Wetenschap - 5 oktober 1995

Nederlander krijgt nog te veel cholesterol binnen

Nederlander krijgt nog te veel cholesterol binnen

Voedingsvoorlichting heeft weinig effect op cholesterolspiegel

Ondanks jarenlange voedingsvoorlichting hebben Nederlanders nog steeds te veel cholesterol in hun bloed. Dit concludeert promovendus dr ir W.M.M. Verschuren van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene. Toch vindt ze niet dat de voorlichtingscampagnes radicaal anders moeten. De algemene boodschap blijft overeind: eet minder vet.


Smeer margarine op de boterham in plaats van roomboter, matig de consumptie van kaas en volle melkprodukten. Eet niet te veel eieren, friet, mayonaise of aardappels met jus. Zeker twintig jaar heeft de overheid getracht de Nederlandse cultuur van boter, kaas en eieren te veranderen, de laatste vier jaar met de campagne Let op Vet van de stuurgroep Goede Voeding.

Doel van het streven was onder meer de cholesterolspiegel in het bloed van de Nederlander naar beneden te krijgen. Samen met roken en een hoge bloeddruk bevordert te veel cholesterol - een wasachtige substantie in het bloed die de aderen doet dichtslibben - de kans op hart- en vaatziekten. Met vijftigduizend doden per jaar zijn deze coronaire aandoeningen sinds de jaren vijftig killer nummer een.

Het effect van alle voorlichtingscampagnes op het cholesterolgehalte is minimaal. Deze voor de voedingsvoorlichters en overheid weinig bemoedigende conclusie trekt dr ir W.M.M. Verschuren van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM). Op vier oktober promoveerde ze bij hoogleraar dr ir D. Kromhout, hoofd van de sector Volksgezondheidszorg van het RIVM en sinds vorig jaar hoogleraar Volksgezondheidsonderzoek bij de vakgroep Humane Epidemiologie en Gezondheidsleer van de Landbouwuniversiteit.

Verschuren baseert zich op gegevens van verschillende groepen. In het Peilstationproject Hart- en Vaatziekten zijn van 1987 tot 1992 veertigduizend mannen en vrouwen tussen de 20 en 59 jaar onderzocht; het Consultatiebureauproject Hart- en Vaatziekten verzamelde van 1974 tot 1981 gegevens van een even grote groep mannen en vrouwen; het gelijknamige risicofactorenonderzoek onderzocht in de periode 1981 - 1986 tachtigduizend mannen. De gegevens van die laatste groep zijn minder compleet, omdat een aantal jaren alleen mannen in de leeftijd van 33 en 37 jaar zijn gescreend.

Verschuren ontdekte dat het cholesterolgehalte van de Nederlandse man en vrouw in de periode 1974 - 1992 nauwelijks is veranderd. Het totaal-cholesterolgehalte van de vrouw is helemaal niet verlaagd en dat van de man met een paar procent." De gemiddelde Nederlander zit nog steeds op 5,5 millimol per liter; het Nederlandse streefgetal is 5,0. Met het vorderen van de leeftijd stijgt het aantal mensen dat de grens bereikt van 6,5 millimol, de cholesterolconsensus. De medische wereld heeft afgesproken dat mensen boven die grens het advies krijgen hun cholesterolgehalte te verminderen. In de leeftijdsgroep van 20 tot 59 jaar stijgt dit percentage bij de mannen van 5 naar 29 procent en bij de vrouwen van 4 naar 38 procent.

De te hoge cholesterolconcentratie heeft meer consequenties voor de man dan voor de vrouw. Voor beiden neemt het risico toe wanneer het cholesterolgehalte stijgt, maar absoluut gezien heeft de man een vijf maal grotere kans te overlijden aan een coronaire aandoening dan de vrouw. De vrouw heeft doorgaans een hoger gehalte aan high density lipoprotein (HDL), een verbinding die het cholesterol afvoert van het weefsel naar de lever. In het algemeen geldt: hoe meer HDL-cholesterol, hoe kleiner de kans op een hartinfarct. Daarnaast is de vrouw voor de menopauze ook beschermd door haar hormonen; oestrogenen verlagen de kans op hart- en vaatziekten.

Gezondheidsmanie

Deze Nederlandse resultaten staan in scherp contrast met de situatie in de Verenigde Staten, waar het cholesterolniveau twintig jaar geleden even hoog was als destijds in Nederland. Het niveau is daar nu gedaald met 0,5 millimol - tien procent. In Scandinavie is het zelfs met tien tot vijftien procent gedaald.

