Wetenschap - 7 maart 1996

Nederlandse boeren tonen milieuprestaties aan Amerikaanse collega

Nederlandse boeren tonen milieuprestaties aan Amerikaanse collega

Mineralenbalans valt in de smaak

Voor Amerikaanse boeren is het even slikken, de gedetailleerde bemoeienis van de Nederlandse overheid met mest. Toch denken ze iets te kunnen leren van hun eerste confrontatie met de mineralenbalans. Boeren en milieubeschermers uit de Verenigde Staten zijn deze week in Nederland om het gebruik van de mineralenbalans en de milieumeetlat voor bestrijdingsmiddelen uit te pluizen.


De Amerikaanse boeren en milieubeschermers, op uitnodiging van het Centrum voor Landbouw en milieu (CLM) in Nederland op bezoek, hebben geen last van de kou. Thuis is het een stuk kouder. Nul graden", zegt er een. Verbaasd kijken de aanwezige Nederlanders op. Dat scheelt maar vijf graden met Nederland. Een bijdehante Amerikaan verduidelijkt: Bij ons is het nul graden Fahrenheit, min vijftien graden Celsius." De rest van de dag leiden de verschillen in eenheden nog vaak tot verwarring: acres versus hectaren, pounds versus liters.

De veertien boeren en milieubeschermers uit de staten New York, Minnesota en Californie zijn 1 maart in Nederland aangekomen en blijven een week. Dit werkbezoek is een eerste stap om de mineralenboekhouding en de milieumeetlat ook in de VS te introduceren", vertelt CLM-voorlichter Hans Vulto.

Het CLM is met het Amerikaanse Institute for Agricultural en Trade Policy een project begonnen om die introductie te realiseren. Amerikaanse en Nederlandse boeren worstelen met vergelijkbare milieuproblemen, zoals de belasting van grond- en oppervlaktewater met meststoffen en bestrijdingsmiddelen. In Nederland zijn sommige boeren al in staat om een intensieve bedrijfsvoering te combineren met opvallende milieuresultaten, zonder noemenswaardige produktieverliezen of hoge kosten."

Zo'n koploper is Benny Bomers. Met honderd melkkoeien op 37 hectare grond melkt hij een quotum van 650 duizend kilogram vol. Bomers: We houden sinds 1989 een mineralenboekhouding bij. De eerste jaren was het stikstofoverschot per hectare ongeveer vijfhonderd kilo, in 1995 is dat gereduceerd tot 107 kilogram."

De Amerikanen luisteren aandachtig, hoewel het in de keuken een drukte van jewelste is. Een cameraploeg van Twee Vandaag maakt opnames. Een reporter van Veronica Nieuwsradio wil eigenlijk meteen een interview, en dan zijn er nog twee weekbladjournalisten over de vloer.

Krachtvoer

De uitleg van de mineralenboekhouding zorgt bij de Amerikanen in eerste instantie voor wazige blikken. Hoezo is het vee een aanvoerpost?", vraagt iemand. Het gaat toch om het milieu, niet om de dieren?" Dat aangekochte koeien mineralen het bedrijf binnenbrengen is snel duidelijk. Maar hoe zit het dan met kalveren die worden geboren? Dat zijn toch ook nieuwe dieren op het bedrijf?", luidt de volgende vraag.

Dat het gaat om een black box-idee waarin input minus output een mineralenverlies aangeeft, wordt voor sommigen pas 's middags om half vijf duidelijk op De Marke, het proefbedrijf voor melkveehouderij en milieu.

Melkveehouder Bomers vertelt dat hij de aanvoer van stikstof vooral heeft verminderd door de hoeveelheid krachtvoer te halveren, van 280 ton in 1986 tot 140 ton vorig jaar. Bovendien koopt hij krachtvoer met een lager eiwitgehalte. Ook de kunstmest speelt een belangrijke rol. Nadat ik was gestopt met de kunstmestgift, heb ik een aantal jaren organische mest aangevoerd. De mineralenbalans liet echter zien dat dat te veel was. Sinds 1984 pas ik mestinjectie toe, waardoor de mineralen optimaal worden benut. De benutting kan bijna niet hoger dan de 49 procent waarop we hem nu hebben", vertelt Bomers.

