Wetenschap - 10 april 1997

Minder practica en meer beleid voor plantentelers

Minder practica en meer beleid voor plantentelers

Minder practica en meer beleid voor plantentelers
Knutselen aan planten is minder belangrijk in nieuw studieprogramma
Voor knutselen aan planten in een practicum is minder ruimte in de nieuwe studierichting Plantenteeltwetenschappen. Meer dan een afgestudeerde van de oude richtingen Tuinbouw en Landbouwplantenteelt moet een plantenteeltwetenschapper inzicht hebben in alle niveaus van de teelt: het plantje, het bedrijf en de sector
Werkgevers hebben een belangrijke stem gehad bij de totstandkoming van de studie Plantenteeltwetenschappen, ontstaan uit een fusie tussen Landbouwplantenteelt en Tuinbouw. Landbouwplantenteelt wilde al langer samengaan, maar Tuinbouw hield de boot af en begon aan de ontwikkeling van een eigen vijfjarig programma. Tot op een discussiemiddag naar voren kwam dat de genodigde werkgevers niet het nut inzagen van een speciale richting Tuinbouw. Dat heeft de fusie in een stroomversnelling gebracht, aldus studiecoordinator dr ir Harry Scholten. Het was een heel verhelderende discussie.
We hadden van te voren niet overlegd, dus het was des te opvallender dat we het eens waren, herinnert dr ir Henk van Oosten zich, een van de vijf werkgevers. Van Oosten werkt nu bij de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, maar heeft tot twee jaar geleden als adjunctdirecteur van een onderzoeksinstituut veel sollicitanten beoordeeld. Hij bestempelt de LUW-tuinbouwers als te oppervlakkig opgeleide specialisten die van veel een beetje weten, maar daardoor eigenlijk alleen nog maar geschikt zijn voor beleidsfuncties
Van Oosten vindt het belangrijk dat een sollicitant tenminste een discipline, bijvoorbeeld de plantenfysiologie, goed beheerst. Wanneer een sollicitant niet in tenminste een vak uitblinkt, heeft hij geen meerwaarde voor een organisatie. Een sollicitant moet iets nieuws in kunnen brengen. Daarnaast heeft Van Oosten nog een eis: de sollicitant moet goed kunnen samenwerken met andere disciplines. Daar moeten studenten echt in worden getraind.
Na de discussiemiddag, drie jaar geleden, hebben de werkgevers zich niet meer bezig gehouden met het LUW-onderwijs. Zowel Van Oosten als prof. dr Leo van Griensven, directeur van het Proefstation voor de Champignoncultuur, voelen zich daarom overvallen door de vraag waar een plantenteeltwetenschapper aan moet voldoen. Van Griensven herinnert zich echter nog goed dat hij tijdens de discussie gepleit heeft voor de fusie van alle plantenteeltrichtingen
De argumenten kan hij moeiteloos geven; ze gelden wat hem betreft nog steeds. Al die plantenrichtingen naast elkaar, dat is volstrekte onzin. Een werkgever zal nooit vragen of iemand de teelttechniek van een rijstplant, een tomaat of een perenboom heeft bestudeerd. Een afgestudeerde moet kennis hebben van de algemene fysiologie van planten, weten waarom ziekten bestreden dienen te worden en waarom een strikte hygiene meer voor de hand ligt dan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Wel moeten mensen weten waar ze de benodigde technieken kunnen halen. Dus als ik een veredelaar aanneem, verwacht ik wel een zekere specialisatie.
De werkgevers zitten volgens Van Oosten en Van Griensven dus niet te wachten op specialisten die alles weten van tuinbouw, graslandkunde of tropische plantenteelt. Ze hebben een ander soort specialist voor ogen. Een afgestudeerde moet steengoed zijn in een discipline op het gebied van de plantenteelt, maar daarnaast genoeg algemene bagage hebben om te kunnen praten met specialisten uit andere disciplines
Orgaan
Met de wensen van de werkgevers in het achterhoofd konden de beide fusiepartners aan de slag. Volgens studiecoordinator Scholten was het handig dat twee richtingen fuseerden. Daardoor was het mogelijk een heel nieuw programma te maken. Oude structuren werden doorbroken. Het is vervelend om tegen een vakgroep te zeggen dat een vak niet meer nodig is. Door de fusie gold het oude argument die vakgroep geeft dat vak al jaren niet meer. Desalniettemin wordt de samenstelling van het programma door betrokkenen omschreven als een moeizame klus, met soms pittige discussies over de gewenste inhoud
