Wetenschap - 21 september 1995

Mestnotitie geeft morrende boeren voorlopig weinig reden tot klagen

Mestnotitie geeft morrende boeren voorlopig weinig reden tot klagen

Ministers willen geen evenwichtsbemesting in 2000

De concept-mestnotitie van de ministers De Boer en Van Aartsen is af. Het gevecht om de milieu- versus de landbouwbelangen lijkt te zijn beslecht in het voordeel van de Nederlandse boeren. De eerstkomende jaren hoeven zij weinig te doen. Pas over zeven jaar zal de sector echt onder het mestbeleid gaan lijden. Tegen die tijd wil Van Aartsen ondersteuning bieden met financiele middelen voor een warme sanering. De voor het milieu noodzakelijke evenwichtsbemesting komt niet in beeld.


Afgelopen vrijdag maakte landbouwminister Jozias van Aartsen de pijlers bekend voor de derde fase van het mestbeleid. Na lang onderhandelen zijn hij en collega Margaretha de Boer van Vrom het eens over een concept-mestnotitie. Komende week volgen besprekingen met maatschappelijke organisaties; 1 oktober moet de definitieve versie naar de Tweede Kamer.

Van Aartsen wil niet de hele landbouwwereld met het mestprobleem vermoeien. Hij spreekt de bedrijven met de grootste milieurisico's aan. Alleen bedrijven met een hoge veedichtheid, 2,5 melkkoeien per hectare, moeten deelnemen. In deze aanpak hoeft slechts 35 procent van de bedrijven jaarlijks aangifte doen van de mineralenverliezen. Als de verliezen groter zijn dan de norm die geldt voor dat jaar, wordt de overschrijding belast met een heffing.

De vraag hoe hoog de verliezen mogen zijn, is al twee jaar onderwerp van discussie. De land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland eist een verliesnorm van vijftig kilo fosfaat per hectare. Anders wordt er niet overlegd, is er geen draagvlak en komt er van milieubeleid al helemaal niets terecht, zo luidt het standpunt van de boerenorganisatie. Wij zetten in op een verliesnorm van vijftig kilo in het jaar 2000. Uit de mineralenoverzichten blijkt dat een groot deel van de boeren een fosfaatverlies heeft van tussen de veertig en zeventig kilo. En dat zijn de voorlopers die al een boekhouding voeren", aldus LTO-woordvoerder Jan-Richard Luiten.

Overschot

De eerstkomende jaren kunnen de boeren nog goed vooruit. Eind januari kondigden Van Aartsen en De Boer aan dat in 1996 een vermindering van de bemesting van het grasland nodig is. De gebruiksnorm van 150 kilogram fosfaat per hectare leidt tot een fosfaatverlies van zeventig kilo per hectare. Dat willen de ministers verlagen naar een overschot van vijftig kilo per hectare, zoals ook voor bouw- en maisland geldt. Dus is de bemestingsnorm verlaagd naar 135 kilo per hectare.

Uit de concept-notitie blijkt dat de ministers de normen in 1998 gaan aanscherpen. Vanaf dat jaar zijn intensieve bedrijven verplicht om mineralenaangifte te doen, waarbij een norm geldt van veertig kilo fosfaatverlies en driehonderd kilo stikstofverlies per hectare. In 2000, het jaar dat tot nog toe gold als invoeringsjaar voor de evenwichtsbemesting, is de boeren nog een fosfaatoverschot van 35 kilo per hectare gegund. De eindnormen gelden voor het jaar 2008: twintig kilo fosfaatverlies per hectare en 180 kilo stikstofverlies.

Van de voorgenomen invoering van evenwichtsbemesting in 2000 blijft niets over. In de notitie Mest- en ammoniakbeleid derde fase van mei 1993, opgesteld door de toenmalige ministers Alders en Bukman, staat een acceptabel fosfaatverlies bij evenwichtsbemesting van vijf kilo fosfaat per hectare in 2000 en invoering van de mineralenboekhouding in 1996.

Het landbouwbedrijfsleven zette twee jaar terug nog in op een fosfaatverliesnorm van 25 kilo in 2000. Inmiddels willen de boeren dus het dubbele. Voorlichter Veroniek Clerx van het Landbouwschap mag niets meer zeggen over toen genoemde normen. Sjoerd Dijkstra, woordvoerder van het Produktschap voor Vee, Vlees en Eieren, meldt dat twee jaar terug nog weinig tot niets bekend was over verliesnormen. De fosfaat- en stikstofdeskstudies waren toen nog niet uitgevoerd, maar nu blijkt dat een verlies van vijftig kilo noodzakelijk is."

