Wetenschap - 6 juni 1996

Nederlandse broeikashulp voor China stuit op weerstand

Nederlandse broeikashulp voor China stuit op weerstand

De Boer naar China voor voorzichtige onderhandelingen

Milieuminister M. de Boer is deze week op bezoek in China, om erachter te komen in hoeverre Nederland een bijdrage kan leveren aan het verminderen van de explosief groeiende CO2-uitstoot in dat land. Heel voorzichtig, want een voorbereidende workshop voor Nederlandse economen en beleidsmakers die de Wageningse promovendus dr Z.X. Zhang in april organiseerde, voorspelde niet veel goeds. De Chinezen vinden deze vorm van milieuhulp rieken naar neo-kolonialisme.


In China gaat het broeikasgas kooldioxide in grote hoeveelheden de lucht in. Dr Z.X. Zhang, die in april promoveerde bij de vakgroep Staathuishoudkunde, berekende in een uitvoerige milieu-economisch studie over zijn land dat de jaarlijkse produktie 590 megaton koolstof bedraagt. Dat is elf procent van de totale wereldproduktie en net iets minder dan de emissie van de Verenigde Staten, de grootste kooldioxide-producent. Als verder weinig beperkende maatregelen worden genomen, zal China de Verenigde Staten in de toekomst overtreffen. Zang schat dat de Chinese CO2-produktie dan minstens verdubbelt.

Oorzaak is de economische groei die China doormaakt sinds deze natie haar deuren opende voor een meer kapitalistisch georienteerde markt. Momenteel groeit de economie met acht tot negen procent en dat tempo hoopt China tot het jaar 2010 vol te houden. Hoewel de gemiddelde CO2-emissie per hoofd van de bevolking nog steeds mijlen ver weg ligt van het wereldgemiddelde, vreet deze ontwikkeling energie. China telt nu eenmaal meer dan een miljard hoofden.

China haalt circa zeventig procent van zijn energie uit de steenkoolvoorraden die het land rijk is. Daardoor kampt China niet alleen met een hoge kooldioxide-emissie, maar ook met zure regen. De Chinese steenkool is rijk aan zwavel, die de regen flink kan verzuren. Vooral in Zuid-China, waar veel zware industrie is gevestigd, is dit een probleem: op sommige plekken is de regen met een pH van 3,0 net zo zuur als jus d'orange.

De zure regen heeft grote gevolgen voor de landbouwoogsten. Geschat wordt dat de schade aan graan jaarlijks circa tien tot vijftien miljard gulden bedraagt. Maar ook de gezondheid van de mensen lijdt onder de verstikkende steenkooldampen. Slimme ondernemers hebben al zuurstofbars geopend waar je voor vijftien gulden zuurstof kunt happen.

Eigenbelang

In China valt dus nog wat heel aan de luchtkwaliteit en de kooldioxide-emissie te verbeteren. Daarom is minister De Boer deze week op bezoek bij X. Zhenhu, haar collega-minister voor milieuzaken. Zij gaat hem onder meer polsen over de bijdrage die Nederland kan leveren aan de verbetering van de Chinese energie-efficientie. En dat doet ze niet alleen voor China, maar ook uit een soort eigenbelang, het algemene milieubelang.

Ter bestrijding van het mogelijke broeikaseffect heeft Nederland zich namelijk verplicht mee te werken aan de vermindering van de wereldwijde toename van CO2-emissies. Enerzijds door in eigen land maatregelen te nemen; anderzijds door andere landen financieel te ondersteunen bij die vermindering. En dat kan zeer efficient zijn. Zo is het reduceren van een ton koolstof in China acht maal goedkoper dan in Nederland. In China is de technologie van de industrie zwaar verouderd en kan met relatief simpele technologieverbeteringen veel worden bereikt.

Vorig jaar september besloot het kabinet dan ook om via deze weg, joint implementation, de CO2-emissie in het buitenland te helpen verminderen. Voor de ontwikkelingslanden stelde de Nederlandse overheid een bedrag van 49 miljoen beschikbaar, voor Oost-Europa 37 miljoen dollar.

