Wetenschap - 7 september 1995

Minder studenten en toch meer feuten in Wageningen

Minder studenten en toch meer feuten in Wageningen

Hechte vriendschappen zijn bestaansgrond studentenvereniging

In Delft kopte het universiteitsblad Delta dat de verscherpte temponorm de studentenverenigingen tientallen leden kost. De daling van het aantal eerstejaars krijgt eveneens de schuld van de verminderde aanmeldingen. Ook in Wageningen daalt het aantal eerstejaars, met tachtig naar een totaal van bijna zevenhonderd eerstejaars. Maar het aantal feuten steeg juist met twintig naar driehonderd. Een speurtocht naar de oorzaak van die paradoxale groei.


Het eerste jaar hoorde ik zoveel leuke verhalen over het verenigingsleven; lid worden lijkt me toch iets dat hoort bij het studentenleven." Sjoukje van Heesch is een van de ongeveer twintig ouderejaars die dit jaar de ontgroening bij de katholieke studentenvereniging Sint Franciscus Xaverius (KSV) ondergingen. Ze beschrijft de introductie, het werkkamp, de kleineringen en het daartegen in opstand komen, als een tijd waarin ze een hechte band heeft gesmeed met de andere nieuwe leden.

Lotgenoot Lukas Jeukens is ook tweedejaars. Hij probeert het verenigingsleven voor de tweede keer, want de vorige vereniging beviel niet zo. Net als Van Heesch stelt Jeukens dat in de introductietijd de kennismaking met de andere tachtig nieuwe leden voorop stond. Hij ziet het verenigingsgebouw Cantil als de basis waar hij de komende maanden hechte vriendschappen zal smeden. Na een tijdje zie je wel met wie je goed of juist niet kan opschieten." Deze vriendschappen hebben voor hem meerwaarde boven toevallige contacten op de afdeling of tijdens het college. En de vereniging is een plek waar je nog wat beleeft.

Ook ouderejaars Liselore van Dongen is een KSV-nieuweling. Zij ziet wel iets in een jaarclub met een stel meiden, om samen leuke dingen te ondernemen. Ze noemt nog wat motieven om in haar tweede jaar alsnog voor een studentenvereniging te kiezen: de gala's, de donderdagavonden en niet te vergeten het geringe aantal verplichtingen. Ik geloof dat ik alleen een paar keer moet mensascheppen."

Tapcommissie

De nieuwbakken Unitasleden Stijn Bierman, eerstejaars, en Joke Rijlaarsdam, ouderejaars, noemen niet als eerste motief de hechte vriendschappen. Bierman komt voor de cursus biertappen en het lidmaatschap van de tapcommissie. Daarnaast wil hij wel proberen plaatjes te draaien, aldus de dj in spe. Maar het is ook een honk waar je 's avonds naar toe kan. Gewoon even wat slap ouwehoeren."

Rijlaarsdam wilde na twee jaar studie en het behalen van haar proppen iets nieuws te doen hebben. De afgelopen jaren had ze al onderdak gevonden bij de lokale scoutinggroep Die Wiltgraeff. Alles kan en mag", zo motiveert zij haar keuze voor Unitas, waar zowel jongeren als studenten onderdak vinden.

Bierman signaleerde tijdens de AID opvallend veel eerstejaars die zich niet direct aanmeldden, maar ervoor kozen de kat uit de boom te kijken. Rijlaarsdam maakte echter het tegenovergestelde mee. Ik stond met de scoutinggroep op de informatiemarkt en hoorde daar geregeld eerstejaars opmerken dat het eigenlijk wel hoort lid te worden van een vereniging."

Rijlaarsdam vindt het opvallend dat diverse AID-mentoren onmiskenbaar lid waren van een vereniging. Maar vier klooien van studentenvereniging SSR willen niks weten van mogelijke beinvloeding. Door elkaar pratend zitten zij aan de bar in de kroegkelder van verenigingsgebouw Sela. De AID-avonden waren netjes verdeeld over de verschillende verenigingen, vertellen ze. Hinco Gierman stelt dat hij nauwelijks een idee had wat verenigingen waren. Dus heeft hij met zoveel mogelijk mensen van de verschillende verenigingen gepraat. Hij concludeert dat je met het lidmaatschap het studentenbestaan intensiever beleeft. Je leeft dubbel op. Maar eigenlijk moet je over een jaar terugkomen. Dan kunnen we zeggen of onze verwachtingen waarheid zijn geworden."

