Wetenschap - 13 november 1997

Met publieke kennis kun je geen geld verdienen

Met publieke kennis kun je geen geld verdienen

Met publieke kennis kun je geen geld verdienen
Wageningen steeds afhankelijker van wensen bedrijfsleven
Het agrarische bedrijfsleven koopt her en der bedrijven, om groot genoeg te worden op de wereldmarkt. Ook versterken de bedrijven hun onderzoek in het buitenland. Wageningen blijft een aantrekkelijke partner als het kwaliteit levert en geheimhouding verzekert, blijkt uit enkele NRLO-studies
Twee mannen zitten op een workshop te praten over internationalisatie. Zegt de een: ik wil best onderzoeksopdrachten uitzetten bij de universiteit, maar dan wil ik wel een zakelijke overeenkomst met geheimhouding. Zegt de ander: nou, wij zijn anders een open instelling waar buitenlandse onderzoekers en studenten vrijelijk informatie kunnen vergaren. Zegt de eerste: dan moet je niet raar opkijken dat ik mijn onderzoek elders laat doen
Deze conversatie tussen ir Henk Bakker, bestuurslid van Nutreco, en ir Chiel de Ranitz, hoofd Bureau Buitenland van de LUW, vond deze zomer plaats op de Wageningse Berg tijdens een bijeenkomst van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO). Het gesprek geeft mooi het spanningsveld weer tussen het oude nobele idee van internationalisatie - de wereld helpen - en de moderne bedrijfsvariant - de wereld veroveren
Nutreco is een internationaal opererend veevoederbedrijf met zestig bedrijven in vijftien landen. Dit van oorsprong Nederlandse bedrijf heeft zijn marktaandeel op de wereldmarkt verstevigd door de acquisitie van buitenlandse vestigingen. Zit de onderzoeksgroep naar varkens nog in Nederland, het onderzoek naar pluimvee zit in Spanje en dat naar vis in Noorwegen en Chili. Nutreco heeft onderzoeksteams met verschillende nationaliteiten en komt alleen onderzoek uitzetten in Wageningen als de kwaliteit goed is, het onderzoeksteam snel en zakelijk handelt en als de resultaten alleen Nutreco ten goede komen
Uniform
LUW en DLO moeten in toenemende mate rekening houden met deze bedrijfsmatige eisen, blijkt uit de serie studies over internationalisering die de NRLO dit jaar publiceerde. Om te beginnen kunnen de onderzoeksinstellingen niet meer vertrouwen op voldoende financiering van de overheid. Niet alleen nemen de publieke fondsen in binnen- en buitenland relatief af, ze worden ook steeds vaker gekoppeld aan wensen van het bedrijfsleven via zogeheten public-private partnerships. Zowel de ministeries van LNV en Economische Zaken als de Europese Unie in Brussel maken die koppeling
Voorts signaleren de NRLO-rapporten een verschuiving van geld binnen het landbouwkundig onderzoek. De overheden besteden meer geld aan nieuwe technologie - biotechnologie, voedselverwerking, procestechnologie - en minder aan plantaardig en dierlijk onderzoek. Waar het laatste type onderzoek heeft te rekenen met sociale en ecologische diversiteit en plaatsgebondenheid, is de nieuwe technologie uniform en mondiaal toepasbaar door de gebruikers. Dat zijn voornamelijk de internationale bedrijven
De overheid trekt zich terug en laat meer aan de markt over. De privatisering van DLO - de overheid financiert nog de helft, DLO moet de andere helft op de markt verdienen - past in die trend. Het DLO-Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek (voedselverwerking) en het DLO-Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (biotechnologie) scoren goed op die nieuwe markt, het DLO-Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek (agrobiologisch onderzoek) moet bezuinigen. Aan de LUW is feitelijk hetzelfde beeld te zien: de sector Plant- en gewaswetenschappen moet bezuinigen
NRLO-projectleider Henk van Oosten heeft de vijf studies naar internationalisatie begeleid en zoekt de grote lijnen in de studies en de gevolgen daarvan voor de Wageningse kennisinstellingen. Om te beginnen haalt hij met instemming de Rotterdamse bedrijfskundige dr Rob van Tulder aan, die zich de afgelopen jaren krachtig heeft verzet tegen het door ex-premier Lubbers en ex-minister Andriessen gepromote begrip globalisering. Daarvan is nauwelijks sprake in de agribusiness. De buitenlandse investeringen van de Nederlandse agribusiness zijn gigantisch gestegen van 11,7 tot 26,3 miljard gulden tussen 1984 en 1994, maar de bedrijven investeren vooral binnen Europa. Internationaal bezien is dat tegenwoordig een regio, zodat het bedrijfsleven regionaliseert. Je ziet een toename van de investeringen in lokale markten, de agribusiness vervlecht met de directe omgeving, aldus Van Oosten
