Wetenschap - 29 februari 1996

Modern onderzoek kan niet buiten interactie met omgeving

Modern onderzoek kan niet buiten interactie met omgeving

WUB-debat over participatief onderzoek

Wetenschappers moeten samenwerken met gebruikers van hun onderzoek, zodat de resultaten beter aansluiten bij de praktijk. Deze roep om interactief of participatief onderzoek klinkt steeds luider uit de mond van de financiers. Het WUB nodigde zeven onderzoekexperts uit voor een debat over de vraag of deze roep gegrond is en of dat participatieve onderzoek het einde betekent van de onafhankelijke wetenschap. Een ding is zeker, zo blijkt uit de discussie, modern onderzoek kan niet buiten interactie met de omgeving.


Van vele kanten klinkt de kreet dat onderzoek beter moet aansluiten op de praktijk. Het is de centrale stelling van twee overheidsstukken die deze zomer verschenen. Het ministerie van Economische Zaken wil dat de topinstituten, die excellent onderzoek in Nederland moeten bundelen, samenwerking tussen onderzoekers en industrie garanderen. En het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij gaat de interactie tussen kennisproducenten en kennisvragers flink bevorderen.

Een internationale beoordelingscommissie schreef in de herfst in haar rapport dat de produktie-ecologen in de C.T. de Wit-onderzoekschool moeten samenwerken met sociale wetenschappers en gebruikers. Rond dezelfde tijd presenteerden de internationale landbouwkundige onderzoeksinstituten verenigd in de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR) hun nieuw beleid: ze willen toe naar interdisciplinaire teams, die samenwerken met ontwikkelingsorganisaties, bedrijven, nationale onderzoeksinstituten en beleidsambtenaren.

Zeven onderzoekers en onderzoeksmanagers die te maken hebben met gebruikers of die beroepsmatig nadenken over de toekomst van het landbouwkundig onderzoek, debateren in De Wereld op verzoek van het WUB over de implicaties van de vraag naar interactief onderzoek. De samenwerking in het landbouwkundig onderzoek tussen onderzoekers, boeren, beleidsmakers en opdrachtgevers is vatbaar voor verbetering, concluderen ze. Wetenschap om de wetenschap is verleden tijd. Voorheen was onderzoek een activiteit van vrijgestelden, een soort kunstbeoefening. Inmiddels is het sociale dienstverlening, want de samenleving legt een steeds grotere druk op wetenschappers om te helpen met het oplossen van maatschappelijke problemen. Daartoe moeten onderzoekers overleggen met de betrokken partijen, want in hun eentje kunnen ze problemen niet oplossen. Modern onderzoek kan niet buiten interactie met de omgeving - die constatering loopt als een rode draad door het debat.

Denkers en doeners

De afgelopen tien jaar is helder geworden dat innovatie geen lineaire proces is waarbij onderzoekers kennis produceren, voorlichters die kennis verspreiden en boeren of beleidsambtenaren haar gebruiken", aldus dr Arie Pieter Verkaik, directeur van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO). Alle partijen doen alles tegelijk: onderzoeken, kennis verspreiden en gebruiken. Dat bevordert innovatie. Het klassieke onderscheid tussen denkers en doeners maakt plaats voor de lerende mens en de lerende organisatie: iedereen die een probleem heeft, lost dat zelf op. Misschien kan de onderzoeker een beetje helpen bij het formuleren van het probleem."

Dr Jon Daane, directeur van het International Centre for development oriented Research in Agriculture (ICRA) in Wageningen: In de derde wereld zien we dat de boeren zelf onderzoek moeten doen, gezien de afnemende fondsen voor landbouwkundig onderzoek en de grote diversiteit van de landbouwbedrijven. De onderzoeker is daarbij faciliterend, schakelt zichzelf bij hun onderzoek in."

Prof. dr Evert Jacobsen, hoogleraar Plantenveredeling en directeur van de onderzoekschool Experimentele Plantwetenschappen (EPW): Als je de landbouwkundige geschiedenis goed analyseert, kun je daar in ontwikkelingslanden veel mee doen. De aardappelveredeling in Nederland kende bijvoorbeeld enorm veel hobby-kwekers die daar ook goed aan verdienden. En die hobby-kwekers zijn er nog steeds."

