Wetenschap - 7 maart 1996

Mogelijk grote meetfouten in consumptiegegevens

Mogelijk grote meetfouten in consumptiegegevens

De laatste jaren is uit epidemiologisch onderzoek gebleken dat groeten, fruit en anti-oxidante provitamines een beschermende werking kunnen hebben tegen kanker. Maar bij deze conclusies mogen enkele kanttekeningen worden geplaatst, want de meetfouten in consumptiegegevens over deze voedingsstoffen kunnen groot zijn. Dat concludeert dr ir M. Ocke, die op 6 maart promoveerde bij prof. dr. ir. D. Kromhout van de vakgroep Humane epidemiologie en gezondheidsleer en prof. dr W.A. van Staveren van de vakgroep Humane voeding.

Toch komt de relatie tussen de voedingsstoffen en een verminderde kans op kanker niet op losse schroeven te staan, vindt Ocke, werkzaam bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Er is een duidelijk verband tussen groenten, fruit en anti-oxidante vitamines en de verminderde kans op kanker, want alle grote studies wijzen dezelfde kant uit. Maar toch wil ik waarschuwen voor al te sterke conclusies."

Ocke heeft de relatie tussen groeten, fruit, anti-oxidante provitamines en kanker bestudeerd met gegevens van twee studies. De Zeven-landenstudie volgde tussen 1958 en 1964 de gezondheid van twaalfduizend mannen in de leeftijd van 40 tot 59 jaar. De Zutphen-studie volgde Zutphense mannen sinds de jaren vijftig. In de Zeven-landenstudie vond Ocke een relatie tussen vitamine C en een verminderde kans op maagkanker; de Zutphen-studie wees op een relatie tussen vitamine C en een verminderde kans op longkanker. Maar deze verbanden relativeert ze onmiddellijk, door te wijzen op mogelijke systematische meetfouten in de voedingsgegevens, waardoor interpretatie van de studies moeilijk is.

Zo blijkt de opslag van bloed- en plasmamonsters bij min twintig graden Celcius, een standaard-procedure, veel invloed te hebben. Vitamine E vervalt na zes maanden, vitamine A na een jaar. Foliumzuur en vitamine D en B hebben daar veel minder last van. De wijze van opslag kan grote consequenties hebben voor de resultaten. Zo hebben onderzoekers die een relatie vonden tussen de kans op borstkanker en de inname van beta-caroteen hun publikatie terug moeten trekken. Zij vonden een verschil tussen borstkankerpatienten en gezonde patienten, maar later bleek dat dat kwam doordat de bloedmonsters van deze groepen voor een verschillende periode waren opgeslagen."

De onderzoeker onderzocht ook de validiteit van de voedselfrequentiemethode, een veel gebruikte standaardmethode om de inname van voedsel te schatten. Hierbij kunnen de ondervraagden aan de hand van foto's schatten hoe groot de porties zijn die ze dagelijks consumeren. Bij de groenten blijken de ondervraagden er vaak flink naast te zitten. Het schatten van de hoeveelheid groenten is blijkbaar moeilijker dan de hoeveelheid boterhammen." Het kunnen zowel over- als onderschattingen zijn, denkt Ocke. Ze pleit voor een studie naar de foutenstructuren in voedingsgegevens, zodat die kunnen worden herkend.

Re:ageer