Wetenschap - 18 april 1996

Moo University op het ondernemerspad

Moo University op het ondernemerspad

Portret van een Amerikaanse landbouwuniversiteit

Een grote landbouwuniversiteit in een slaperig stadje, die gebukt gaat onder de draconische bezuinigingsdrift van de overheid. Een econoom die zich verkoopt aan de hoogste bieder. Een tuinbouwer, relict uit de sixties, die uit principe vreemdgaat. Een directiesecretaresse met meer macht dan haar baas. Een veeteeltprof die droomt van groene weiden, begraasd door kuddes gekloonde Holsteins die allemaal op hetzelfde moment loeien. Welkom op Moo University.


Moo is een uit de krachten gegroeide landbouwuniversiteit, gelegen in een niet nader geidentificeerd plaatsje in de Amerikaanse agrarische Midwest, dunbevolkt en door landgenoten aan de oost- en de westkust geringschattend het land van de fly-over people genoemd. Onlangs verscheen de Engelstalige paperback-editie van de vorig jaar uitgebrachte roman Moo, het jongste boek van de Amerikaanse auteur Jane Smiley.

Het boek biedt een komische kijk op de Amerikaanse evenknie van Wageningen: de land-grantuniversities. Ze zijn ontsproten aan de zogeheten Land grant act in 1862: de staat stelde in de prairiestaten vrijwel kosteloos grond beschikbaar voor scholen. In ruil daarvoor moesten die instellingen hoger onderwijs bieden voor het volk, praktijkgericht onderzoek doen en de resultaten daarvan actief uitdragen. Een heel ander type dan de oudere Amerikaanse oostkust-universiteiten als Princeton en Harvard, waar de elite haar opleiding krijgt. En heel succesvol als onderzoeksinstelling. Zo werd de eerste Amerikaanse digitale computer gebouwd op een land-grantuniversiteit, Iowa state university.

Jane Smiley voert de lezer binnen in Moo University anno 1989. Ondanks de Amerikaanse setting klinken de problemen akelig bekend: de overheid heeft bedacht dat de industrie meer aan het hoger onderwijs moet bijdragen. Als voorschot en als stimulans krijgt Moo alvast een korting van zeven miljoen dollar opgelegd. Niet onder het mom van een bezuiniging; liever hebben de topbestuurders het over het verschuiven van middelen of het realloceren van fondsen. Maar dan gloort er hoop: miljardair Arlen Martin wil geld steken in de universiteit. Martin is een soort Joep van den Nieuwenhuyzen die speculatief slechtlopende bedrijven in de mijnbouw en de agrarische sector opkoopt.

Schandaal

Niet iedereen is blij met Martins komst. Directie-secretaresse Loraine Walker, door haar kennis van de bureaucratie de feitelijke machthebber binnen de universiteit, herinnert zich het schandaal waar Martin de universiteit in betrok toen hij nog slechts een grote kippenfokker was. Martin hoopte toen door onderzoek van Moo aan te tonen dat zijn nieuwe kippevoer - gemaakt van dode kippen - absoluut veilig was. Niet dus, Moo toonde aan dat het bijdroeg aan de verspreiding van salmonella. Martin probeerde zonder succes het negatieve rapport tegen te houden; een rel was het gevolg. Maar deze keer lijkt de financieel afgeknepen universiteit naar Martins pijpen te moeten dansen. Tenzij Walker ingrijpt.

Smiley weet het conflict tussen de nieuwe ondernemingsgerichte universiteit en het oude ideaal van de land grant mooi neer te zetten in de vorm van de tegenpolen Lionel Gift en Chairman X.

Gift is een gevierd ontwikkelingseconoom die bijkans klaarkomt bij de gedachte aan wat je allemaal met een miljard dollar kunt kopen (honderd huizen in Orange County; zesduizend Maserati's; vijfduizend Rolls-Royces; duizend appartementen in Parijs of tweehonderd stuks in Tokio; tweeduizend adviezen van Lionel Gift). Hij heeft er uiteraard geen moeite mee Martin te adviseren bij de ontginning van een goudader in Costa Rica. Protesteren tegen de dan onvermijdelijke verwoesting van een stuk tropisch regenwoud is volgens Gift een typisch geval van korte-termijndenken. Bijkomend voordeel van het project is dat de kortstondige inkomsten die de goudwinning oplevert de economie van het Middenamerikaanse land de komende jaren weer in overeenstemming zal brengen met de rooskleurige prognoses die Gift ooit maakte.

Nee, dan Chairman X, een maoist die uit solidariteit met zwarte activisten uit de jaren zestig z'n achternaam afzwoor, het huwelijk een kapitalistisch komplot noemt en wiens enige concessie aan dat kapitalisme de Benneton-trui van z'n dochter is. Zijn ware passie ligt bij de illegaal aangelegde tuin van zijn afdeling tuinbouw. En als zijn blik 's avonds over de campus dwaalt ziet hij niet de campusgebouwen - a passing microclimate - maar de natuur, de bomen, de geschiedenis van het land in ruimte en tijd. Zijn unsung hero is de man die al een eeuw geleden de bomen aanplantte waarvan de huidige campusbewoners genieten zonder daar ooit bij stil te staan.

Subplots

Smiley vertelt haar verhaal in korte, flitsende hoofdstukken. In ieder hoofdstuk schotelt ze de lezer weer een nieuwe perspectief voor, waarbij de hele universiteitsgemeenschap aan bod komt: bestuurders, onderzoekers, studenten, de kantinejuffrouw. Die videoclip-verhaaltechniek mag geheel in lijn liggen van de MTV-generatie, het maakt het lezen wel vermoeiend, zeker in het begin als in ieder hoofdstuk weer een paar nieuwe figuren en subplots opduiken.

Je krijgt af en toe het gevoel dat Smiley of een aantal figuren uit haar boek had moeten gooien of het nog eens dubbel zo dik als de huidige vierhonderd pagina's had moeten maken. Nu heeft de roman iets weg van een bord spaghetti, met al zijn door elkaar lopende verhaallijnen. Ieder willekeurig onderwijskundig, onderzoeksmatig of Amerikaans maatschappelijk fenomeen lijkt in Moo te zitten: aanpassingsproblemen van eerstejaars, onzinnig onderzoek, congresbezoek, moderne biotechnologie, CIA-gestuurde komplotten, christelijke fundamentalisten, cursussen creative writing, het leven van een zwarte studente op een grotendeels blanke universiteit.

Toch is het allemaal zeer deskundig en prettig leesbaar opgeschreven. Het boek verraadt een grote kennis van de werking van het moderne hoger onderwijs. Niet geheel verwonderlijk voor een auteur die zelf werkt aan zo'n midwestelijk universiteit. Een aanrader voor Wageningers die zich eens een spiegel willen voorhouden.

Jane Smiley: Moo; a Novel.
1995, Fawcet Columbine, New York.
Import: Van Ditmar; prijs 22 gulden.

Re:ageer