Wetenschap - 12 januari 1995

Milieutechnoloog Lettinga pleit voor afschaffen riool

Milieutechnoloog Lettinga pleit voor afschaffen riool

Poep is een nuttig produkt, dat moet je niet om zeep helpen

Het rioolstelsel is duur, kwetsbaar en verspilt nuttige produkten als poep en drinkwater, aldus prof. dr ir G. Lettinga. Als het aan hem ligt verdwijnt het rioolstelsel daar waar mogelijk is. Momenteel bereidt hij een onderzoeksvoorstel voor dat uitgaat van systemen die faeces en afvalwater op buurt- of flatniveau inzamelen en behandelen. Terug naar de beerput van weleer. De burger moet meer aan de gang met zijn eigen excreten. De overheid wil er nog niet aan en overweegt miljardeninesteringen in herstel van het rioleringsstelsel.


Het Nederlands riool- en zuiveringstelsel is zeer geavanceerd. Een onderaards buizenstelsel van in totaal 60.000 kilometer lang, anderhalf maal de omtrek van de wereld, garandeert dat de menselijke excreten ongemerkt en ongezien terechtkomen in de regionale zuiveringsinstallaties. Die toveren afvalwater vervolgens om in schoon - fosfaat- en stikstofarm - water en slib. Een hoogwaardig technologisch systeem waarop Nederland trots is.

Maar volgens prof. dr ir G. Lettinga, hoogleraar Afvalwaterzuivering aan de vakgroep Milieutechnologie, is dit high-tech systeem aan herziening toe. Sterker nog, van hem mag het in veel gevallen worden afgeschaft en vervangen door kleinschalige behandeling van huishoudelijk afvalwater.

Tijdens het duurzaamheidscongres van het Wagenings Instituut voor milieu- en klimaatonderzoek op 7 december stelde hij voor hiernaar onderzoek te doen. En hij werkt dan ook hard aan een concreet onderzoeksvoorstel.

Ik wil toe naar een systeem toe waarin hergebruik van afval plaatsvindt. Die faeces, dat menselijk poepje, dat beschouwen we in Nederland zo'n beetje als het ergste dat bestaat, terwijl we het eeuwenlang als grondstof gebruikten. Als je toe wilt naar beperking van energie en grondstoffen moet je zo'n nuttig produkt gebruiken. Je kunt biogas uit dat afval uithalen of het omzetten in mest. Maar wij stoppen nu juist energie in dat afval. We laten enorme zuiveringinstallaties draaien en verbranden bovendien het slib. Dat is toch zonde", zegt Lettinga.

Het toppunt vindt de milieutechnoloog dat we dat nuttige geconcentreerde afvalprodukt verdunnen omdat we het kilometers verderop willen behandelen in zuiveringsinstallaties. Iets wat geconcentreerd is moet zoveel mogelijk geconcentreerd blijven, is Lettinga's motto. In ieder geval niet sterk verdunnen, helemaal niet met zuiver drinkwater. Dat is toch verschrikkelijk? Dat is je reinste verspilling van kostbare grondstoffen."

Kwetsbaar

Het huidige systeem leidt tot gigantisch afval en te hoge kosten, meent de hoogleraar. Alleen al het rioolstelsel kost meer dan een miljard per jaar. Daarbij zijn de dure zuiveringinstallaties niet opgeteld. Uiterst efficient maar kwetsbaar, omdat het van hoogwaardige technologie aan elkaar hangt: Niemand realiseert zich dat. Die poep daar hoort niemand meer iets van. Maar wacht maar tot de elektriciteitscentrales uitvallen." Toen in Ede enkele maanden terug een transformatorhuisje kapot ging, lachte Lettinga in zijn vuistje: een pracht voorbeeld van de kwetsbaarheid van onze maatschappij. Koeien moesten gemolken worden, maar dat ging niet. Ze liepen ongelukkig rond met op springen staande uiers. Het lijkt wel of geen sterveling aan die kwetsbaarheid van onze maatschappij denkt, maar ik word daar gewoon bang van. En het wordt door de automatisering steeds erger. Dat heeft ook consequenties voor de kwetsbaarheid van onze milieubescherming. Hier loopt het allemaa
l op rolletjes omdat Nederland politiek stabiel is, maar er zijn genoeg landen waar dat niet zo is."

Kleinschalige behandeling van afvalwater is Lettinga's alternatief, zo blijkt uit het concept-onderzoeksvoorstel. In zijn woning bij Heerenveen is hij, bij wijze van experiment al begonnen. Een anaerobe vergistingstank die het huishoudelijk afvalwater omzet in mest en een vijver voor de aerobe nabehandeling van het afvalwater. De mest kan hij prima gebruiken op het land en het water wordt geloosd op het oppervlaktewater.

Zo'n systeem lijkt om te beginnen haalbaar op het platteland, waar de meeste boerderijen - goddank - nog niet zijn aangesloten op het riool, zegt Lettinga. Daarna kan het geleidelijk aan toegepast worden op dorps-, wijk- of flatniveau. We moeten daarvoor nieuwe systemen ontwerpen die economisch haalbaar zijn. Ik denk aan het ter plekke verzamelen van de excreten in een soort reservoir onder de flat, waar het in een tank anaeroob vergist wordt tot compost of mest. Maar ook via andere technieken kan het afval worden omgezet in mest." Ook het afvalwater kan ter plekke worden gezuiverd, meent Lettinga. Dat water kan dan terug naar een wijk of flat om te hergebruiken bij het doorspoelen van toiletten. In Japan zijn zulke systemen al in gebruik. Het drinkwater is daar een factor vijf tot tien duurder dan hier, vandaar dat Japanners het niet zomaar wegspoelen. Het gezuiverde afvalwater wordt binnen een wijk of flat gerecirculeerd.