Net als de KSV'ers spreken de vier SSR-leden over de hechte band die zij na de introductie met elkaar hebben. Een ontgroening is voor zo'n band niet nodig. Daar doet SSR dan ook niet aan.

Ze zien nog een belangrijk voordeel van het lidmaatschap. Als je lid wordt van een vereniging maak je statistisch gezien meer kans je proppen eerder af te ronden." Dit bleek uit een staatje bij KSV, weet Ronald Sonnemans zich te herinneren. Hij noemt zijn verenigingsintroductie de mooiste week van zijn leven. Nog mooier dan de communie", aldus de Zuidlimburger.

De anderen weten al hoe de praktijk werkt. Noortje Kna350n: Je komt elkaar bij colleges tegen en helpt elkaar eerder dan een wildvreemde. De ouderejaars maken je wegwijs in de studie." Geert de Rooij blikt zelfs vooruit naar de carriere. Een lidmaatschap staat goed op je curriculum vitae. Dan blijkt dat je en kon studeren en de tijd vond om je sociaal te ontplooien."

Ook drie eerstejaars van Ceres benadrukken het belang dat hun vereniging hecht aan studeren. Tijdens de tweede week van de introductie, als de colleges al zijn begonnen, is er alleen een avondprogramma van vijf tot elf. Daarin zit anderhalf uur studeren, bijvoorbeeld om de practica van de volgende dag voor te bereiden. Om elf uur 's avonds worden de eerstejaars de kroeg uit geveegd; het is dan tijd om te slapen. Bovendien let Ceres erop dat leden pas lid worden van een commissie bij voldoende studievoortgang.

Wachtlijst

Al deze redenen om lid te worden van een vereniging zijn niets nieuws. Ook de aanwas van ouderejaars kan de sterke positie van de verenigingen niet helemaal verklaren. Wellicht biedt de situatie bij de Rijksuniversiteit Limburg, vergelijkbaar met de LUW, opheldering. Deze kleine universiteit is net als de Wageningse gevestigd in een relatief kleine stad. Waar andere universiteiten in grotere mate hun eigen regio bedienen, werven deze twee hun studenten in het hele land.

In Maastricht meldt een vertegenwoordiger van studentenvereniging Koko dat er zelfs een wachtlijst is en dat alle verenigingen groeien. Ook bij Koko, een zustervereniging van het Wageningse SSR, is er een relatief groot aantal tweedejaars lid geworden. Maar ook in Maastricht is dit geen nieuw fenomeen.

Is dan de oorzaak van de groei dat de Wageningse eerstejaars meer van het platteland komt? Daar het verenigingsleven gewend is en dus eerder lid wordt? Cereslid Maarten Roest Crollius ziet niets in deze verklaring. Als Haags stadskind is hij lid geworden om veel mensen te leren kennen. Een sport- of muziekvereniging is niets voor hem. En al komen dan opvallend veel van de geinterviewde studenten uit Brabant, Limburg of Friesland, ook zij wijzen het idee van de hand dat het plattelandsleven de gang naar de verenigingen bevordert.

De uit het Brabantse Oosterhout afkomstige Marta Chu, kersverse Cereslid en eerstejaars bij Diedenoort, geeft een verklaring die bij nadere beschouwing de lichte groei bij de verenigingen wel kan verklaren. Als je net van huis gaat studeren, sta je er alleen voor. En dat redt je niet. Maar het viel me op dat de doorstromers van het hbo tijdens de AID duidelijk te kennen gaven geen lid te worden van een vereniging. Die zijn vaak al een jaar of 23 en gaan gewoon op donderdagavond naar Unitas."

De reden dat de terugval in eerstejaars zich niet vertaalt in een daling van het aantal verenigingsleden, is dus wellicht te vinden bij de hbo'ers. Zij zijn het die het onder de eerstejaars laten afweten, met tachtig LUW-inschrijvingen minder dan vorig jaar. Als zij inderdaad toch al minder belangstelling hadden voor het verenigingsleven, valt daar hun afwezigheid niet op.

Re:ageer