Wetenschap - 16 november 1995

Milieugezicht LUW behoeft facelift

Milieugezicht LUW behoeft facelift

Evaluatie redt leerstoel Hordijk

Het milieugezicht van de LUW, hoogleraar Hordijk en zijn Centrum voor milieu- en klimaatstudies, behoeft een facelift. Hordijk mag zijn leerstoel behouden, maar wellicht moet hij het directeurschap van het centrum opgeven. Op termijn dan, want eerst moet een geschikte vakgroep worden gevonden waarin de ambitieuze docenten van het centrum ook onderzoek mogen verrichten.


Voor prof. dr L. Hordijk en het Centrum voor milieu- en klimaatstudies (CMK) was 8 november een spannende dag. Rector dr C.M. Karssen kwam naar aanleiding van een advies van het college van decanen praten over de toekomst van Hordijks leerstoel Milieusysteemanalyse. Dan zou duidelijk worden of de hoogleraarsplaats van Hordijk voor de LUW behouden bleef en in welke hoedanigheid. Wilden de decanen werkelijk dat hij afstand deed van zijn functie als directeur van het CMK, zoals de laatste alinea van het advies suggereerde? Wilde het college het centrum opheffen?

Begin dit jaar raakte de positie van Hordijk aan de LUW aan het wankelen. De universiteitsraad stelde het nieuwe leerstoelenplan vast en moest bepalen of de bijzondere leerstoel Milieusysteemanalyse, voor vijf jaar betaald door het Wagenings Universiteitsfonds, een permanente status zou krijgen.

Hordijk was hoogleraar voor een dag in de week. Om zijn functie goed te kunnen vervullen, zou hij eigenlijk twee dagen in de week met milieusysteemanalyse bezig moeten zijn, maar de vakgroepen waarmee Hordijk samenwerkt in het centrum gunden hem die uitbreiding niet. De raad voerde zijn leerstoel dan ook niet op in het leerstoelenplan.

Bij die beslissing speelde ook het negatieve evaluatierapport van het cluster Bodemkunde en milieuhygiene over de leerstoel een rol. Het clusterbestuur concludeerde vorig jaar dat de leerstoel van Hordijk wel kon vervallen; hij voldeed niet aan de verwachtingen. Het studentenaantal bleef ver onder het gemiddelde en het aantal wetenschappelijke publikaties van Hordijk viel fors tegen. Daarnaast haalde hij ook weinig contractonderzoek binnen. Hij zou zich verder te weinig richten op activiteiten binnen de LUW en te veel op buiten-universitaire taken. De universiteitsraad, die door de forse bezuinigingen in het leerstoelenplan toch al voor moeilijke keuzes stond, twijfelde door dit evaluatierapport niet langer en offerde de leerstoel Milieusysteemanalyse op voor de leerstoel Grondbewerking.

Compromis

Het college van bestuur vond deze conclusie niet terecht. Het belang van de leerstoel Milieusysteemanalyse en de invulling daarvan moesten niet door elkaar gehaald worden, meende het college. Bovendien was de leerstoel van Hordijk teveel beoordeeld als een gewone leerstoel. Hordijk was immers slechts een dag hoogleraar en de andere vier dagen directeur: van het onderzoeksinstituut Wimek (Wagenings instituut voor milieu- en klimaatstudies) en van het Centrum voor milieu- en klimaatstudies. Misschien wat te veel voor een persoon.

Het college van bestuur vroeg het college van decanen een herevaluatie uit te voeren. De uitkomst is een compromis. De bijzondere leerstoel Milieusysteemanalyse mag voorlopig blijven en het Wagenings Universiteitsfonds krijgt binnenkort het verzoek om de leerstoel met vijf jaar te verlengen. Wij hebben niet gekeken naar de performance, maar alleen naar de invulling van onderwijs en onderzoek. Naar ons idee heeft hij dat helemaal niet zo slecht gedaan", aldus decaan prof. dr ir L. Speelman. Wij willen hem een herkansing geven, zodat hij over vijf jaar alsnog in het reguliere leerstoelenplan kan worden opgenomen."

Wel suggereerde het college van decanen tussen de regels door om Hordijk, gezien de drukte, te ontlasten van zijn taak als directeur van het Centrum voor milieu- en klimaatstudies. Als vervolgstap zouden de taken van het centrum ondergebracht moeten worden bij een vakgroep. Dit veroorzaakte veel commotie op het centrum: het werd met opheffing bedreigd. Na overleg tussen Hordijk en rector Karssen is inmiddels besloten om de directeursfunctie van Hordijk en het centrum voorlopig in stand te houden.

Opdrachten

Voorlopig, want niemand is echt tevreden over de huidige gang van zaken. Er is even rust nodig", zegt drs R.S. de Groot, medewerker van het CMK. Maar er moet wel duidelijkheid komen over de taken van Hordijk en het centrum. Die driedelige functie van Hordijk maakt zijn werk versnipperd. Zo is het aantrekken van structureel contractonderzoek in de knel gekomen. Met de komst van een postdoc is dat nu merkbaar verbeterd."

De onderzoeksfunctie van het centrum is omstreden. Bij de oprichting van het centrum in 1990 was het niet de bedoeling dat medewerkers actief contractonderzoek zouden binnenhalen", aldus De Groot. In de discussie daarover speelde onder andere de vrees dat het centrum met de vakgroepen zou gaan concurreren bij het binnenhalen van opdrachten."

Sinds de oprichting van het Wimek-instituut, waar Hordijk ook directeur is, lijkt er weinig reden voor het centrum om nog aan onderzoek te doen. Dat ziet De Groot echter anders. In het onderzoeksinstituut is het lopende onderzoek geconcentreerd. Wij willen graag een kweekvijver voor nieuwe onderzoeksbenaderingen zijn. Bovendien kunnen we dan een kruisbestuiving tussen onderwijs en onderzoek krijgen."

