Wetenschap - 8 februari 1996

Minder ondersteunend personeel in onderzoekscholen

Minder ondersteunend personeel in onderzoekscholen

De bijdrage aan het onderzoek van het vaste ondersteunend en beheerspersoneel (obp) is in 1994 met dertien procent gedaald ten opzichte van 1993, tot 144 formatieplaatsen.


Vanuit de tweede en derde geldstroom valt over dezelfde periode een stijging te noteren van vijf procent, tot respectievelijk 16 en 51 formatieplaatsen. In totaal daalde het obp-aandeel in het universitair onderzoek met zo'n negentien formatieplaatsen. Dit blijkt uit het onlangs gepubliceerde wetenschappelijk jaarverslag 1994.

Het aantal bij het onderzoek betrokken wetenschappers is in 1994 licht gestegen, met name vanuit de tweede (zeven procent) en derde (vijf procent) geldstroom. 39 Procent van het onderzoek wordt uitgevoerd door assistenten in opleiding: 105 betaald door de LUW zelf, 81 door NWO en 140 door externe opdrachtgevers. In totaal zijn 833 wetenschappers aan het onderzoeken op de LUW.

In 1994 maakten 163 promovendi de tocht naar de aula; vijftien meer dan in 1993. 51 Promovendi bereidden hun proefschrift niet binnen de muren van de Wageningse Alma Mater voor maar, merendeels, als medewerker van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO).

De gewone wetenschappers produceerden 122 boeken, 429 hoofdstukken in boeken, 1358 artikelen in wetenschappelijke tijdschriften, 521 bijdragen aan proceedings (verslagen van congressen) en 193 externe rapporten. Acht hoogleraren hielden een intree- of afscheidsrede. In totaal dus 2631 harde wetenschappelijke publikaties. Daarnaast vielen in 1994 nog eens 843 bijdragen aan abstracts te noteren en 598 zogenaamde vakpublikaties, min of meer populaire geschriften over het vakgebied.

De Landbouwuniversiteit kreeg er in 1994 acht octrooien bij, waarvan drie bij de sectie Moleculaire genetica van industriele micro-organismen en nog eens twee in min of meer dezelfde hoek, bij de vakgroep Levensmiddelentechnologie.

Van de onderzoekscholen verzorgde het Wageningen institute for animal sciences de meeste publikaties, ondanks het feit dat het met 72 onderzoekers niet de grootste onderzoekschool is. De grootste is Experimentele plantwetenschappen met 156 wetenschappers. Naast de zeven eigen onderzoekinstituten nemen vakgroepen van de universiteit ook deel aan tien buitenuniversitaire instituten. (Zie pagina 5 voor de nieuwe Wageningse onderzoek-hitlist

Re:ageer