Wetenschap - 20 november 1997

Milieuonderzoek heeft nieuw gezicht nodig

Milieuonderzoek heeft nieuw gezicht nodig

Milieuonderzoek heeft nieuw gezicht nodig
Als je in een school zit, word je gedwongen meer samen te werken
Milieu is niet meer zo'n vanzelfsprekend thema in Wageningen. De rapporten van Peper en de NRLO over het Kenniscentrum Wageningen noemen het zelfs niet expliciet. Daarom wilden de milieuonderzoekers nu met een goed voorstel komen. Een milieuonderzoekschool moet het Wageningse onderzoek weer een gezicht geven
Om het thema milieu te redden moeten we de neuzen een richting op krijgen. Dan maken we een kans, stelt prof. dr Jan Koeman, trekker van de KCW-discussiegroep over milieu. Het voorstel is het Wageningse milieuonderwijs en -onderzoek te integreren. Het college van bestuur moet er nog een beslissing over nemen. Het kan best zijn dat de heren van de hei komen en zeggen: milieu, weg ermee!
In de notitie stelt Koeman voor om toe te werken naar een Wageningse onderzoekschool op het gebied van milieu, waaraan ook andere universiteiten en DLO deelnemen. Mede op basis van Koemans notitie en die van de andere acht KCW-discussiegroepen werkt het college momenteel aan een strategisch plan voor het kenniscentrum
Koeman heeft veel tijd gestoken in de notitie. Hij heeft met achttien hoofdrolspelers in het Wageningse milieuonderzoek een uur a anderhalf uur afzonderlijk gesproken. De toxicoloog vindt het buitengewoon verheugend dat iedereen voor het plan van een milieuschool is. Secretaris drs Jacques Touw van de onderzoekschool Milieuchemie en Toxicologie (M&T): Met de KCW-stok op de achtergrond is men heel snel, heel goed bij elkaar gekomen.
Het is naar buiten toe niet geloofwaardig als je LUW en DLO integreert, terwijl de onderzoekers binnen de LUW niet gaan samenwerken, stelt prof. dr ir Reinder Feddes, themacoordinator broeikaseffect en klimaatveranderingen bij het Wagenings instituut voor milieu- en klimaatonderzoek (Wimek). Als je beide in een school zit, word je gedwongen meer samen te werken.
Identiteit
Juist Koeman, die nu het voorstel voor een school naar buiten brengt, vond vijf jaar geleden een onderzoekschool Milieuwetenschappen nog te vaag en te algemeen. Hij nam het initiatief voor de onderzoekschool M&T en zaagde daarmee een poot onder het voorstel van onder anderen prof. dr Nico van Breemen vandaan om tot een milieuonderzoekschool te komen. Vijf jaar geleden werd al het milieuonderzoek op een hoop gegooid. De identiteit van mijn eigen vak verdween uit het zicht. Bij de vorming van het Kenniscentrum Wageningen ga je opnieuw nadenken en nu kies ik voor een ander model.
In het toxicologisch milieuonderzoek zijn de afgelopen jaren accentverschuivingen opgetreden, stelt Koeman. Er is meer aandacht gekomen voor diffuse verontreiniging met complexe stofmengsels. Ook is er een betere integratie met onderzoek naar andere factoren die gelijktijdig op ons leefmilieu en onze gezondheid inwerken. Om dit soort onderzoek goed te kunnen doen, moeten meerdere disciplines efficient samenwerken.
Bovendien heerste vijf jaar geleden rond het initiatief voor een milieuschool een totale chaos, meent Koeman. Men wilde teveel tegelijk. De afgelopen tijd heeft een selectieproces plaatsgevonden en zijn structuren tot stand gebracht. Nu we twee scholen hebben, zijn beide groepen veel makkelijker bij elkaar te brengen.
De onderzoekers zijn niet bang dat de nieuwe onderzoekschool te breed zal worden. Prof. dr ir Ivonne Rietjens, themaleider biotransformaties bij M&T: Het wordt niet breder dan dat het onderzoek nu al is in Wageningen. De integratie gaat een stap verder. Nu ligt binnen M&T de nadruk op de integratie van de milieuchemie en de toxicologie. In een brede school gaat het ook om de integratie van onderzoek dat de aard en grootte van milieuproblemen signaleert met het onderzoek naar de technologische oplossingen.
Partners
Prof. dr Leen Hordijk, wetenschappelijk directeur van de onderzoekschool Wimek, was altijd al voorstander van een school. Hij is blij dat het voorstel nu breed gedragen wordt. Soms heeft iets tijd nodig om te rijpen. De komende twee jaar worden cruciaal. De vraag is in hoeverre M&T in haar nieuwe aanvraag bij de KNAW rekening gaat houden met verregaande samenwerking met Wimek.
Hordijk maakt wel de kanttekening dat Wimek net is erkend als onderdeel van de landelijke milieuschool Sense. Met een aantal van onze Amsterdamse partners willen we blijven samenwerken. En Wimek-secretaris Johan Feenstra vindt het belangrijk dat de sociale wetenschappen hun plaats binnen het nieuwe instituut behouden; het moet geen puur natuurwetenschappelijke school worden. De integratie van natuur- en maatschappijwetenschappen is nu juist de kracht van Wimek. Ook Koeman wil de sociale wetenschappers niet buiten de deur houden. Wat sterk is, moet meedoen. In het voorstel is bijvoorbeeld de milieueconomische analyse van klimaatvraagstukken opgenomen
Hordijk denkt dat in Wageningen vooral de samenwerking intensiever zal worden tussen onderzoeksgroepen die nu kunstmatig zijn gescheiden over beide scholen, zoals de bodemkundigen en luchthygienisten. Niet iedereen gaat nu ineens meer samenwerken. Onderzoekers zijn toch rond problemen geconcentreerd. Tot nu toe is er echter formeel nauwelijks overleg tussen de besturen van M&T en Wimek
Koeman wil in de nieuwe milieuschool het onderzoek bijeen brengen dat de afgelopen jaren de moeite waard is gebleken. Het is denkbaar dat er onderzoek uitvalt. Het gaat erom wat er concreet van de samenwerking terecht is gekomen; het moet meer zijn dan elkaar een lippendienst bewijzen. De International Advisory Board heeft daar bij M&T ook al de vinger op gelegd. Het onderzoek naar de sociale kant van milieuproblemen vindt Koeman in Wageningen nog niet sterk genoeg

Re:ageer