Wetenschap - 29 februari 1996

Nederland moet duurzame energie importeren uit Baltische staten

Nederland moet duurzame energie importeren uit Baltische staten

Biomassa als energiebron moet crisis in de volgende eeuw voorkomen

De vergassing of verbranding van biomassa moet een belangrijke rol gaan spelen in de energieproduktie van de volgende eeuw. Enkele jaren terug gloorde nog de hoop dat akkerbouwers energieteelten als koolzaad en hennep in hun bouwplan zouden opnemen. Inmiddels is er weinig vertrouwen meer dat in Nederland voldoende biomassaproduktie van de grond kan komen. Het is economisch rendabeler om hout voor de Nederlandse energieproduktie te telen in de Baltische staten.


Volgens berekeningen zijn er nog voor vijftig jaar reserves aan gas en olie", vertelt Kees Kwant van de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem). Maar daarbij is geen rekening gehouden met het feit dat Zuidoost-Azie een gigantische ontwikkeling doormaakt en steeds meer energie gebruikt. Daardoor rest zelfs minder dan vijftig jaar. De natuur- en milieubeweging vindt dat ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie veel te langzaam gaan, maar het is een gigantische klus om de doelstellingen van minister Wijers van Economische Zaken te halen." Volgens Kwant is Wijers' doelstelling, tien procent van de energiebehoefte in 2020 uit duurzame bronnen, alleen haalbaar met biomassa als energiebron. Resthout uit de Nederlandse bossen, agrarische residuen, snoeihout uit parken en plantsoenen, bermgras langs wegen. In principe is er in Nederland al een aardige hoeveelheid materiaal dat kan worden ingezet als biomassa. Maar dat is zeker niet genoeg, dus
moeten we de produktie optimaliseren. Hetzelfde areaal moet meer biomassa opleveren."

Het Centrum voor Landbouw en Milieu onderzocht in 1994 in hoeverre de Nederlandse landbouw schone energie kan leveren. Het CLM bekeek de milieu-effecten van negen gewassen en de mogelijke verwerkingsroutes. CLM-onderzoeker Gert van der Bijl somt bekende en minder bekende akkerbouwgewassen op: tarwe, koolzaad, suikerbiet, snijmais, hennep, riet, miscanthus (olifantsgras), wilg en populier.

In 1995 deed het CLM in opdracht van de Novem onderzoek naar de economische kant van energieteelt, in vier Europese regio's. Het rapport Sustainability of energy crops in Europe verschijnt binnenkort. De Novem kwam zelf in 1994 met een lijvig rapport over de produktie van biomassa voor de Nederlandse energiehuishouding. De conclusies van de twee studies zijn vrijwel gelijkluidend, aldus Van der Bijl. Gewassen voor elektriciteitsproduktie zijn meestal gunstiger dan gewassen voor transportbrandstof, als je de terugdringing van het broeikaseffect per hectare teelt, andere ecologische criteria en economische gegevens in overweging neemt. Maar in alle gevallen is er een positieve energiebalans. Er zijn onderzoekers die beweren dat de produktie van biodiesel en bio-ethanol in alle gevallen meer energie kost dan het oplevert, maar volgens ons onderzoek is dat niet juist."

Conversie

Energie uit biomassa heeft voordelen in vergelijking met energie op basis van fossiele brandstoffen. Bij de conversie van biomassa in energie is sprake van een kooldioxide-kringloop: de kooldioxide die erbij vrijkomt, een belangrijke oorzaak van het broeikaseffect, is gelijk aan de hoeveelheid die de bomen en planten tijdens hun groei middels fotosynthese uit de atmosfeer opnemen. Bovendien is biomassa een hernieuwbare energiebron: na de oogst kan de boer het gewas opnieuw aanplanten. Verder komt bij de verbranding van biomassa weinig tot geen zwavel vrij, in tegenstelling tot de verbranding van olie en gas.

De teelt van energiegewassen kwam in zicht toen Europees landbouwcommissaris MacSharry in 1992 een braaklegregeling instelde om de graanproduktie aan banden te leggen. De boer krijgt de premie voor braaklegging ook uitgekeerd bij non-food-teelt, bijvoorbeeld energiegewassen. Die overstap is overigens alleen interessant bij eenjarige gewassen, niet bij meerjarige als miscanthus, wilg en populier. Ondernemers hebben namelijk niet de zekerheid dat de braakregeling het volgend jaar nog bestaat.

Het is de vraag of akkerbouwers ook werkelijk energiegewassen opnemen in het bouwplan", vertelt Van der Bijl van het CLM. Het hangt ervan af of het gewas in het bouwplan past en wat het opbrengt. Op korte termijn zullen gewassen voor energieteelt geen andere gewassen uit het bouwplan verdringen, tenzij er stimulansen komen. Zelfs op braakgelegde gronden is naast de braakpremie een extra stimulans nodig."

Mineralenbalans

Op basis van eerst tien en later twaalf criteria heeft het CLM gewassen en conversieroutes vergeleken en daar een economische beoordeling aan toegevoegd. In Nederland zijn eenjarige gewassen te prefereren, gezien het krappe bouwplan. Volgens onze studie is hennep in Nederland aantrekkelijk. Hennep scoort per hectare het hoogst op netto-energieproduktie en bespaarde emissie van broeikasgassen. Verder scoort hennep op alle milieuthema's goed. Er zijn weinig bestrijdingsmiddelen nodig, de mineralenbalans is redelijk in evenwicht."