Vertaalslag

Sprekend over toegepast interactief onderzoek, waarbij de praktische problemen van eindgebruikers centraal staan, signaleren de deelnemers het ene probleem na het andere. Dr Cees Leeuwis van de vakgroep Voorlichtingskunde: Je moet het probleem van de gebruiker ontdekken. Daar heb je al een mijnenveld." Verkaik vult aan: Stel je werkelijk de vraag van de client centraal, of maak je onbewust de vertaalslag naar de jouw bekende methodes en technieken? Daar ben je heel snel toe geneigd, want je kijkt nu eenmaal door een bepaalde bril." De onderzoeker heeft meer nodig dan alleen kennis, betoogt hij. Hij moet kunnen onderhandelen met de gebruiker en mensen kunnen motiveren om samen aan het werk te gaan.

Debatsvoorzitter prof. dr Dirk van Dusseldorp, emeritus hoogleraar Sociologische aspecten van de planning in de niet-westerse gebieden: Vooral bij consultancies ontdekken onderzoekers dat ze het probleem niet kunnen oplossen met hun eigen expertise. Het is bijvoorbeeld geen bodemkundig probleem maar een kwestie van macht. Ze hebben echter geen zin tegen de baas te zeggen dat ze de opdracht eigenlijk moeten teruggeven en dan gaan ze toch maar wat klungelen. Het is heel moeilijk je te distantieren van je discipline en tot een eerlijke probleem-analyse te komen."

Daane: Onderzoekers vertalen een holistisch probleem vaak meteen in een reductionistische onderzoeksvraag. Pas als het hele traject is doorlopen komt het onderzoek weer terug in de holistische praktijk."

Van Dusseldorp: Die vertaalslag van probleem naar onderzoeksvraag is een centraal punt. Die stap moet niet gedreven worden door wat de onderzoekers in de aanbieding hebben, maar door wat de gebruiker nodig heeft."

Hangijzers

Zo zitten er meer haken en ogen aan het toegepast participatief onderzoek. Boeren kunnen soms niet hun eigen problemen formuleren; beleidsmakers misbruiken het onderzoek om hete hangijzers voor zich uit te schuiven. En wat te doen als partijen tegengestelde belangen hebben? Leeuwis: Veel projecten gaan fout omdat je een club mensen bij elkaar zet die allemaal wat anders willen en tegen hen zegt: Je mag participatief zijn. Dan heb je geen goede doelgroepanalyse gemaakt. Dat moet eerst, en daarna de probleemanalyse. Als vervolgens duidelijk is op welke deelvragen een antwoord moet komen, kan de groep er extra expertise bijhalen. Bij al die stappen gaat het om continue interactie, het meenemen van de mensen in een leerproces. Onderzoekers kunnen daarbij helpen, omdat ze andere termen en visies kunnen inbrengen."

Verkaik: Maak bij zo'n proces een onderscheid tussen enerzijds client of opdrachtgever en anderzijds de actoren die bij het probleem zijn betrokken. Wie zijn die actoren? Met hen en met de opdrachtgever moet je het probleem analyseren. Vervolgens moet je met de opdrachtgever de benodigde disciplines kiezen en het precieze onderzoeksonderwerp afspreken."

Van Dusseldorp plaatst daarbij een kanttekening. Hoe vaak geven de onderzoekers hierbij ook de negatieve effecten van hun oplossingen aan? Het rijstinstituut IRRI in de Filipijnen zegt niet dat zijn rassen vooral goed zijn voor de geirrigeerde teelt, en dat daarom alleen de rijken er rijker van worden."

Verkaik: Het zit in de cultuur van de wetenschap maar een goede oplossing te presenteren. Daar moeten we van af. Geef de belangrijkste opties en strategieen aan, met de risico's en de voorwaarden."

Dr Ruud Huirne van de vakgroep Agrarische bedrijfskunde: Dan zegt de opdrachtgever: Mooi zo'n verhaaltje, maar zeg me liever wat ik moet doen."

Verkaik: Zeg dan: Me verplaatsend in uw referentie-kader adviseer ik u optie x."

Leeuwis: Maar je kunt lang niet alle consequenties overzien."

Verkaik: Fouten maken mag."

Dr Pieter Vereijken, ecologisch landbouwkundige op het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) in Wageningen, onderbreekt de discussie. Als ik destijds had geweten dat interactief onderzoek zo moeilijk is, was ik er nooit aan begonnen."

Huirne: Krijgen we op deze manier nog ooit goed onderzoek aan de gang? Er zijn zoveel eisen waaraan het moet voldoen. Dat gevoel had ik voor dit debat nog niet. Goed, sommige problemen moet je misschien heel zorgvuldig aanpakken. Maar voor simpeler situaties kom je wellicht met een discipline al heel ver."

Van Dusseldorp: Met die benadering hebben we toch heel wat projecten in de soep gedraaid."

