Wetenschap - 28 augustus 1996

Nederlandse boeren verslaafd aan kunstmest

Nederlandse boeren verslaafd aan kunstmest

Nederlandse boeren verslaafd aan kunstmest
De Nederlandse landbouw vervuilt de bodem, de lucht en het grondwater met stikstof en fosfaten. De reden: er gaan veel meer nutrienten in het productiesysteem dan er, opgenomen in de gewassen, weer uitkomen. De landbouw kan toe met alleen dierlijke mest, blijkt uit een studie van de NRLO. Maar in de praktijk wordt nog lustig gestrooid. Waarom? De adviezen zijn verouderd
Als het weer en de regelgeving van de overheid het toelaten, pakt de Nederlandse boer zijn mestinjector en kunstmeststrooier om het land rijp te maken voor de volgende oogst. Volgens de adviezen moet hij aardig wat droge en natte mest toevoegen, anders lopen de bodemvruchtbaarheid en oogstresultaten terug. De onvermijdelijke bijkomstigheid: veel nutrienten lekken weg in het milieu en zorgen voor stikstofoverschotten, fosfaatverzadigde gronden, nitraat in het grondwater en ammoniakemissie
Wageningse onderzoekers van het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) denken dat deze lekverliezen sterk verminderd kunnen worden. In het rapport Ontwerpen voor een schone landbouw van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) stellen ze een risicomijdende strategie voor. Daarin wordt nauwelijks nog kunstmest gebruikt, zonder dat de productie sterk daalt
De onderzoekers stellen vast dat de bodem vol zit met voedingsstoffen, omdat de landbouw jarenlang kunstmest en veevoer van elders heeft aangevoerd om hier de bodemvruchtbaarheid te sparen. Die is nu zo groot dat het uit milieuoogpunt zinnig is deze bodemvoorraden te verminderen. Dat kan alleen door veel minder te bemesten
De onderzoekers richten de aandacht daarbij op de labiele nutrienten, die zich gemakkelijk verplaatsen in bodem en lucht. Deze meststoffen zijn, als ze niet snel door de plant worden opgenomen, verloren voor de landbouw. Drijfmest en kunstmest bevatten veel labiele nutrienten; in droge mest kan stro de nutrienten binden. Door de mest op het bedrijf te bewerken, kan veel stikstofverlies worden voorkomen
Om een onbelemmerde productie te behouden met minder mest moet de boer de bodemvruchtbaarheid wel beter in de gaten houden. De onderzoekers denken aan een technologische oplossing: een intelligente bemestingsmachine die alleen strooit als zij een dreigend nutriententekort signaleert. Onder deze voorwaarden kan de Nederlandse landbouw goeddeels zonder stikstof uit kunstmest
Veedichtheid
Ook kan de landbouw zonder fosfaat uit kunstmest, melden de Wageningse onderzoekers. In het mengvoer voor het melk- en vleesvee zit meer fosfor dan de gewassen kunnen opnemen. Zelfs bij een volledige vervanging van kunstmest door dierlijke mest en een maximale verlaging van het fosfor in het veevoer resteert een fosfaatoverschot van twaalf miljoen kilo per jaar. Evenwichtsbemesting, voorwaarde voor een schoon milieu, lijkt dus onhaalbaar
Ook het streven om de ammoniakemissie, voortkomend uit stikstof en zuur, fors te reduceren, is uitermate lastig. De overheid wil deze veroorzaker van zure regen in 2000 met zeventig procent verminderen ten opzichte van 1980. Dat kan alleen als alle Nederlandse boeren emissiearme stallen hebben en alle veevoer is aangepast, melden de onderzoekers. De doelstelling voor 2010, een reductie van negentig procent, wordt echter niet gehaald. Aangezien tien procent van de huidige ammoniak-emissie van nature opstijgt uit het bodemoppervlak, kan deze doelstelling alleen worden gehaald als de stallen emissievrij zijn en er geen koeien meer in de wei lopen. Dat laatste achten de onderzoekers ondenkbaar. Bij het zoeken naar effectieve oplossingen wreekt zich de hoge veedichtheid in Nederland. Alleen een zeer forse inkrimping van de veestapel heeft in dat opzicht het gewenste effect. De economische kosten lopen dan echter snel op.
Toch valt er al een hoop milieuwinst te halen zonder drastische maatregelen die de productie direct aantasten. Een efficiente landbouw kan in 2010 tachtig procent minder kunstmest gebruiken dan in 1989, stelt het NRLO-rapport als doelstelling. Een groot deel van die reductie is nu al haalbaar, denken de onderzoekers, kijkend naar de grote verschillen tussen bedrijven op het gebied van milieuvervuiling
Bemestingsadviezen