Het CLM concludeert dat biomassa als elektriciteitsbron perspectieven biedt. Biomassa als grondstof voor transportbrandstof is veel minder gunstig. Toch zijn onlangs in Frankrijk en Duitsland maatregelen genomen die de produktie van biodiesel ondersteunen. Ondanks verzet en tegenwerking van de Europese Unie is Frankrijk voornemens de accijnzen op biodiesel af te schaffen en voor 2000 bijmengen te verplichten: alle benzine en diesel moet dan vijf procent groene brandstof bevatten. Van der Bijl: In Frankrijk, Duitsland en Brazilie is er een sterke beweging richting biodiesel, omdat het areaal koolzaad groot is. Daardoor is de lobby vanuit de landbouw sterk. Het gewas is bekend en gemakkelijk in te passen in het bouwplan. De Fransen willen snel met biodiesel aan de slag, onder andere omdat de vrees bestaat dat er een quotering op koolzaadproduktie per land komt. Binnen de wereldhandelsovereenkomst GATT is afgesproken dat de Europese Unie slechts een beperkt areaal koolzaa
d voor industriele doeleinden mag gebruiken, omdat het bijprodukt koolzaadschroot op de veevoedermarkt concurreert met sojaschroot uit Amerika."

Een andere reden is dat er in Frankrijk geen vraag is naar extra energie, omdat kerncentrales energie leveren. Dus richt Frankrijk zich op biodiesel." Hans Derksen, onderzoeker bij het Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (ATO-DLO), vult aan: Biodiesel is al praktijkklaar en is technologisch geen uitdaging meer. De produktie van biodiesel is drie keer zo duur als aardolie en diesel. De Franse beslissing is dan ook puur politiek. Want naast het milieu zijn natuurlijk vooral de akkerbouwers bij de maatregelen gebaat. Den Haag redeneert anders en stelt dat je het geld voor zo'n accijnsverlaging beter voor andere milieudoeleinden kan inzetten."

Marktverkenning

Geld voor energiedoeleinden komt er inderdaad uit Den Haag. Minister Wijers stelt de komende jaren veertig miljoen beschikbaar voor onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe energiezuinige technologieen. Daarnaast is 45 miljoen beschikbaar voor demonstratieprojecten en marktverkenning op het gebied van duurzame energie. En Wijers trekt maar liefst 175 miljoen gulden uit voor energiebesparing.

EZ-voorlichter Marjolijn Wester: Duurzame energie, in de vorm van zonne- en windenergie, voorziet momenteel in een procent van de energiebehoefte. Dat wil Wijers in 2020 op tien procent hebben. Iedereen voelt aan dat aardgas en aardolie te zijner tijd wegvallen. Die dag kunnen we niet afwachten."

De kans is miniem dat die tien procent haalbaar is met alleen zonne- en windenergie. Volgens Kwant van de Novem moet zeker de helft van dat percentage komen uit biomassa. Ook EZ ziet biomassa in de toekomst als belangrijkste bron voor duurzame energieproduktie.

Het ministerie gaat uit van drie belangrijke aanvoerroutes. De eerste is afval uit bijprodukten, waaronder GFT-afval, stro en houtafval uit bossen. Als tweede optie geldt de import van materiaal, met name hout, uit Baltische staten. Als derde optie komt de teelt van energiegewassen door de Nederlandse landbouw in beeld.

Joep van Doorn van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten stelt dat energie uit biomassa per kilowattuur nog altijd een aantal centen duurder is dan energie uit aardgas. En dan is er ook nog eens een duidelijk verschil in de prijs voor geteelde gewassen en afval."

Van Doorn vertelt over een aantal demonstratieprojecten met bijprodukten. Zo wordt in de kolencentrale in Nijmegen bijgestookt met houtpoeder. Bij de energiecentrale in Noord-Holland is een grote biomassavergasser voor houtachtig afval gebouwd; hetzelfde gebeurt in Brabant. En in Tilburg wordt gewerkt aan de vergisting van GFT-afval." GFT-afval is er genoeg, maar het conversierendement is lager dan van hout.

Van Doorn verwacht geen grote bijdrage van de Nederlandse landbouw. De grond is te duur en de arbeidskosten zijn te hoog." Uit onderzoek naar grootschalige verbranding of vergassing van hout is gebleken dat het economisch aantrekkelijker is om hout in Letland te telen en naar Nederland te transporteren, dan om hout te telen op eigen bodem. Daar komt bij dat de teelt van houtachtige gewassen zal moeten concurreren met andere gewassen die in het bouwplan kunnen worden opgenomen. Dan is de teelt van hout voor bouwmaterialen altijd aantrekkelijker, want dat hout levert de boer meer geld op."

Alleen als de energieprijs in Nederland stijgt of als er een heffing komt op kooldioxiode-uitstoot, kan de teelt van biomassa in Nederland interessant zijn.

Ook Kwant van de Novem verwijst naar de Baltische staten. We hebben vele tonnen hout nodig om over voldoende biomassa te beschikken. Dat kan Nederland nooit alleen produceren. We moeten uitwijken naar de minder dicht bevolkte Baltische staten. Per schip moet dat hout naar Rotterdam worden vervoerd. Gigantische installaties op de Maasvlakte moeten dat hout omzetten in energie." Ideeen voor zulke installaties zijn al opgenomen in het plan van aanpak van EZ.

Re:ageer