Magnum
Zo heeft het voedingsbedrijf Nutricia de afgelopen jaren bedrijven overgenomen in Duitsland, Finland en Australie, stelt Van Oosten. Door de overname in Duitsland heeft Nutricia relaties gelegd met Duitse onderzoeksorganisaties, terwijl het bedrijf in Finland en Australie onderzoekslabs van zo'n vijftien mensen heeft opgezet. Meestal starten de bedrijven in eigen beheer met toepassingsgericht onderzoek om de producten af te stemmen op de nieuwe lokale markten. Zo opende Unilever een R&D-lab in China toen de introductie van de Magnum niet vlotte: de Chinezen bliefden het westerse aroma van het ijsje niet. Het Chinese Unilever-lab paste de smaak aan de Chinese consumentenwensen aan
Volgens Van Oosten leiden buitenlandse overnames en vestigingen in de eerste plaats tot het doen van toegepast onderzoek ter plekke. Maar toegepaste vragen kunnen fundamenteel onderzoek oproepen dat bij plaatselijke universiteiten worden neergelegd, mits de groepen voldoende kwaliteit hebben. Daarmee wordt de voedingsindustrie minder afhankelijk van de kennisbronnen op de Nederlandse thuismarkt
Ook de landbouwcooperaties worden gedwongen deze strategie te volgen, verwacht Van Oosten. De cooperaties hebben altijd sterk geleund op het Nederlandse kennissysteem. Wageningse onderzoekers leverden de kennis om de bestaande producten efficienter te produceren en die gingen dan tegen concurrerende prijzen de grens over. De cooperaties hebben altijd de winst gehaald via de lage kostprijs, maar de daarvoor benodigde kennis is nu ook elders bekend.
Bovendien is het maar de vraag of die lage kostprijs stand houdt in de toekomst. Van Oosten wijst op de potentiele invloed van China op de wereldvoedselstromen. Zo zet de partner van Nutreco in Thailand elke maand een voerfabriek neer in China. Thailand gaat straks de tapioca leveren voor het Chinese veevoer, waardoor het succes van de Nederlandse landbouw - mede gebaseerd op import van goedkope grondstoffen - onder druk kan komen te staan
Als gevolg zijn de toekomstige winstmarges van de cooperaties in Nederland onzeker en moeten ze net als de voedingsbedrijven gaan investeren in buitenlandse markten, stellen de NRLO-studies. Sommige cooperaties, zoals Friesland Dairy Foods en Avebe, doen dat al enige jaren; andere moeten nu volgen
Topinstituut
Deze tendens om productie en onderzoek in het buitenland te realiseren, laat onverlet dat Wageningen een aantrekkelijke vestigingsplaats kan zijn. Zo heeft Unilever een groot researchlab in India geopend, maar hecht het sterk aan een technologisch topinstituut in Wageningen. Er gaat niets boven een topinstituut in de nabijheid, argumenteerden de topmanagers bij hun keuze voor zo'n instituut in Wageningen: je kunt er eens binnenlopen, de mensen spreken je taal en hebben dezelfde cultuur
Dat sociaal-culturele aspect bij de internationalisatie wordt onderschat, meent Van Oosten. Lang niet alle buitenlandse overnames van bedrijven zijn een succes en meestal spelen culturele factoren daarbij een grote rol. Normen en waarden zijn taai en grondgebonden. Neem alleen maar de wereld van verschil tussen een Franse en Nederlandse manager: de eerste is de baas, de twee opereert via consensus. Ook de multiculturele onderzoekslaboratoria kunnen kampen met incompatibilite des humeur. Bij een onderzoekslab van Nutreco werken tien nationaliteiten. Pas toen het bedrijf ervoor zorgde dat de onderzoekers elkaar als gelijkwaardig zagen, opereerden ze als onderzoeksteam.
Wageningen moet dus niet alleen goede technologische prestaties leveren, meent Van Oosten, maar tevens meer aandacht besteden aan dit sociaal-culturele aspect. Studenten en onderzoekers moeten in een multiculturele omgeving leren werken. Zo komen de buitenlandse studenten en promovendi in Wageningen in beeld. Voorwaarde is dat ze voldoende kwaliteit hebben, zodat Nederlanders en buitenlanders iets van elkaar leren. En ze mogen best kennis mee naar huis nemen. In de internationale wereld is er namelijk geen concurrentie meer tussen landen, maar tussen bedrijven en kennisketens
Straks zitten twee onderzoekers te praten op een workshop. Zegt de een tegen de ander: van welke kennisketen ben jij?
  • KOP = NRLO-studies over internationalisatie
  • = 97/11Denkbeelden over agribusiness: Nehem Consulting Group
  • = 97/12Agribusiness, R&D: Bedrijfskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam
  • = 97/13Overheid, R&D: Jacobs, TNO
  • = 97/14Landbouwbeleid: Landbouw-Economisch Instituut
  • = 97/15Kennisinstellingen: TNO-STB

  • Re:ageer