In Scandinavie is dat onder andere te verklaren door de koffie-consumptie", zegt Verschuren. Vroeger dronken ze daar ongefilterde koffie; het is bekend dat ze daardoor cholesterolverhogende stoffen naar binnen kregen. Daarnaast is de vetconsumptie verminderd."

Het succesverhaal van de Verenigde Staten lijkt op het eerste gezicht vreemd. Dit land staat bekend om zijn grote aantal buitengewone dikke mensen. Maar er heerst ook een extreme gezondheidsmanie. Know your number is het door Amerikaanse artsen gepropageerde motto: zorg dat je je cholesterolgehalte kent. Grote delen van de bevolking laten zich regelmatig in de vinger prikken voor een cholesterolbepaling. Aanstormende presidenten maken in de verkiezingscampagne zelfs hun number bekend. Op veel produkten staat wat het effect ervan is op de cholesterolspiegel.

In Nederland weten maar weinig mensen hun nummer en is van een cholesterolmanie nooit echt sprake geweest. Erg verwonderlijk is dat overigens niet, gezien de publikaties die de afgelopen jaren zijn verschenen. De boodschap werd met de jaren ingewikkelder. In het begin mochten alleen onverzadigde vetzuren, bij voorkeur de meervoudige. De laatste jaren blijkt dat het ene onverzadigde vetzuur het andere niet is. Onlangs bleek ook dat te lage cholesterolgehalten samengaan met een hogere kans op zelfdoding, hersenaandoeningen en kanker. 5,0 Millimol per liter is goed, maar minder dan 4,15 is weer te weinig. Verschuren beaamt dat de boodschap misschien wat verwarrend is geworden. Sommigen hebben er daardoor misschien de brui aan gegeven. Toch blijft de algemene boodschap overeind. Vermijd het eten van vet. En dan vooral de harde vetzuren, de vetten die bij kamertemperatuur hard worden."

Bovendien blijkt uit Verschurens onderzoek dat een te laag cholesterolgehalte niet gevaarlijk is. Jonge mensen met een vrij laag cholesterolgehalte waren even gezond als hun leeftijdgenoten met een iets hoger gehalte. Alleen bij oudere mensen bestaat een verband tussen ziekte en een laag cholesterolgehalte. Dit doet het vermoeden rijzen dat de lage spiegel niet de oorzaak is van de ziekte, maar het gevolg! Overigens is een te laag cholesterolgehalte niet echt een probleem in Nederland. De meeste mensen hebben te veel in hun bloed."

Verschuren ziet nog een andere oorzaak van de onveranderde cholesterolspiegel in Nederland. Veel mensen denken dat ze vetarm eten als ze margarine of halvarine op hun brood smeren. Maar ze vergeten dat tussendoortjes als koek, zoutjes en brie ook harde vetten kunnen bevatten. Daardoor komen ze toch verkeerd uit." Het is ook niet makkelijk daarop te letten, beseft Verschuren. Bij alles wat je eet, moet je weer nadenken. Wat zit erin, is het goed of slecht voor mij? Wat dat betreft is het met roken makkelijker. Die sigaret laat je liggen of niet."

Bescherming

Ondanks de matige resultaten van twintig jaar voedingsvoorlichting adviseert Verschuren geen stopzetting of radicale wijziging van de voedingscampagnes. Wijziging van het voedselconsumptiepatroon is een langzaam proces is. De afgelopen paar jaar is de vetinname licht afgenomen, dus het gaat toch de goede richting uit. Misschien moet je ook meer doen met de prijzen van vetarme produkten."

Je kunt de boodschap ook positiever brengen, denkt Verschuren. Uit recente studies blijkt dat in groente en fruit stoffen zitten die bescherming bieden tegen hart- en vaatziekten. Dat moet misschien nog meer worden benadrukt."

Een vergelijkende studie in zeven Europese landen illustreert dit effect. Mensen met hetzelfde cholesterolgehalte vertonen een verschillende sterfte aan hart- en vaatziekten. In Zuid-Europa ligt die sterfte bijvoorbeeld veel lager dan in Noord-Europa. Dit valt toe te schrijven aan het feit dat Zuid-Europeanen een ander voedingspatroon hebben: meer vis, minder vlees en meer groentes en fruit."

Re:ageer