De meest mensen denken dat extensieve landbouw beter is voor het milieu. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Wij produceren met bijna drie groot-vee-eenheden per hectare erg intensief. Hoewel veel bedrijven extensiever zijn dan wij, hebben ze vaak hogere stikstofverliezen. Het gemiddelde stikstofverlies in de Achterhoek bedraagt 350 kilogram per hectare; ik zit nu op 107 kilogram. De overheid heeft de eindnorm voor stikstof op 180 kilogram per hectare gesteld. En omdat de overheid bij haar berekening van de eindnormen bronnen als depositie en stikstoffixatie niet worden meetelt, zit ik met die berekening op een verlies van zestig kilogram per hectare. Terwijl iedereen zegt dat de eindnorm van de overheid niet haalbaar is met drie koeien per hectare."

Drinkwater

Vleesveehouder Richard Coombe is onder de indruk van de mineralenbalans. Het systeem geeft een holistische kijk op het bedrijf; je krijgt alle posten in beeld. Wat jullie hier presteren ligt ver voor op wat wij in Amerika tot nu toe op het gebied van milieu kunnen en weten."

Coombe is voorzitter van de Watershed Agricultural Council, een organisatie van vijfhonderd boeren uit het tweeduizend vierkante kilometer grote drinkwatergebied van de stad New York. De organisatie is in 1990 opgericht omdat de overheid dreigde keiharde milieumaatregelen op te leggen aan de boeren in het gebied, dat dagelijks zes miljard liter water aan de stad moet leveren. Dat drinkwater is vervuild. Daardoor dreigt er voor de stad New York niets anders op te zitten dan te investeren in een waterfiltratiesysteem dat vijf miljard dollar zal kosten.

Jan Boll, afgestudeerd cultuurtechneut uit Wageningen, werkt sinds tien jaar aan de Cornell University, 350 kilometer ten noordwesten van New York. Hij werkt samen met de WAC. De overheid wilde boeren voorschrijven dat ze tot een afstand van vijftien meter van een stroompje geen stoffen mogen gebruiken die het drinkwater vervuilen. Maar voor de boeren in dat gebied, vergelijkbaar met Limburg, is dat onmogelijk. Overal loopt wel een watertje. Ze kwamen in verzet en richtten in 1990 de WAC op. Die heeft tot 1997 de tijd om aan te tonen dat de boeren de vervuiling met vrijwillige maatregelen kunnen terugdringen. Hiervoor gaf New York de WAC veertig miljoen dollar, waarvan 3,5 miljoen naar Cornell ging voor wetenschappelijke onderbouwing van de voorstellen." Een zo'n voorstel is bijvoorbeeld de stroompjes af te schermen, zodat het vee er niet bij kan komen.

In 1992 begon de zogenaamde Whole farm planning guide", vertelt Boll. Voorlichters bezoeken bedrijven, meten ter plekke de waterkwaliteit, zoeken vervuilende bronnen en schrijven milieubeschermende maatregelen voor. Er is geld beschikbaar voor boeren die meewerken; per gemiddeld boerenbedrijf 75 duizend dollar. Maar de drempel is hoog. Nederlandse boeren zijn gewend aan regulatie door overheidsinstanties. Het feit dat boeren hier gehoor geven aan de regeling dat ze 's winters geen mest mogen uitrijden, is daar ondenkbaar."

Volgens Bomers valt echter veel milieuwinst te bereiken als je geen mest uitrijdt in de winter. Het voornaamste is dat je de mest in het voorjaar emissiearm gebruikt. Ik ga ervan uit dat de mineralen in de mest dan voor praktisch honderd procent te benutten zijn. Als je bovengronds bemest, gaat de helft van de stikstof in de mest de lucht in, in de vorm van ammoniak. Ik benut die stikstof door te injecteren."