Huirne: Soms wel, soms niet."

Fundamenteel onderzoek

De deelnemers aan het debat achten het desastreus als de eindgebruiker al het landbouwkundig onderzoek zou sturen. Fundamenteel onderzoek, dat zich richt op het vermeerderen van kennis, blijft nodig. Daarbij zijn andere onderzoekers of technologen de directe gebruikers.

Verkaik: Bij dit meer fundamentele onderzoek is een goede aansluiting op de internationale ontwikkelingen misschien wel het belangrijkst. Daarnaast moeten deze onderzoekers inzicht hebben in de kansen en bedreigingen voor de agri-business over tien tot twintig jaar. Wat voor kennis is nodig om die kansen te benutten? Vervolgens moeten ook deze onderzoekers interacteren met eindgebruikers. Alleen ziet die interactie er anders uit dan bij toegepast onderzoek. Het gaat om de vraag wat voor ideeen vernieuwingsgezinde mensen uit de sectoren hebben. Tenslotte moet dit onderzoek interacteren met toekomstige generaties."

Vereijken: Het lijkt me heel wezenlijk dat we het erover eens zijn dat interactie nodig is op bedrijfsniveau, regionaal niveau en wereldniveau. Nu wordt heel veel landbouwkundige kennis ontwikkeld zonder enige samenspraak met degenen die de resultaten gaan gebruiken. Dat zie je ook bij DLO, waar toch miljoenen guldens aan onderzoeksgeld naartoe gaan. Ik kan me voorstellen dat er bij onderzoek op cel- of atomair niveau geen directe gebruikers zijn, buiten de technologen en onderzoekers zelf. Maar ook hier zouden onderzoekers tenminste eerst een maatschappelijke context moeten bepalen om het onderzoek daarbinnen te verankeren."

Leeuwis: Wat is dan eigenlijk nog het onderscheid tussen fundamenteel en toegepast onderzoek? Oke, ze hebben een andere tijdshorizon. Maar beide typen vinden plaats in hetzelfde maatschappelijk krachtenveld. Ook het fundamenteel onderzoek doe je voor een bepaalde doelgroep."

Verkaik: We concluderen dus: bij alle typen onderzoek is er de vraag Hoe hebt u de interactie met opdrachtgever en betrokkenen vormgegeven? Maar we moeten oppassen dat we de regels die gelden voor het ene onderzoek niet opleggen aan het ander type onderzoek."

Tijdschriften

De deelnemers aan het debat doen geen uitspraken over de gewenste verhouding tussen de typen onderzoekers bij de verschillende instellingen. Wel lijken ze ervan uit te gaan dat op de universiteit alle typen onderzoek een plaats moeten hebben. Dat betekent dus voor de LUW ook een pluriform beoordelingssysteem.

Vereijken: Ik weet niet of het voldoende is alleen het wetenschappelijk tijdschrift te laten tellen. Als je bestaande kennis samen met de gebruiker operationeel weet te maken en die gebruiker is daar tevreden over, heeft zo'n rapport dan geen wetenschappelijke waarde? Moet het zonodig door twee of drie peers worden gelezen?"

Verkaik: Als de LUW zegt wij willen ook operationele kennis produceren, hoort daar een eigen beoordelingssysteem bij. Dat moet je goed afspreken, anders gaan er mensen aan onderdoor omdat collega's ze niet bejegenen als volwaardige wetenschappers."

Van Dusseldorp: Het aantal dubbel refereed tijdschriften is nog steeds heel belangrijk bij hoogleraarsbenoemingen. Ook moeten wetenschappers jaarlijks twee artikelen in refereed tijdschriften produceren. Dat haal je niet met interdisciplinair onderzoek."

Vereijken meent dat gebruikers vaak informatie vragen die niet aansluit bij wat onderzoekers in hun wetenschappelijke tijdschriften gewend zijn te publiceren. Huirne zegt echter goed met dit spanningsveld uit de voeten te kunnen, evenals Jacobsen.

Huirne: Onze vakgroep heeft modellen gemaakt voor informatiesystemen bij boeren en hierover gepubliceerd in zowel vakbladen als in double peer review tijdschriften."

Jacobsen: Ik doe heel veel derde-geldstroomonderzoek; dan vind ik het interessant de aio's veel te leren, toch te publiceren en tegelijkertijd de gebruiker te bedienen. Daar geniet ik al jaren van en de klant komt steeds terug, dus blijkbaar doe ik het goed. Ik vind het ook heel aardig dat je mensen vaak een probleem kunt aanpraten, ook op hoog niveau. Al merk ik soms ook wel, bijvoorbeeld bij risico-onderzoek, dat wetenschappelijke elementen blijven liggen."

