Wetenschap - 20 juni 1996

Melkrobot

Melkrobot

De hoeveelheid arbeid op melkveehouderijen met een melkrobot is altijd kleiner dan die op conventioneel melkende bedrijven. Dat concludeert B.R. Sonck, die 14 juni promoveerde bij prof. dr ir L. Speelman, hoogleraar in de landbouwmechanisatie en bedrijfsuitrusting. Het onderzoek werd uitgevoerd op het Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG-DLO).

Sonck onderzocht twee strategieen voor de inzet van de melkrobot: een volautomatische strategie waarbij de koe zich 24 uur per dag vrijwillig kan laten melken, en een strategie waarbij de veehouder op vaste tijdstippen de melkbeurten vaststelt en het melkproces controleert. Volgens Sonck levert de laatste strategie een arbeidsbesparing op van 37,9 procent, terwijl de volautomatische strategie het aantal melk-arbeidsuren met 66,1 procent vermindert.

De zogenaamde niet-geplande handelingen zijn in deze berekeningen niet meegenomen. Sonck wijst hierbij op robotstoringen en koeien die niet kunnen worden aangesloten aan de melkrobot, bijvoorbeeld door een afwijkende uiervorm.

Sonck ontwikkelde een simulatiemodel om de effecten van robotstoringen op de kwaliteit van het melkproces te bestuderen. Uit de simulaties valt af te leiden dat het melkproces beter verloopt als de veehouder zelf zonder enige vertraging robotstoringen kan oplossen. Ook moet de veehouder permanent een beroep kunnen doen op een onderhoudsdienst.

Volgens Sonck zal automatisch melken uiteindelijk bijdragen aan een lagere fysieke en mentale belasting van de veehouder en zijn gezin. Daarmee komt het automatisch melken het sociale en familie-leven van de veehouder ten goede. Wel merkt de promovendus op automatisch melken voor sommige personen stresssituaties kan veroorzaken. Daarom is volgens Sonck een arbeidspsychologisch onderzoek nodig naar de negatieve en positieve gevolgen van het gebruik van een melkrobot.

Re:ageer