Wetenschap - 5 februari 1998

Nederlandse bossen niet op en top gezond

Nederlandse bossen niet op en top gezond

Nederlandse bossen niet op en top gezond
Hoewel de gemiddelde vitaliteit van de bossen op de zand- en lossgronden in Nederland in 1997 gelijk is gebleven ten opzichte van 1996, gaat de conditie van sommige boomsoorten achteruit. Dat blijkt uit een landelijke inventarisatie van de bosvitaliteit in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. De resultaten zijn zojuist verschenen in het rapport De vitaliteit van bossen in Nederland in 1997. Ir Ellen Reuven, projectleider van de landelijke bosinventarisatie en werkzaam bij het Informatie- en Kenniscentrum Natuurbeheer, zegt dat de afname in vitaliteit van sommige bomen mogelijk voor een deel wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging. De meeste zorgen maakt ze zich echter over de verarming van de bosvegetatie
Het aandeel weinig vitaal en niet vitaal bos op de zand- en lossgronden in Nederland was de laatste drie jaar zo'n 25 procent. Op grond hiervan stelt het IKC Natuurbeheer dat in die periode de gemiddelde vitaliteit constant is gebleven. Wel zijn er bij individuele boomsoorten duidelijke veranderingen te zien. De fijnspar, de douglas en de Corsicaanse den vertonen sinds 1984 een negatieve trend in vitaliteit, die zich heeft doorgezet in 1997, vertelt Reuven. De trend is zeer duidelijk: de fijnspar had in 1984 een aandeel weinig en niet vitale bomen van 9,5 procent, dat door de jaren heen is gestegen naar 61 procent in 1997. Voor de douglas steeg dit aandeel van 11 naar bijna 89 procent en voor de Corsicaanse den van 10 naar 74 procent
De situatie is ernstig want weinig vitale bomen gaan waarschijnlijk verloren als de natuurlijke condities niet veranderen en niet vitale bomen gaan dood. Ter vergelijking: de grove den verkeert in goede conditie met maar vijf procent weinig of niet vitale bomen
De metingen van de bosvitaliteit zijn in de periode 1984 tot 1995 gedaan in een net van drieduizend punten, waarvan jaarlijks de helft werd opgenomen. Sinds 1995 functioneert het nieuwe Meetnet Bosvitaliteit, dat bestaat uit een selectie van tweehonderd punten uit het oude meetnet. Dit meetnet volgt naast de toestand van de belangrijkste boomsoorten ook de veranderingen in het bosecosysteem als geheel. Er wordt gekeken naar de bladsamenstelling van de bomen, insecten- en schimmelaantastingen, de chemische samenstelling van de bodem en de bodemvegetatie
Uit de analyse van al deze gegevens is gebleken dat natuurlijke stressfactoren zeker voor een deel de veranderingen in vitaliteit van afzonderlijke boomsoorten teweegbrachten. Onder andere droogte, nachtvorst en insectenaantastingen bepalen voor een groot deel de jaarlijkse fluctuaties. Afgelopen jaar bijvoorbeeld gingen veel eiken in vitaliteit achteruit als gevolg van insectenvraat. De blijvend slechte vitaliteit van de fijnspar heeft vooral te maken met doorwerking van de droogte in de periode 1988 tot 1991
Overdosis
Toch zijn er volgens Reuver ook aanwijzingen dat menselijk handelen de achteruitgang in vitaliteit van bomen veroorzaakt. Bij de douglas lijkt luchtverontreiniging een rol te spelen. De landelijke bosinventarisatie wees uit dat de voedingsstoffenhuishouding, die zeer belangrijk is voor de douglas, veelal is ontregeld. De oorzaak hiervan is mogelijk een overdosis aan stikstof, waardoor de douglas aan andere voedingselementen tekort komt. Dit is te zien aan het grote naaldverlies van de douglas. Een verhoogde stikstofdepositie kan te maken hebben met luchtverontreiniging door het verkeer, de industrie en de landbouw, vertelt Reuver
Bosonderzoekers zijn op dit moment minder pessimistisch over de toekomst van het Nederlandse bos dan tien jaar geleden. In het begin van de jaren tachtig werd het vitaliteitsonderzoek opgestart omdat de angst bestond dat de bossen massaal zouden afsterven. Dit is heel duidelijk niet gebeurd. Er gaan bomen dood, maar geen bossen, zegt Reuver
Wel verontrustend vindt Reuver de verschuivingen in het ecosysteem die de laatste jaren zijn opgetreden. De landelijke bosinventarisaties wijzen namelijk op een verarming in de vegetatie. Steeds meer algemene en stofminnende planten komen voor in de bossen en verdringen de hele specifieke soorten. Hierbij verdwijnt geleidelijk het verschil tussen arme en rijke bosbodems. In algemene zin zal de verarming leiden tot een afname in de natuurwaarde van de Nederlandse bossen
Hoewel er geen rechtstreekse doelstelling voor de bosvitaliteit bestaat, worden de resultaten van de landelijke bosinventarisatie meegewogen in het milieubeleid. Het bos fungeert hierbij als een graadmeter voor de algehele toestand van de natuur. De waarneming dat de voedingsstoffenhuishouding op vele plekken is verstoord en dat de verarming van de bosvegetatie doorzet is reden om sceptisch te zijn over de toekomst van het Nederlandse bos. Volgens Reuver zal de regering daarom besluiten om de bossen te blijven monitoren en onderzoeken en door te gaan met beschermingsmaatregelen zoals het Programma Overlevingsplan Bos en Natuur. Dit programma van LNV is toegespitst op het herstel van specifieke bosgebieden door de voedingsstoffenhuishouding te verbeteren
Over de gehele linie zijn de bossen in Nederland redelijk vitaal. Wel vertoont een klein deel tekenen van verminderde weerstand. Alertheid blijft dus geboden om het weinige bos dat Nederland heeft, gezond te houden

Re:ageer