Wetenschap - 8 augustus 1996

Maritiem Instituut krijgt geld voor modernisering

Maritiem Instituut krijgt geld voor modernisering

Verkoop LUW-terrein aan Marin gaat niet door

Honderd miljoen gulden ontvangt het Maritiem Instituut Nederland van de Nederlandse overheid. Dat geld is hard nodig om een nieuwe sleeptank te bouwen in Wageningen en om nieuwe computerapparatuur aan te schaffen. De nieuwe sleeptank wordt gebouwd tegen de bestaande gebouwen. Een verhuizing naar Wageningen van de bestaande sleeptank in Ede gaat - voorlopig - niet door. Daarmee is de weg vrij voor woningbouw op het terrein van de vakgroep Tuinbouwplantenteelt.


Het hing al meer dan een jaar in de lucht, maar nu weet het Maritiem Instituut Nederland (Marin) zeker dat het voor honderd miljoen gulden zijn testfaciliteiten kan moderniseren en vernieuwen. Het Marin investeert 85 miljoen gulden in gebouwen en sleeptanks en 15 miljoen in onder meer computerapparatuur.

Het Marin verricht onderzoek en ontwikkeling voor belangrijke delen van de maritieme sector: scheepswerven, reders, marines van diverse landen, de offshore-industrie en dienstverlenende instellingen binnen de maritieme sector. In 1932 pootte het instituut zijn eerste sleeptank op de zandgrond in Wageningen.

Directeur dr ir M.W.C. Oosterveld, die in oktober afscheid neemt, spreekt van een wereldwijd vermaard instituut. Op het gebied van de hydrodynamische techniek is het Marin het belangrijkste instituut ter wereld." Het gaat daarbij volgens Oosterveld om een weliswaar klein, maar belangrijk deel van de maritieme techniek. Want zonder het testen van ontwerpen, waarvoor de Marin-sleeptanks cruciaal zijn, blijven nieuwe ontwerpen voor schepen en booreilanden slechts tekentafelexercities.

Zo'n vijftig procent van de opdrachten is afkomstig van het buitenlandse bedrijfsleven, vertelt Oosterveld. Dat zijn bijvoorbeeld Japanse en Koreaanse bedrijven, niet de minste in de maritieme wereld. Het Nederlandse bedrijfsleven zorgt voor 25 procent van de opdrachten. De Nederlandse overheid biedt vijftien procent van het werk aan en subsidieert daarnaast tien procent van het budget.

Die geringe overheidssteun, in tegenstelling tot de lucht- en ruimtevaart, is volgens Oosterveld de achilleshiel van het Marin. Andere instituten, voornamelijk in Zuid-Europa, werken met flinke financiele injecties van de staat. Onze tarieven staan sterk onder druk en we hebben nooit kunnen reserveren voor vernieuwing en modernisering. Met die honderd miljoen doen we niets anders dan een flinke inhaalslag maken", vindt Oosterveld.

Afstand

Het Marin heeft circa tweehonderd werknemers, van wie er zo'n vijftien in Ede werken. Ook daar staat een sleeptank en wil het Marin moderniseren. Een jaar geleden begon het Marin onderhandelingen met de Landbouwuniversiteit om extra grond te verwerven, zodat het Edese stukje werkgelegenheid naar Wageningen zou kunnen verhuizen. Het ging om een strook grond naast de grond die het Marin al eerder van de LUW kocht. Die eerste aankoop was volgens Oosterveld nodig om in de toekomst voldoende afstand te houden tot de woningbouw die op het naburige terrein van de vakgroep Tuinbouwplantenteelt gepland was. Zekerheid over de honderd miljoen had Oosterveld toen nog niet.

Mr. H.O. Gorter, hoofd Juridische en algemene zaken van de LUW, was nauw betrokken bij de onderhandelingen over de extra strook grond. Hij stelt dat het Marin zijn vestiging wilde concentreren in Wageningen. Gorter begrijpt de beweegredenen van het Marin wel, want ook de Landbouwuniversiteit is met dat soort concentraties bezig. Maar de zaak is afgeketst", aldus de jurist.

Probleem voor de LUW was dat de verhuizing van de vakgroep Tuinbouwplantenteelt versneld zou moeten worden. Dat brengt kapitaalvernietiging met zich mee en die wordt verrekend in de prijs van de grond. Bovendien was het niet onwaarschijnlijk dat de projectontwikkelaar die woningen wil bouwen, met forse schadeclaims zou komen. Die aasde immers op dezelfde grond en had oudere aanspraken.

Gorter stelt dat de nieuw te bouwen sleeptank geen klein gebouwtje zal zijn. Die wordt 17 meter hoog en meet 170 bij 40 meter, met een bassin dat varieert in diepte van 5 tot 10,5 meter. Er is nu een strook van twintig meter breed die onbebouwd zal blijven. Dat is genoeg om het gebouw, en een talud, goed in te passen."

De jurist is niet ontevreden over het afketsen van de verkoop van nog meer grond aan het Marin. Nu zijn er geen overhaaste verhuizingen nodig. Dat is uiteindelijk altijd duurder dan een geleidelijke en goed afgestemde verhuizing en nieuwbouw."

De herhuisvesting van Tuinbouw is voorzien voor het jaar 2000. Navraag bij de LUW-afdeling Gebouwen en terreinen leert echter dat niets zeker is. Ing J.J.C. Lindenhovius: Vanwege de door politieke druk verlangde samenwerking tussen de LUW en de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) onderzoekt een werkgroep nu de concentratie van plantkundige vakgroepen nabij verwante DLO-instituten. Zo zit de vakgroep Theoretische produktie-ecologie al op het DLO-complex De Born, achter de Bornsesteeg."

Ook projectontwikkelaar P.S.H. Ouboter, van het Rotterdamse Leyten & Partners, is blij dat na een jaar oponthoud de onderhandelingen tussen LUW en Marin niets opleveren. De eerste fase van de woningbouw op het LUW-terrein kan nu worden uitgewerkt. Al in 1989 zijn de eerste schetsen voor de plannen gemaakt, maar die zijn in 1992/1993 herzien, vertelt Ouboter.

IJskast

Het betreffende bestemmingsplan moet nog worden vastgesteld, maar gezien de contacten met omwonenden in het verleden verwacht Ouboter weinig problemen. Nu inventariseert de Wageningse makelaar van Ouboter belangstellenden voor de honderd koopwoningen. Verder ligt er nog de optie van de Stichting Sociale Huisvesting Wageningen (SSHW) om 48 woningen te bouwen die, volgens de plannen van drie jaar geleden, bestemd zouden zijn voor buitenlandse studenten en gastmedewerkers van onder meer de LUW met hun gezinnen.

Ouboter hoopt in de tweede helft van 1997 met de bouw te beginnen. Maar voor Marin-directeur Oosterveld is de kous nog niet helemaal af. Hij beaamt dat het Marin op dit moment geen extra grond zal kopen, maar het idee staat in de ijskast. Een concentratie in Wageningen scheelt ons in de exploitatie zo'n 1,5 miljoen gulden per jaar. Daarbij gaat het om zaken als bewaking, onderhoud, communicatiemiddelen en heen en weer gereis van medewerkers tussen Ede en Wageningen. Dat weegt weliswaar niet helemaal op tegen de meerkosten van een verhuizing. Maar wat je niet kunt uitrekenen is het psychologisch effect van een kwalitatief hoogstaande bi-locatie die je niet makkelijk aan je klanten kunt laten zien. Dat kost je een stukje van de markt. Niets is overtuigender voor onze klanten dan het werkelijk zien wat wij te bieden hebben."

Re:ageer