Een van de vragen die bij invulling van het programma opgelost moesten worden, was het gewenste abstractieniveau. We hebben gekozen voor het orgaan als laagste niveau. Al heeft de student natuurlijk wel wat kennis nodig van cel en weefsel, zegt dr ir Uulke van Meeteren, voorzitter van de richtingsonderwijscommissie (roc). Het tweede niveau is het bedrijf en tenslotte is er het sector- en beleidsniveau. Hoewel een plantenteeltwetenschapper zich kan verdiepen in een van de niveaus moet hij in ieder geval met mensen van de andere niveaus kunnen praten. We leiden tenslotte geen biologen op, vindt Van Meeteren. Die houden zich in detail bezig met hoe een plantje precies groeit. Landbouwplantentelers moeten ook het bedrijf en de bedrijfstak kunnen overzien.
Het plan om een volledig nieuwe studie te maken, en geen optelsom van de oude richtingen, lijkt gelukt. De eerste twee jaar volgen de studenten een gezamenlijk programma. Van specialisatie is dan nog geen sprake; de verschillende disciplines komen pas aan bod in de afstudeervakken en de bijbehorende voorvereisten. De studenten Plantenteeltwetenschappen kunnen voor het eerste afstudeervak kiezen uit zes disciplines: Onkruidkunde, Theoretische productie-ecologie, Plantaardige productiesystemen, Gewas- en graslandkunde, Tuinbouwplantenteelt en Ecologische bedrijfssystemen
Met behulp van drie keuzeclusters - Plant en gewas, Bedrijf en markt en Milieu en beleid - kunnen studenten zich profileren op een van de drie niveaus. De clusters zijn gericht op het type beroep dat de student voor ogen heeft. Een student kan zich profileren op onderzoek of beleid, verduidelijkt roc-secretaris ir Willemien Lommen. Het is nog een vrijblijvende keuze. De clusters zijn niet zo groot en verplichten de student nog niet tot de keuze van een bepaald afstudeervak
Ontwerpblok
Op welk niveau de plantenteeltwetenschapper zich specialiseert hangt, naast de keuze van het cluster, vooral af van de invulling van het eerste afstudeervak en de vrije-keuzeruimte. Het maakt nogal wat uit of een student als tweede afstudeervak plantenfysiologie kiest of bedrijfskunde, verduidelijkt Van Meeteren. In een ontwerpblok moet de student aan het einde van zijn studie leren samen te werken met andere disciplines. Afronding van tenminste het eerste afstudeervak is verplicht voor deelname aan dit blok
Op de keuzeclusters is de nodige kritiek geweest,, vertelt Scholten. Vooral het cluster Milieu en beleid moest het ontgelden Moeten plantenteeltwetenschappers zich ook bezig houden met milieu en beleid? Het antwoord is ja, want veel van onze afgestudeerden komen terecht in beleidsfuncties en werken helemaal niet meer met planten. Net nog had ik een telefoontje waarin ik een paar namen van afgestudeerden heb doorgegeven aan iemand die een beleidsmedewerker zocht. Vooral in de studierichting Landbouwplantenteelt was het knutselen aan planten nog belangrijk. Een afgestudeerde moet echter abstract kunnen denken, het hele productiesysteem kunnen overzien.
Vakken uit De Leeuwenborch passen volgens Scholten uitstekend bij het programma van Plantenteeltwetenschappen. Maar het opnemen van vakken van andere studierichtingen in de clusters Bedrijf en markt en Milieu en beleid was ook om financiele redenen praktisch We zijn een kleine richting en er was geen geld voor veel keuzevakken. Met dit programma kwamen we financieel goed uit, zegt Scholten. We hebben gekozen voor goede disciplinaire vakken, naast economische vakken, zegt Lommen
Roc-student Piet Keizer valt onder een overgangsregeling van de oude naar de nieuwe richting. Hij volgt al een vijfjarige programma, maar mag nog kiezen of hij afstudeert als tuinbouwer of als plantenteeltwetenschapper. Keizer is enthousiast over het nieuwe programma, althans over de inhoud. De grotere afstudeervakken, de verplichte stage en het ontwerpblok aan het einde van de opleiding, Keizer ziet het helemaal zitten. Vooral het ontwerpblok waarin studenten van verschillende disciplines gezamelijk een probleem aanpakken, spreekt hem aan. Je groeit toe naar een volwaardige ingenieursfunctie.
Maar of de nieuwe studierichting echt zo gaaf wordt als de plannen suggereren, hangt af van de uitvoering. Daar zijn de studenten Plantenteeltwetenschappen volgens Keizer wat sceptischer over. De herprogrammering, de reorganisatie met dreigende ontslagen en dan ook nog het invullen van nieuwe vakken - het is wel wat veel voor de vakgroepen, vreest hij

Re:ageer