Vereijken: Ik proef bij Jacobsen toch nog dat hij teveel het gouden kalf vereert: de wetenschap zelf."

De deelnemers zijn het niet eens over hoe de LUW de vaardigheden moet beoordelen die nodig zijn voor interactief onderzoek: observeren, luisteren, organiseren, maatschappelijke problemen kunnen analyseren en inzicht hebben in financiering, technologie-ontwikkeling en marketing. Deze vaardigheden zitten onvoldoende in het opleidingspakket van de LUW, vindt Leeuwis. Huirne vindt van niet, aangezien het persoonsafhankelijk eigenschappen zijn, moeilijk in vakken te leren.

Vervalsen

Naast hun praktische kanttekeningen bij de roep van financiers om meer participatief onderzoek, hebben de deelnemers ook fundamentele twijfels. Bestaat niet het risico dat eindgebruiker industrie zoveel invloed krijgt dat de onafhankelijkheid van het onderzoek in gevaar komt?

Jacobsen: Participatief onderzoek is niet zaligmakend. Te veel ervan heeft als risico dat de economische belangen op de korte termijn de overhand krijgen."

Verkaik: Stel je voor dat de onderzoekscholen gestuurd werden door het bedrijfsleven of een andere gebruiker. Dat zou een ramp zijn. We moeten toch ook kijken naar toekomstige generaties."

Jacobsen: Bestaat niet het gevaar dat die sturing indirect gebeurt? De Europese Unie en Economische Zaken hebben het woord industrie erg op de voorgrond geplaatst. Onderwerpen van algemeen belang, zoals gewasbescherming, en van belang voor kleine bedrijven waarderen ze in mijn ogen onvoldoende."

Van Dusseldorp relativeert: Ach, onderzoekers zijn enorm creatief in het vervalsen van etiketten op onderzoeksvoorstellen. Even weten wat de steekwoorden van mijn geldschieter zijn en die in dikke letters op het onderzoek zetten; voor de rest snapt hij het toch niet. Dat gebeurt vaak. We gaan met ons onderzoek de boer op en proberen dat heel belangrijk te maken, omdat anders de wereld vergaat."

Leeuwis houdt vast aan de kritiek dat de industrie beter in staat is te participeren in onderzoek dan andere gebruikers. En in de huidige onderzoeksstructuur is er slechts beperkt ruimte voor minder draagkrachtige groepen."

Van Dusseldorp: Toch zijn we als universiteit nog steeds bevoorrecht bij het kiezen van een opdrachtgever. Ik kon me als consultant een keer permitteren met een lopend onderzoek te stoppen omdat we de boel zaten te belazeren. Mijn collega's van ingenieursbureaus konden dat niet, want dan werd er een ander bureau ingeschakeld."

De deelnemers

Voorzitter: prof. dr Dirk van Dusseldorp, emeritus hoogleraar Sociologische aspecten van de planning in de niet-westerse gebieden. Is betrokken bij een project waarin het Directoraat-generaal voor Internationale Samenwerking (DGIS) de participatieve ontwikkeling van biotechnologie voor arme boeren financiert.

Dr Jon Daane, directeur van het International Centre for development oriented Research in Agriculture (ICRA) in Wageningen. Het ICRA, opgericht door de donors van de CGIAR-instituten, traint landbouwkundig onderzoekers in het werken in een interdisciplinair team.

Dr Ruud Huirne, vakgroep Agrarische bedrijfskunde. Zijn vakgroep heeft een aantal participatieve projecten met boeren.

Prof. dr Evert Jacobsen, hoogleraar Plantenveredeling en directeur van de onderzoekschool Experimentele Plantwetenschappen. Is betrokken bij het biotechnologie-project van DGIS en bij de internationale landbouwkundige instituten, verenigd in de Consultative Group for International Agricultural Research (CGIAR).

Dr Cees Leeuwis, vakgroep Voorlichtingskunde, werkt met participatieve methoden in Nederland.

Dr Pieter Vereijken, ecologisch landbouwkundige op het Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (AB-DLO) in Wageningen. Ontwerpt met vernieuwingsgezinde boeren in de Flevopolder prototypen voor landbouwsystemen.

Dr Arie Pieter Verkaik, directeur van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO). De NRLO houdt zich bezig met toekomstverkenningen, kansen en bedreigingen voor de agri-business en adviseert over onderzoek.

Re:ageer