Dat denkt ook productie-ecoloog dr ir Egbert Lantinga van de LUW, coordinator van het onderzoeksprogramma op de Minderhoudhoeve, het proefbedrijf van de universiteit. Hij beklaagt zich al enige jaren over de hoge bemestingsadviezen aan de Nederlandse boeren. Wat hier als kritische waarde wordt aangehouden, waaronder het nutrientengehalte niet mag zakken, wordt in andere landen waanzinnig hoog gevonden.
Lantinga stelt dat de adviezen voor fosfaatbemesting al decennia lang hetzelfde zijn. Weliswaar is het gebruik van fosfaatkunstmest fors afgenomen in vergelijking met de jaren zestig, maar daar staat tegenover dat het fosfaat in dierlijke mest sterk is toegenomen, door de groei van de varkensstapel. Omdat fosfaat bij lage temperaturen slecht beschikbaar komt, adviseert de landbouwvoorlichting een startbemesting in het voorjaar. Dat is niet nodig, heeft de ecoloog ervaren op de Minderhoudhoeve. Eerst gaat de groei trager, maar bij de oogst vind je geen verschil meer.
Het probleem, vervolgt Lantinga, is dat de adviezen zijn gebaseerd op dosis-effectproeven: bij welke kunstmestgift blijft het fosfaatgehalte in de bodem op peil? Op basis van deze proeven gaat men uit van een onvermijdbaar fosfaatverlies; je moet meer geven dan de plant kan opnemen. Maar de plant neemt meer fosfaat op uit de bodemvoorraden dan uit de kunstmest. Op de fosfaatverzadigde gronden hoef je jarenlang geen fosfaat meer toe te dienen, omdat ze enorme bodemvoorraden bevatten. Hij is verbaasd dat het mineralen-aangiftesysteem (Minas) de gift van een fosfaatoverschot toestaat op fosfaatverzadigde gronden. De boeren moeten de mest kwijt, daar draait het om.
Uitspoeling
Ook de stikstofadviezen zijn veel te hoog, meent Lantinga. Hij wijst erop dat het stikstofoverschot in de akkerbouw gemiddeld 173 kilo per hectare bedraagt. Geen wonder, gelet op het advies bij aardappelen: tweehonderd kilo. Aardappelen benutten de stikstof slecht, je krijgt heel veel uitspoeling. Behalve dan de aardappel die op de Minderhoudhoeve wordt verbouwd. Die soort is veel efficienter bij de opname van stikstof, zodat het proefbedrijf slechts vijftig kilo stikstof per hectare strooit
Het bemestingsadvies voor grasland is veelal zo'n vierhonderd kilo stikstof per hectare. Dat is gebaseerd op verkeerd onderzoek, stelt de ecoloog. Tijdens de proeven werden het weiland in vieren gedeeld. Elk deel kreeg een andere stikstofgift, maar het vee liep over het gehele perceel. Het vee had een voorkeur voor stikstofarm gras. Alleen al het feit dat het daar meer rondliep, beinvloedde de uitkomsten van het onderzoek
Voorts blijkt onder geconditioneerde omstandigheden de opbrengst te verbeteren bij toediening van meer stikstof. Op bedrijfsniveau is dat verband er echter niet, heeft ander onderzoek uitgewezen. Ter vergelijking: de Minderhoudhoeve zaait klaver door het gras, zodat natuurlijke stikstofbinding plaatsvindt. Wij geven 85 kilo stikstof per hectare, met maximaal haalbare opbrengsten. Mede door de natuurlijke stikstofbinding is de stikstofefficientie op het proefbedrijf drie keer zo hoog als het landelijk gemiddelde
Lantinga tekent aan dat het proefbedrijf op goede grond ligt en van nature veel meer nutrienten en mineralen tot zijn beschikking heeft dan bedrijven op de zandgronden. De adviezen moeten dus sterker worden verfijnd naar de grondsoort. Ik heb dit regelmatig aangekaart, maar de zaak gaat heel traag. Hij zat enige jaren geleden in de wetenschappelijke commissie die de bemestingsadviezen opstelt, maar hij stapte daar uit, omdat de anderen in de commissie de adviezen niet fors naar beneden wilden bijstellen. Men blijft wijzen op het oude onderzoek en vindt dat nog nader onderzoek moet plaatsvinden om zeker te weten of de lagere giften wel kunnen.
Ook de boeren hebben niet de neiging minder stikstof toe te voegen, hoewel ze daarmee in principe besparen op het milieu en hun uitgaven. Stikstofkunstmest is heel goedkoop en uit bedrijfseconomisch oogmerk is een hoge gift dan toch vaak nuttig, legt Lantinga uit. Een iets betere opbrengst, ofwel afzet, dekt al snel de stikstofkosten
De voorzichtige aanpak - beter te veel nutrienten dan te weinig - uit zich in het kunstmestgebruik in Nederland in het afgelopen decennium. Het gebruik van kali-meststoffen is fors gedaald. Bij fosfaat vond een verschuiving plaats van kunstmest naar dierlijke mest, zodat per saldo geen reductie is opgetreden. En de stikstofgiften zijn nog even hoog als tien jaar geleden, zo blijkt uit cijfers van het Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO)

Re:ageer