Wetenschap - 1 februari 1996

Ministerie wil samenwerking LUW met DLO afdwingen

Ministerie wil samenwerking LUW met DLO afdwingen

Met een stevige rugwind uit de Tweede Kamer gaat minister Van Aartsen van Landbouw de noodzakelijke versterking van het Kenniscentrum Wageningen de komende maanden vormgeven. De samenwerking tussen de Landbouwuniversiteit en de Dienst landbouwkundig onderzoek (DLO) behoeft volgens de minister meer scherpte en diepte.


Van Aartsen zegt de Tweede Kamer een nadere uitwerking toe van zijn nota Kennis in beweging, in juni dit jaar. Volgens de nota moet het landbouwkundig onderzoek en onderwijs meer samenhang vertonen en effectiever opereren. De minister gaat orde scheppen in het geheel, beloofde hij de Tweede Kamer. Daarbij zullen LUW en DLO geen gescheiden levens leiden. Hij wees erop dat beide instellingen zich daarvan bewust zijn en inmiddels samenwerken op het gebied van onderzoekscholen, veiligheid en milieu, informatisering, aio-opleidingen en Melkert-banen. Ook heeft het bestuurlijk overleg tussen DLO en LUW geleid tot samenwerking bij de ontwikkeling van geintegreerde bedrijfssystemen en onderzoek naar plantenveredeling, meldde hij de Kamer.

Dergelijke acties zijn echter onvoldoende, bleek uit de beantwoording van Van Aartsen. Hij beaamde dat er concurrentie bestaat tussen DLO en LUW op de onderzoeksmarkt. Als er minder geld beschikbaar is, moeten die twee hun landbouwkundig onderzoek meer afstemmen, meende de minister. Hij wil beleid ontwikkelen om de cultuurverschillen tussen de instellingen op te heffen. Maar ook de zogenaamde structuurvraag staat ter discussie, onder meer in workshops over de toekomst van het landbouwkundig onderzoek. De structuurvraag is ambtelijk jargon voor een fusie. Bij die structuurvraag is het te vroeg voor conclusies, meldde Van Aartsen, omdat LUW en DLO opereren onder verschillende wetgeving. Wellicht doelde hij daarmee op de nieuwe universitaire bestuursstructuur, waarin de universiteitsraad wordt gedegradeerd tot een ondernemingsraad.

Van Aartsen was verheugd dat de Kamer zijn streven om in te grijpen ondersteunde. Met name PvdA en D66 vonden de versterking noodzakelijk van het Kenniscentrum Wageningen, waarin DLO en LUW als belangrijkste spelers participeren. Het PvdA-Kamerlid E. Woltjer: De afbakening tussen DLO en LUW laat zeer te wensen over; er is concurrentie. Die ongewenste concurrentie uit zich onder meer in het feit dat de LUW meer contractonderzoek binnenhaalt dan DLO, terwijl DLO-instituten ook veel fundamenteel onderzoek verrichten. Er is een fundamentele herinrichting nodig."

In algemene zin was de Tweede Kamer ontevreden over de nota Kennis in beweging. Die bevatte veel sociologen-praat (Ter Veer) en weinig concrete cijfers en aanbevelingen. De minister moet met concreet beleid komen, nu de samenwerking in de eens zo prettige landbouwkennis-infrastructuur barsten vertoont door bezuinigingen, marktwerking en concurrentie. Zo maakt de Kamer zich zorgen over de openbaarheid van kennis, nu iedereen op contractbasis de markt op moet. De term kennisnetwerken doet het tegenwoordig goed, maar is het ministerie nog wel de spin in het web? De minister gooide van schrik een glaasje Spa om en kwam daarna met krachtige taal: zijn toezegging samenwerking te zullen afdwingen. We moeten vaart maken."

Re:ageer