Wetenschap - 27 november 1997

Mensen veranderen is heel moeilijk

Mensen veranderen is heel moeilijk

Mensen veranderen is heel moeilijk
Zeventien jaar onderwijsondersteuning in Benin
Zeventien jaar werkte de Landbouwuniversiteit aan de opbouw van de Faculte des Sciences Agronomiques, de landbouwfaculteit van de Universite Nationale du Benin. Eind november kwam daar een einde aan en werd de Wageningse trekker, ontwikkelingssocioloog dr Jan den Ouden, benoemd tot Officier de l'Ordre Nationale du Benin. Hij maakt de balans op
Het was even wennen toen Jan den Ouden in 1980 aankwam bij de nationale universiteit van Benin om samen met voorlichtingskundigen het onderwijsprogramma aldaar te verbeteren. Benin was marxistisch. Op de campus zag je grote borden staan: Le marxisme scientific! en Volg de weg van Albanie! Daar hadden we wat moeite mee. Maar ach, we waren te gast, we werden niet gehinderd in ons veldwerk en we konden in het onderwijs kritiek leveren op de staatsboerderijen.
In 1983 werd het samenwerkingsproject uitgebreid met Wageningse voedingsdeskundigen, Utrechtse levensmiddelentechnologen en Amsterdamse ontwikkelingseconomen. Nuffic, de Netherlands Organisation for International Cooperation in Higher Education, financierde het project. Jaarlijks maakte Nuffic gemiddeld een miljoen gulden over. Dat geld werd voor een belangrijk deel besteed aan Nederlandse deskundigen die onderwijs kwamen geven en programma's gingen schrijven. Op het toppunt van de samenwerking, in 1989, zaten er continu zeven Nederlanders in de stad Cotonou
Je kon niet zonder, merkt Den Ouden op. De opleiding van goede Beninse onderzoekers en docenten kostte gemiddeld zo'n acht jaar: eerst de opleiding in Cotonou volgen, dan een MSc- en PhD-opleiding in Nederland of Frankrijk. Aan het eind van de samenwerking zijn er zo'n vijftien Beniners gepromoveerd in Europa en Afrika, rekent Den Ouden uit
In 1991 kregen de Nederlanders het signaal van Nuffic dat de nadruk moest verschuiven van disciplinaire versterking van vakgebieden naar de opbouw van de Beninse faculteit als geheel. Daardoor kwamen er nieuwe spelers bij in het project. Met hulp van het Jan Kopshuis werd een bibliotheek opgezet en I&D ondersteunde Belgische deskundigen bij het opzetten van een rekencentrum. Ze hebben nu telefoon en Internet, er ligt een glasvezelkabel, ze kunnen in onze Wageningse bieb kijken.
Staking
Maar deze bredere doelstelling van universitaire samenwerking ging minister Pronk niet ver genoeg. Een beperkt aantal universiteiten in ontwikkelingslanden moest voortaan zelf een strategisch plan schrijven en zelf de Nederlandse partners uitzoeken. Dit MHO-programma luidde het einde in van de financiering door Nuffic. Het was godsonmogelijk om een plan te maken voor de universiteit als geheel, aldus Den Ouden. In 1991 was het gehele land, inclusief de universiteit, in staking. We hebben nu met grote moeite een strategisch plan voor de landbouwfaculteit op tafel liggen.
Den Ouden heeft no hard feelings, Nuffic heeft hem de afgelopen jaren geweldig geholpen. Zo is hij nog steeds dankbaar dat Nuffic de bouw van de bibliotheek accepteerde, hoewel dat helemaal niet kon volgens de projectvoorwaarden. Dat gold eigenlijk ook voor de bouw van het decanaat. Den Ouden kon in zulke gevallen dankbaar gebruik maken zijn vrouw, oud-Tweede-Kamerlid Greetje Den Ouden-Dekkers, die nogal wat invloed in het Haagse bezit. Ook is hij zeer te spreken over de hulp van Bureau Buitenland van de LUW
