Wetenschap - 26 juni 1997

Mensen uit het hele land neuzen urenlang in onze collectie

Mensen uit het hele land neuzen urenlang in onze collectie

Mensen uit het hele land neuzen urenlang in onze collectie
Ina Otter, bibliothecaris op Kortenoord
We zijn eigenlijk het vergeten hoekje, vindt Ina Otter. Dat valt me wel eens op; mensen realiseren zich niet dat er aan de Binnenhaven ook nog een bibliotheek zit. Er is sinds de reorganisatie veel veranderd; de Landbouwuniversiteit heeft nu vier concentratiebibliotheken, waarvan Kortenoord er een is
Wij bedienen de vakgroepen Fytopathologie, Nematologie, Entomologie, Virologie en het IPO, het Instituut voor Plantenziektekundig Onderzoek, dat eigenlijk bij DLO hoort. Die betalen wel hun eigen boeken en zo, maar niet het personeel. Ze lacht, hoofdschuddend: Nee, dat doet de LUW.
Iedereen denkt dat het werk van een bibliothecaris saai is. Ja, er hangt natuurlijk een bordje met stilte in de leeszaal. De mensen willen er studeren. Het is een dienstverlenend beroep en we zijn natuurlijk ook dienstbaar. Ik wil mensen graag helpen als ze hier komen met vragen over boeken of tijdschriften. Ik zie altijd direct of bezoekers voor de eerste keer komen en hou ze in de gaten; ik vraag dan wat ik voor ze kan betekenen. Dienstverlening aan de gebruikers vormt mijn grootste taak.
Je krijgt soms ook gekke vragen van particulieren, bijvoorbeeld over vogelvoer waar een bepaald plantje in zit. En we hebben een collectie van de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van de Bijenteelt. Dat is leuk; er komen mensen uit het hele land, ook veel imkers. Die neuzen dan urenlang in onze collectie.
Mensen komen met vragen over allerlei onderwerpen. Hoewel ik gewoon bibliothecaresse ben, weet ik inmiddels al lang of het om een schimmel gaat of om een beestje. Voor wetenschappelijke informatie hebben we een vak-referent, Ans Brouwer, afgestudeerd in de plantenziektekunde. De vak-referent deelt de boeken in naar vakgroep en geeft ze een code, waarna wij ze klaar maken voor op de planken. Een boek plakken doet ze nog wel eens, maar verder gaan versleten boeken naar de binder, waar ze met een mooie kaft weer vandaan komen
Gelukkig doen we nog wel aan titelbeschrijving; dat is leuk werk. Maar het merendeel gebeurt op het Jan Kopshuis. Daar is een afdeling Titelbeschrijving.
We zijn nu geautomatiseerd; dat is heel anders dan ik vroeger in de Openbare Bibliotheek in Lelystad gewend was. Eerder had ik stapels kaartjes, die uit de teruggebrachte boeken kwamen. Die moest ik alfabetiseren. Dat doet nu de computer.
Er komen de laatste tijd iets minder mensen op de bieb. De reden is simpel: zodra Otter de auteursnaam plus gegevens op de computer intikt, staan die ook in de catalogus op Internet. Studenten en medewerkers kunnen dus de catalogus op hun eigen computer raadplegen. Op de homepage van de LUW-bibliotheken is een virtual reading room. Daar staan veel tijdschriften op, sommige cover to cover, andere met samenvattingen of alleen de inhoudsopgave.
Wordt de bibliothecaris op den duur overbodig? Nadenkend antwoordt Otter: Nee, dat geloof ik niet. Misschien voor de elektronische tijdschriften; daar komen er wel steeds meer van. Maar een computer kan de mensen niet rondleiden, of persoonlijk behulpzaam zijn.
Ina Otter werkt parttime; ze draait de ochtenddiensten. Vroeger deed ze de middagdiensten. En 's middags komen de meeste studenten; dat contact mis ik wel een beetje, geeft ze toe
Op 30 december 1989 nam ze ontslag omdat ze haar tweede kind verwachtte. Hoewel haar echtgenoot flexibele werktijden heeft, wilde ze de tweede keer zelf de hele opvoeding en verzorging ter hand nemen. Iedereen verklaarde haar voor gek: de banen liggen vooral voor vrouwen niet voor het opscheppen
Toen het kind drie jaar was, in 1993 dus, kreeg ik de kriebels. Ik wilde weer aan het werk. En ik herinnerde mij een alinea in de brief over de regeling voor ouderschapsverlof die het college van bestuur het personeel op 19 december 1989 had toegezonden. Daarin stond dat personeelsleden die hun dienstverband beeindigden in verband met de zorg voor een kind jonger dan vier jaar, bij de wervingsprocedures gedurende een periode van vier jaar na ontslagname worden gelijkgesteld met interne kandidaten. Toen Otter solliciteerde waren ze dat bij Personeelszaken even vergeten, maar de regeling geldt nog steeds. Otter kwam met de brief op de proppen en de afwijzing werd ingetrokken. Er ging hier iemand weg. Ik ben dolblij dat ik op deze bieb mijn oude baan weer terug heb gekregen, want we hebben hier toch nog een zekere zelfstandigheid; we werken voor een aantal vakgroepen waarbij je je betrokken voelt. En de collega's en de sfeer zijn prima.
Het valt Otter op dat er geen enkele vrouwelijke vakgroepsvertegenwoordiger in het managementteam van de bibliotheek zit. Ik weet niet of er wel geschikte vrouwen voor zijn, hoor. Maar vrouwen kijken eerder naar de praktische kant van de dingen. Er wordt ontzettend veel vergaderd. Nou ja, dat is overal zo. Maar een vrouw zegt eerder: Voor die paar lullige centen haal ik mij een hele hoop op de hals. Terwijl mannen meer behoefte hebben aan iets dat het aanzien verhoogt. Vrouwen zijn veel nuchterder. Maar misschien is die uitspraak wat cru?

Re:ageer