Ontwikkelingslanden

Lettinga denkt bij deze kleinschalige afvalwaterbehandeling aan Nederland, maar vooral ook aan ontwikkelingslanden. Nu exporteert het Westen de hoogwaardige riooltechnologie. Dat is het paard achter de wagen spannen. Daar is drinkwater een schaars goed. Het is absurd dat door te spoelen. Ook de gigantische zuiveringsinstallaties blijken onaangepast, omdat ze ze zelf vaak niet kunnen onderhouden door gebrek aan know-how. In Cairo en Jordanie is al gebleken dat het een absolute ramp is."

In ontwikkelingslanden bestaan al eeuwenoude kleinschalige afvalverwerkingssystemen. Op het Indonesische platteland zijn de excreten visvoer. Ze gooien het in vijvers achter het huis. In China haalt men de excreta op in emmertjes, zoals dat vroeger in Nederland ging met de boldootwagen. Hiermee wordt het land bemest. Niet dat dat per se allemaal goed is en we terug moeten naar primitieve systemen, maar ze zijn een goede basis om geavanceerde kleinschalige technologieen op los te laten."

Maar waar moeten we in Nederland heen met dat afval? We hebben al mest van 100 miljoen kippen en 14 miljoen varkens, het GFT afval van alle huishoudens. En dan ook nog eens de mest van 15 miljoen mensen? De reden dat wij teveel mest hebben komt doordat wij de boer - althans wat er nog van over is - pressen om varkens en kalveren te mesten. Daar moeten we van af. De boer moet weer een echte boer worden en de consument moet minder vlees eten. Volgens mij kun je het dan goed binnen Nederland gebruiken, maar daar moeten we dan maar een studie naar doen."

Buurtcomites

De kleinschalige technologieen leiden tot decentralisatie. Hoe het er precies uit moet gaan zien weet Lettinga nog niet, maar duidelijk is dat de bewoners een grotere verantwoordelijkheid krijgen voor de behandeling van hun eigen afval. Lettinga denkt aan buurtcomites die zich ontfermen over het onderhoud van de installaties, de verwijdering van de mest en de kwaliteit van het afvalwater. Dat vereist een grotere bewustwording van de bewoners. Ze kunnen geen gekke dingen meer doen. Het doorspoelen van een fles zwavelzuur wordt gelijk afgestraft, want dat is op kleine schaal direct merkbaar. Zo'n vergistingstank is gelijk van slag. Naar mijn idee zijn de meeste mensen best bereid meer verantwoordelijkheid te nemen voor milieuzorg."

Toch klinkt het allemaal nogal idealistisch. Ja dat weet ik. Ze zeggen vaak: u loopt met uw kop in de wolken. Maar ik zie dit als een veelbelovend lange termijn perspectief. Dat hoeft niet van de ene op de andere dag, maar over een tot drie generaties. Geen revolutie maar een evolutie. Ook wil ik niet helemaal afzien van grootschaligheid. Daar waar mogelijk is moet je toe naar kleinschaligheid. Zeker in ontwikkelingslanden, maar ook in een high-tech land als Nederland."

Kleinschaligheid

De kleinschalige systemen kunnen volgens Lettinga goedkoper zijn doordat het peperdure rioolstelsel wordt afgeschaft. Maar het ingenieursbureau Witteveen & Bos, die voor het interdepartementaal onderzoeksprogramma Duurzame Technologie Ontwikkeling een studie doet naar de toekomstige verwerking van huishoudelijk afvalwater, zit volgens Lettinga op een tegenovergesteld toekomstscenario. Het eindrapport is nog niet uit, maar ik weet dat ze de overheid adviseren het rioolsysteem te behouden. Ze menen dat het nog geavanceerder en grootschaliger moet. Er moeten nog meer gespecialiseerde mensen bij te pas komen. Je ziet gewoon gebeuren dat de gewone man eruit wordt gewerkt en vervangen door een god achter de computer die de zaak zit te bestieren."

Kleinschaligheid is volgens het ingenieursbureau te duur. Maar ze baseren zich op verouderde gegevens uit de jaren tachtig. Feit is dat in het verleden nauwelijks onderzoek is verricht naar community-on-site behandelingssystemen. Energie - en grondstoffen speelden ook nauwelijks een rol. Ik denk dat interessante nieuwe ontwikkelingen mogen worden verwacht. Daarom ligt dit project voorstel hier, om eens flink tegengas te geven. Laten we maar eens kijken of het wel of niet kan. Ik meen dat een groot aantal onderzoekers binnen de Landbouwuniversiteit hieraan een bijdrage kunnen leveren: economen, sociologen, huishoudtechnologen."

Het onderzoeksvoorstel is nog zo pril, dat andere leden van het Wimek nauwelijks kennis hebben genomen van het project. In ieder geval heeft prof. drs P.M.J. Terpstra, van de vakgroep Huishoudkunde belangstelling getoond en voert over twee weken overleg. Zeer interessante ideeen. Maar ik weet nog niet hoe wij kunnen participeren", zegt hij terughoudend.

Re:ageer