Veruit de belangrijkste taak van het CMK is op dit moment het onderwijs. Twee medewerkers coordineren een aantal interdisciplinaire vakken, anderen verzorgen zelf vakken. De medewerkers vinden het niet prettig dat er alleen nog onderwijstaken over zijn", stelt ir A.P.J. Mol, bestuurslid van het centrum. Het CMK overweegt aansluiting te zoeken bij een vakgroep, stelt Mol, maar dat moet er niet toe leiden dat het centrale milieupunt aan de LUW verloren gaat".

Mol: Qua onderwijs draait het milieucentrum quitte; de docenten krijgen voldoende studenten, zodat ze zichzelf kunnen bedruipen. Maar het onderwijs heeft een brede, coordinerende taak, terwijl het onderzoek van Hordijk erg specifiek is. Dat maakt zijn functie van onderzoekscoordinator een stuk lastiger. Zijn leeropdracht had breder geinterpreteerd moeten worden."

Transfer

Ook medewerker J. Feenstra van het Wimek raakt niet overstuur van de mogelijke opheffing van het centrum. Het is geen slecht idee om het centrum bij een vakgroep aan te haken. De medewerkers van het centrum hebben het altijd als een probleem ervaren dat ze geen onderzoekstaken hadden. Ooit is afgesproken dat het centrum louter een coordinerende taak moest hebben. Bij andere universiteiten hadden de milieucentra wel een onderzoekstaak, maar daar zijn toen hooglopende conflicten ontstaan met de vakgroepen. De LUW heeft daarom afgezien van onderzoekstaken voor het centrum."

Uit de woorden van Mol, De Groot en Feenstra valt op te maken dat het centrum voor milieustudies in naam moet blijven bestaan, en misschien bij een vakgroep moet worden ondergebracht. De eerste stap daarvoor is een transfer van Hordijk naar een andere vakgroep. Hij is nu bijzonder hoogleraar bij Wiskunde en kan, vanwege de inhoudelijke raakvlakken, beter bij de vakgroep Luchtkwaliteit worden ondergebracht. Ook voor de medewerkers moet een geschikte vakgroep worden gevonden, waarna Hordijk zijn functie als directeur van het milieucentrum kan afstoten.

Dit scenario vereist de medewerking van velen, omdat de milieu-vakgroepen aan de LUW net met fusiebesprekingen zijn begonnen. De milieu-vakgroepen hebben de komst van de onderzoeksinstituten Wimek en M&T (Milieuchemie en toxicologie) meegemaakt en moeten nu samenwerken in het onderwijsinstituut Omgevingswetenschappen. Deze samenwerking in instituten heeft niet alleen geleid tot meer onderlinge erkenning, maar ook tot het gevoel dat vakgroepen moeten fuseren om de verwevenheid van onderwijs en onderzoek in stand te houden.

Mild

De vakgroepen Humane epidemiologie en gezondheidsleer, Toxicologie, Humane voeding en Luchtkwaliteit, de mogelijke safe haven voor Hordijk en zijn medewerkers, onderzoeken momenteel of ze kunnen fuseren. Deze vakgroepen moeten daarbij dus rekening houden met het Centrum voor milieu- en klimaatstudies.

Zo is de toxicoloog prof. dr J.H. Koeman opmerkelijk mild voor het centrum. Vond hij vroeger het bestaan van het CMK overbodig, tegenwoordig moet het centrum blijven bestaan. Wel moeten de taken worden bijgesteld, meent Koeman. Hij houdt een pleidooi voor een Centrum voor milieu- en voedingsstudies. Koeman wil namelijk de fusies van vakgroepen aangrijpen om een nadrukkelijke relatie te leggen tussen voedsel en milieu. Voedsel is de meest intieme relatie van de mens met het milieu", stelt de hoogleraar, die meent dat zowel zijn vakgroep Toxicologie als de vakgroep Humane epidemiologie en gezondheidsleer (Heg) moeten worden beschouwd als verbindingsschakels tussen beide thema's.

Het voorstel van Koeman komt niet uit de lucht vallen; hij reageert op een poging van de vakgroep Humane voeding om een van de secties uit de vakgroep Heg te knippen en onder te brengen in een vakgroep Voeding en gezondheid. Koeman vindt dat een gevaarlijke ontwikkeling, die voeding en milieu scheidt.

Prof. dr ir F.J. Kok, hoogleraar Humane Epidemiologie, is voor een grotere eenheid die onderwijs en onderzoek rond voeding, milieu, arbeid en gezondheid bundelt. De vakgroep Humane voeding vindt de voedselkolom een unique selling point en wil daarom aansluiting houden bij Levensmiddelentechnologie. Het hangt ervan af waar de LUW zich heen beweegt, maar als er positionering plaatsvindt rond de pijlers landbouw, voedsel, natuur en milieu, dan is de visie van Humane voeding begrijpelijk."

Als de fusiegolf in de milieusector tot bedaren is gekomen, zal ook de positie van het Centrum voor milieu- en klimaatstudies duidelijk zijn. Kok, die tevens voorzitter is van het cluster Bodemkunde en milieuhygiene: Daar zitten mensen die wel onderwijs-, maar geen onderzoekstaken hebben. Die taken moeten juist gekoppeld zijn; dat komt zowel het onderwijs als het onderzoek ten goede. We hebben een duidelijk milieuconcept nodig. Daarover moeten we meer discussieren. Misschien moet je het centrum eerst opheffen en dan in een andere gedaante opnieuw oprichten."

Re:ageer