Wetenschap - 15 februari 1996

Natuurontwikkeling in de Havikerwaard

Natuurontwikkeling in de Havikerwaard

Niels Gilissen, Terrestrische oecologie en natuurbeheer

Als kleuter zat hij verschanst achter een zelf gefabriceerde kooi met een houten geweer op vogels te loeren. Op de middelbare school verzorgde hij vogelexcursies naar de Kampinase heide. Nu, op zijn 24ste, zijn vogels nog steeds zijn grootste hobby. Een aan de broekriem gegespte pieper, waarmee hardcore vogelaars elkander waarnemingen doorgeven, getuigt daarvan. Wellicht logisch dat Niels Gilissen zes jaar geleden van Brabant naar Wageningen trok voor een studie Milieuhygiene.

Vandaag houdt Gilissen een colloquium voor de vakgroep Terrestrische oecologie en natuurbeheer. Bij wijze van uitzondering heeft hij voor deze gelegenheid de pieper afgezet. Onderwerp van het colloquium: een visie op natuurontwikkeling voor de Havikerwaard, een gebied van zo'n 1500 hectare tussen Dieren en De Steeg aan de IJssel. Een vijfmaandsvak, waarvoor Gilissen reeds in juni met het veldwerk begon. Een paar dagen per week, de 35 kilometer heen en terug afleggend per fiets.

Gilissen verzamelde en analyseerde landschapsecologische en beleidsmatige gegevens. Op verzoek van Natuurmonumenten, want de vereniging heeft vage plannen voor grondaankoop in dit gebied. De Havikerwaard omvat uiterwaarden die via een overgangsgebied uitmonden in stuwwallen. Voor Veluwse everzwijnen en herten ideaal om in lente en zomer te bivakkeren.

Nu al heeft de Havikerwaard een hoge natuurwaarde, betoogt Gilissen; in de toekomst kan het een uniek gebied worden. Hij schetst vochtige schraalgraslanden in kwelgebieden en toekomstige nevengeulen op de plaats van de oude strangen. Wanneer het gebied een begeleid natuurlijke ontwikkeling krijgt, zal een tweetal natuurdoeltypen het volgens hem goed doen: rivierboslandschap en het uiterst zeldzame boslandschap van bron en beek.

Behalve de ecologische realiseerbaarheid is echter ook de maatschappelijke inpasbaarheid van belang, beseft Gilissen. Natuurontwikkeling kost geld en zoals ieder stuk Nederland heeft de Havikerwaard te maken met bestemmings- en streekplannen. En al valt het gebied binnen de ecologisch hoofdstructuur, twee landeigenaren bewonen de Havikerwaard. Die staan niet direct te springen om de huidige agrarische functie op te offeren.

Gilissen hoopt dan ook dat de natuurbeleidsplannen van het rijk het zullen winnen van plannen van lagere overheden en particulieren. Natuurontwikkeling is sterk afhankelijk van het ruimtelijk beleid; gemeentes kunnen een dergelijk beleid nooit consistent ontwikkelen. Bovendien is belangrijk dat de ontwikkeling op grote schaal gebeurt", meent Gilissen.

Al wordt de natuur recentelijk wat meer waarde toegedicht dan voorheen, over de haalbaarheid van natuurbeleidsplannen blijft Gilissen sceptisch. Dat is inherent aan de moderne samenleving, waar iedereen moet kunnen gaan en staan waar hij wil. Als je daar geen rekening mee houdt, ben je niet reeel bezig."

Vijf maanden aan de IJssel bezorgden hem de nodige realiteitszin. Ik begon aan het vak met de gedachte dat er automatische veel grond vrijkomt voor natuurontwikkeling als landbouwgrond uit produktie wordt genomen. De praktijk is anders. Er bestaat veel weerstand tegen." Gilissen vervolgt: Zelf ben ik voor scheiding van landbouw en natuur. Niet omdat ik denk dat landbouw de grote boosdoener is, maar de natuur heeft voor haar ontwikkeling een stabiele omgeving nodig. Landbouw, toch een economische activiteit, is te veel aan veranderingen onderhevig."

Achteraf vindt Gilissen dat hij te veel tijd heeft gespendeerd aan inventarisatie van het gebied en te weinig aan de evaluatie van kansen en knelpunten. Toch blijft het moeilijk in de toekomst te kijken. Gilissen: Dat is ook de crux bij natuurontwikkeling. Beleidsmakers eisen goed onderbouwde plannen, maar je weet nooit precies wat er zal gebeuren als je de natuur haar gang laat gaan." Toch zal Natuurmonumenten binnenkort zijn plan gebruiken als discussiestuk bij de gesprekken met grondeigenaren.

Gilissen wil zich in zijn studie zo breed mogelijk orienteren. Eerder onderzocht hij aan de Overijsselse Vecht de voedselkeuze van konijnen en runderen. Volgende week gaat hij voor vier maanden naar Israel, voor een vegetatie-onderzoek in de Negev-woestijn. In een natuurreservaat ga ik bomen en struiken karteren, waarbij ik vooral let op soorten die door verdroging of begrazing achteruit zijn gegaan."

Prettig is dat Israel in maart het decor vormt van de grote trek van roofvogels. Maar dat is een bijkomstigheid. Ik wil me in mijn studie niet met vogels bezighouden; dat is voor in de vrije tijd. Anders word je zo'n freak."

Uit milieuoverwegingen was Gilissen het liefst per trein en boot naar Israel gereisd, een tocht van ongeveer acht dagen. Dat bleek door tijdgebrek niet haalbaar. Vandaar dat hij koos voor een compromis: heen helaas met het vliegtuig, terug toch met de boot.

Re:ageer