindt, richt de Nepalese overheid zich op de meer winstgevende landbouw in de vlakke gebieden. Alleen niet-gouvernementele organisaties hebben zich het lot van de boeren in de marginale gebieden aangetrokken
Ghale heeft zes jaar gewerkt voor SNV. Ze werkte daar volgens de zogenaamde LEISA-benadering. Dat staat voor Low External Input Sustainable Agriculture. Een LEISA-systeem is zowel ecologisch als economisch duurzaam. Het gebruik van kunstmest en pesticiden is toegestaan, maar wordt zo veel mogelijk beperkt. Voor Nepalese agronomen is dit een heel nieuwe benadering, vertelt Ghale. Dat was de reden waarom ze koos voor een studie Ecologische landbouw in Wageningen. Ze wilde de nodige basiskennis op doen en nieuwe ideeen krijgen
Ghale en haar echtgenoot reisden tegelijk naar Wageningen voor een masters-opleiding. Hun tweeenhalf jaar oude dochtertje lieten ze achter bij haar ouders. Vooral in het begin had Ghale het daar moeilijk mee. Ze miste het meisje verschrikkelijk en had soms het liefst het eerste het beste vliegtuig naar huis genomen. Het inmiddels vierjarige meisje is nu overigens in Nederland en was ook op het colloquium van haar moeder
Voor haar afstudeeronderzoek reisde Ghale terug naar Nepal en bestuurde de technieken die boeren in de heuvels op verschillende hoogtes - 700, 1000 en 1900 meter - gebruiken. Ze deed veldobservaties, interviewde dertig boeren en deed drie case studies. Vervolgens heeft ze de mogelijke technieken, zoals het gebruik van leguminosen en gewasrotatie, gerangschikt in vier klassen: heel gebruikelijk, gebruikelijk, zeldzaam en niet gebruikelijk. Deze indeling heeft ze vervolgens weer ter controle voor gelegd aan de boeren. Ghale is enthousiast over deze manier van rangschikken, die haar is aangereikt door haar begeleider, prof. Roelof Oldeman. Het is een eenvoudige, maar uiterst waardevolle manier om een zo complex systeem vast te leggen, vindt Ghale. Je kunt de informatie anders onmogelijk bewaren.
Op 29 januari vliegt Ghale met haar familie terug naar Nepal. Op 1 februari begint ze aan een nieuwe baan als onderzoeker bij het International Centre for Integrated Mountain Development. Ghale is tevreden dat ze nu de nodige basiskennis heeft opgedaan, maar meer dan ooit is ze ervan overtuigd dat het landbouwsysteem slechts duurzaam kan worden als onderzoekers en voorlichters aandacht besteden aan de kennis van boeren. Voor deze studie vertelde ik boeren slechts hoe ze hun technieken konden verbeteren. Nu weet ik dat boeren zelf een goede basis hebben om het systeem duurzaam te maken.

Re:ageer