Omslag

Ook de voorlichters van LNV en Vrom wijzen op de mineralendeskstudies die de laatste twee jaar zijn uitgevoerd. Toen was nog niet bekend wat de sociaal-economische gevolgen zouden zijn voor de sector", zegt Vrom-voorlichter Paul van de Burg. In het eindrapport van de projectgroep Verliesnormen (Vrom, LNV, V&W, Landbouwschap en LTO) staat echter: dat met name de GATT en het Europese Landbouwbeleid een grote invloed hebben op de arbeidsopbrengst en de continuiteit van de landbouwbedrijven. In vergelijking daarmee is de invloed van een aanscherping van de verliesnormen in eerste instantie beperkt. Een omslag in zwaarte van de gevolgen is te zien tussen een fosfaatverlies van dertig en twintig kilo per hectare per jaar."

Noemenswaardige gevolgen van het mestbeleid ondervindt de landbouwsector dus pas over zeven jaar, als in jaar 2002 een norm van dertig kilo fosfaatverlies per hectare gaat gelden. Van den Burg: Het overgrote deel van de boeren, 65 procent, kan gewoon door blijven boeren. Na 2000 komen er boeren in de problemen. Bekend is dat dat voornamelijk varkenshouders zijn; omdat zij nauwelijks grond bezitten is een groot deel van de 35 procent van de boeren die aangifte moeten doen, varkenshouder. Wij gaan ervan uit dat in 2000 tussen de vijftien en twintig procent van de varkens in Nederland is verdwenen, inclusief de autonome ontwikkeling."

Mestmarkt

Bij aanscherping van de normen ontstaat landelijk een overschot van niet-plaatsbare mest. De ministers willen een te hoge druk op de mestmarkt voorkomen en pleiten voor een warme sanering. Overheid en bedrijfsleven moeten in een fonds middelen beschikbaar stellen om het mestoverschot te verkleinen. Van Aartsen suggereerde op de persconferentie dat de normen minder streng zullen worden als minister Gerrit Zalm van Financien onvoldoende geld beschikbaar stelt. Want de ministers willen geen landelijk mestoverschot laten ontstaan. Bij strengere normen kunnen boeren minder mest op het land brengen en is het landelijk overschot groter. Als er niet genoeg geld beschikbaar is om mestrechten van boeren op te kopen, moeten dus de normen minder streng, zo viel uit de woorden van de landbouwminister op te maken.

Vraag blijft waarom het strengere beleid is uitgesteld tot na 2000. Wachten tot 2000 betekent vijf jaar lang extra milieuverlies. Vrom-voorlichter Van den Burg: De notitie moet nog naar de Tweede Kamer. Voordat je dan feitelijk met verliesnormen kan gaan werken, is het al weer 1997. Ook aan de mineralenboekhouding moet nog wel twee jaar worden gewerkt voor die praktijkrijp en fraudebestendig is. Ik kan wel zeggen dat ik morgen strenge normen wil, maar ik stuit dan op bureaucratisch en juridische problemen."

Het voorgenomen beleid lijkt de morrende boeren goed gezind. Een verliesnorm van vijftig kilo is weliswaar niet in de plannen opgenomen, maar Van Aartsen en De Boer scheppen in hun conceptnotitie wel de mogelijkheid om op basis van grondbemonstering de noodzaak van reparatiebemesting aan te tonen. Van Aartsen: Als er sprake is van schade aan de gewasopbrengst dan moet een correctie op het systeem mogelijk zijn. Na bodembemonstering zal bijmesten tot vijftig kilo per hectare toegestaan kunnen worden. Daarmee kunnen we de zorgen over de bodemgesteldheid wegnemen." Verhalen van veehouders over mais die paars kleurt als gevolg van een gebrek aan mest, zijn niet meer nodig.

Van een evenwichtsbemesting in 2000 is dus geen sprake. Zelfs in het jaar 2008, als de eindnormen gaan gelden, mag nog twintig kilo fosfaat op de Nederlandse akkers achterblijven. Toch bleek uit de deskstudies dat een verliesnorm tussen de een en vijf kilo nodig is om de milieudoelstellingen te halen. Het is de vraag wanneer milieuminister De Boer haar punt gaat scoren.

Re:ageer