Den Ouden vindt het belangrijk dat Wageningen heeft bijgedragen aan de infrastructuur van de campus in Cotonou. Je hebt twee soorten ontwikkelingsprojecten. De gemakkelijke projecten bestaan uit aanleg en onderhoud van infrastructuur. De moeilijke zijn de projecten waarbij je mensen wilt veranderen. Daar mislukken er veel van. Ook ons project is niet helemaal gelukt. In Wageningen spreken de studenten bij een kop koffie met hun begeleider. In Afrika kan dat niet, daar heb je God de docent. Ook het hoofd van de faculteit is God. Hij is veel op reis en dan gebeurt er dus verder niets. Wij hebben voorgesteld: benoem vice-decanen, zodat de ondergeschikten door kunnen werken. Dat is moeilijk, dat duurt lang en het lukt uiteindelijk ten dele.
Service publique
Ook hebben we zeventien jaar lang geprobeerd een Transferpunt op te richten. Dat Transferpunt bemiddelt onderzoeksopdrachten voor de onderzoekers en roomt dertig procent van het budget af. Nou, dat werkt een beetje, maar de meeste docenten steken het geld voor hun klusjes in eigen zak. De docenten hebben een hoge levensstandaard, ze hebben gestudeerd in Parijs, moeten daar vaak zijn, hebben extra inkomsten nodig. Bovendien zijn de docenten niet in dienst van de universiteit maar van de overheid; ze zijn service publique. Als ze niet komen opdagen, kun je er niet veel aan doen. In de praktijk valt het dan nog mee, maar dit zijn lastige dingen.
Naast de Nederlanders trekken ook de Franse ontwikkelingsdeskundigen zich nu terug uit de landbouwfaculteit. Ze moeten het nu zelf doen. Dat moet op een gegeven moment, anders krijg je cargo thinking: we bellen effe en ze komen het brengen. Toch heeft hij de Fransen bij zijn decoratie nog op andere gedachten proberen te brengen. Ik heb gezegd: jullie moeten blijven, het is jullie land. Een beetje koloniaal misschien, maar als ze nu een paar miskleunen gaan maken in Cotonou, is wat we hebben opgebouwd zo kapot.
Daarom blijven Den Ouden en de zijnen een oogje in het zeil houden via een coordinatiecommissie. Ook doen ze nog activiteiten via het DSO-programma van het ministerie van Buitenlandse Zaken, gericht op samenwerking tussen ontwikkelingslanden. In het kader daarvan leren Beninse studenten de Engelse taal op de landbouwfaculteit in het Nigeriaanse Ibadan en hebben de Wageningers daar twee internationale cursussen opgezet op het gebied van voeding en ontwikkelingsstudies
Bijtanken
Voorts heeft Pronk een ontwikkelingsverdrag afgesloten met Benin, zodat nu projecten mogelijk zijn op het gebied van duurzame ontwikkeling. En tot slot wil Den Ouden enkele gepromoveerden uit Benin een paar maanden terughalen naar Wageningen. Wij betalen de tickets, zij kunnen hier wat inzichten bijtanken en we schrijven samen wat.
Den Ouden telt de winst van de samenwerking. Toen we begonnen, had de Faculte des Sciences Agronomiques een driejarige opleiding. De graad werd verleend door de Nigerianen in Ibadan. Nu is er een vijfjarige opleiding in Cotonou, waarbij ze zelf de graad verlenen. Op een aantal punten is de opleiding nu beter dan die in Ibadan, terwijl de voorzieningen uitstekend zijn.
Ook de LUW is er niet slechter van geworden. Dozijnen studenten hebben hun stage in Benin gedaan. Het waren er zoveel dat de universiteit een huis huurde in Cotonou voor de opvang van de studenten. Voorts hebben Den Ouden en zijn collega's de samenwerking gebruikt om onderzoek te doen. Dat is van levensbelang voor ons.

Re:ageer