Nederland wil de CO2-emissie die in het buitenland wordt bestreden uiteindelijk op eigen naam zetten: het zogenaamde crediteren van de kooldioxide. Maar zover is het nog niet. Tot aan het jaar 2000 worden wel projecten uitgezet, maar krijgt Nederland er nog geen CO2-krediet voor terug.

In acht landen heeft Nederland al een voet aan de grond gekregen, waaronder de ontwikkelingslanden Bhutan en Costa Rica. Het is spannend of minister De Boer ook in China een joint-implementationproject van de grond krijgt.

Verzet

In april organiseerde de net gepromoveerde Zhang een workshop voor Nederlandse en Chinese economen en beleidsmakers in Peking. Die was deels bedoeld om wetenschappelijke kennis uit te wisselen, deels om te polsen hoe over joint implementation wordt gedacht. Minister De Boer zou het gezelschap destijds al vergezellen maar moest om gezondheidsredenen verstek laten gaan.

De workshop beloofde in ieder geval weinig goeds voor de missie van minister De Boer. Dr W. Iestra van het ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu, die een verhaal over joint implementation hield, stuitte op veel verzet bij de aanwezigen Chinezen. Ze vinden dit een vorm van neo-kolonialisme."

Zhang verklaart het Chinese standpunt nader. Voor China is het broeikaseffect niet zo'n urgent probleem. Het land is net aan het groeien en werkt aan het verbeteren van de welvaart. China wil liever financiele hulp voor andere, meer traditionele problemen. Zoals voedselvoorziening en erosiebestrijding."

China vreest bovendien dat joint implementation ten koste gaat van het normale ontwikkelingsgeld van donorlanden. En daar is het erg op tegen. China wil dat deze hulp additioneel is aan ontwikkelingshulp."

Bovendien vindt het land dat deze hulp tot ongelijkwaardig situaties kan leiden. Al het gemakkelijk te verwijderen CO2 staat straks op het conto van de donorlanden. En het moeilijk te verwijderen CO2, waar veel geld voor nodig is, blijft over voor China." Als De Boer iets wil bereiken, doet ze er verstandig niet de term joint implementation te gebruiken, adviseert Zhang. Ze kan de projecten beter herbenoemen en praten over technologiehulp. Dan komt er sneller iets van de grond."

Risico

De Groningse prof. dr C. J. Jepma, die met Wageningse, Amsterdamse en Tilburgse economen deelnam aan de workshop in Peking, vindt de oppositie van China deels ongegrond. Het feit dat ze straks met de moeilijk verwijderbare CO2 zitten opgescheept, is een argument. Maar dat lijkt me nog niet aan de orde. De ontwikkelingslanden hebben voorlopig geen enkele verplichting op zich genomen om CO2 te verminderen en ik zie ze ook geen avances maken."

Wel deelt Jepma de vrees dat de joint implementation ten koste kan gaan van de traditionele ontwikkelingshulp. Dat risico is er. In Nederland is een vast percentage van het bruto nationaal produkt vastgesteld dat aan ontwikkelingshulp wordt besteed, maar in andere landen is dat onduidelijk en oncontroleerbaar. Bovendien zijn veel landen de ontwikkelingshulp aan het afbouwen."

Ondanks de strubbelingen van China is Jepma optimistisch gestemd over het slagen van De Boers missie. Japan heeft twee weken geleden - dat weet nog haast niemand - een joint-implementationcontract afgesloten met China. Dat betekent dat de regeringswoordvoerders toch anders zijn gaan denken over deze vorm van milieuhulp. Ik vind het zelf ook pure noodzaak. China en India produceren binnen enkele jaren meer CO2 dan de westerse landen. En dan kan je wel met veel moeite in Nederland wat aan reductie doen, maar dat is dweilen met de kraan open. Het is veel zinvoller om dat in deze landen te doen."

Re:ageer