Zes keer per jaar maait Bomers het gras. De koeien staan het hele jaar op stal. Ik heb uitgerekend dat het mij vijfhonderd kuub drijfmest kost als ik de koeien 's zomers 120 dagen weidegang geeft. Ofwel tweeduizend kilogram pure stikstof. Door de mest in de stal op te vangen en met de injecteur toe te dienen, kan ik die stikstof gebruiken wanneer en waar ik wil en hoef ik geen extra kunstmest aan te kopen. Op veel andere bedrijven is de mest na twee keer injecteren op. Voor de rest van het jaar zijn zij aangewezen op kunstmest."

Meerprijs

Bomers won in 1991 de Gelderse Milieuprijs. Sinds vorig jaar boert hij biologisch, omdat hij toch al aan de daarvoor geldende Eko-normen voldeed. Nadeel vindt hij dat zijn koeien volgens de Eko-normen in de zomer drie uur per dag naar buiten moeten. Ik krijg nu een meerprijs voor m'n produkten, maar dat is voor mij geen drijfveer. Ik wil bewijzen dat een regulier intensief bedrijf gemakkelijk aan de eisen kan voldoen."

Een Amerikaan vraagt naar de kosten van de maatregelen. Op krachtvoer bespaar ik 35 duizend gulden en voor kunstmest hoef ik geen geld meet uit te geven", vertelt Bomers. De Amerikanen raken steeds meer onder de indruk.

Tijdens de rondleiding over het bedrijf vertelt melkveehouder Fred Huneke dat in de Verenigde Staten geen bemestingsnormen gelden. We willen met de WAC zelf parameters stellen, voordat de regering het doet. Van dit bezoek in Nederland kunnen we een hoop leren."

In mestinjectie als oplossing heeft Huneke weinig vertrouwen. Wij boeren in de heuvels, met veel stenen in de grond. Een injecteur is bij ons in een half uur kapot. Maar dat neemt niet weg dat wij met de informatie die we hier opdoen wel andere maatregelen kunnen verzinnen."

Cijferbrij

's Middag bezoekt de groep het proefbedrijf De Marke, in het Gelderse Hengelo. In de stal valt meteen de mestschuif achter het voerhek op. Om de emissie te beperken voeren we de mest zo snel mogelijk af naar de kelders", vertelt bedrijfsleider Carel de Vries. Maar het is een belachelijk systeem, veel te duur voor het kleine beetje milieuwinst dat je ermee haalt. Daar komt bij dat de vloer erg glad wordt van de schuif, waardoor we al zeven koeien moesten afvoeren als gevolg van botbreuken."

Na nog een uitleg lijkt eind van de middag iedereen de mineralenbalans te begrijpen. Onbegrip blijft er over het feit dat de Nederlandse overheid boeren zomaar kan verplichten tot het bijhouden van een mineralenboekhouding, met daaraan gekoppelde heffingen voor overschotten.

Een milieubeschermer vindt alle cijfertjes maar overbodige rompslomp. We kunnen boeren toch veel beter leren om goed met hun mest om te gaan, dan onze energie te steken in het uitleggen van de ingewikkelde cijferbrij van de mineralenboekhouding?" Niemand is het met hem eens. Een varkenshoudster uit Minnesota: De mineralenboekhouding is een instrument om boeren te laten inzien wat er moet en kan gebeuren."

De Vries: Als we veehouders laten zien dat ze meer verlies aan stikstof hebben dan dat ze aan kunstmest op hun land brengen, dan gaat bij de meesten de knop om. De mineralenbalans moet je zien als een thermometer die aangeeft hoe ziek de patient is." Coombe reageert: Wij hebben die thermometer nu hard nodig om de temperatuur bij ons in de VS tijdig omlaag te brengen. Voordat de overheid dat doet." Na twee dagen excursie is al duidelijk dat de mineralenbalans mee terug gaat naar de Verenigde Staten.

Re:ageer