Wetenschap - 27 maart 1997

Meteorologie moet weer werkbaar klimaat krijgen

Meteorologie moet weer werkbaar klimaat krijgen

Meteorologie moet weer werkbaar klimaat krijgen
Fusie met Luchtkwaliteit kan verdere afkalving voorkomen
Hoogleraar Meteorologie dr Jon Wieringa geeft zijn positie op om een fusie tussen zijn vakgebied en Luchtkwaliteit mogelijk te maken. Beide vakgroepen zitten ondanks de positieve externe evaluaties in een diep dal en een jonge hoogleraar moet er weer een leefbaar en werkbaar geheel van maken
Een hoogleraar wordt aangenomen om zijn onderwijscapaciteiten, hij wordt afgerekend op zijn onderzoek, maar heeft in de praktijk alleen maar tijd voor administratie. In zijn intreerede zei hoogleraar Meteorologie dr Jon Wieringa het al. Nu, nog geen twee jaar later, is deze stelling voor hem een van de redenen van zijn aanstaande vertrek. De leiding van de vakgroep draagt hij, in afwachting van een opvolger, op 1 januari 1998 over aan een interim driemanschap. Ik hoop dat mijn opvolger straks wel tijd zal hebben voor onderwijs en onderzoek
Zelfs bij een mogelijke opleving van de vakgroep zal Wieringa niet langer blijven. Als de universiteitsraad in april akkoord gaat, zal de vakgroep Meteorologie fuseren met een deel van de vakgroep Luchtkwaliteit. Deze groep zit sinds het vertrek van hoogleraar dr Jos Lelieveld naar Utrecht zonder hoogleraar. In zijn kielzog nam Lelieveld medewerkers mee, zodat ook daar een minimale groep overbleef. Opmerkelijk is overigens dat ook Lelieveld Wageningen mede verliet omdat het wetenschappelijk klimaat hem in Utrecht meer aanstond
De twee onderzoeksgroepen hebben inhoudelijk veel gemeen, op methodologisch vlak zijn er overeenkomsten en bovendien is de nieuwe groep groot genoeg om er weer iets leuks van te maken. De twee groepen willen de leerstoelen Meteorologie en Luchtkwaliteit in elkaar schuiven, zodat kwantiteit en kwaliteit van de lucht in een leerstoel verenigd zijn. Daarvoor is het noodzakelijk dat beide leerstoelen leeg zijn. Wieringa zou een geschikte kandidaat zijn voor de nieuwe post, vindt hij zelf, maar dat lijkt hem praktisch ongewenst. Het is geen kwestie van energie, maar van leeftijd, zegt Wieringa. Als hij zelf het fusieproces zou leiden, zou hij met pensioen gaan als over vijf jaar alles is geregeld. Tegen die tijd zou weer een moeilijke leerstoeloverdracht moeten plaatsvinden
Vruchten
Wieringa en de medewerkers van Luchtkwaliteit en Meteorologie vinden daarom dat er een jonge hoogleraar moet komen die zelf ook de vruchten kan plukken van het fusieproces. Wieringa wil zich met het vak blijven bezighouden en heeft een aanbod aanvaard om de collegeserie Agrometeorologie te blijven geven
Het lijkt een enigszins overhaast vertrek van Wieringa, want een gelegenheidstrio van meteoroloog dr Henk de Bruin, bijzonder hoogleraar Luchtkwaliteit dr Sjaak Slanina en sectordirecteur ir Albert Olde Daalhuis gaat leiding geven aan de nieuwe leerstoelgroep. Wieringa: Ik ben de terugtredende man, het zou niet goed zijn als ik me nog met de fusie en mijn opvolging zou bezighouden. Ik trek mij terug uit de vakgroep omdat het college van bestuur meewerkt aan de fusie en een minimum aan capaciteit garandeert. De nieuwe post moet namelijk aantrekkelijk zijn voor een kandidaat-hoogleraar. Er moet een vakgroep zijn die niet alleen maar steeds kleiner wordt. Er moet een leefbaar en werkbaar klimaat heersen op de vakgroep.
De voorzitter van de onderzoekschool voor atmosferisch en marien onderzoek SAMO, prof. dr Henk Vugts, meent dat de LUW een garantie moet geven dat de nieuw te vormen vakgroep de komende acht a tien jaar gevrijwaard wordt van verdere formatie-reductie om zo een nieuwe hoogleraar met enige kwaliteit te vinden en een verdere afkalving van de sectie te voorkomen.
Uitgedund
Aan een leefbaar en werkbaar klimaat ontbrak het nu net de afgelopen jaren. Wieringa maakt duidelijk dat hij nauwelijks enthousiast kan terugkijken op zijn baan als baas van de vakgroep Meteorologie. De vakgroep is uitgedund, het personeelsbestand verouderd, er is geen mogelijkheid om jonge krachten aan te nemen. Over tien jaar zal nog maar een van de huidige vaste krachten op de vakgroep werkzaam zijn. Tenslotte vindt Wieringa het jammer dat hij door de bureaucratische beslommeringen niet toekomt aan het promoten van zijn vakgebied binnen de LUW-gemeenschap. Graag had hij met andere wetenschappers het nut en de noodzaak van meteorologische gegevens in hun onderzoek bediscussieerd. Al jaren strijdt hij om meer capaciteit en minder bestuurlijke overlegcircuits waar je als vakgroep nu eenmaal bij hoort te zijn en die juist voor kleine vakgroepen tot organisatie-overdosering leiden
Een deel van zijn onvrede over de negering van zijn vakgebied heeft hij nog eens op papier gezet als reactie op het structuurrapport waarin de fusie wordt voorgesteld. Bij het opstellen van dit profiel heeft men, voorzover ik kan nagaan, het niet nodig geacht om enig meteorologische deskundige binnen of buiten Wageningen zelfs maar te raadplegen, laat staan actief te betrekken. Ook de aanvankelijk door het college voorgestelde naam Luchtkwaliteit en meteorologie vindt hij essentieel ongelukkig. De nu voorgestelde naam Meteorologie en luchtkwaliteit acht hij wel logisch: gelijkwaardig genoemd, maar het fundamentele vak als eerste

Re:ageer